Ds. C.G. Vreugdenhil - 1 Johannes 4 : 9

Kerstfeest als het feest van Gods liefde

De openbaring van Gods liefde
Het geschenk van Gods liefde
Het doel van Gods liefde

1 Johannes 4 : 9

1 Johannes 4
9
Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 84: 1, 5
Lezen : Lukas 2: 1-14
: 1 Johannes 4: 7-14
Zingen : Psalm 96: 1, 4, 6, 8
Zingen : Lofzang van Zacharias: 1, 3
Zingen : Psalm 98: 2
Zingen : Psalm 133: 2

 

Gemeente, onze tekst kunt u vinden in 1 Johannes 4 vers 9:

 

Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem.

 

Het thema van deze preek is: Kerstfeest als het feest van Gods liefde.

 

Wij willen stilstaan bij de volgende punten:

1. De openbaring van Gods liefde

2. Het geschenk van Gods liefde

3. Het doel van Gods liefde

 

Jongens en meisjes, op het kerstfeest geven veel mensen elkaar cadeautjes. Toch is dat niet de betekenis van het kerstfeest, dat weten wij wel. Er zijn weleens acties waarbij kinderen iets moois geven aan kinderen die niets hebben, speelgoed bijvoorbeeld. Kijk, daar staat Marieke op haar kamer. Wat zal zij geven? Die mooie barbiepop? Of dat leuke spelletje? Het is nog best moeilijk. Want ze zou dit eigenlijk liever zelf houden. En Jan-Willem denkt na over iets van Lego, maar dan kan hij er zelf niet meer mee spelen. Wees eens eerlijk, kinderen, zou jij het mooiste wat je hebt, kiezen om weg te geven? Moeilijk toch?

Wanneer je van iemand houdt, dan geef je iets moois. Zo laten wij merken hoeveel we om de ander geven. Als je iets moois weggeeft (wat je eigenlijk graag zelf had willen houden), doet het ook altijd pijn. Dan is het echt een offer en je moet wel heel veel van die ander houden.

 

Nu, dit heeft God gedaan op het kerstfeest. Hij gaf het mooiste en liefste wat Hij had: Zijn eigen Zoon, de Heere Jezus. Hij kwam als het kindje van Maria in deze wereld. Hij werd geboren in Bethlehem om ons gelukkig te maken en om de straf op de zonde te dragen. Daarom moest de Zoon van God mens worden.

Om Zijn liefde voor de mensen te laten zien, koos God het allerbeste, allermooiste en allerliefste wat Hij had: Zijn Zoon. Wij denken er dus met het kerstfeest aan dat het geschenk van Gods liefde in Bethlehem geboren is.

Kerst betekent: Christus. Kerstfeest is dus het Christusfeest. Zo vieren wij ieder jaar de geboortedag van de Heere Jezus. Je zou bijna zeggen: Zijn verjaardag. Hij is wel gestorven aan het kruis, maar Hij leeft. Want Hij is ook weer opgestaan. Hij ziet ons hier zitten en Hij stuurt ook Zijn engelen. Hij is hier zelf met Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest.

Met grote blijdschap mogen wij kerstfeest vieren, want de Heere Jezus kwam om kinderen en grote mensen gelukkig te maken. Zoveel liefde had God voor de mensen.

 

Nu gaat het in de tekst vandaag om drie dingen.

In de eerste plaats: God heeft laten zien hoe groot Zijn liefde voor ons is.

Hoe? Dat is het tweede: Hij stuurde zijn enige Zoon naar deze zondige, slechte wereld.

En het derde: Zo wil God ons door Hem een heel nieuw leven geven.

 

1. De openbaring van Gods liefde

 

Gemeente, kerstfeest is het feest van Gods liefde. Ook wel van menselijke liefde, als vrucht van Gods liefde. Daar heeft Johannes het over: Laat ons elkaar liefhebben. Johannes bedoelt niet alleen op het kerstfeest, niet alleen als je elkaar iets geeft, maar liefde als levenshouding in het leven van iedere christen.

U mag wandelen in de liefde, schrijft Johannes. Dat is speciaal uw opdracht, kinderen van God. U wilt immers bij God horen en Zijn kind zijn.

