Ds. B. van der Heiden - Filippenzen 4 : 5b

De Heere is nabij

wat betreft Zijn alomtegenwoordigheid
wat betreft Zijn genade
wat betreft Zijn wederkomst

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 36: 3
Lezen : Filippenzen 4
Zingen : Psalm 119: 76
Zingen : Psalm 72: 6, 7, 10
Zingen : Psalm 66: 5
Zingen : Psalm 84: 3

Gemeente, éénmaal vroeg Farao aan Mozes: Wie is de HEERE Wiens stem ik gehoorzamen zou (Exodus 5:2)? In hoogmoed en trotsheid van het hart zei de Farao: ‘Ik heb met de God van Israël niets te maken, ik leef mijn eigen leven en wens dit ook te houden.’ Deze uitspraak van Farao klinkt ook vandaag. Ook de wereldse mens zegt: ‘Wat hebben wij met God van doen? God is dood en wij leven ons eigen leven.’ Hoe is het met jou en met u? Welke plaats heeft God nog in ons leven? Hoe kwam het eigenlijk dat de farao zei: ‘Ik heb met God niets te maken?’

 

Dit kwam omdat hij Hem niet kende, want onbekend maakt onbemind. Maar de ontmoeting met God was dichter bij de farao dan hij dacht. Zijn dood in de Schelfzee, betekende voor hem de ontmoeting met de Rechter van hemel en aarde. De Heere beware ons hiervoor. Hij geve dat wij aan deze zijde van het graf Hem mogen leren kennen en liefhebben. Kom, over deze zaken gaat het in onze tekst die u vindt in het u voorgelezen Schriftgedeelte: Filippenzen 4, het laatste gedeelte van vers 5. Daar lezen we het Woord des Heeren:

 

 De Heere is nabij.

 

De Heere is nabij wat betreft:

1. Zijn alomtegenwoordigheid;

2. Zijn genade;

3. Zijn wederkomst.

 

1.      Zijn alomtegenwoordigheid

 

Onze tekst is genomen uit de brief die de apostel geschreven heeft aan zijn geliefde gemeente van Filippi. Het is een van de laatste brieven die hij vanuit de gevangenis in Rome naar deze gemeente geschreven heeft. Hij is altijd met tere liefdesbanden aan hen verbonden gebleven. U weet en onze jongens en meisjes weten het ook, hoe hij daar gekomen is. Het was eigenlijk helemaal niet de bedoeling om naar Filippi te gaan. Hij wilde veel liever in Klein-Azië, het tegenwoordige Turkije blijven. Maar elke keer lezen we dat de Geest het hem niet toeliet.

 

Dan komt Paulus bij de zee en krijgt het gezicht van de Macedonische man die tegen hem zegt: Kom over in Macedonië en help ons (Hand 16:9b). De apostel voelt direct dat dit niet zomaar een droom, een visioen, is, maar een boodschap van de hemel. Hij zal naar Griekenland overvaren om ook daar de banier van het Evangelie te planten. De Heere heeft de arbeid van de apostel daar overvloedig gezegend. In deze heidense stad, een Romeinse kolonie, heeft God Zijn genade rijk verheerlijkt en is een christelijke gemeente gesticht. Wat heeft hij daar veel zegen ontvangen; denk maar aan Lydia.

Maar waar de Heere Zijn kerk bouwt, daar is satan ook zeer actief. Dat blijkt ook wel, want Paulus en Silas komen in de gevangenis terecht. Maar ook deze weg gebruikt Hij voor de verbreiding van Zijn Naam. We kennen de geschiedenis. Na de aardbeving wordt de stokbewaarder gered uit de macht van de duisternis en gebracht tot Gods wonderbaar licht.

De apostel is altijd met liefde aan de gemeente verbonden gebleven en dat was ook wederzijds. Want wanneer men in de gemeente hoort dat de apostel gevangen is, sturen ze Epafroditus met gaven. Dit zal wel voedsel of kleding geweest zijn. Dat zal Paulus bemoedigd hebben. Er ligt in opgesloten: ‘Wij zijn u nog niet vergeten, ook al zit u daar in de gevangenis. Er is een gemeente die met u meeleeft.’ De apostel hoort tegelijk ook hoe het in de gemeente van Filippi toegaat.

 

Naar aanleiding van het gesprek met Epafroditus schrijft de apostel een brief. Epafroditus neemt deze mee terug naar de gemeente. Deze brief wordt wel de beminnelijkste brief van de apostel genoemd. Een brief waarin hij de gemeente bemoedigt en vertroost. Uit de inhoud blijkt met welke tere liefdesbanden hij nog aan de gemeente verbonden is.

