Ds. C.J. Meeuse - Psalmen 51 : 8

De verborgen godsdienst

Psalmen 51
Waar ze gevonden wordt
Wat er geleerd wordt

Psalmen 51 : 8

Psalmen 51
8
Zie, Gij hebt lust tot waarheid in het binnenste, en in het verborgene maakt Gij mij wijsheid bekend.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 63: 4
Lezen : Psalm 51
Zingen : Psalm 25: 7 en 10
Zingen : Psalm 51: 3
Zingen : Psalm 139: 14

Wat een gebed, gemeente, dat wij zojuist zongen. Vond het weerklank in ons hart, dit gebed om oprechtheid? Laat de oprechtheid meer en meer, met de vroomheid mij behoên. Dat bidt niet iedereen. Wij zijn, gemeente, de vader der leugen toegevallen. Huichelaars van nature. Ja, ook in de godsdienst. Dan willen wij niet alleen een schone schijn ophouden voor de mensen. Wij willen zelfs God bedriegen en ons in het gebed beter voordoen dan wij zijn.

Hoe komt dat toch? Het is een handhaven van je eigengerechtigheid. De drijfveer daarachter is erg groot. Eigenlijk zoeken wij onze eigen eer. Dit zijn zaken die God haat. Maar de Heere kan het veranderen en maken, dat dit gebed van David weerklank vindt in ons hart. Dat het ons gebed wordt: Laat de oprechtheid meer en meer, met de vroomheid mij behoên.

 

Wij gaan dit overdenken zoals David ervan spreekt in Psalm 51, het achtste vers. Daar lezen we in het Woord des Heeren de woorden van onze tekst:

 

Zie, Gij hebt lust tot waarheid in het binnenste, en in het verborgene maakt Gij mij wijsheid bekend.

 

Het thema van de preek is: De verborgen godsdienst.

 

1. Waar ze gevonden wordt.

2. Wat er geleerd wordt.

 

1. Waar ze gevonden wordt

 

Moeilijk hè, jongens en meisjes? Of toch niet? Kunnen kinderen al een verborgen godsdienst hebben? Zal ik jullie eens wat zeggen? Onthoud het volgende goed, dan hebben jullie al een boodschap meegekregen. Maar het is ook voor jullie vader en moeder en voor anderen in de kerk. Weet je wat het is? Als niemand jou ziet en jij heel alleen je knieën buigt, en dan echt bidt met je hart, en jouw zonden aan de Heere gaat vertellen. Kijk, dat is de verborgen godsdienst. De Heere weet en ziet het. Wij hebben nodig om dat te leren. David spreekt er over in deze psalm.

 

Psalm 51 is ons allen bekend. Een psalm, een gedicht na zijn verschrikkelijke zonde van overspel met Bathseba en de moord op Uria. Hij heeft de moord wel door een ander uit laten voeren, maar ze kwam uit Davids hart.

Vreselijk, wat een zonde. Daar kan toch niemand van gered worden? Ja, toch wel!

Nathan heeft hem de gelijkenis van de rijke man en het ooilam van de arme man verteld. Dat is uitgelopen op de scherpe woorden, waarbij hij zijn vinger priemend naar David wees en zei: Gij zijt die man (2 Sam.12:7).

Ja, dat zei een vriend. Dat is nu een echte vriend. Wij zeggen het wel eens spreekwoordelijk: ‘Het is een vriend die u uw feilen toont.’ In Gods Woord blijkt dat zeker bij David waarheid te zijn. Nathan, zijn echte vriend, had zijn leven ervoor over om hem op zijn zonden te wijzen. Er zijn wel andere koningen geweest, die in zo’n geval zeiden: ‘Grijp die profeet. Werp hem in de gevangenis.’ Dat heeft David niet gedaan. Hij heeft ervaren, hoe God een profeet gebruikte om hem in de schuld te brengen.

 

Gemeente, het is toch zo’n groot wonder, als een mens buigt onder een woord dat hem in de schuld brengt. Dat hij dan niet in verzet komt, gaat vechten of er boos om wordt. Maar er onder buigt, omdat het waarheid is. Toen heeft David die eenenvijftigste psalm gedicht en ook trouwens de tweeëndertigste psalm. Beide na deze vreselijke zonden.

In deze gedichten beluisteren wij een hartelijke schuldbelijdenis. Voor veel mensen is dit een geheim. Ik heb wel mensen schuld horen belijden. Zij zeiden: ‘Ik heb toch sorry gezegd? Dan moet jij er niet meer over praten.’ Met andere woorden: ‘Ik heb vergeving verdiend, omdat ik sorry heb gezegd.’ Maar schuldbelijdenis is niet vergeving verdienen, omdat je sorry zegt. Schuldbelijdenis is erkennen dat je straf verdiend hebt, omdat je gezondigd hebt. Dat is wat anders.

