Ds. D. Rietdijk - Handelingen 2 : 1 - 4

Het pinksterfeest, het feest van de vervulling

De dag werd vervuld
Het huis werd vervuld
De harten werden vervuld

Handelingen 2 : 1 - 4

Handelingen 2
1
En als de dag van het Pinkster feest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen.
2
En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten.
3
En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen.
4
En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 118: 12
Lezen : Handelingen 2: 1-13
Zingen : Psalm 47: 1, 2, 4
Zingen : Psalm 21: 13
Zingen : Psalm 57: 7

Gemeente, wij willen met u overdenken het evangelie van Pinksteren, zoals u dat vindt in Handelingen 2, daarvan het eerste tot en met het vierde vers:

 

En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen. En er geschiedde haastelijk uit de hemel een geluid, gelijk als van een geweldige gedreven wind, en vervulde het gehele huis waar zij zaten. En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen. En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.  

 

Wij gaan luisteren naar: Het pinksterfeest, het feest van de vervulling.

 

Wij gaan drie dingen zien:

1. De dag werd vervuld

2. Het huis werd vervuld

3. De harten werden vervuld

 

1. De dag werd vervuld

 

Het pinksterfeest is de kroon op al de heilsfeiten die wij met elkaar hebben mogen overdenken. De heilsfeiten beginnen met de geboorte van de Heere Jezus Christus in de stal van Bethlehem. Zij worden voortgezet met Zijn kruisdood, de opstanding uit de doden op het paasfeest, en de hemelvaart vanaf de Olijfberg.

Pinksterfeest is ten diepste een Christusfeest. Het is niet een feest dat na het kerstfeest, het paasfeest en de Hemelvaartsdag er nog eens bij komt. Nee, het is ook een Christusfeest. Wat in Bethlehems stal begon, is op de pinksterdag voltooid. Het is het laatste heilsfeit voor de wederkomst van de Heere Jezus Christus op de wolken van de hemel.

Er zullen dus geen andere heilsfeiten meer komen. Dat is ook niet nodig, want alles wat er gebeurd is, tot en met het pinksterfeest, is het voltooide werk van de Heere Jezus Christus.

 

Door de komst van de Heilige Geest op de aarde zal er, alle eeuwen door, een kerk op deze aarde zijn. De Heere Jezus gaat op de aarde door middel van Zijn Heilige Geest met Zijn Woord verder. Hij zal door middel van het Woord Zijn uitverkoren gemeente bijeenvergaderen. Totdat straks die gemeente volkomen zal zijn en Hij deze tot Zich nemen zal in heerlijkheid. Pinksterfeest is dus echt de voltooiing van het werk van Christus.

De Geest komt om het werk van de Heere Jezus toe te passen en uit te delen door middel van de prediking van het Woord. Zo is er dus een verband tussen Lukas 2, waarin de komst van de Heere Jezus op de aarde wordt beschreven, en Handelingen 2, waar de komst van de Geest op de aarde wordt getekend.

 

Op de morgen van de Pinksterdag in Jeruzalem vinden wij al de discipelen van de Heere Jezus bijeen. Het zijn in ieder geval de elf discipelen geweest die Hij heeft gehad op deze aarde. De plaats van Judas is inmiddels ingevuld door Matthias, die verkozen was tot apostel. Bij deze twaalf apostelen zijn meer dan honderd andere discipelen geweest. Zij behoorden tot de ruimere kring van de discipelen. Daar zijn ook vrouwen bij geweest en ook kinderen. Een hele gemeente was tezamen in Jeruzalem.

Deze mensen waren daar vroeg. Zij waren samengekomen op de derde ure van de dag. Dat wil zeggen om negen uur ‘s morgens. De Heere Jezus had het ook zo bevolen aan Zijn discipelen. Zij moesten in Jeruzalem blijven en wachten tot de belofte van de komst van de Heilige Geest vervuld werd. Totdat zij met kracht uit de hoogte zouden aangedaan worden.

Na de hemelvaart zijn de discipelen vanaf de Olijfberg met grote blijdschap teruggegaan naar Jeruzalem en hebben daar naar het Woord geleefd. Zij hadden nauwkeurig naar het woord van Jezus geluisterd en dit bewaard. Nu hebben zij gewacht op de vervulling van de belofte die de Heere gegeven had. De vervulling wordt altijd verkregen door middel van het gebed.

 

Zo zijn de discipelen dan eendrachtelijk bijeen in bidden en smeken, zo weten wij uit Handelingen 1. Samen verbonden door dezelfde verwachting van de Geest van Christus. Hij heeft hen ook samen verbonden. Zij hebben tien dagen met elkaar geleefd met bidden en smeken. Dat wil zeggen: zij hebben hun ogen opwaarts gehouden naar de hemel en hebben van daar verwacht dat de Heere Zijn beloften zou vervullen.