Hij vermaant en bemoedigt hen en spoort de gemeente aan met vreze en blijdschap de Heere te dienen. Hij roept hen op tot een voorzichtige en christelijke levenswandel. Nee, over Paulus hoeven ze niet bezorgd te zijn, want met hem gaat het altijd goed. Paulus mag zich veilig weten in de handen van de verhoogde Christus. Want hetzij dat wij leven, wij leven den Heere; hetzij dat wij sterven, wij sterven den Heere. Hetzij dan dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren (Romeinen 14:8). Hij heeft de Zijnen beloofd dat de poorten der hel Zijn gemeente niet zullen overweldigen (Mattheüs 16:18b).

Al zal Paulus dan in Rome moeten sterven, Christus zal de overwinning behalen. Hij heeft op Golgotha de kop van satan vermorzeld en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht. Vooral in dit laatste hoofdstuk geeft hij veel liefdevolle aanwijzingen: Verblijdt u in den Heere te allen tijde; wederom zeg ik: Verblijdt u (Filippenzen 4:4).

 

Maar dat is toch wat, als dit geschreven wordt naar een gemeente die in druk en vervolging verkeert en hij zelf in de gevangenis zit. Is dat mogelijk? Verblijdt u in den Heere te allen tijde; wederom zeg ik: Verblijdt u. Hoe kan dat? Dat kan alleen omdat de genade triomfeert. U moet weten dat in het Grieks, de taal waarin het Nieuwe Testament geschreven is, tussen het woord blijdschap en genade maar één letter verschil is. Ze horen bij elkaar. Ware blijdschap is verbonden aan genade. Blijdschap vindt zijn grond, zijn oorzaak in de genade. Daarom schrijft hij: Verblijdt u in de Heere.

Wanneer op de genade Gods gezien mag worden en op de liefde Gods, is er iets van die wondere blijdschap. Dat heeft hij zelf in Filippi meegemaakt. Hij verkeerde daar met Silas in ellendige omstandigheden. Met een kapotgeslagen rug door de geselingen en met zijn voeten vastgeklemd in een zwaar houten blok, hebben ze samen gezongen. We lezen in de Handelingen dat ze samen Gode lofzangen zongen. En omtrent den middernacht baden Paulus en Silas, en zongen Gode lofzangen (Handelingen 16:25). Dat kun je toch niet begrijpen? Maar dit is nu de kracht van de genade. Het is niet iets oppervlakkigs, maar heel diep en onbevattelijk voor het verstand. Dit kan alleen ervaren, beleefd worden.

 

Dan schrijft hij verder: uw bescheidenheid zij alle mensen bekend (Filippenzen 4:5). Bescheidenheid heeft bij ons vooral de betekenis van een zekere verlegenheid, niet op de voorgrond willen staan, maar wat achteraan komen. Hier bedoelt de apostel iets anders. Dit woord wijst hier vooral op zachtmoedigheid, op mild zijn, op niet strijdlustig zijn. Sta maar niet te veel op je recht, maar zie veel op de Meester. Hij heeft de rechte bescheidenheid beoefend.

Als Hij in Nazareth niet langer welkom is, gaat Hij naar Kapernaüm. Wanneer Hij in Dekapolis de bezetene genezen heeft, bidden de inwoners Hem om hen te verlaten. En Hij gaat.

In het Samaritaanse land ervaart Hij, dat deuren voor Hem gesloten worden en blijven. Maar als Hij geen onderdak krijgt, bidt Hij geen vuur van de hemel, hoewel dit zo’n diepe belediging voor Hem is en de oosterse gastvrijheid op deze wijze met voeten getreden wordt. Zijn discipelen zeggen: Heere, wilt Gij dat wij zeggen, dat vuur van den hemel nederdale, en dezen verslinde gelijk ook Elia gedaan heeft? Dan zegt Hij: Gij weet niet van hoedanigen geest gij zijt (Lukas 9:54 - 55). En dan gaan zij naar een ander dorp. Bovenal, welk een bescheidenheid heeft Hij beoefend in Zijn laatste dagen voor Zijn sterven. Als Hij van het grootste onrecht wordt beschuldigd, zwijgt Hij. Hij liet Zich binden, geselen en kruisigen. Welk een hemels onderwijs voor de Zijnen: Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was. Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft, Gode even gelijk te zijn. Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden (Filippenzen 2:5-7).