 

Ik heb gedaan, dat kwaad was in Uw oog. Dies ben ik Heer’ Uw vergeving dubbel waardig? Niets ervan. ‘Ik heb gedaan dat kwaad was in Uw oog; dies ben ik Heer’ Uw gramschap dubbel waardig’ (Ps. 51: 2 ber.).

Straf verdiend. Die klanken vinden wij bij David, in Psalm 51 en in Psalm 32: Zijt mij genadig o God, naar Uw goedertierenheid; delg mijn overtreding uit, naar de grootheid Uwer barmhartigheden. Was mij wel van mijn ongerechtigheid, en reinig mij van mijn zonden. Want ik ken mijn overtredingen, en mijn zonde is steeds voor mij.

David hoort niet bij de huichelaars, die hun vlekken schijnheilig bedekken. Nee, hij belijdt eerlijk zijn zonden en schuld. Vanuit een diep schuldbesef bidt hij om vergeving: ‘Tegen U, U alleen heb ik gezondigd en gedaan dat kwaad was in Uw ogen. Omdat U in mijn veroordeling rechtvaardig bent in Uw spreken en rein in Uw richten. Ook in mijn straf bent U rechtvaardig.’

Dat is een eerlijke schuldbelijdenis. Hij komt dan door het licht dat de Heere hem geeft, in zijn ontdekking tot de wortel. Vers 7 zegt: Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren en in zonden heeft mij mijn moeder ontvangen. Zo heeft de Heere het hem geleerd.

Dan, midden in deze psalm, zien wij een wending. Dan horen wij hoe hij, door Gods genade, zicht krijgt op vergeving en op herstel. Want in dit achtste vers staat de wending centraal: Zie, Gij hebt lust tot waarheid in het binnenste en in het verborgene – dat doet God – maakt Gij mij wijsheid bekend.

Herstel voor Gods aangezicht, zou je kunnen zeggen, want hij staat met God in rekening.

Het gaat erom dat wij voor Gods aangezicht schuld belijden en dan onderwijs vanuit de hemel krijgen aangaande vergeving en herstel. Verborgen godsdienst noemden wij het.

Waar wordt deze gevonden?

 

Gemeente, wij gaan dat achtste vers nader bezien. Wij treffen daarin, ik hoop niet dat het te moeilijk is, een uitbreidende parallellie aan. Dat is een stijlvorm waarin je in een gedicht twee keer hetzelfde zegt, maar met andere woorden. De tweede keer zeg je iets meer dan de eerste keer. Dat betekent uitbreidende parallellie. Kijk maar: Zie, Gij hebt lust tot waarheid in het binnenste, en in het verborgene, het verborgene, maakt Gij mij wijsheid bekend. Die waarheid en wijsheid horen als het ware bij elkaar. God geeft waarheid en God geeft wijsheid.

Waar geeft Hij die? In het binnenste, in het verborgene. Zo gaan wij het ook overdenken.

Eerst zien wij dus, waar God het geeft. Dan kijken wij eerst naar het binnenste en het verborgene. En vervolgens zien wij wat God geeft: waarheid en wijsheid.

 

Het gaat in onze tekst over het binnenste en over het verborgene. Er zijn over de godsdienst eigenlijk veel verwarde en verkeerde gedachten. Heel vaak wordt gedacht dat godsdienst een zaak is van de buitenkant. Iets oppervlakkigs. Veel mensen komen dan niet verder dan erover te denken wat wij voor God doen. Wij dienen God met onze godsdienst. Dit is dan wat iedereen kan zien en beoordelen. Dat is het dus niet.

 

Gemeente, hier blijkt dat er veel meer is. Weet je wat je met die uitwendige godsdienst hebt? Wel, dat heel veel mensen denken God te kunnen dienen op hun eigen manier. Jij doet het zus en ik doe het zo.

In een ziekenhuis had ik eens het volgende gesprek: ‘U bent dominee? U gaat dan zeker naar de kerk? Ja, dat zult u wel moeten, anders krijgt u uw traktement niet. Maar, ik doe ook aan godsdienst hoor. Ik ga niet naar de kerk. Dat vind ik niet nodig.’

Ik antwoordde: ‘O, ik weet al hoe het met u is. U dient God zeker op uw eigen manier.’

‘Ja’, zei hij, ‘ik doe het op mijn eigen manier.’

Ik zei toen: ‘Maar dat is nu het probleem. Dat doen heel veel mensen. Daarom heb je zoveel verschillende godsdiensten.’

‘Ja, dat is waar. Verschrikkelijk, al die verschillende godsdiensten.’

Mijn reactie was: ‘Nou, het probleem zit precies, waar wij het nu over hebben. Iedereen wil God dienen op zijn eigen manier, maar er is één heel groot probleem.’

‘En dat is?’, vroeg hij.

‘Dat God daar niet van gediend is. Wij moeten God leren dienen, zoals Hij het wil. Als mensen dat eens echt beseften, dan was er eenheid van de ware godsdienst. Niet op onze uitwendige manier, met al die franjes.’