Wat is dat uitzien een liefelijk beeld dat ons getekend wordt. Dat biddende uitzien van die honderdtwintig mensen. Als u deze kerk vergelijkt met die van vandaag aan de dag, verscheurd, verdeeld, verbrokkeld en bepaald niet eendrachtig, wat moet dit ons dan met schaamte vervullen!

 

Wat wordt er vér van Christus af geleefd. Wat wordt er ook vér van de beloften van de Heere Jezus geleefd. Als wij dichtbij deze beloften leven, als mensen die in onszelf niets hebben en kunnen, dan zouden wij ook eendrachtig leven. Dan acht de een de ander uitnemender dan zichzelf.

Wij staan dan niet boven elkaar en kijken ook niet op elkaar neer, maar zijn aan elkaar verbonden. Eén van hart; één van zin. Eén geloof, één hoop en één doop bindt hen samen. Zo is hun verwachting van de Heere alleen.

Men spreekt over duisternis in onze dagen. De Geest zou niet meer werken en er wordt zo weinig gezien van het werk van God. Dat komt omdat als je ver van God af leeft, je daar ook niets van ziet. Je ziet dan alleen maar totaal onbelangrijke dingen, die geen waarde voor God en mensen hebben. Maar als je dichtbij de Heere Jezus en Zijn Woord leeft en samen het hoofd omhoog heft, dan zie je de dingen van het Woord van God. Je mag dan ook samen in eendracht leven, en dat maakt de gemeente Gods uit.

 

Deze honderdtwintig mensen zitten in een zaal te Jeruzalem. Waar dit geweest is weten wij niet, maar zij verwachten in gebed en in smeking de vervulling van Gods beloften. Dat is de gemeente van Christus.

Nu gaat het uitzenden van de Heilige Geest gebeuren. Niet in de tempel, want daar komt de Heere niet. Daar was het farizeïsme. Maar juist op de plaats, waar deze honderdtwintig mensen zijn die opzien naar de hemel en in eendracht samenleven, komt de Geest des Heeren.

Hij komt er op de pinksterdag. Bij hen die voor het pink­sterfeest zijn samengekomen in Jeruzalem. Want de Geest komt niet alleen bij die gemeente. Hij gaat juist komen zodat het pinksterfeest vervuld wordt.

 

In Jeruzalem is een hele schare van mensen, die dit feest vieren. Straks zullen die honderdtwintig mensen gaan preken. Door middel van deze prediking van de gemeente van Christus in Jeruzalem, waarop de Geest zal neerdalen, zal deze schare getroffen worden in het hart.

Uit alle delen rondom de Middellandse Zee zijn zij samengekomen in Jeruzalem. Jeruzalem was vol. Want Israël vierde het oogstfeest. Het koren was binnengehaald en de eerstelingen van de oogst, de broden, werden de Heere voorgesteld in de tempel. Dat was het pinksterfeest vanouds. Men begon tijdens het paasfeest zeven weken te tellen en aan het eind hiervan was het pinksterfeest.

Het pinksterfeest is het feest van de eerstelingen van de oogst van Christus. Zij werden binnengehaald om de Heilige Geest op uit te storten. Want juist op deze dag wordt de oogst, die Christus toekomt, binnengehaald en binnengebracht door de eenvoudige prediking.

 

Bovendien is Israël, na de ballingschap, op het pinksterfeest gaan gedenken dat zij vijftig dagen nadat zij uit Egypte waren weggetrokken, bij de Sinaï zijn aangekomen. Daar heeft de Heere Zich met het volk van Israël in een verbond gesteld. Daar heeft Hij hen de wet gegeven, die aanvangt met: Ik ben de Heere uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb (Ex. 20:2). Daar heeft Hij hun de dienst der verzoening gegeven, en trad Hij door middel hiervan in gemeenschap met Israël.

Wat een prachtige gedachte, dat de Pinkstergeest wordt uitgestort op die dag waarop Israël gedacht dat de Heere hen ondertrouwd had. Zo noemen de profeten in Israël de ondertrouw van Jehova met Zijn volk Israël. De Heere sloot dus een trouwverbond met het volk. Hij ondertrouwde dat volk. Hij nam ze voor Zijn rekening en zou dat volk verzorgen. Hij zou hun God zijn. Daartegenover zou het volk van Israël de Heere in liefde dienen. Het was een huwelijksverbond.

Zo komt nu de Geest in het Nieuwe Testament op de aarde wonen. Juist op dit pinksterfeest, want Jezus, Die in de hemel gezeten is aan de rechterhand van Zijn Vader, gaat een ondertrouw aan met Zijn volk. Hij schenkt hun een onderpand op deze aarde. Een onderpand van Zijn liefde, van Zijn trouw en van de verkregen verlossing. Het nieuwe verbond breekt aan. Niet meer het oude verbond van Israël, bestaande uit allerlei wettische dingen. Het was als het ware ingekapseld in de wet. Maar het nieuwe verbond komt.