 

Daarom, gemeente van Filippi, uw bescheidenheid zij allen bekend. Een liefdevolle vermaning voor hen en voor ons. Maar dan te midden van allerlei vermaningen en raadgevingen lezen we onze tekstwoorden: De Heere is nabij. Wij zouden bijna denken, dat deze woorden hier niet goed staan. Zoiets schrijf je aan het eind van de brief, aan het eind van een reeks vermaningen, waarschuwingen en lieflijke aansporingen. Maar nee, hoewel de apostel in vers 6 weer verder gaat met zijn betoog, schrijft hij eerst deze woorden neer. Waarom doet hij dat eigenlijk? Hij doet dit hier welbewust en met opzet.

Onze vaderen in de kanttekeningen zeggen: ‘Nabij, d.i. Hij is overal bij ons en hoort en ziet al onze woorden en onze daden.’ Ze schrijven ook dat het met onze toekomst te maken heeft. Als we sterven, zullen wij van al onze woorden en daden voor de Heere rekenschap moeten afleggen. Ik hoop er straks op terug te komen.

Nu overdenken we dat de Heere alomtegenwoordig is. Dat is onze eerste gedachte. En dat wil de apostel Paulus benadrukken, daar wil hij de klemtoon op leggen. De Heere is nabij, wat betreft Zijn alomtegenwoordigheid. Ik ben bang dat we dat nogal eens vergeten. Kinderen, jongelui en ook ouderen, houden we daar wel voldoende rekening mee? Zouden we dan niet een voorzichtiger woordgebruik hebben? Hij is erbij en hoort je woorden tegen je ouders, leerkrachten op school, ambtsdragers, oudere mensen, maar ook leeftijdgenoten. Hij is erbij en ziet ook onze daden. Ook de daden die het daglicht niet kunnen verdragen, die je zo schuldig stellen tegenover God en de naaste. Het besef van Zijn overaltegenwoordigheid zou wellicht ons openbare leven, maar ook ons verborgen leven stempelen. Wat zeggen we tegen en over elkaar? Hoe ga jij om met de ander? Met je klasgenoten? In je verkeringstijd? In je huwelijk? Hoe staat het met de liefde en trouw in uw huwelijksleven?

 

De Heere is nabij. Zijn alomtegenwoordigheid is een boodschap voor Filippi. Het is een boodschap voor ons allemaal. Hij hoort ons, Hij kent ons en ziet ons hier zitten. Hij weet wat wij nu doen. Hij weet waar we gisteren waren. Hij kent de overleggingen van ons hart. De dichter zingt: ‘Niets is o, Oppermajesteit bedekt voor Uw alwetendheid.’ Hij weet, wie wij zijn. Wat anderen niet of misschien niet mogen weten, dat weet Hij. Alles is bekend bij Hem. Dat is toch een ernstig, klemmend en misschien wel een heel ontdekkend Woord voor je.

 

De Heere is nabij. Hij is niet alleen de Alwetende, de Alziende, de Alhorende of de Alomtegenwoordige. Hij is ook de God Die eenmaal van ons leven rekenschap zal vragen. Het is geen wonder dat de apostel daarop ziende zegt: Laat uw woorden weinig zijn (Prediker 5:1). Weinig heeft hier de betekenis van overdacht. Want God is in de hemel en gij zijt op de aarde.

Gemeente, deze tekstwoorden staan op de juiste plaats. De apostel heeft ze neergeschreven in verband met het voorgaande en met wat hij nog verder schrijft. De gemeente is in nood, in verdrukking. Van buitenaf is er vervolging, maar ook binnen de gemeente is satan actief. Hoe moet de gemeente Gods hier tegenover staan? Moet het zwaard gehanteerd worden? Nee, Paulus wijst een andere weg. Wees bescheiden, wees maar zachtmoedig en mild, niet strijdlustig, zoek je eigen gelijk maar niet. Wees zachtmoedig, ook naar hen die je pijn doen. Want de Heere is nabij, Hij weet en ziet het ook. Hij is van alles getuige. Het oog des HEEREN gaat in bijzonder over die Hem vrezen en die op Zijn goedertierenheid hopen. Hij zal voor u zorgen, en daarom lezen we in het volgende vers: Weest in geen ding bezorgd, maar laat uw begeerten in alles door bidden en smeken, met dankzegging, bekend worden bij God (Filippenzen 4:6). Hij is toch de Alomtegenwoordige. Hij weet het toch? Hij ziet het toch? Niets is verborgen. Hij kent toch van verre onze gedachten? Hij kent ook de gedachten en overleggingen van anderen. Hij weet toch van alle zorgen af? Toch ook van uw zorgen? Uw persoonlijke zorgen, misschien uw huwelijkszorgen, misschien uw gezinszorgen. Luister dan naar Zijn woord: Gij ziet het immers, want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geve; (Psalmen 10:14) Op een andere plaats: Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken (Spreuken 3:6).