 

Zo is er wat uitwendige en oppervlakkige godsdienst. Daarvan is heel wat zichtbaar op deze wereld. Sommige mensen kunnen zich prachtig opsmukken. Zij denken heel wat te doen, te kunnen en te zijn voor God.

Ja, maar in onze tekst gaat het dus niet over wat wij voor God doen, maar wat God in de zondaar doet. De echte godsdienst begint in het hart.

Gemeente, ik wil niet zeggen dat het niet van groot belang is wat de mens doet in de praktijk van zijn leven. Dat het niets te maken heeft met onze godsdienst. Dat zou een verkeerde conclusie zijn. Natuurlijk moeten wij God dienen en moet ware godsdienst openbaar komen in de vruchten. Dat houden wij staande. Maar wij moeten toch dieper afdalen. De ware godsdienst begint in het hart. Die verborgen godsdienst kunnen wij niet missen.

Weet u waar het eigenlijk om gaat? Om de drijfveren van ons leven. Wat beweegt ons? Wat zijn de diepe verlangens die in ons hart huizen? Wat is de kracht van de liefde die ons stuwt? Er zijn verborgen krachten die richting geven aan het leven van de mens. Eigenlijk is dat bij ons allemaal zo. Diep in ons hart zitten verlangens en begeerten. De Bijbel spreekt wel van je nieren die verlangen.

 

Sommige mensen geven zich daar helemaal geen rekenschap van. Bent u soms materialist? Zit u altijd te kijken naar uw bankrekening? Leeft u voor uw geld? Hoe meer hoe beter? Is dat de drijfveer van uw doen en laten?

Of wilt u geëerd worden door mensen? Eer en roem vergaan! Geeft u zich er wel rekenschap van wat uw verborgen drijfveren zijn? Een ander zegt: ‘Hoe meer vakantie hoe beter.’ Of: ‘Als ik maar feesten kan en de bloemetjes buiten zetten.’

Zijn dat uw diepste verlangens? Misschien zegt u: nee. Maar wat is het dan wel? Wat zijn nu eigenlijk onze diepste verlangens en drijfveren? Ze liggen verborgen. Wat willen we eigenlijk? Wat heerst er in onze harten? Eigenliefde? Dat is onze natuur: liefhebben van ons ‘ik’.

Maar heel veel mensen willen dat niet weten. Iemand zei eens tegen mij: ‘Dominee, u wroet wel veel in het binnenste van mensen. Dat moet u niet doen. U kunt beter over de Heere Jezus spreken en over genade. Ik zei: ‘Weet u wie het veel beter kan dan ik? De Heere Jezus. Weet u wat Hij doet? Hij legt het mensenhart bloot. U moet Markus 7 maar eens lezen.’

Ik heb het toen met hem opengeslagen. Kijk eens wat de Heere Jezus daar zegt: Want van binnen uit het hart der mensen komen voort… (Mark.7:21). En Hij somt dan allerlei zonden op. Hij geeft dus aan dat het diep van binnen zit. Dat niet te willen horen en aan alles voorbij te leven, kijk, dan heb je in ieder geval geen nieuw hart en ook geen nieuw leven.

 

Maar wat is er nu nodig, om hier wat licht over te geven? Waarom moest Paulus zeggen: Wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds (Rom. 12:2)? Wie geeft er licht over dat het in ons hart niet deugt?

Dat kan de Heere doen door Zijn Woord en Geest. Dan geeft Hij licht over wat er in het verborgene, in het binnenste van de mens, leeft. Het kan mensen best aardig lukken om dat te verbergen.

Weet je wat Johannes de Doper zegt? Ik denk dat zelfs de kinderen weten wat ik nu ga zeggen. Jongens en meisjes, wel even luisteren. Wat zegt Johannes de Doper van de Farizeeërs, die bij hem komen? Hij heeft een naam voor hen: ‘adderengebroed’. Wat is eigenlijk adderengebroed? Dat zijn de eitjes van een slang, een adder.

Waarom noemt hij hen zo? Wel, als een kind op de heide loopt en de eieren van een adder vindt, dan hangt het deze als een kralensnoer om de nek. Zo mooi is dat adderengebroed. Maar weet je dan niet dat er in ieder kraaltje een giftig slangetje zit? Een klein giftig addertje. Als die je toch zou bijten!

Maar wat bedoelt Johannes de Doper nu met adderengebroed? Wel, dat je van buiten mooi lijkt, maar van binnen vergiftigd bent. De Heere Jezus heeft ook nog een andere uitdrukking. Hij zegt: wit gepleisterde graven (Matth. 23:27). Wat bedoelt de Heere Jezus dan te zeggen? Witgepleisterd is rein en wit van buiten, maar van binnen vol dorre doodsbeenderen. Vreselijk. Achter die buitenkant heerst de dood en het verderf. Dat is beeldspraak om het de mensen te verduidelijken. Het kan wel mooi zijn aan de buitenkant, maar wat zit er van binnen in je? Hebben we het ooit geleerd? Een Farizeeër te zijn, een Schriftgeleerde?