Hierin is geen wettische bedeling meer, maar komt de Heilige Geest wonen in de gemeente van God. Daarom wordt de Geest uitgestort op die honderdtwintig mensen in Jeruzalem en gaat Hij wonen in het hart van al Gods gunstgenoten.

Dan zal de Geest de wetten des Heeren in hun harten schrijven en in hen wonen. Hij zal hun een nieuw hart geven en het stenen hart wegnemen. Zij mogen wandelen door de Geest van God. Zo ondertrouwt de Heere Jezus op het Pinksterfeest Zijn gemeente op deze aarde.

De banden van de wet zijn verbroken en de kerk des Heeren wordt in vrijheid gesteld. De vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen Gods. Zij mogen gaan wandelen door de Geest van God en de Geest van Christus.

Nu zal ook de kerk voortgang vinden. Het werk van Christus gaat op de aarde voort. Wanneer de gemeente leeft, gaat zij spreken door de Geest en wordt zij vruchtbaar. Dan mag zij door de Geest zien dat zij kinderen voortbrengt, waarvan Psalm 87 zong: Deze  is aldaar geboren. En van Sion zal gezegd worden: Die en die is daarin geboren; en de Allerhoogste Zelf zal hen bevestigen (Ps. 87:4-5).

 

Dat gebeurt dus in Jeruzalem, in het huis waar de gemeente van de Heere Jezus bijeen is. Zij zitten eendrachtelijk bijeen op het feest van Pinksteren. Jeruzalem is gevuld met al de vreemdelingen die gekomen zijn om het feest der weken te vieren en te gedenken aan de verbondssluiting bij de Sinaï. Het ligt als het ware allemaal klaar. Op deze Pinksterdag gebeurt het. En als de dag van het pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen.

De Heere gaat het gebed van Zijn gemeente verhoren en Zijn beloften vervullen. Dit is het tweede wat wij met elkaar gaan overdenken:

 

2. Het huis werd vervuld

 

Terwijl de gemeente daar op die vroege morgen samengekomen is, is plotseling het geluid als van een geweldige gedreven wind te horen. Verdeelde tongen als van vuur zijn te zien op de hoofden van die honderdtwintig mensen. Het is een teken; een symbool. De Heilige Geest openbaart Zich in Zijn komst in een hoorbaar en in een zicht­baar teken.

Daar is in dat huis in Jeruzalem wat van te horen en te zien. Dat is aan de ene kant nodig. Want als de Heere Jezus geboren wordt, dan is daar een Kind te zien in de stal van Bethlehem. Wanneer de Heere opstaat uit de doden, verschijnt Hij lichamelijk weer aan Zijn discipelen. Dat is ook te zien. Als Hij opvaart naar de hemel, dan zien de discipelen Hem echt omhoogrijzen naar de hemel. Bij deze voorgaande heilsfeiten is dus steeds wat te zien en te horen. Daar is de Heere Jezus te zien.

Maar nu komt de derde Persoon van het goddelijk Wezen, de Heilige Geest, op de aarde. Die Geest is onzicht­baar, niet te zien of te tasten. Je kunt Hem niet zomaar waarnemen. Dus als Hij komt laat Hij Zich vergezeld gaan van tekenen. Tekenen die een verkla­rend element in zich hebben. Dat wil zeggen: deze tekenen laten zien wat de Geest op de aarde komt doen.

De Heilige Geest laat dus in Zijn komst Zélf zien wat Zijn ambt is. Bij het kerstfeest kwamen engelen om te vertellen wat er gebeuren moest. Engelen vertellen bij het paasfeest wat er gebeurd is. Bij de hemelvaart op de Olijfberg staan twee engelen bij de elf mannen die de Heere hebben zien heenvaren.

Maar dat zal niet meer gebeuren. Er komen geen engelen meer om dingen te verklaren. Wat er nu ge­beurt, is dat de Heilige Geest Zichzelf verklaart op de pinksterdag. Daar zijn geen engelen meer nodig. De Heilige Geest zal Zich nu gaan bedienen van gewone mensen. Van elf mannen, hele gewone mensen van vlees en bloed.

 

Want hoor maar, het zijn machtige tekenen. Daar is het geluid als van een orkaan; van een geweldige, gedreven wind. Er is geen wind, maar het is áls van een wind. Daar is het teken van vuur. Er is geen vuur, maar het zijn tongen áls van vuur. Vuur en storm. Nu, daar hebt u de kracht van de Heilige Geest.