 

Is het misschien niet de grote haper in ons leven dat wij zo weinig rekening houden met het feit dat de Heere nabij is? De Heere is er ook bij, zo mag je het ook vertalen. Hij weet alle dingen en Hij zegt: Breng het toch bij Mij, want bij Mij is raad voor het tijdelijke en bovenal voor het geestelijke leven. Het heeft de Heilige Geest goed gedacht om deze brief op te nemen in de canon van de Heilige Schrift, opdat het een boodschap ook voor ons zou zijn. Hij is overal bij. Niet alleen krachtens Zijn alwetendheid, maar ook vanwege Zijn genade. Dan gaan wij naar onze tweede gedachte.

2.      Zijn genade

 

De woorden van Paulus zijn ook op verschillende plaatsen in het Oude Testament al te lezen. Bijvoorbeeld in Jesaja: Want alzo zegt de Hoge en Verhevene, Die in de eeuwigheid woont en Wiens Naam heilig is: Ik woon in de hoogte en in het heilige, en bij dien, die van een verbrijzelden en nederigen geest is, opdat Ik levend make den geest dere nederigen, en opdat ik levend make het hart der verbrijzelden (Jesaja 57:15). David zingt in Psalm 145: De HEERE is nabij allen, die Hem aanroepen, allen, die Hem aanroepen in der waarheid (Psalm 145:18). Hij is nabij, de ziel die tot Hem zucht en Hij troost het hart dat schreiend tot Hem vlucht.

Ook Psalm 34 zingt van de waarde van de nabijheid des Heeren: De HEERE is nabij de gebrokenen van hart en Hij behoudt de verslagenen van geest (Psalm 34:19). Het is een onbevattelijk wonder dat de Heere in Christus nabij wil en kan zijn. Hij getuigt: Hij is nabij. De vromen uit het Oude Testament hebben die nabijheid ervaren. De profeten hebben ervan geprofeteerd en de dichters hebben ervan gezongen. Het is ook in het Nieuwe Testament ervaren, zoals in Filippi. Het is een woord voor alle eeuwen: De Heere is nabij. Ook vandaag, gemeente, is Hij nabij in Zijn Woord, in de prediking.

 

Wat komt Hij nabij in de boodschap van zonde en genade, van wet en evangelie. Dat hebben wij toch samen niet verdiend? Als wij terugkijken naar de achterliggende week, durft u, ouderen, durf jij, jongere, dan te zeggen het verdiend te hebben dat Hij nu tot ons komt in het gewaad van Zijn Woord? Maak voor jezelf de balans van je leven eens op. Heb je dan verdiend dat je vanmorgen in de kerk zit? Als je denkt aan wat je gisteren, eergisteren, in deze week gezegd, gedaan en gedacht hebt. Denk eens wat je niet gedaan hebt en had moeten doen. Ach, het meeste van onze woorden, werken en gedachten zijn we alweer vergeten. Maar bedenk eens hoeveel tijd je besteed hebt om de Heere te zoeken? Wanneer heb je in de achterliggende week de eer van de Heere gezocht? Moeten we dan niet eerlijk tegen elkaar zeggen dat we in plaats van de nabijheid des Heeren ons de vloek en het oordeel hebben waardig gemaakt. Gemeente, we hebben verdiend dat de Heere ons zou overgeven aan de vorst der duisternis, want van nature zijn we gewillige onderdanen van hem.

Ons leven wordt getekend in de gelijkenis van de jongste zoon, die tegen zijn vader zei: ‘Geef mij maar vast dat gedeelte van de erfenis waarop ik bij uw sterven recht heb.’ Daarna ging hij weg naar een ver gelegen land, met de bedoeling om nooit meer naar zijn vader terug te keren. Ook in ons is geen enkele begeerte meer om in Gods gemeenschap teruggebracht te worden. O, ouderen en jongeren, als de Heere in ons leven komt, gaan we beleven dat wat de jongste zoon deed wij ook doen: ‘Heere, ik ben ver bij U vandaan. Waar en wanneer heb ik in de achterliggende week Uw Naam verheerlijkt?’ Hoeveel tijd heb ik uitgetrokken en besteed om bezig te zijn met de dingen van het Koninkrijk der hemelen? Wat is bij het sterven mijn eeuwige bestemming? Welke waarde heeft mijn ziel? Na de zondeval vluchtte Adam, zo staat er in de Nederlandse Geloofsbelijdenis, bij God vandaan. Dat is ook van nature ons bestaan. We kunnen God wel missn, ook al zijn we godsdienstig en worden we bewaard voor uitbrekende zonden. Dat blijkt uit de praktijk van ons leven. Of is het in uw of jouw leven toch anders geworden? Dan is dat genade. Want hoor nu eens.