 

Heel veel mensen willen niet weten, wat er schuil gaat achter die schone schijn. Ze doen net als Adam en Eva in het Paradijs deden: hun naaktheid bedekken met vijgenbladeren om niet openbaar te komen. De Heere Jezus heeft daar iedere keer tegen gewaarschuwd. Dan zegt hij bijvoorbeeld: Gij Farizeeën, gij reinigt het buitenste des drinkbekers en des schotels; maar het binnenste van u is vol van roof en boosheid. Gij onverstandigen! Die het buitenste heeft gemaakt, heeft Hij ook niet het binnenste gemaakt ? (Luk.11:39,40)

De Heere Jezus was er voortdurend op uit om huichelaars te ontmaskeren. Daarom zijn zij zo boos geworden en wilden ze Zijn dood. Zij wilden het niet horen. Wat een zegen als je er wel onder buigt, zoals David. Als je eerlijk gaat belijden en zeggen: ‘Ja Heere, in mijn hart woont alle verderf en zitten alle zonden.’ Dan kunnen kinderen van God niet meer boven anderen staan. Zij worden vernederd. Wij zeggen weleens dat zij de zonden gaan inleven die een ander uitleeft. Maar je leeft ze wel in, en dan ben je geen haar beter. Dat moeten we leren, gemeente.

 

Ook David heeft het geleerd. Ik zei zojuist dat Psalm 32:3 dezelfde taal spreekt: Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd in mijn brullen den ganse dag. O, hij verborg het. Het mocht niet openbaar worden. David vervolgt dan: Uw hand, was dag en nacht zwaar op mij. Mijn sap werd veranderd in zomerdroogten (Ps. 32:4). Maar dan komt het: Mijn zonden maakte ik U bekend. En mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zei, ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor de Heere. Hierna staat er geen punt, maar volgt er: En Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde (Ps. 32:5,6).

Eerlijk gemaakt en het gaan belijden, dat is het wonder van genade dat bij David zo schittert. Nee, geen goed van hem; hij heeft slechts vuilheid. Het is Gods ontdekkende werk. Zo kun je David dan horen bidden: Gedenk niet de zonden mijner jonkheid. Noch mijner overtredingen. Gedenk mij naar Uw goedertierenheid en naar Uw waarheid wil, o Heere.

 

David ontdekt en vernederd. Ik weet heel zeker dat dit Gods ware volk verbindt. Omdat zij zichzelf – niet een ander – zo hebben leren kennen. Heb je dan niets goeds van jezelf te vertellen?

Nee, je hoeft je eer niet op te houden. Dat kun je helemaal niet. Je bent een ellendige en dwaze zondaar. Maar één ding: je hoort niet meer bij de huichelaars, die hun vlekken schijnheilig bedekken. Je bent eerlijk gemaakt voor God.

Maar, huichelaar die doorgaat. Ik zal zelf niet vertellen hoe het bij je is, maar ik laat dat over aan de Naämathiet Zofar, een vriend van Job.  Want hij is geïnspireerd door de Heilige Geest als hij het volgende zegt: Zijn beenderen zullen vol van zijn verborgene zonden zijn; van welke elkeen met hem op het stof nederliggen zal. Indien het kwaad in zijn mond zoet is, hij dat verbergt, onder zijn tong, Hij dat spaart, en hetzelve niet verlaat, maar dat in het midden van zijn gehemelte inhoudt; Zijn spijze zal in zijn ingewand veranderd worden; gal der adderen zal zij in het binnenste van hem zijn (Job 20:11-14).

Gemeente, zo wordt in de Bijbel de huichelaar getekend. Hij gaat maar door met zijn addergif. Hij is nergens zo onbekend mee als met zijn eigen hart. Dit is wat wij moeten meenemen. Waar zijn wij bekend? Hier in ons binnenste, of juist niet?

 

Je hebt mensen – ik zeg dat niet minachtend, dat past mij niet, maar wel met verdriet – die overal bekend zijn. Zij hebben veel gereisd en kunnen u vertellen hoe het er in Canada uit ziet. Zij zijn in Argentinië geweest, trouwens ook op de Filippijnen en in China. Ze reizen heel de wereld af en kunnen er veel over vertellen. Het lijkt wel alsof ze overal bekend zijn. Behalve in eigen hart, daar zijn ze een grote onbekende. Nooit een blik in eigen hart geslagen. Erg is dat.

Ik zeg geen kwaad woord van die andere kennis. Maar het is zo erg als je onbekend bent in eigen hart, in je binnenste. Want als God in ons leven werkt, dan wordt dit blootgelegd. Gij hebt lust tot waarheid in het binnenste (Ps.51:8). Ik weet best, dat de Heere de Zijnen niet alles op één dag leert. Nee, Hij gaat er mee door. Kinderen des Heeren, dan worden wij echt niet groter.  