Welnu, bij God horen betekent: liefhebben. In de eerste plaats God, want God is liefde. Het is om stil van te worden, want dit betekent in ieder geval dat Hij persoonlijk bij ons betrokken is. Johannes getuigt dat zelfs twee keer in 1 Johannes 4: God is Liefde (verzen 8 en 16). Wij hebben een persoonlijke God. Geen ‘het’ maar een ‘Hij’. De God van Abraham, Izak en Jakob. De Vader van onze Heere Jezus Christus. Hij is de Levende.

 

Hij mag bemind worden, maar dit is niet het meest wezenlijke voor God. Hij bemint zelf. Hij heeft lief, omdat Hij liefde is. Zijn liefde, gemeente, is niet afhankelijk van de onze. Het is een eeuwige, vrijwillige liefde. Dat God liefde is en mensen liefheeft is geen vanzelfsprekende zaak, maar een groot wonder. Mozes huivert bij het zien wie het volk en hij zelf is en wie de grote, heerlijke, heilige God is. Dan zegt hij: Wie kent de sterkte Uws toorns, en Uw verbolgenheid, naardat Gij te vrezen zijt? Want wij vergaan door Uw toorn; en door Uw grimmigheid worden wij verschrikt (Ps. 90: 11 en 7). Mozes ziet hoe slecht de mensen zijn. Zien wij dat ook?

Dan is er de God Die liefheeft. Het wordt een steeds groter wonder, als we onszelf een beetje leren kennen, dat God in genade op ons wil neerzien. Wij kunnen dit niet zomaar begrijpen. Mozes begrijpt dit wel als hij zegt: Wij vergaan door Uw toorn. God is toornig over de zonde, maar deze heeft Hij gestraft aan Zijn geliefde Zoon.

 

God is Liefde. Hij wil op zondaars neerzien, op kinderen, op jongelui, op ouderen. God wil ons redden, helpen en gelukkig maken. Gelooft u dat echt? Dan moet het toch een wonder voor je zijn, dat God liefde is?

 

Er staat een hele sterke uitdrukking. Er staat niet: ‘God is liefderijk’ of ‘God is liefdevol’, maar Hij ís Liefde.

Dit is Zijn wezen. God en Zijn liefde zijn één. God is enkel liefde, zoals Hij enkel licht is en geheel geen duisternis in Hem is. Alle liefde onder de mensen is een zwakke afschaduwing van de Goddelijke liefde. In het dieptste wezen is God liefde en dat gaat alle menselijke begrip te boven.

Gods liefde gaat uit naar Zijn schepselen. Hij heeft lief. De liefde is als een bloem die geurt, zoals een vuur brandt en warmte uitstraalt. Liefde wil zich geven. Als je veel van iemand houdt, dan wil je het mooiste wat je hebt wel geven. Liefde wil zich geven, zich openbaren en laten zien. Zo heeft God het ook gedaan. Hij heeft Zijn liefde geopenbaard in het zenden van Zijn Zoon in deze wereld. Dit was niet een blíjk van Zijn liefde, maar het was de volkómen liefde van God op het kerstfeest. Zo lief had God de wereld.

 

In Christus ontsluit God ons de volle schat van Zijn liefde, rijkdom en grootheid. Hij laat zien Wie Hij is. Wat is dat rijk. Hij heeft Zijn liefde jegens ons geopenbaard, bekendgemaakt, onthuld, laten blijken, laten zien.

Hierin is de liefde van God jegens ons geopenbaard. Dit is immers onze eerste gedachte. Hij heeft het Zelf laten weten, dat Hij liefde is en lief heeft. Zoals een jongen die veel liefde in zijn hart heeft voor een meisje en dat aan haar laat merken. Hoe, hoef ik jullie niet te vertellen.

God heeft Zijn liefde geopenbaard, Hij wilde ons niet in het onzekere laten. Hij openbaarde hoezeer Hij ons genegen is. Hij liet het stralende licht van Zijn liefde over de wereld opgaan. Simeon heeft ervan gezongen: Een Licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van uw volk Israël (Luk. 2:32).

Daar gaat het hier over: De openbaring van Gods liefde. Hierin is de liefde van God jegens ons geopenbaard, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft. Kerstfeest is niet het feest van menselijke liefde, maar van Gods liefde. Deze liefde kwam openbaar in het zenden van Zijn Zoon.

 

Wat steekt er nu achter de geboorte van de Heere Jezus in de kribbe? Wat betekent de engelenopenbaring aan de herders in de velden van Efratha? Want zie, ik verkondig u grote blijdschap, (…) dat u heden geboren is de Zaligmaker. En het lied van de engelen: Ere zij God in de hoogste hemelen en vrede op aarde in de mensen een welbehagen. Welk wonderlijk geheim schuilt er toch achter dit geboortebericht van Christus? Wat schuilt er achter het kruis op Golgotha?