 

De Heilige Geest laat zien dat de kracht waarmee Hij gaat werken op deze aarde, gelijk is aan die van een orkaan. Wij weten wat een orkaan voor verwoestingen aan kan richten. In ons land hebben wij de kracht van stormwinden gekend. Dan hoeft u alleen maar te denken aan 1953, toen wij gezien hebben wat de stormwind in verbinding met het water teweeg kan brengen.

Dorpen worden weggevaagd; huizen worden meegenomen. Dan kan alles worden meegesleept wat in de richting, in de baan, van de wind ligt. Het is een geweldige kracht. Zo komt de Heilige Geest met de kracht van een orkaan.

Als de Heere Jezus door Zijn Geest en Zijn Woord hier op de aarde gaat werken, dan is Zijn kracht zo groot als die van een orkaan. Dan gaat de Geest alles wat zich tegen Christus verheft omverwerpen.

U ziet dat straks in Jeruzalem gebeuren. Daar staan de mensen die geroepen hebben: ‘Kruist Hem; weg met Deze. Wij willen niet met Deze te maken hebben. Wij willen niet dat Deze Koning over ons zij!’ Dan komt de eenvoudige prediking van Petrus en de andere apostelen. Er zijn drieduizend van de mensen die zich geërgerd hebben aan Christus en aan het Evangelie van Zijn genade en deze geven zich onvoorwaardelijk over. Hoe komt dat? Wel, omdat de Geest komt met die geweldige kracht, waarmee Hij omverwerpt datgene wat van ons is. Waarmee Hij ook tegelijkertijd de genade van de Heere Jezus Christus gaat planten in het hart.

Dan mag dat nóg zo eenvoudig gaan, want het gaat door de prediking van het Woord. Het geluid van de wind is te horen en de tongen zijn te zien. Het teken van de taal; de tong die spreekt. De vlammetjes die op de hoofden van de discipelen zaten, waren net van deze sprekende tongen. Als dit door de Heilige Geest een kracht in je hart geeft, dan wordt alles omvergegooid wat zich in je binnenste tegen de Heere verheft.

 

Want de wind van de Heilige Geest heeft een tweeledige werking. In het Hooglied staat dat deze Geest komt als een noordenwind en als een zuidenwind. Nu is de noordenwind een geweldige harde wind, die de hoven doorzuivert en alle onreinheid uitdrijft. Alle dode bladeren, alle dode vruchten, gaan weg.

Zo komt de Heilige Geest zuiverend door jouw leven heen. Dan zuivert Hij uit wat er niet in thuis hoort. Het gaat ontdekkend door je leven heen. Je gaat zien wat voor een mens je voor God bent, maar ook altijd geweest bent. Dat je nooit naar God gevraagd hebt. Dat ga je zien.

De Geest komt ook als de zuidenwind. Dat is een zachte, een zoele wind. Die maakt de hoven van Israël vruchtbaar. De bloesem gaat uitbot­ten, vrucht zetten en dan gaan de specerijen zich verspreiden over de hoven. Het is een vruchtbaarmakende, zoele zuidenwind.

Vanuit het Woord van God gaat Hij openbaren Wie Christus voor een verloren mens wil zijn. Want de Geest komt niet op de aarde om van Zichzelf te getuigen, of om van Zichzelf te spreken. Er zijn mensen die dit proberen. Het zijn alle geestdrijverijen. Denk maar aan de pinksterbewegingen, of aan de dopersen en aan de baptisten. Zij willen een Geest zien buiten Christus om, maar dat kan niet.

Hij komt op aarde met het Woord en heeft maar één doel: de Naam van de Heere Jezus in uw leven gestalte geven, zodat u het alleen van Christus verwacht.

De Heere Jezus zegt: Die (de Heilige Geest) zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen (Joh. 16:14). Hij komt dus in je hart om Christus gestalte te geven, zodat uw verwachting van de Heere Jezus alleen zou zijn. Daar komt Hij voor.

 

Hij doet dit onwederstandelijk, zodat je niet nog eens ‘nee’ kunt zeggen. Net zoals een orkaan komt, want die is niet tegen te houden. Je kunt de orkaan niet buitensluiten of in een bepaalde ruimte vangen. De orkaan gaat heen waar hij wil.

Wel, zo doet de Heilige Geest; Die komt vrijmachtig. Een geweldige zaak. Want dan kun je denken dat je het tegen de Geest kunt volhouden. Vergeet het maar, want daar kan niemand het tegen volhouden. Als de Geest komt, dan komt Hij onwederstandelijk. Hij komt ook geweldig vrijmachtig. Dan kunnen wij mensen uitzoeken hoe de Geest in ons werkt en werken zal. Maar Hij gaat een totaal andere weg. Die Geest kiest altijd een weg die wij nooit gedacht hebben.