 

Vroeger ging ik als jonge ouderling van 27 jaar met een oude man van 80 jaar op huisbezoek. Vergeten doe ik het niet. De oude ouderling zei wel eens tegen de mensen: ‘Nou, je zult nog wel eens honden horen bassen, waarvan je dacht dat ze allang dood waren.’ Kijk, dat had die man dus geleerd. Dan blijken zonden soms dus nog springlevend te zijn. Bent u al 80 geworden? Zijn die zonden dan nog niet uitgeroeid? Nee, dat leren wij in het voortgaande onderwijs in het binnenste, wat God een mens leert.

Wij zeggen wel – ik weet niet of u het begrijpt – dat God een mens soms apart neemt. Ik zeg weleens tegen iemand die in het ziekenhuis opgenomen wordt en die een poosje moet liggen: ‘God neemt je zeker een poosje apart. Ik hoop, dat je maar onderwijs krijgt van Hem. Ook voor je ziel en zaligheid.’

Maar één ding is zeker. Als God je bekeert, neemt Hij je apart. Hij gaat je dan onderwijs geven, over wat er in je hart huist. Daar komt een ander niet tussen. Dat is iets tussen God en je ziel, maar Hij legt het wel bloot. Wij zongen het zojuist: ‘Gods verborgen omgang vinden, zielen waar zijn vrees in woont.’

 

Een verborgen leven. Gemeente, wij mogen het ons wel afvragen: Hoe staat het met onze verborgen godsdienst? Overdenk het eens. Of wilt u een huichelaar blijven? Heeft u ‘s morgens geen tijd om u even af te zonderen? Geen tijd voor uw ochtendgebed om voor God uw hart bloot te leggen? En ’s middags? Nee, op uw werk natuurlijk ook niet. En ’s avonds bent u moe. Druk geweest. Je moet dan snel naar bed.

Hebt u geen tijd? Liggen er allerlei beletselen? De duivel wil u tegenhouden opdat u uw zonden maar niet belijdt. Zie maar op David in Psalm 32: Gods hand was dag en nacht zwaar op hem. Zijn sap werd veranderd in zomerdroogten. Maar hij zweeg. Totdat Nathan kwam: Gij zijt die man. Toen was het gedaan.

Laat er toch geen beletselen zijn. Vraag God om eerlijk makende genade en getuigenis van oprechtheid. Die krijg je bij God vandaan. Dat kunnen mensen niet zomaar zeggen, maar God wel. Dezelve Geest getuigt met onzen geest (Rom.8:16), zegt Paulus dan. En uw gebed is dan wat wij zongen: ‘Laat de oprechtheid meer en meer, met de vroomheid mij behoên.’

 

In het verborgene onderwijs van de Heere te krijgen, hemels onderwijs, aangaande de dingen der Godzaligheid, dat gaat niet alleen over schuldbelijdenis, maar ook over de openbaring van het heil. Dat het voor mij nog kan, moet van binnen geopenbaard worden, in het hart.

Waardoor? Door de Heiland: de Heere Jezus Christus. Als Hij geopenbaard wordt aan de ziel, als de Borg van het eeuwige genadeverbond (de eeuwige raad Gods tot zaligheid), klinkt het: ‘Gods verborgen omgang vinden, zielen waar Zijn vrees in woont. Het heilgeheim wordt aan Zijn vrienden, naar Zijn vreêverbond getoond.’ Wat een wonder, als je zo in de eenzaamheid onderwijs krijgt. Het kan ook in de kerk zijn; maar toch is het tussen God en je ziel.

Kent u iets van dat verborgen onderwijs? Een ander ziet niet wat er dan in je omgaat. Wat God je leert belijden en ook hoe Hij je persoonlijke vergeving openbaart. Dan kan het nog voor je. Of weet u ervan dat de Heere nadere openbaringen geeft van Zijn gewilligheid om zo’n  ellendige te zaligen? Of doet Hij u zelfs proeven van de toepassing? De noodzakelijkheid deel te hebben aan Hem? Maar als Hij het dan Zelf toepast aan het hart, als bloed aan de posten, dan kan dat niet verborgen blijven.

 

Tot zover iets van onze eerste gedachte. Maar laten wij eerst maar zingen uit Psalm 51 het 3e vers; over die verborgen godsdienst van David.

 

’t Is niet alleen dit kwaad dat roept om straf;

Neen, ‘k ben in ongerechtigheid geboren;

Mijn zonde maakt mij ’t voorwerp van Uw toren,

Reeds van het uur van mijn ontvang’nis af.

Zie, Gij hebt lust tot waarheid in ’t gemoed;

Gij Heer’, Die weet al wat ik heb misdreven;

Gij Die mijn geest met wijsheid hadt gevoed,

En in mijn ziel Uw Godd’lijk licht gegeven.

 

Gemeente, wij gaan naar onze tweede gedachte:

 

2. Wat er geleerd wordt

 

Wat wordt er geleerd? De twee zaken, die David hier vooral noemt, zijn waarheid en wijsheid.

God heeft lust tot waarheid. Dat is een groot probleem. Een heel groot probleem voor een ziel die ontdekt wordt; waarin de Heere gaat werken. Ja, God heeft lust tot waarheid. Maar ik ben de vader der leugens toegevallen.