Achter dit alles, zegt Johannes, steekt de diepe, onbegrijpelijke, eeuwige onuitputtelijke liefde van God. Deze heeft Hij geopenbaard. Die heeft Hij uit Zijn verborgenheid tevoorschijn laten komen. Liefde zet zich om in daden. In het zenden van Zijn Zoon, zegt Johannes. Voor Hij dit deed, was deze liefde er dus al. Het is immers eeuwige liefde. Het is met Gods liefde net als met Gods Zoon. De Zoon is ook geopenbaard, maar voor Hij geopenbaard is, was Hij er al van eeuwigheid af. Op het kerstfeest trad Hij uit Zijn verborgenheid tevoorschijn.

Het Woord is vlees geworden (Joh.1:14). De verborgenheid der godzaligheid is toen geopenbaard. Toen Hij geboren werd in Behtlehem, heeft God Zijn liefde laten zien. God liet Zijn eeuwige Zoon aan ons zien in het menselijk vlees. Gods liefde is niet door ons gedrag of liefde tevoorschijn geroepen. Nee, die is ontsprongen aan Gods liefdehart, aan Zijn welbehagen. Het is Zijn eigen vrije wil geweest om die liefde bekend te maken aan zondaars. Is dat geen genade? Is dat geen ontferming? Kunt u dat begrijpen?

God wil dat u vandaag opnieuw hoort, misschien voor de zoveelste keer in uw leven, dat Zijn liefde zo groot is en Hij zijn eniggeboren Zoon gaf. Opdat wij door Hem eeuwig zouden leven. God had al lief toen wij nog zondaars waren en Hem niet liefhadden. Niemand heeft dit van zichzelf. Wij zijn het niet waard om het voorwerp te worden van Gods liefde, maar Hij nam het initiatief.

Gemeente, wij hebben alleen maar zonde, schuld en de straf verdiend. God zond Zijn Zoon om deze te verzoenen. Wij zijn tegen God in opstand gekomen, maar Christus kwam om Zijn leven af te leggen voor zijn schapen.

 

Hebt u zo weleens stil gestaan bij deze Goddelijke liefde? Die reddende liefde, die eeuwige, bewogen liefde? Het is een openbaring om dat te zien. Daar moeten je blinde ogen voor geopend worden. Wanneer dan je ogen geopend worden, trekken alle nevels op en komt Christus in het middelpunt. Zijn heerlijkheid straalt als het zonlicht. Dan zie je de rijkdom, barmhartigheid, liefde, grootheid en goedertierenheid van God.

Als de Heilige Geest in je hart de leiding neemt en je brengt bij de kribbe van Bethlehem, bij dat Kind in doeken gewonden, de Zoon van God, dan kun je alleen maar stamelen: Hierin is de liefde van God jegens ons geopenbaard. In dat kleine, nederige Kind, Die nochtans Gods Zoon is. Dan is er verwondering, aanbidding en grote blijdschap. God wordt dan groot en Christus heerlijk. Je wordt zelf klein en buigt aan Zijn voeten. Dan is de hemel op aarde en in je hart.

 

De Geest leidt niet alleen naar de kribbe, maar ook naar het kruis van Golgotha. Ook naar het vloekhout, naar de Hogepriester Die Zichzelf offert. De Geest leidt naar de Borg en Zaligmaker, want Hij is gekomen om Zijn volk zalig te maken van hun zonden. Bethlehem en Golgotha liggen in elkaars verlengde.

Als wij dit mogen zien, dan buigen we aan Zijn voeten. Je kunt niet anders meer, dan met de apostel te getuigen: Hierin is de liefde van God jegens ons geopenbaard. Dan zien wij in de gekruiste Zaligmaker op Golgotha de volkomen vervulling van al Gods beloften vanaf de moederbelofte. Tegelijkertijd zien we ook de volkomen openbaring van de liefde van de Vader voor verloren zondaars en zondaressen. Deze tegenstelling verbreekt je hart, zodat je Zacharias verstaat als hij zingt: ‘O dierbaar Kind, o stof van vreugd, geschenk van het Alvermogen.’

 

Laten wij dit samen zingen uit de lofzang van Zacharias, de verzen 1 en 3.