 

Dat is nu het onbegrijpelijke, dat God Zich van de mens níet heeft afgekeerd. Hij heeft die weggevluchte Adam opgezocht en ter verantwoording geroepen. En toen? Is toen het oordeel van de eeuwige dood aan dam en Eva voltrokken? Dat was wel verdiend. Immers, de Heere toch gezegd had: ’Wie zondigt, die zal sterven.’ Maar hoor, wat de Heere tot satan sprak: En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar Zaad; Datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult Het de verzenen vermorzelen (Genesis 3:15). De mens heeft de dood in de wereld gebracht, maar de levende God is nabij, niet om te verderven maar om te behouden. De mens is ver bij God vandaan. Maar de Heere, zegt de apostel op de Areopagus in Athene, is niet ver van een iegelijk van ons (Handelingen 17:27).

Hij komt ook vandaag met de boodschap van Zijn Woord in de prediking van het evangelie. Hij predikt: Wendt u naar Mij toe, wordt behouden alle gij einden der aarde; want Ik ben God en niemand meer (Jesaja 45:22). Hij zegt het ook vandaag: Mijn zoon, geef mij uw hart (Spreuken 23:26); zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! Maar daarin heb ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve (Ezechiël 33:11). Hij klopt op de deur van ons hart. De tijd is zo ernstig, De dood kan zo dichtbij zijn. De afstand tussen leven en dood is maar een handbreed, zo wordt wel gezegd. En dan? Dan moeten we voor de Rechter verschijnen, Die nu nog gepredikt wordt als Redder. Hoeveel jaar vermaant Hij al en waarschuwt u en laat Hij u de noodzaak maar ook de mogelijkheid van de bekering prediken?

Wat een werk besteedt de Heere aan onze ziel. In de prediking, op de huisbezoeken, op de verenigingen, op de catechisaties, op school en noem maar op. Maar Hij predikt ook door omstandigheden, door voor- en tegenspoed. Voorspoed is toch niet zomaar. Zomaar bestaat niet. Voorspoed geeft Hij opdat de goedertierenheden des Heeren ons tot bekering leiden. Maar hoe is het dan met tegenspoed? Hij brengt geen tegenspoed, uit lust om te slaan, maar opdat we aan Zijn voeten zouden terecht komen en gaan verstaan: God, wie bent U voor mij geweest en wie ben ik daartegenover voor U?

 

Gemeente, Hij besteedt zoveel werk aan u. De tijd is ernstig. Satan viert zijn heerschappij in deze wereld, de machten uit de hel bundelen zich. Dat was toen en is nu nog zo. Neem daarom het woord van de tekst ter harte: de Heere is nabij. Hij laat u verkondigen dat er bij Hem genade en ontferming is. Waarom zou u sterven en verloren gaan? Hij is niet ver van een iegelijk van ons. Hij is bereidwillig om zondaren te ontvangen. In deze woorden ligt iets wonderlijks. Door de zonde zijn wij ver van God vandaan, zo ver dat we vanuit onszelf nooit meer tot God kunnen komen. De breuk die geslagen is, is te groot. En toch tegelijk: de Heere is nabij, Hij is niet ver van een ieder van ons. Hij kent en ziet ons. Hoe nodig is het dat de Heere Zelf ons deze zaken leert. Het is een groot voorrecht te leven op de erve van het Verbond en door de doop Zijn Naam aan ons voorhoofd te dragen. De woorden Gods zijn ons toebetrouwd, maar met dit alles zijn we nog vreemdeling van God en Zijn genade. Nicodemus had vele voorrechten, hij was onderwezen in de geschriften van het Oude Testament, maar in zijn gesprek met de Heere Jezus werd hij gewezen op de noodzaak van de wedergeboorte en het geloof in Christus. We hebben de genade nodig die het hart vernieuwt, opdat het weer op de Heere gericht wordt.

 

Misschien zijn er jongeren of ouderen in de kerk die nu zeggen: ‘Heere, hoe moet het toch? Ik voel, dat het waar is, maar mijn hart is zo koud en leeg. De wereld trekt en de verlokkingen van de zonde zijn zo sterk. Hoe krijg ik een genadig God? Hoe zal ik U, Die het zo waard is, dienen en vrezen? Hoe zal de gemeenschap met U hersteld kunnen worden?’ Zijn dat je levensvragen, jongelui, en ook ouderen? Lees dan de tekst nog eens. Wat staat er? De Heere – dat is de vertaling van het woord Kurios – is nabij. Zo heeft de apostel het neergeschreven. De Kurios is Hij Die het voor het zeggen heeft en Die alle macht bezit in de hemel en op aarde. Het was de titel waarmee de Romeinse keizer aangesproken werd, maar hij droeg deze titel ten onrechte. Hij had op die titel geen recht. Die titel is alleen voor Christus. Hij is Degene Die alle macht bezit in hemel en op aarde en het Zijn discipelen gezegd heeft: En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld (Mattheüs 28:20).