Dan zie je ze heel wonderlijk komen. Mensenkinderen, die door de Geest van God zijn aangeraakt en de Naam van de Heere Jezus hebben lief gekregen. Zowel van het oosten als van het westen. Dan zie je jongens en meisjes; dan zie je jonge mensen komen, waarin de Geest des Heeren werkt. Zij worden gedreven door deze Geest. Dat worden geen geestdrijvers, maar dat worden mensen, gedreven door de Geest.

 

Waar kun je dat aan weten? Wel, hieraan: zij worden aan het Woord van God verbonden en krijgen dit lief. Deze mensen gaan naar dat Woord van God horen en eronder buigen. Zij gaan naar de God van dat Woord vragen. Dat zijn mensen die komen door de Geest van God, gedreven in stilte; heel stil. Je kunt er niets aan merken. Je ziet geen bijzondere, extreme dingen. Maar het zijn mensenkinderen, in alle eenvoud hun knie buigend voor de Heere en vragend naar de Heere en Zijn sterkte. Zij gaan het Woord openen en vragen: ‘Heere, zou U mij onderwijs willen geven vanuit Uw Woord?’

 

Zo waait de Geest van Christus door de hof van de kerk onder de prediking van het Woord. Dan komt de kracht ervan openbaar. Bezielend, leven gevend. Zo is de Geest van God, de adem van de Almachtige, Die komt en een bezielende kracht heeft. Hij geeft leven schenkende kracht, waardoor mensen gaan vragen naar God.

Dan hoor je de stokbewaarder vragen: Lieve heren, wat moet ik doen opdat ik zalig worde (Hand. 16:30)? Je hoort ook de tollenaar in de tempel bidden: O God, wees mij zondaar genadig (Luk. 18:13).

Nu, daar hebt u het geluid van de wind. Want de Heere Jezus zegt tot Nicodémus: De wind blaast waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet vanwaar hij komt en waar hij heengaat (Joh. 3:8). Zo is nu de Heilige Geest.

Wat is het geluid van de Heilige Geest? Dat is ook deze bede: Geef mij Jezus of ik sterf, Jezus is mijn zieleleven, buiten Jezus het verderf.’ (Jacob Groenewegen). Het gaat om Christus en Zijn genade alleen. Zo werkt die wind; onwederstandelijk en vrijmachtig.

 

Aan de andere kant, daar zijn tongen als van vuur. Waar het Woord gepreekt wordt – en dat was te zien op die pinksterdag – gaat de prediking hiervan werken als vlammetjes van vuur. Er staat eigenlijk in onze tekst: zich verdelende tongen als van vuur. Je zag deze vlammetjes zich verspreiden van het ene hoofd naar het andere. Eenieder zag bij de ander de vlammetjes. Zich verdelende tongen als van vuur. Het ging overal heen.

Zo doet de prediking van het Woord. Daar worden harten aangestoken door de liefde van God in de Heere Jezus Christus. Deze harten worden in vuur en vlam gezet. Zij worden in brand gezet. Waar dit Woord gepreekt wordt, gaat dit vuur van het Woord overal heen. Dat is het geweldige van het werk van de Heilige Geest.

Dan worden mensenharten in brand gestoken door het Woord en de prediking van Gods getuigenis. Dan is het getuigenis van Jezus datgene wat harten in brand steekt. Die verdelende tongen als van vuur.

 

Waar vuur is, komt licht. Daar is het licht van kennis in de allereerste plaats aanwezig. Het gaat de duisternis van het hart verlichten. De meeste mensen leven voor honderd procent in de duisternis van de wereld en geven zich hieraan over. Zij denken werelds en denken al helemaal niet vanuit het Woord van God en vanuit God.  

Als u nog nooit de duisternis van uw verdwaasd verstand hebt gezien, dan gaat u dit door het Woord en de Geest zien. Dan ga je zien dat je maar een dwaas bent en zonder God in de wereld leeft. Een mens die zonder God zijn beslissingen neemt, en zo alle dingen in het leven doet.

U hoort het: in de wereld waarin wij leven wordt alles gedaan zonder God. Wij werken zonder God en regeren zonder God. Wij leven zonder God, zijn getrouwd zonder God en nemen kinderen zonder God. Daar heeft God allemaal niets mee te maken. Niets, totaal niets. Zo leeft de mens in onze wereld.

Door het vuur ga je die totale duisternis van het ongoddelijke leven zien. Zien dat je een verloren mens bent, die als een dwaas in de duisternis rondtast. Wij tasten naar de wand (Jes. 59:10), zegt Jesaja, en kunnen die niet vinden. Zelfs niet, zegt hij, op de middag als het licht is.