 

Lof zij de God van Israël,

De Heer’, Die aan Zijn erfvolk dacht,

En, door Zijn liefderijk bestel,

Verlossing heeft teweeggebracht;

Een hoorn des heils heeft opgerecht;

‘t Geen Davids huis was toegezegd,

Dat wil Hij ons nu schenken.

Gelijk Gods trouw, van ‘s aardrijks ochtendstond,

Door der profeten wijzen mond,

Zich hiertoe aan de vaderen verbond.

 

Hij speld’ ons, dat wij t’ allen tijd’,

Wanneer die blijde heildag rees,

Van ‘s vijands dienstbaar juk bevrijd,

Hem dienen zouden zonder vrees,

Naar ‘t heilig recht, in ware deugd.

O dierbaar kind, o stof van vreugd,

Geschenk van ‘t Alvermogen,

Elk noem’ u Gods profeet, en geev’ u eer;

Gij treedt voor ‘t aanschijn van de Heer’,

En baant Zijn weg door leven en door leer.

 

2. Het geschenk van Gods liefde

 

Het geschenk van Gods liefde is, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft. De openbaring van Gods liefde is een daad. In het paradijs had Hij het zenden van Zijn Zoon al beloofd. God heeft het niet bij woorden gelaten, maar deze vervuld. Want, gemeente, God vervult altijd Zijn beloften. Paulus zegt: Want zovele beloften Gods als er zijn, die zijn in Hem ja, en zijn in Hem amen (2 Kor. 1:20).

God heeft Zijn Zoon weggezonden. Weggestuurd uit Zijn heerlijkheid, uit Zijn nabijheid, uit de hemel en uit de aanbidding van de engelen. Hij gaf Hem over en spaarde Hem niet. Wat is dat een blijk van Zijn liefde!

Dat God Zijn Zoon gezonden heeft staat drie keer in dit kleine stukje van Johannes. Kijk maar in vers 9 (onze tekst), maar ook in vers 10 en daarna nog vers 14. Drie keer is scheepsrecht. Het moet toch wel heel belangrijk voor Johannes geweest zijn. En daarom ook voor ons, omdat het hier zo staat. God heeft Zijn Zoon gezonden.  Hij had Hem er voor over.

 

De liefde bewijst zich metterdaad. De Vader had er alles voor over om aan Zijn liefde gestalte te geven. Daarom heeft Hij Zijn eniggeboren Zoon gezonden. Een vriend moge zijn leven inzetten voor zijn vrienden, maar God heeft dat gedaan voor een vijandige wereld. God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft toen wij nog vijanden waren, zegt Paulus. Zo vergaand was de liefde van God in de nacht van Bethlehem, dat Hij tot het uiterste gekomen is. Hoe kon God nog verder gaan? Hij zond Zijn enige Zoon, Die Hij liefhad. Zoals het staat van Abraham die zijn zoon Izak moest offeren: Neem nu uw zoon, uw enige, die gij liefhebt (Gen. 22:2).

Alles wat Hij te geven had, Zijn enig geliefde Zoon, scheurt Hij van Zijn hart. De Zoon van Zijn totale liefde. Na Hem had God niets meer te geven, bij wijze van spreken. Christus was de Eniggeborene van de Vader. Buiten Hem had God geen zoon. Het was Zijn Enige. De bijbel zegt: En Ik was dagelijks Zijn vermakingen, te aller tijd voor Zijn aangezicht spelende (Spr. 8:30).

 

Wie veel liefheeft, heeft veel. Ja toch, jongens en meisjes? De graadmeter van de liefde is zelfverloochening: het offer dat we willen brengen. De liefde spaart zichzelf niet. De liefde geeft zich ten volle. Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. Gegeven in de kribbe van Bethlehem, aan het kruis op Golgotha en in de belofte van het Evangelie. Gegeven in het hart van een mens. In een zondig hart, dat door de Heilige Geest wordt geopend en gereinigd. God zond Zijn Zoon. Christus is om onzentwil arm geworden, opdat Hij ons door Zijn armoede zou rijk maken.

Dan wordt Zijn armoede onze rijkdom. Sta daar eens bij stil. Het moet toch wel erg met je zijn, als je in die vernederde, arm geworden Christus heerlijkheid gaat zien. Gods eeuwige zondaarliefde glanst ons tegemoet vanuit de kribbe. Maar dat moet je zien! Het toppunt van Gods liefde voor verloren mensen.