De Kurios is Hij voor Wie geen hart te oud of te koud is en geen schuld te groot. Voor wie het zonderegister niet te lang is. Hij is de Alomtegenwoordige, maar ook de Almachtige. Hij roept de dingen, die er niet zijn, alsof ze waren. Hij sprak eenmaal tot een dode Lazarus: Lazarus, kom uit (Johannes 11:43). Als Hij Zijn machtswoord spreekt, gaan geestelijk doden horen de stem des Zoons Gods, en die ze gehoord hebben, zullen leven (Johannes 5:25).

 

Bij u, bij jou en bij mij is het hopeloos, maar bij Hem niet, want Hij is de Kurios. Hij gaf tijdens Zijn omwandeling op aarde blinden het gezicht, en doven het gehoor. Hij deed stommen spreken en Hij wekte doden op. Hij heeft Saulus van Tarsen overwonnen. Wie was in staat om deze vijand van Christus tegen te houden? Hij alleen. Maar één machtswoord, gesproken voor de poort van Damascus, deed hem ter aarde vallen en de vraag werd geboren: Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? Hij bracht Manasse, die goddeloze koning, zoon van de godvrezende Hizkia, in de gevangenis tot de innerlijke overtuiging en beleving dat de HEERE, Jehova, God was. Welk een liefde en almacht openbaarde de Heere. Een mens die zijn opvoeding aan de kant schoof en God en het volk van God haatte. Maar voor de Heere was hij wel bereikbaar. Paulus had ook kunnen wijzen op Lydia en de stokbewaarder die in Filippi woonden.

Zo zouden we meer voorbeelden uit de Bijbel kunnen aanhalen, maar ik hoop dat u zelf een bewijs van de heerlijkheid en de macht van de Kurios bent. Want dan moet u zeggen: ‘Nee, ik heb naar Hem niet gezocht en gevraagd maar Hij heeft overwonnen in mijn leven. Mijn hart was op de wereld gericht of op een uitwendige godsdienst, maar Hij heeft Zich over mij willen ontfermen. Hij heeft in mijn leven Zijn almacht en liefde willen openbaren. Wat is het een wonder als je dat, als vader in je gezin, tegen je vrouw en kinderen mag zeggen: Hij heeft Zich sterker getoond dan alles waar en aan wie ik verbonden was. Wat is het groot als je als leidinggevende aan de jongeren met wie je in aanraking komt, mag doorgeven: ‘Deze heeft mij overwonnen en aan Zijn voeten gebracht’.

 

De Heere is nabij. Dit wordt een nog groter wonder als de Heere ons door de bediening van Zijn Geest leert dat het alleen maar kan, omdat de Kurios eerst een Verachte was, van Wie Jesaja zong in Jesaja 53:3: Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht .

Toe Hij afdaalde en de Halleluja’s van de hemel achter Zich liet, was er voor Hem op aarde geen plaats. Geen plaats in de herberg, geen plaats in Nazareth, geen ontvangst in het Samaritaanse land en ten slotte geen plaats in Jeruzalem. Hij werd uitgeworpen, dragende Zijn kruis. Geen twee voeten grond hield Hij over. De aarde wilde Hem niet langer dragen en de hemel kon Hem niet ontvangen.

Waarom gebeurde dat alles? O gemeente, als Hij Zich had opgeworpen als een aardse messias die de Romeinen uit het land zou verdrijven, was Hij geëerd. Maar Hij kwam om Borg en Zaligmaker te zijn. Borg voor een doodschuldig volk, dat onder de vloek ligt en Gods oordeel verdiend heeft. Borg om de schuld van de Zijnen te betalen. Borg om voor een gerechtigheid te zorgen die van de dood redt. Een geschonken gerechtigheid die de Zijnen uit genade toegerekend wordt.

Daarom kroop Hij door de Hof van Gethsémané als een worm en geen man; daarom hing Hij aan het vloekhout der schande. Nog eens, voor wie? Voor een eer-rover van God, die altijd maar zijn eigen weg wil gaan. Voor één van wie geldt: De Heere heeft uit den hemel nedergezien op de mensenkinderen, om te zien, of iemand verstandig ware, die God zocht (Psalm 14:2). Voor wie? Mag u of jij door genade je naam al invullen? Dan gaan we beleven: Heere, als U niet de eerste in mijn leven was geweest en U Uw genade niet had willen openbaren, dan was ik ondergegaan in de eeuwige nacht.