Ontdekte zondaren hebben altijd deze klacht. Daarop moet u eens goed letten. Zij hebben veel last van een bedrieglijk hart. De Bijbel noemt het ook wel een arglistig hart. U weet toch hoe Jeremia dat zegt? Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen? (Jer.17:9).

Ontdekte zondaren krijgen daarmee te stellen: Ik moet eerlijk zijn voor God. Maar ik heb zo’n bedrieglijk hart. Ik kan er niet op vertrouwen. Ik kan er niet op steunen.

 

Gemeente, dat moet u nu juist leren! Want die waarheid waarover het hier gaat, komt van buiten, maar ook van boven. Dat is niet iets wat je van nature hebt en waarover je kunt beschikken. Juist niet!

Ik zal het u met een woord van Paulus zeggen. U kent die tekst wel, denk ik. Paulus zegt: Doch God zij waarachtig, maar alle mens leugenachtig (Rom.3:4). Hij sluit zichzelf erbij in. Dat hart van mij! Ja, wie op zijn hart vertrouwt, is een zot, zegt de wijze Salomo. En hij heeft gelijk. Op je hart vertrouwen, je eigen hart, daarmee tobt een ontdekte zondaar.

Een huichelaar tobt daarmee niet. Die wil er niet eens in kijken en erover denken. Zo iemand wil geen zonde zien in zijn hart. ‘Zit niet zo te wroeten in mijn binnenste’, zegt hij. Hij wil doorgaan met zijn heimelijke zonden.

Maar een ontdekte zondaar tobt. Die leert een arglistig hart kennen, geneigd om te huichelen. Weet je hoe je zo iemand in de eenzaamheid naar de Heere vlucht? Met zijn arglistige hart, roepend: ‘Heere, Heere, ik weet er geen raad mee. Mijn hart is zo arglistig en bedrieglijk. U ziet het toch?.’ Zo iemand gaat zelfs bidden: ‘Heere, ik ben geneigd om te huichelen, te liegen en te bedriegen. Maak u me eerlijk.’ ‘Laat de oprechtheid meer en meer, met de vroomheid mij behoên.’ Die gaat bidden om waarheid. En waar vindt hij die?

Zelf raakt hij alles kwijt. Geen waarheid bij mij. Geen wijsheid bij mij. Waar gaat hij die vinden? Hij gaat naar de Heere toe. En hij vindt die, ik zei het al, buiten zichzelf. Er is er Eén, de Heere Jezus, Die kan zeggen: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven (Joh.14:6). Daar is waarheid, bij God, de God der waarheid. Bij Christus, Hij is waarachtig.

 

Zo werkt de Heere, als Hij een zondaar bekeert. Laat ik een paar verzen noemen die iedereen die bekeerd wordt lief krijgt, uit Psalm 139 en Psalm 26:

 

Doorgrond m’ en ken mijn hart o Heer’.

Is ’t geen ik denk niet tot Uw eer?

Beproef m’ en zie of mijn gemoed

Iets kwaads, iets onbehoorlijks voedt;

En doe me toch met vaste schreden

Den weg der zaligheid betreden.

 

Beproef vrij, van omhoog,

Mijn hart, dat voor Uw oog,

Alwetende, steeds open lag.

Doorzoek mij; toets mijn gangen,

Doorgrond al mijn verlangen,

En stel mijn oogmerk in den dag.

 

Zij krijgen de waarheid, de oprechtheid en de wijsheid lief en gaan die dingen zoeken. Maar Wie is de Waarheid?’ Christus! En Wie is de Wijsheid? Christus! Christus is de opperste Wijsheid, de van God gegeven Wijsheid. Zie eens hoe het hier in deze tekst staat. God heeft lust tot waarheid in het binnenste en in het verborgene maakt Gij mij wijsheid bekend. Zo’n arme dwaas wordt dan toch bij Christus terecht gebracht en mag leren dat bij Hem waarheid en wijsheid is. Het wordt hem bekend gemaakt, zeg maar gerust: het wordt hem geopenbaard.

 

Wijsheid van Boven. Dan gaat de Heere terecht brengen. Dat wil zeggen: het vindt plaats tussen de Heere en mijn hart. Hij gaat die wijsheid en die waarheid van boven in mijn hart brengen. Hoe gaat dat toe in de wedergeboorte? We lezen het bij Jeremia: Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de Heere: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven (Jer.31:33).

Door de zondeval is dat er niet meer, maar het komt er weer. God gaat in je hart een wet schrijven. Het hart is de plek van de liefde. Ik hoor David zeggen: Hoe lief heb ik Uw wet Zij is mijn betrachting de ganse dag (Ps. 119:97). Kijk, zo gebeurt het. Dat doet God in de wedergeboorte. Dat doet God bij Zijn kinderen. Zijn Wet in hun binnenste geven. Hij doet dat door Zijn Geest.