Staat uw schuld nog open? Jonge vrienden, staan jullie nog bij God in de schuld? Heb je nog geen vergeving van zonden ontvangen? Is het nog niet in orde tussen God en je ziel? Is er nog geen vrede? Kun je nog niet sterven? Ik kan eigenlijk beter vragen: Kun je nog niet leven? Echt leven voor God? Ga mee naar Bethlehem, daar ligt Jezus om Zijn volk zalig te maken van hun zonden. Naomi zegt tegen Orpa en Ruth: ‘Wij gaan naar Bethlehem, want God heeft Zijn volk bezocht, gevende hen brood’ (vgl. Ruth 1:6). Het levende Brood is neergedaald in het broodhuis Bethlehem.

 

God gaf Zijn eniggeboren Zoon. Het woordje ‘eniggeboren’ wijst op de unieke betrekking tussen de Vader en de Zoon. En God zond Hem weg, uit de heerlijkheid. De duisternis, de ellende, nood en dood in. Van Jakob weten wij hoe verknocht hij was aan Benjamin. Hij wilde hem niet meesturen naar Egypte. Hij kon Benjamin niet loslaten. Met eerbied gesproken: God liet Zijn Benjamin los.

Wat een verdriet voor een vader of moeder, die een kind moeten missen. De wond kan op den duur wel een beetje dichtgaan, maar eigenlijk geneest het nooit. God stond Zijn eniggeboren Zoon vrijwillig af. Hij had er maar Eén en kon Zich geen tweede verwekken. God gaf Hem tot in de dood en niets of niemand kon Hem daartoe verplichten. Het was eigen vrije wil, dat was welbehagen. Het vrijmachtig besluit van Zijn liefde. Hij gaf het liefste wat Hij had. Hoe duizelingwekkend en adembenemend diep is die goddelijke liefde. Wij horen het, gemeente, maar doorgronden het niet. God offerde Zijn vreugde op, Zijn lust en Zijn leven, God maakte Zijn paleis leeg.

 

Een aardse vader offert alles op voor zijn kind. Hij heeft het lief als zijn eigen leven. Als hij het ergens heenstuurt, dan moet hij eerst weten of het daar wel goed is voor zijn kind. Wat een smart is het voor ouders als je jouw kind ziet lijden. Dat vlamt door je heen. Maar God heeft het gewild en aangezien, om zondaren te redden. Daarom moest Zijn eigen Zoon lijden. Hij zond Zijn Kind in de verloren wereld, onderworpen aan de gevolgen van de zondeval. Een wereld liggend in het boze, waar de zonde heerst. Daar woonde de mens, die de gehoorzaamheid aan God had opgezegd. God wist dat zij Zijn Zoon niet zouden ontzien. Hij wist dat zij Hem smaden, lasteren en doden zouden. Christus is gekomen. Uiteindelijk niet om als Kind in de kribbe bewonderd te worden. Al is de aanbidding wel een prachtig werk van het geloof. Maar Hij zond Zijn Zoon uiteindelijk om als de Man van smarten op Golgotha te sterven, want Hij moest immers de last van de zonden dragen.

En voor wie? Je zou denken: voor mensen die buiten hun schuld in moeilijkheden terechtgekomen zijn en daar niets aan konden doen. Met deze mensen kreeg God medelijden en die wilde Hij helpen. Voor hen heb je toch wat over.

Hoe anders is het. God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is als wij nog zondaars waren. Mensen die in boze opzet Hem beledigden en om het hardst riepen: Wijk van mij, want aan de kennis van Uw wegen hebben wij geen lust (Job 21:14).

 

God zond Zijn Zoon voor zondaars. Om hen te vervullen met Zijn liefde. Om het harde hart te breken en aan Zijn voeten te brengen. Niet de betere soort zondaars, die bestaat niet. God wil verloren zondaars redden en daar is alles mee gezegd. Want wij beledigden Gods hoge majesteit en trapten Hem op Zijn hart. Wij versmaadden zo Zijn goedheid en liefde. Om nu deze mensen te redden zond God Zijn Zoon in deze wereld. Valt u daaronder of niet? Herkent u zich in de mensen die ik net heb getekend? Daar moet u eens over denken.

 

God zond Zijn Zoon in de wereld. Niet als toerist, om alles van de mooie kant te bezien. Nee, de Zoon werd gezonden om Zich te buigen onder de rauwe werkelijkheid van vloek en schuld. Hij kwam en vereenzelvigde Zich met de wereld. Hij kroop in onze huid en werd mens onder de mensen, behalve de zonden. God wist ervan dat Hij van kribbe naar kruis zou gaan.

