Ds. R.A.M. Visser - Johannes 16 : 14

De aankondiging van het werk van de Heilige Geest

De eer van Christus
Het werk van Christus
Het Woord van Christus

Johannes 16 : 14

Johannes 16
14
Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 84: 6
Lezen : Johannes 16: 1-14
Zingen : Psalm 72: 7, 9, 11
Zingen : Psalm 45: 1
Zingen : Psalm 119: 1, 86

Gemeente, jonge mensen,

Afgelopen donderdag is het Hemelvaartsdag geweest. We hebben er toen op gelet hoe de Heere Jezus is opgenomen in de hemel. Het was het feest van de kroning. Het werk van de Heere Jezus als Middelaar hier op aarde is immers klaar. Hij werd opgenomen terwijl Zijn discipelen het zagen. De discipelen kunnen dat allemaal niet zo bevatten. Daarom komen er twee engelen naar hen toe. Die twee engelen vertellen het één en ander, waarna de discipelen teruggaan naar de stad Jeruzalem, naar de opperzaal. Daar blijven ze met een aantal anderen eendrachtig volhardend in het bidden en smeken.

Nu wachten ze op de vervulling van de belofte die de Heere Jezus gedaan had. Hij had namelijk beloofd dat nu Zijn Heilige Geest komen zou. Die belofte had de Heere Jezus gedaan vlak voor Hij in de hemel werd opgenomen. Maar die belofte gaf Hij eerder ook al. En bij één van die eerdere beloften over de Heilige Geest staan we vandaag stil. We vinden de tekstwoorden voor de preek in het ons voorgelezen Bijbelgedeelte, Johannes 16, daarvan vers 14:

 

Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.

 

Ik noem u als thema bij deze tekstwoorden: De aankondiging van het werk van de Heilige Geest.

 

Daarbij staan we stil aan de hand van de volgende drie aandachtspunten:

1. De eer van Christus - Die zal Mij verheerlijken;

2. Het werk van Christus - want Hij zal het uit het Mijne nemen;

3. Het Woord van Christus - en zal het u verkondigen.

 

1. De eer van Christus

 

Gemeente, hoe is het om afscheidswoorden te horen van iemand van wie je veel houdt? Diep ingrijpend en emotioneel, toch? Indrukwekkend en verwarrend ook! De laatste woorden bewaar je in je hart. Wat kun je er nog lang over nadenken en voor jezelf mee bézig zijn. Je bent bezig met de afscheidswoorden van iemand van wie je veel hebt gehouden.

Dat hebben de discipelen ook gedaan met de afscheidswoorden van de Heere Jezus. Op de Hemelvaartsdag hebben ze hun Meester naar de hemel zien gaan. Nu is Hij niet meer bij hen. En toch blijven de discipelen niet werkeloos achter. Want de Heere Jezus gaf hun een opdracht mee. ‘Wacht in Jeruzalem op de Heilige Geest, want Die zal binnenkort komen.’

 

En het kan niet anders, of in deze tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren hebben ze eraan teruggedacht. Ze hebben teruggedacht aan het gesprek dat de Heere Jezus met hen had, toen ze in de nacht van het verraad ‘s nacht uit de Paaszaal op weg gingen naar Gethsémané. De Heere Jezus nam toen eigenlijk afscheid van Zijn discipelen. En dat, terwijl ze zulke goede jaren achter zich hadden. Terwijl er dingen gebeurd waren die ze nooit meer vergeten zouden. Er was een band van liefde, overgave en toewijding gevallen. Ze hebben eraan teruggedacht: ‘Weet je nog wat er toen gezegd werd? Toen ging het er ook al over.’ En wat heeft het hen toen allemaal verdrietig gemaakt! Wat was het moeilijk te aanvaarden. Eigenlijk wisten ze er niets op te zeggen.

We lezen immers in vers 5 van ons teksthoofdstuk hoe de Heere Jezus aan al die emoties van de discipelen stem gegeven heeft: En nu ga Ik heen tot Degene Die Mij gezonden heeft, en niemand van u vraagt Mij: Waar gaat Gij heen? Ze waren er totaal verslagen onder! Dat lezen we immers in vers 6: Maar omdat Ik deze dingen tot u gesproken heb, zo heeft de droefheid uw hart vervuld. En wat zorgde de Heere Jezus juist toen op een vaderlijke manier voor de discipelen, Zijn kinderen. Lees maar mee in vers 7: Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden.

De discipelen zelf konden het allemaal niet zo bezien. Maar toch, de Heere Jezus was er duidelijk over. Zijn heengaan zou wel degelijk goed en nuttig zijn voor de discipelen. Want daarna zou de Trooster komen. Met deze Trooster bedoelde de Heere Jezus de Heilige Geest.

En nu is het dan bijna zo ver: de Heilige Geest zal binnenkort worden uitgestort. Die zál komen en daarna ook tot op de dag van vandaag Zijn werk blijven doen: Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.

We zien dus in de eerste gedachte dat de Heilige Geest de eer van Chrístus zoeken zal.

 

Die zal Mij verheerlijken. Laten we eens wat langer kijken naar dat woordje ‘verheerlijken’. Gemeente, wat zou dat betekenen? Ik wil voor de betekenis van het woord ‘verheerlijken’ op twee dingen wijzen. In de eerste plaats is dat de betekenis vanuit het grondwoord. We kunnen voor ‘verheerlijken’ namelijk lezen ‘onthullen’, en ook ‘bestralen’. Laat dat even op u inwerken. De Heilige Geest zal Christus onthullen, bestralen.