Bij Ezechiël heet dit: een nieuw hart. En Ik zal hun enerlei hart geven, en zal een nieuwe geest in het binnenste van u geven (Ezech.11:19a). In mijn binnenste. Dáár maakt God het bekend. En Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen (Ezech.11:19m). En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen en Mijn rechten zult bewaren en doen (Ezech.36:27).

Zie daar, hoe God het bij de mens brengt en in Zijn hart graveert, met liefde; het vernieuwde hart krijgt Hem hartelijk lief. Wat is dat een onbegrijpelijk wonder. Het was zo anders. De mens had zichzelf lief en zijn eigen wil. Hij deed zijn eigen zin en dat was zijn drijfveer. Dan wordt alles anders. Dan wordt de vraag: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? (Hand.9:6). Niet mijn wil geschiede, maar Uw wil geschiede. Ja, dat is een hemelsbreed verschil. Zie daarin het wonder van de wedergeboorte.

 

Gemeente, het vernieuwde hart krijgt een hartelijk verlangen naar gerechtigheid. Wat houdt dat in? Het is een begeerte om Gods wil te doen. De Heere Jezus noemt het een hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Het vernieuwde hart verlangt en zoekt er naar. Dat krijgt gestalte in het leven.

Als het gaat om de verborgen godsdienst, heb ik zo-even al gezegd dat het zichtbaar wordt in het leven. Ik durf ook wel te zeggen dat dit bij al Gods kinderen zo is!

Sommigen benadrukken zo graag allerlei verschillen. Die kunnen er zijn in Gods werk. Maar laten we nu maar eens benadrukken wat eender is. Wat is dan hetzelfde? De bede: Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? Vragen naar de wil van de Heere. Die is veel duidelijker dan veel mensen willen weten. Veel duidelijker. Want Hij heeft de tien geboden gegeven en die openbaren Zijn wil. Dan krijg je die lief. Dan krijg je ook Zijn eer lief.

 

Toen ik vroeger docent was, zeiden leerlingen wel eens tegen me: ‘Over voetballen gaat het helemaal niet in de Bijbel, meneer. Het staat nergens dat wij niet naar het voetbalveld mogen.’ Dan zei ik: ‘Weten jullie wat er wel in de Bijbel staat? Al wat uit het geloof niet is, dat is zonde (1 Kor.6:18). Denk daarover maar eens na. Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods (1 Kor.10:31). Vraag je maar af of iets tot Gods eer is en niet tot eer van mensen.

Er staat veel meer in de Bijbel dan je denkt. Gods Woord is niet zo onduidelijk voor iemand, die de gerechtigheid lief krijgt, echt lief krijgt, en haar gaat zoeken.

De Heere gaat dat de zondaar wel tonen en het hem openbaren. Maar dat ligt verankerd in de opperste Wijsheid, de Heere Jezus Christus. Wie het buiten Hem zoekt, gaat twijfelen aan alles. Zulke mensen kom je wel tegen: zij twijfelen aan het Woord Gods, aan Zijn beloften en gewilligheid. Twijfelen aan allerlei zaken, omdat men zijn houvast zoekt in zichzelf of in een ander, maar niet bij Hem, die de Waarheid en opperste Wijsheid heet.

Hij zegt: Wie mij zoekt, zal Mij vinden. Want die Mij vindt, vindt het leven, en trekt een welgevallen van den Heere (Spr.8:35). De apostel Paulus schrijft in de brief aan de Korintiërs: de Kracht Gods en de wijsheid Gods (1 Kor. 1:24). Zo wordt Christus steeds genoemd.

 

Kind des Heeren, waarin kunt u nu nog roemen? Niet in uzelf. Als u in uw hart allemaal zonden, onreinheid en schuld gevonden hebt, die vergeving behoeven, dan hebt u in alles Christus nodig voor de toepassing van Zijn verdienste.

Waarin kun je dan toch roemen, als de Heere je leidt tot Hem, van Wie je alles krijgt? Dat lees je bij Jeremia: Zo zegt de Heere: Een wijze beroeme zich niet in zijn wijsheid (Jer.9:23). Die eigenwijsheid ben je kwijt. Een wijze beroeme zich niet in zijn wijsheid, en de sterke beroeme zich niet in zijn sterkheid (Jer.9:23). Die ben je ook kwijt. Een rijke beroeme zich niet in zijn rijkdom; maar die zich beroemt, beroeme zich hierin, dat hij verstaat, en Mij kent, dat Ik de Heere ben (Jer.9:23,24).

 

De Heere doet weldadigheid en gerechtigheid op de aarde. Want in die dingen heb Ik lust, spreekt de Heere. Niets te roemen in ons. Kinderen des Heeren, God leert het ons af. Meer dan arme zondaren zijn wij niet en zullen wij ook niet worden. Als Christus zo groot voor je wordt, dat Hij de Waarheid en Wijsheid Gods is, ga je met Paulus spreken: ‘Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing’ (1 Kor. 1:30). Paulus zegt ergens anders weer: In Denwelken al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn (Kol.2:3). En in de openbaring daarvan is het leven. Gods Geest neemt het uit het Zijne om het te verkondigen, dat is: deelachtig te maken!