Door de Geest komt kennis. In de duisternis van je hart, van je bestaan, gaat het licht op van het Licht der wereld, Christus. Ik ben het Licht der wereld (Joh. 8:12). Wat een wonder is het, als dat in uw hart opgaat, en de kennis door de Heilige Geest in uw ziel wordt ontstoken. Als in de duisternis van ons christelijk heidendom het licht van Jezus opgaat en u de heerlijkheid van Zijn koninkrijk gaat zien. Als u de heerlijkheid van Zijn genade en liefde gaat zien.

 

Vuur verwarmt ook. Waar vuur is, komt warmte en de liefde van Jezus. Als u iets gaat zien van Hem Die voor zulke mensen Zichzelf gegeven heeft tot in de dood des kruises. U gaat even iets hiervan proeven. Dan krijgt u Hem, Die de ganse kerk kent, lief met wederliefde. Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft (1 Joh. 4:19).

Waar de Geest komt, gaat Hij leren spellen, dat kinderlijke bidden: Abba, Vader (Rom. 8:15). Dan gaan wij kinderlijk, afhankelijk bidden tot de God des levens.

Er komt warmte in de ziel door de Heilige Geest, zodat wij in Christus aanschouwen een Vader Die zich ontfermt over Zijn kinderen. Die een vaderlijk mededogen heeft, waarop de kerk des Heeren gaat rekenen.

 

Denk aan ’t Vaderlijk meêdogen,

Heer’, waarop ik biddend pleit;

Milde handen, vriend’lijk’ ogen

Zijn bij U van eeuwigheid.

 

Waar de Geest door de prediking gaat werken, komt ook de ijver. Daar komt het licht van de ijver en wordt een mens getuige van de Heere Jezus Christus en Zijn genade. Je gaat spreken van hetgeen de Heere aan je ziel gedaan heeft. Dan ga je vertellen. Je wilt een ander niet alleen laten leven.

Er zijn honderdduizenden christenen in deze wereld, die nooit één mond opendoen en spreken van hun Koning en God. Maar waar de Geest des Heeren komt, daar komt ook het licht van de ijver; van het vuur van de ijver om te spreken van Hem. Van Zijn genade, die Hij voor de Zijnen heeft verworven, maar ook van Zijn mildheid, rijkdom en goedheid.

 

Het vuur van de Heilige Geest, dat zich verdeelt door tongen als van vuur.

Dat gaat over al de mensen die daar zitten. De gemeente Gods wordt daardoor vervuld. Wat is het een wonder dat de Heere is neergekomen op deze aarde. Hij heeft willen vervullen en maakte Zijn woning in de gemeente van God.

Want nu wordt door de prediking van het Woord het koninkrijk van God uitgebreid. En nu komt deze Geest neer, niet alleen op de twaalf apostelen, maar ook op die honderdtwintig mensen. De Geest gaat in hen wonen.

 

Onder het oude verbond waren bijzondere ambten ingesteld, maar onder het nieuwe verbond is elke christen ambtsdrager. Daar is hij pro­feet, priester en koning.

Nu komt de Heilige Geest neer op al die honderdtwin­tig mensen, wie zij ook zijn.  Tollenaren, mensen die door duivelen bezeten waren, farizeeërs; zij werden gegrepen, zij werden opgeraapt, zij werden toegebracht, zij werden vervuld door de Heilige Geest.

De bede voor de kerk des Heeren vandaag aan de dag is niet om de komst van de Geest op deze aarde, want Hij is éénmaal gekomen, maar om de dóórwerking op de aarde. Ontwaak, Noordenwind, en kom, gij Zuidenwind, doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien. O, dat mijn Liefste tot Zijn hof kwame, en ate zijn edele vruchten! (Hoogl. 4:16). Zo gaat de kerk bidden, zoals de dichter van Psalm 21 dit deed en wij nu met hem gaan zingen uit het dertiende vers:

 

Verhoog, o Heer’, Uw Naam en kracht;

Zo zal ons vrolijk zingen

Door lucht en wolken dringen;

Zo wordt Uw heerschappij en macht

Door ons, nog eeuwenlang,

Geloofd met psalmgezang.

 

De dag werd vervuld. Het pinksterfeest. Het huis werd vervuld; daar kwam de Geest met Zijn geweldig sprekende tekenen van kracht en liefde. Maar nu wordt ook het hart vervuld. Want er staat: En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest.

Daar is een vervulling van de Geest op tweeërlei manier. Er is een vervulling van de Geest, die in het leven van mensen komt. Als de Heere, door de prediking van het Woord, mensen opraapt, is daar een vervulling door de Heilige Geest. Hij komt daar wonen en blijft altijd.

De twaalf apostelen en honderdtwintig mensen waren geen geesteloze mensen die nu ineens de Geest ontvingen. Welnee, dat waren mensen in wie de Geest woonde. Hij werkte in hun hart. Want er is nooit nog iemand bekeerd geweest en die geloof heeft beoefend, zonder de Heilige Geest. Dat heeft zelfs Abraham niet, de vader van alle gelovigen.