Op Golgotha werd die liefde nog duidelijker dan in Bethlehem. Bethlehem was het begin, maar Golgotha moest daarop volgen. Daar stierf Christus voor de zonden der wereld. Voor alle mensen die uit de hele wereld in Hem geloven zullen. Nu is Zijn offer algenoegzaam voor ieder mens. En daarin is de liefde van God geopenbaard, in het Kind in de kribbe, in die Man van smarten aan het kruis.

 

Kijk eens goed naar Hem. Ziet u die wonderlijke glans op Hem? Dat is het licht van Gods eeuwige liefde. Ik geef Mijn leven voor de schapen, zegt Jezus met een hart vol liefde. Daarin is de liefde Gods geopenbaard. Kunt u zich een grotere liefde indenken? Die liefde noopt tot wederliefde. In ons hoofdstuk zegt Johannes: Wij hebben Hem lief omdat Hij ons eerst heeft liefgehad (vers 19).

Gemeente, dan is het toch geen vraag meer of God u er ook bij wil hebben? Zit u daarover te tobben? Wordt het maar niet beter? Zit u te denken: ‘Zou het dan voor mij nog kunnen?’ Zeker, het is een eeuwig wonder, maar God laat u verkondigen dat het ook voor u bedoeld is. Want het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden. En met het aanbod van Zijn genade komt Hij tot eenieder van ons. Het kerstfeest is voor u en jou bedoeld. Nu komen wij op het derde punt, het doel van Gods liefde: Opdat wij zouden leven door Hem.

 

Wij zingen eerst uit Psalm 98 vers 2:

 

Hij heeft gedacht aan Zijn genade,

Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt;

Dit slaan al ‘s aardrijks einden gade,

Nu onze God Zijn heil ons schenkt.

Juich dan de Heer’ met blijde galmen,

Gij ganse wereld, juich van vreugd;

Zing vrolijk in verheven psalmen

Het heil, dat d’ aard’ in ‘t rond verheugt.

 

3. Het doel van Gods liefde

 

Opdat, geeft het doel aan. Opdat wij, dat zijn de mensen aan wie Johannes schrijft, zouden leven door Hem. Het is een kort zinnetje, wat een hele diepe betekenis heeft. Daartoe is Christus gezonden. Het leven door Hem kan er alleen zijn op grond van Zijn verzoening. Wij zagen: God heeft Zijn Zoon gezonden als Zaligmaker.

In het slot van vers 10 staat het: Hij heeft ons liefgehad en Zijn Zoon gezonden tot een verzoening van onze zonden. In dit verband staat de tekst. Deze verzoening is nodig opdat ons leven niet meer een gestadige dood zou zijn, maar een echt leven uit en door Hem.

Daarom kwam Christus dus op aarde: tot een verzoening van onze zonden. Dat is het eerste doel van Gods liefde, die Hij ons met Kerst heeft geopenbaard. God kan pas weer gemeenschap met ons hebben en het leven in ons hart uitstorten, als de verzoening heeft plaatsgehad. Daartoe is Christus overgeleverd. God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende.

 

Zo biedt God een oplossing voor het probleem van de zonde. Of is dat voor u geen probleem? Is dat voor jou geen probleem? De zonde die tussen God en jouw hart in staat en de vrede wegneemt en je ongelukkig maakt. Christus verwierf de verzoening. Hij biedt dat niet alleen maar aan in de verkondiging. Hij deelt het ook uit. Het wordt werkelijkheid door de toepassing van de Heilige Geest in de harten van mensen.

Daarom hebben we die Geest zo nodig. Daarom lees je rond advent ook over de Geest. Maria werd vervuld met de Geest, Elizabeth en ook Zacharias en Simeon werden vervuld met de Geest. U en ik hebben dat ook nodig. Want het offer van Christus – die verzoening met God – is een werk van de Geest in je hart. Maar dan gebeurt er meer. Je hart wordt vernieuwd. Je komt in contact, in levensverbondenheid met de Wijnstok. Dan kom je in geloofsverbondenheid met Christus. Dat bedoelt Johannes hier. Christus is de Verwerver, de Bron en maakt je de Geest deelachtig.