 

Het gaat over verborgen godsdienst. Of vindt u openbare godsdienst belangrijker? Het moet wel openbaar komen. Openbare godsdienst zonder verborgen godsdienst is huichelarij. Die doet geen nut. Die leeft uit eigen liefde en zoekt eigen eer. Daarom moeten wij leren, wat hier in de tekst staat: Waarheid. En in mijn hart moet oprechtheid zijn. Zodat ik eerlijk leer zeggen wie ik ben. Geen goed van mezelf spreek, maar wel van God en Christus. Zodat ik een arme dwaas word en ik de wijsheid van God en Christus krijg en vind.

Het is erg, als wij een vijand zijn van deze werkingen van Gods Geest en dit hemels onderwijs. Wij hebben onmisbaar nodig, wat David heeft gekregen.

 

Er zijn ook mensen die godsdienstig willen worden voor de mensen en dus voor hun eigen eer. Zij zoeken het hier en daar om van de mensen gezien te worden. Iedereen kan horen en zien hoe vroom en godsdienstig zij zijn. Bent u het soms ook en waarom? Waar zoekt u het?

 

Er is ook een tijdgeloof. Dat is net als een strovuur. Branden doet het goed, maar na enkele ogenblikken is het een hoopje as. De Heere Jezus spreekt ook van tijdgeloof. Het  zit niet diep. Het wortelt niet diep.

Wat is tijdgeloof ook al weer? Ik vraag het nog eens aan de kinderen. Weten jullie het? De Heere Jezus heeft verteld over een zaaier, die uitging om te zaaien. Er valt dan zaad op de weg. Dat wordt allemaal weggepikt door de vogels. Er valt ook zaad tussen de doornen, dat komt niet op. Maar er valt ook zaad in een klein laagje aarde. Dit zaad wordt snel vochtig en warm en schiet omhoog. ‘Dit belooft een goede oogst’, dacht de boer misschien. Helaas was het niet waar. De zon ging branden en het zaad kreeg geen vocht. Het had geen wortels in de diepte. Even later verdorde het en was het weg.

Om het met de woorden van onze overdenking te zeggen: het zaad had geen verborgen godsdienst. Alles zat aan de buitenkant. Voor het oog van de mensen lijkt het mooi, maar als je nooit op de knieën ligt in de eenzaamheid, doe je niet als Hanna. Zij schudde haar ziel uit voor het aangezicht van de Heere. In de eenzaamheid je zonden belijden, net als David in de schuld komen en oprecht vergeving zoeken. Al die verborgen zaken die zich tussen God en de ziel afspelen, horen bij de ware godsdienst.

 

Gemeente, als u alleen een uitwendige godsdienst zoekt, wees dan eens bang voor een tijdgeloof. Dat is een oppervlakkig geloof waar de Heere niet van af weet. Je zoekt Hem niet eens. Je mist wat wij net zongen: ‘Gods verborgen omgang vinden zielen waar zijn vrees in woont.’ Doe het toch niet met zo’n oppervlakkige, uitwendige godsdienst. Gebruik de middelen, maar zoek God in de eenzaamheid.  Waar niemand je ziet dan de Heere alleen.

Heb je nog een bidvertrek? Een plaats waar je God zoekt en op Zijn spreken wacht? Men spreekt wel eens over mensen die met een boekje in een hoekje zitten. Ik denk dat het nog zo slecht niet is om je eens af te zonderen en de Heere oprecht te zoeken. Want het gaat erom, hoe het is tussen God en je ziel. Daarmee kan niemand je helpen dan de Heere alleen.

Waarheid in het binnenste. Voor de zielen die daar zo naar verlangen en graag met David eerlijk gemaakt worden, heeft de Heere deze belofte: Ik zal geven, dat hun werk in der waarheid zal zijn (Jes.61:8). Zie, Hij zal het geven, Hij, Die je eerlijk maakt en leert Hem te zoeken.

 

Kinderen des Heeren, hoe staat het met uw verborgen godsdienst? Dat is een graadmeter voor uw geestelijke welstand. Als u het bidvertrek leeg laat staan, is dat niet zo best. Kunt u het dan zonder Gods spreken tot uw ziel? Zonder de leiding van Gods Geest in uw hart?

Ware godsdienst kan dit uiteindelijk niet missen. Belijd het zoals David. Als u het begin belijdt: Zie Gij hebt lust tot waarheid in het binnenste, dan mag u het ook beleven: In het verborgene maakt Gij mij wijsheid bekend.

 

Amen.

 

Slotzang. Psalm 139 vers 14:

 

Doorgrond m’, en ken mijn hart, o Heer’!

Is ’t geen ik denk niet tot Uw eer?

Beproef m’, en zie of mijn gemoed

Iets kwaads, iets onbehoorlijks voedt;

En doe mij toch met vaste schreden

Den weg ter zaligheid betreden.