 

Hebt u het geheim al geleerd dat de Heere u alleen genade kan bewijzen en de Heere nabij kan zijn, omdat Hij op Golgotha uitriep: Mijn God, Mijn God! Waarom hebt Gij mij verlaten (Psalm 22:2)? Hij zocht Zijn Vader en vond Hem niet, opdat verloren zonen en dochters van Adam zalig kunnen worden. Omdat Christus van God verlaten werd, kan Hij nu de ziel nabij zijn – de ziel die tot Hem vlucht om genade en redding, om verzoening van de hemelhoge schuld, om bevrijding uit de macht van de satan, wereld en zonde. Die ziel mag bij Hem de toevlucht vinden.

 

Gemeente van Filippi, de Heere is nabij, Die Zich vernederd heeft tot in de dood des kruises. Maar Hij zit nu aan de rechterhand van Zijn Vader en bezit alle macht in hemel en op aarde. Hij is machtiger dan dat boze hart van jou, machtiger dan de wereld en de zonde. Roep Hem dan toch aan. Wat wij niet kunnen, kan Hij. Welk een wonder als wij in de verlorenheid van ons leven ervaren, innerlijk beleven mogen: Zie, hier ben Ik, zie, hier ben Ik (Jesaja 65:1) en Hij gaat leren: En zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld (Mattheüs 28:20). Dat geldt ook in dagen van kruis, moeite en zorg. Hoe gelukkig is de mens die de Heere mag vrezen. Hij is nabij , ook als zij het niet gevoelen, als ze vrezen te bezwijken, als ze moeten inleven: Hier scheen ons ’t water te overstromen, daar werden wij bedreigd door ’t vuur. Kom, we gaan het samen zingen.

 

Het is Psalm 66: 5:

 

Een net belemmerd’ onze schreden,

Een enge band hield ons bekneld.

Gij liet door heerszucht ons vertreden,

Gij gaaft ons over aan ’t geweld.

Hier scheen ons ’t water t’ overstromen;

Daar werden wij gedreigd door ’t vuur,

Maar Gij deedt ons ’t gevaar ontkomen

Verkwikkend ons ter goeder uur.

 

3. Zijn wederkomst

 

Gemeente, de apostel wijst de gemeente van Filippi erop dat de Heere nabij is. Dat betreft Zijn alomtegenwoordigheid. Daarom, wees maar niet strijdlustig en zoek maar niet te veel eigen eer. Maar uw bescheidenheid zij alle mensen bekend. Hij is nabij met Zijn almacht, liefde en genade. Hij is de Kurios, maar ook de komende Christus. Onze vaderen schrijven in de kanttekeningen: of is nabij, met Zijn toekomst om te oordelen en wij rekenschap moeten afleggen.

Het mag uw aandacht niet ontgaan dat de apostel de vermaningen en opwekkingen, zijn vertroostingen en bemoedigingen, plaatst in het licht van Christus wederkomst. Hij wil tegen de Filippenzen zeggen: ‘De Heere is komende, vecht daarom maar niet te veel voor jezelf. Hij Zelf zal de wereld oordelen en richten door gerechtigheid’. Het leven van de christenen in Filippi en dat geldt ook voor de christen van nu, dient in dat licht te staan.

 

De Heere is nabij, de Heere is komende. Dan krijgen deze woorden nog een diepere dimensie. Wees maar niet trots en hoogmoedig, want Hij is komende. Dan moeten we voor Hem verschijnen en rekenschap afleggen over onze woorden, werken en zelfs onze gedachten. Ons leven dient in die wetenschap te staan. De dag van Zijn verschijning is nabij. Weest daarom eensgezind, niet strijdlustig, want het ogenblik kan spoedig aanbreken dat we vóór Hem zullen staan.

In die tijd leefde men veel sterker bij Christus’ wederkomst dan vandaag. We lezen hierover ook in de andere brieven van de apostelen. De Kerk zag ook uit naar Christus’ wederkomst. De gemeenten Gods werden vervolgd. Satan vierde zijn overwinningen De heerlijke eerste tijd na Pinksteren was voorbij en satan had de tegenaanval ingezet. Niet alleen In Klein-Azië, maar overal waar gemeenten werden gesticht. Gods kinderen moesten ervaren: Ze hebben Mij gehaat, ze zullen ook u haten, ze hebben Mij vervolgd, ze zullen ook u vervolgen. Maar, zegt Paulus, bedenk: zo blijft het niet. Hij komt terug. De voetstappen van Hem worden gehoord.