 

Maar wat gebeurt er dan? Dan komt er een totaal nieuw leven. Het leven, de heiliging, komt door Hem. Als je kijkt naar vers 7, dan staat er: Een ieder die liefheeft die is uit God geboren. Dus de broederliefde is een vrucht.

Ik wil u nu nog wijzen op het slot van vers 17. Want het leven door Hem is hetzelfde als wat Johannes schrijft: Gelijk Hij (Christus) is, wij ook zijn in deze wereld. Dat is het leven door Hem. Aan Christus gelijkvormig zijn, is het leven van de heiliging. Zoals Christus in liefde gewandeld heeft, zullen wij Hem navolgen. Kerst verstaan is: je vijanden liefhebben en zegenen die je vloeken. Kerst verstaan is: zo heilig, rechtvaardig, zelfverloochenend, zelfopofferend, de eer van God op het oog hebbend en liefhebbend leven als Hem. Dus is dit een opdracht voor degenen die echt uit Christus willen leven. Leven door Hem, door Zijn kracht en Geest, door Zijn genade.

 

Het betekent ook leven voor Hem, en dat is hier eigenlijk hetzelfde. Christus leeft in mij, de lichtende gestalte in Christus moet in ons zichtbaar zijn in het belijden van Zijn Naam. Niet: ‘Ik vind’ en ‘Ik denk’, want dan blazen wij niet de loftrompet op God en Zijn genade. Dan geuren wij niet met de liefde van God en de Zaligmaker Jezus. Ten diepste gaat het dan om mij.

Wij dienen goed van God te spreken en genadig de waarheid te zeggen. Wij moeten laten merken dat het ons zeer doet als er verkeerd over Hem gesproken wordt, of Zijn Naam misbruikt wordt. Anderen moeten in onze woorden de stem van de Heere Jezus horen. Zijn Woord moeten we doorgeven. Net als de herders op het kerstfeest. Het is te zien dat Christus in mij leeft. Priesterlijk je leven wijden aan de dienst van de Heere. Anderen voorrang geven. Dit is de doodsteek voor alle egoïsme. Je zorgzaamheid en medeleven tonen aan de ander. Beschikbaar zijn, niet íets van je tijd, geld of aandacht geven, maar ten diepste jezelf aan de ander geven in de dienst voor God. Zo beschikbaar en tot zegen te zijn, word je een voorbidder voor anderen.

 

Leven door Hem, door de gemeenschap met Hem en door het geloof in Hem. Hierdoor bindt je de strijd aan met alles wat de eer van God aantast, om te beginnen met jezelf, met je eigen boze ik. Om dienstbaar te zijn aan God en je naasten.

In de Bijbel is een koning iemand die dient en goed zorgt voor zijn onderdanen. Zo was het ook met Christus. Hij waste wel de voeten van Zijn discipelen en was de minste.  Opdat gelijk Hij is, ook wij zijn in deze wereld. Heel ons doen en laten zal dan een heenwijzing zijn naar Jezus. Ik leef door Hem, verbonden met Hem.

‘Christus leeft in mij’, zegt Paulus. Als we Zijn liefde navolgen, dan zoek je bewust het beste voor de ander. En die vrucht kunnen we alleen dragen door een levende verbondenheid met Hem en door een levend geloof in Hem. Het goede voor elkaar zoeken, kun je alleen maar vanuit de verwondering van Gods liefde. Je hoort weleens mensen zeggen: ‘Ik wil best van je houden, maar dan moet je wel eerst veranderen.’ Als God zo eens zou denken. Maar zo lief had God de wereld – Zijn vijanden – en die worden met God verzoend. Draaide de Heere Jezus Zijn hoofd om als Hij een hoer tegen kwam of een farizeëer?

 

Gelukkig zijn er mensen die nog vertellen dat ze een nieuw leven kunnen leiden omdat het kerstfeest is geweest. Christus is gekomen. Dan gaan wij met de ogen van Jezus kijken naar andere mensen. We gaan onvoorwaardelijk liefhebben. Als God dit ziet, dan brengt Hij steeds meer mensen op onze weg. Dan leeft Christus in ons en ben je eerlijk, een man of vrouw uit één stuk. Je durft je open naar elkaar op te stellen en de ander in jouw hart te laten. Het kan ook best weleens stormen, maar je durft vertrouwen te hebben in een ander, omdat je zelf ook betrouwbaar bent. Vanuit dit vertrouwen kun je wijzen op God. Paulus zegt het zo: Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij (Gal. 2:20). Dat is leven door Hem. Het is de opdracht van het kerstfeest voor ons, en het doel van Gods liefde.