 

Maar er is ook een andere vervulling, en dat is de toerusting tot een bepaald ambt; tot een bepaalde gebeurtenis. U vindt dit telkens in de Handelingen der Apostelen weer terug. Dan vindt u de apostelen vervuld met de Heilige Geest en zij begonnen te spreken.

Misschien zeggen wij dan: ‘In Handelingen 2 werden zij toch vervuld met de Heilige Geest?’ Ja, de Geest woonde in de apostelen, maar dat deed Hij al voordat Handelingen 2 begon. Toen was Hij al in het hart van deze mensen bezig. Zij werden toegerust tot een bepaalde taak. En dit gebeurt telkens opnieuw.

Herinnert u zich Handelingen 4? De gemeente bad voor de apostelen, toen zij in de gevangenis zaten. Daar vindt u ineens dat zij vervuld worden met de Geest en het Woord van God met vrijmoedigheid spreken.

Dus, een tweeërlei vervulling. Iemand wordt vervuld met de Geest wanneer de Heere woning maakt in het hart. Dat is het principiële, het wezenlijke. Als wij, als een arme zondaar, zó de Heere Christus mogen ontmoeten en in Hem onze Zaligmaker vinden. Dan is dat de dag van ons leven, die je nooit meer vergeet; ons derde punt:

 

3. De harten werden vervuld

 

Het hart wordt een woning van de Geest. Zowel wanneer Hij daar voor het eerst inwoning maakt, als wanneer Hij komt met bijzondere werkingen om ons toe te rusten voor een bepaalde taak. Ons lichaam wordt een tempel van de Heilige Geest, zegt Paulus.

Die onbewoonbaar verklaarde woning, die ruïne, die wij hebben achtergelaten in het paradijs, wordt door de Geest des Heeren weer vervuld. Hij gaat daar nu weer wonen op tweeërlei wijze.

Zij werden allen vervuld met de Heilige Geest. Volgemaakt met Zijn werking. Het gaat hier om het toerusten tot het ambt waartoe zij geroepen werden om op die pinksterdag te gaan preken. Denk erom, op deze pinksterdag legt de Heere helemaal de nadruk op het profetische ambt van de kerk, op de prediking van het Woord.

Want dan gaan deze mensen preken. Als het hart vervuld wordt, gaat de mond open. Ik heb geloofd, zegt Paulus, daarom heb ik gesproken; zo geloven wij ook, daarom spreken wij ook (2. Kor. 4:13).

 

Als de mond opengaat, waarvan ga je dan spreken? Ga je dan spreken van: ‘Ik heb dit, ik heb dat, ik heb zus en ik heb zo’? Nee, als u mag ervaren dat de Geest u vervult en toerust om te gaan spreken, dan gaat u spreken over de grote werken Gods.

Wat zijn dan deze grote werken Gods? Is dat het bijzondere in de schepping en het interessante wat je zo in de natuur kunt ontmoeten? Nee, die grote werken van God, de Magnalia Deï, zijn het werk van de Heere Jezus Christus, het werk van de Vader en het werk van de Heilige Geest. Dat is het zaligende werk van God in Christus Jezus.

Dát verkondigen hebben deze discipelen gedaan. Hun harten werden vervuld en gingen open.

 

Zij gingen spreken in andere talen, gelijk de Geest hun gaf uit te spreken. Dat waren er nogal wat.

Wie daar waren? Parthers en Meders en Elamieten, en die inwoners zijn van Mesopotámië, en Judea, en Cappadócië, Pontus en Azië, en Frygië, en Pamfylië, Egypte en de delen van Libië, hetwelk bij Cyréne ligt, en uitlandse Romeinen, beide Joden en Jodengenoten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken (Hand. 2: 9-11).

Denkt u erom, het is een verzameling, die daar genoemd wordt. Want Arabieren, Ismaëlieten, horen het. Wat denkt u van Egypte? Vijand van Israël geweest, hen onderdrukt bij de tichelovens. Wat denkt u van Mesopotámië? Het afgodenland, waar Abraham uit weggetrokken is, waar hij nooit meer naar terug mocht keren? Zij staan hierbij. En wat denkt u van de Kretenzen? U moet maar eens lezen wat Paulus daarvan schrijft aan Titus. Dat waren leugenaars, luie buiken. Het waren mensen die niet van werken hielden. Zij waren eigenlijk leeg- of klaplopers. Paulus doet daar een boekje over open. Maar zij staan er!