Gemeente, hoe ligt dat in ons leven? Als Christus morgen wederkomt, zijn wij dan bereid om Hem te ontmoeten? Velen geloven niet dat Hij terugkomt. Misschien denk jij ook wel: ‘Het is al zoveel eeuwen geleden dat dit neergeschreven werd en Hij is nog steeds niet gekomen.’ Maar luister dan eens naar wat Spurgeon heeft gezegd: ‘Als je de krant leest naast de Bijbel, moet je toch wel blind zijn als je de voetstappen van Christus niet ziet en moet je wel doof zijn als je deze niet hoort.’ Het is waar, het zou best nog heel wat jaren kunnen duren, voordat Hij wederkomt. De dag en het uur van Zijn wederkomst is alleen bij de Heere bekend. Maar weet je, als je sterft, breekt in jouw leven het ogenblik aan dat je voor Hem als Rechter moet verschijnen. Dit kan vandaag nog.

Wie geeft ons de garantie dat we er morgen nog zijn? Lees de krant maar. Kinderen, jongelui, ouderen worden soms totaal onverwacht door de dood weggenomen. Zijn we dan bereid? De Heere is nabij. Misschien hoor je al 16 jaar, 25 jaar, of 65 jaar dat Hij komende is. Zal het goed zijn als Hij u, jou zal onderzoeken? Zijn de papieren al in orde?

 

De Heere is nabij. Stempelt die wetenschap ons leven? Wanneer Hij komt, is onbekend. Hoe Hij komt, is onbekend. Maar dit is zeker waar: Hij komt. Dat bedoelt de apostel met deze woorden. Ja maar, moeten we dan nog wel studeren en zorgen voor onze maatschappelijke toekomst? Heeft een plaats in de maatschappij dan nog wel waarde? We hebben toch een taak in deze maatschappij? Ja, zeker. Juist daarom dient de christen niet bovenmate bezorgd te zijn en daarom moet hij zijn begeerten in alles door bidden en smeken met dankzegging bekendmaken bij God. Nu begrijpen we dat Paulus deze woorden De Heere is nabij, niet aan het eind maar te midden van zijn raadgevingen en opwekkingen heeft geplaatst.

 

Wij hebben in deze wereld onze taak en roeping te volbrengen. Maar welke plaats heeft in dat alles de boodschap van het Woord? We worden geroepen onze taak in kerk en samenleving te vervullen, in de wetenschap dat Christus komende is. Welke plaats heeft dat in uw, jouw en in mijn leven? We kunnen zo vreselijk druk zijn met van alles en nog wat en dat misschien nog als geoorloofd aanmerken. Maar als je nu niet meer hebt en Christus komt? Bekering kan geen uitstel leiden en is nodig! Bekering is ook mogelijk. Wat een wonder van genade. Is deze tijd ook voorbereidingstijd voor de eeuwigheid?

Vergeet toch in je persoonlijke leven, in uw gezins- of huwelijksleven, in moeilijke omstandigheden de Heere niet. Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken (Spreuken 3:6). O, laat Gods alomtegenwoordigheid uw leven stempelen. Maar moge dit woord u ook bemoedigen. Hij is nabij de ziel die tot Hem zucht, Hij troost het hart dat schreiend tot Hem vlucht. Als vragen je hart vervullen, hoe het verder moet, vergeet dan niet wat de apostel schreef aan de gemeente van Filippi.

 

Kinderen des Heeren in ons midden, de Kurios komt. Hij komt om de aarde te richten, dat is recht te spreken op deze aarde. Op die dag zullen alle vijanden van Christus en Zijn Kerk voor eeuwig ondergaan. Dan zal de zonde worden weggedaan. Ook de boezemzonde die u niet kon uitroeien! Dan is de geestelijke strijd voorbij en wordt het lichaam der zonde afgelegd. Dan zullen we niet bij tijden en ogenblikken, maar eeuwig Hem zien, Die onze Kurios is.

 

Gemeente, nog één keer: Hij, Die als Rechter komt, mag u nu als Redder gepredikt en aangewezen worden. Hoor dan de stem van de Zoon van God, en die ze gehoord hebben, zullen leven (Johannes 5:25).

Amen.

 

Slotzang Psalm 84:3

 

Welzalig hij, die al zijn kracht

En hulp alleen van U verwacht,

Die kiest de welgebaande wegen;

Steekt hen de hete middagzon

In ’t moerbeidal, Gij zijt hun bron,

En stort op hen een milden regen,

Een regen, die hen overdekt,

Verkwikt, en hun tot zegen strekt.