 

Gemeente, wij gaan afsluiten. Hierin is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. Deze tekst vraagt ons om al onze argwaan tegen de prediking van vrije genade af te leggen. Misschien wordt u er wel onrustig onder, als het vuur u aan de schenen wordt gelegd. Maar het is tot uw behoud. Want wie niet gelooft, is alreeds veroordeeld. Dan gun ik u, dat u eens begint te geloven dat het waar is wat er in de tekst staat. Dan komt u terecht aan de voeten van Christus. Daar is leven, eeuwig leven, redding en behoud.

 

‘Ja,’ zegt iemand, ‘kon ik het maar geloven dat Christus ook voor mij naar deze wereld kwam en Zijn leven gaf aan het kruis.’ Zou je het willen? Zou je het willen geloven? Gaat je hart daarnaar uit? Ben je ook, net als Micha, uitziende naar de Heere? En ik zal wachten op de God van mijn heil en mijn God zal mij horen (Micha 7:7). God doet wat Hij zegt.

U moet uzelf veroordelen, maar uw hart springt op van vreugde als Christus gepredikt wordt in het heerlijke kleed van Zijn beloften, de beloften van het Evangelie. Als Kind in de kribbe en als Middelaar aan het kruis van Golgotha wordt de Heere Jezus dierbaar en waardevol voor je. Je gaat alles in Hem zien.

Als je toch eens weten mocht dat je Zijn eigendom was… En dat moet u weten om welgetroost te leven en te sterven. De Heere wil Zichzelf nog wegschenken aan verloren zondaren. Het is het werk van de Geest om Hem in te dragen in je hart.

 

Wie op het kruis ziet door het geloof, wordt erbij ingesloten. Wie in Hem gelooft, gaat niet verloren. Het geloof is niet een status, maar een daad, een activiteit. Het gaat er heel gewoon om dat je je vertrouwen stelt op Hem. En met al je zonden, gebreken en schuld overgeeft aan Hem, omdat Zijn bloed reinigt van alle zonden. Hij zegt dat we tot Hem mogen komen, al waren onze zonden als scharlaken. Hij zal ze maken witter dan sneeuw. Wie de heerlijkheid ziet van de gekruiste Koning, die erkent niet alleen zijn eigen verlorenheid, maar ook Gods reddende liefde. Geeft het u geen blijdschap, zoals bij de herders die de geboren Koning mochten aanschouwen? Toen Hij hen verkondigd werd, zijn ze gaan kijken.

 

Hebt u geen vrede als u onder het Evangelie de zoom van Zijn kleed mag aanraken? Dat geeft zoveel vrede, want daarvoor moet je dichtbij Hem zijn. Dan trekt Hij je onweerstaanbaar met de kracht van een magneet weer naar Zich toe. Dan strek je de armen van het geloof naar Hem uit. Dat is geloof, als je naar Hem toegetrokken wordt en je dat mag laten gebeuren. De Heere Jezus wil zo graag omhelsd worden. Hij wil zo graag uw Koning zijn. Hij wil dat u leeft door Hem en gelijkvormig bent aan Hem. Leg uw hand maar in Zijn doorboorde hand.

Het is nog genadetijd. Er is nog volop plaats aan de voeten van de Heere Jezus. Er is nog hoop, ook voor ouderen die geen zekerheid hebben. Ook voor jongeren die misschien weinig interesse hebben en misschien liever niet naar de kerk waren gekomen. Ook voor jongeren die graag gekomen zijn. Ook voor mensen in de kracht van hun leven.

De Bijbel zegt: Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld (Joh. 3:18). En daarom is er maar één remedie. En dat is tot Jezus gaan, buigend en biddend aan Zijn voeten. O Vredevorst, Gij kunt gebieden, de vrede op aard’ en in mijn ziel. Doe elke zondaar tot U vlieden, dat al wat ademt voor U kniel’! U ook. Jij ook.

 

Amen.

 

 

Slotzang: Psalm 133:2

 

Die liefdegeur moet elk tot liefde nopen,

Als d’ olie, die, van Arons hoofd gedropen,

Zijn baard en klederzoom doortrekt;

Z’ is als de dauw, die Hermons kruin bedekt,

Die Sions top met vruchtbaar vocht besproeit,

En op zijn bergen nedervloeit.