 

Op de pinksterdag staan zij daar. ‘De Filistijn, de Tyriër, de Moren, zijn binnen u, o Godsstad, voortgebracht.’ Zij staan daar en horen over de grote werken Gods spreken in hun talen. Dat is het wonder van Pinksteren. De Heere gaat over de grenzen van Israël heen. Dan gaat het verbond der genade, het Evangelie, naar alle volken toe. En daarvoor heft de Heere voor een ogenblik de spraakverwarring op, die er gekomen is in Babel.

De mensen daar in Babel waren groot in zichzelf. Zij maakten zich sterk tegenover God en gingen een eenheid vormen rondom de toren. Maar nu, op de Pinksterdag, komt God. Hij laat zien dat, door Zijn genade, de gevolgen voor de mens worden opgeheven.

Een iegelijk mens hoorde in zijn eigen taal de grote werken Gods spreken. Dat is voor ons misschien niet meer zo verwonderlijk. Of is het voor u weleens een wonder geworden? Zodat u zegt: ‘Heere, dat U zo goed geweest bent om naar deze heiden om te zien en in onze taal Uw Woord te laten spreken.’

Wat zal dat straks zijn als de kerk eenmaal boven is. Want op deze pinksterdag ziet u een voorteken van hoe het eenmaal zal zijn. De ganse gemeente van Christus, wanneer zij in de hemel zijn, zullen als één man met het geluid als van vele wateren God grootmaken. Dan zal de zonde tenietgedaan zijn.

 

Nu gebeurt het wonder zó, dat de Heilige Geest zorgt voor wege, waardoor het Woord gebracht wordt tot aan de einden der aarde, en mensen die van het gerucht van Jezus niet hebben gehoord, ervan gaan horen. De Pinkstergeest komt, het Woord gaat uit en de toerusting voor het ambt komt van de Pinstergeest.

Deze toegeruste mensen, door de Geest van Pinksteren, gaan het Woord van God preken. Als wij broeders van het zendingsveld in ons midden mogen hebben, dan is dit een teken van de Geest van Pinksteren.

Zij hoorden hen in hun eigen taal de grote werken Gods spreken. Dan is de Geest uitgegaan en deze werkt door, tot aan de einden der aarde.

 

Gemeente, is ons hart vervuld door die Geest? Misschien zegt u dan: ‘Ja, ik heb weleens wat meegemaakt.’ Nee, ik vraag niet of u weleens iets meegemaakt hebt, maar of uw hart vervuld is van die Geest.

Dan zult u zeggen: ‘Hoe kun je dat nu weten?’ Luister dan naar Petrus, als hij gaat preken tot mensen die straks staan te spotten en zeggen: Zij zijn vol zoeten wijn (Hand. 2:13).

Wat gaat Petrus preken? Niets anders dan Christus. Hij pakt de profeet Joël erbij en gaat zeggen: ‘Dit is wat door Joël geprofeteerd is. Want Christus is opgevaren naar de hemel en Hij stort nu uit wat gij nu ziet en hoort.’ Zijn hart is vervuld van Jezus.

Dus laat ik het anders vragen. Is uw hart vervuld van Jezus? Dan gaat uw mond er ook vervuld van raken. Het gaat een wonder worden dat Jezus op deze wereld gekomen is. Dat Hij naar mensen nog omziet en dat Hij ze zalig wil maken. Van dit wonder gaat u spreken. Want als het een wonder voor u is en het voor u kan, dan gaat u ook willen dat het voor een ander gebeurt.

Want dan kan het ook zéker voor een ander. Je gaat het zeggen in je huis, tegen je kinderen. Natuurlijk doe je dat. En je gaat dit zeggen tegen je vrienden en tegen je collega’s.

Het gebeurt weleens dat je iemand op straat tegenkomt en denkt: ‘Hem of haar wil ik het vertellen.’ Dat doet de Heilige Geest: vertellen van deze Jezus, Die gekomen is om zondaren zalig te maken.

Het begint eigenlijk bij Kerst, met de boodschap van de engelen. En op het pinksterfeest, daar nemen mensen het over en gaan het ook verkondigen. Ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal; namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, Welke is Christus de Heere, in de stad Davids (Luk. 2:10-11). Dan sluit het Pinksterfeest weer aan op het Kerstfeest.

Alleen de engelenstem is vervangen door een mensenmond, die gedreven wordt door de Heilige Geest. Verkondigen, dat Jezus gekomen is om zondaren zalig te maken.

 

Woont die Geest van Christus in ons? Dat is een vraag voor u op Pinksteren.

 

Amen.

 

 

Slotzang: Psalm 57: 7

 

Uw goedheid, Heer’, is groot en hemelhoog;

Uw waarheid reikt tot aan de wolkenboog.

Verhef U dan ver boven ’s hemels kringen;

Uw eer versprei’ haar luister in elks oog;

Laat ieder die door heel de wereld zingen.