Onwillekeurig denken we dan aan een standbeeld. We kennen dat wel: een standbeeld wordt op een bepaald moment onthuld. Jongens en meisjes, misschien weten jullie hoe dat gaat. Eerst zat er nog een kleed overheen. Dat beeld kon je toen dus nog niet écht zien. Maar wanneer daarna het kleed eraf is, zie je het wel! Dan zie je pas echt hoe het standbeeld eruitziet. Misschien staat er een schijnwerper bij. Die straalt op dat beeld, zodat je alles nóg beter ziet.

Pas het maar toe op de tekst: de Heilige Geest zal Christus echt en helemaal zichtbaar maken in je hart en in je leven. Hij zal het kleed eraf halen, en dan zal Christus gezíen worden. Hij zal verhéérlijkt worden. Hij zal de éér ontvangen Die Hij zo waard is!

Want dat is het tweede in de betekenis van ‘verheerlijken’. Het woordje ‘eer’ klinkt erin door. De Heilige Geest zal ervoor zorgen dat Christus de eer ontvangt, dat Hij helemaal in het middelpunt zal staan. Dat Hij helemaal bovenaan komt te staan en de belangrijkste wordt in je leven.

 

Gemeente, op dit punt moeten we in deze eerste gedachte vooral voor onszelf luisteren! Laat iedereen voor zichzelf eens nagaan wie of wat er bovenaan staat in zijn of haar leven.

Jongens en meisjes, hoe belangrijk is de Heere en Zijn dienst voor jou? Hoe belangrijk zijn de verhalen uit de Bijbel nu echt voor je? Verlang je ernaar om in het bidden alles aan de Heere te vertellen en te vragen om vergeving van je zonden?

Jonge vrienden, wie staat er in jouw leven bovenaan? Lady Gaga? Max Verstappen? Ajax? Of ben je het zélf, met je werk, je auto, je geld, je opleiding, je relaties, jouw leven in deze tijd? Daniël had aan het hof in Babel alles binnen handbereik. Maar wanneer de Heere en Zijn Woord het belangrijkst wordt, komen al die andere dingen op een heel ander plan te staan! Ófwel ze verdwijnen uit je gezichtsveld. Ófwel het kan je hart niet meer volmaken.

Ouderen, hoe is dat bij ons? Uren en dagen kunnen we op de been zijn met dingen die op zichzelf genomen misschien goed zijn: ons huis, ons werk, onze toekomst, ons pensioen, onze gezondheid, de toekomst van onze kinderen. Maar maken we ook tijd voor de Heere? Hij zegt het immers: Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden (Matth. 6:33).

En kinderen van God, hoe is dat bij u? Die zal Mij verheerlijken. Wie staat er bij u in het middelpunt? Wat is in uw leven nu écht het belangrijkste? Zullen we onszelf daar eerlijk op bevragen? Over wie gaat het, wanneer we de zo tere dingen bespreken over het leven met de Heere? Ben ík het dan met míjn bevindingen, míjn uitreddingen en tal van bijzondere dingen? Gaat het dan om díe voorganger of dát kind van God? Of is het de Héére, Die u in Zijn onpeilbaar diepe zondaarsliefde heeft opgezocht? Is het een wónder dat de Heere naar zo iemand als ík ben, wilde omzien? Kinderen van God, zullen we veel bedenken wat de Heere ervan zegt: En Ik zal Mijn eer aan geen ander geven (Jes. 48:11)?

 

Hoe nódig is het voor ons allemaal, voor het eerst of opnieuw, dat de Heilige Geest ook in míjn leven Christus het belangrijkste laat worden! Hoe gaat dat dan? Laten we beginnen bij het begin, en denk dan nog even aan dat standbeeld. Het wordt onthuld, er worden stralen van licht op geworpen, zagen we net.

Het standbeeld wordt onthuld terwijl je het eerder niet kon zien: dan is er van Christus in je leven eigenlijk niets te zijn. Je lijkt niet op de Heere Jezus. En Christus heeft geen gedaante noch heerlijkheid voor je. We vinden van alles en nog wat belangrijk in ons leven, behalve de vraag of Christus wel bovenaan staat.

Het licht gaat schijnen daar waar het eerst zo donker was. Dat is het diepzwarte leven zonder God, hoe we dat verder ook invullen. Dan zien we in de Schoonste van alle mensenkinderen geen gestalte dat wij Hem zouden hebben begeerd. Dan getuigen ons hart en ons leven van één doorlopende en schuldige verwerping van deze Christus van Wie we ons vol afkeer afwenden: ‘Wijk van ons, want aan de kennis van Uw wegen heb ik geen lust!’

 

Want, gemeente, jonge mensen, dát wordt de beleving van je hart, wanneer de Heilige Geest in je werken gaat! Dan ga je het zien: ik lijk niet op de Heere Jezus, maar leef helemaal voor mijzelf. Er wordt van binnen een overtuiging geboren van zonde, gerechtigheid en oordeel. We leren buigen voor de Heere als een verloren zondaar. De Bijbelse overtuiging kan verschillen van diepte, om zo te zeggen. Maar iedereen in wie de Heilige Geest gaat werken, zal op Gods tijd toegeven: ‘Heere, U hebt gelijk! Doet U het maar op Uw manier! Ik heb mezelf vrijwillig van Uw beeld beroofd en het licht met opzet uitgedaan.’

Gemeente, jonge mensen, kijk het maar na in uw leven. Daar waar wij met onze zonden en schulden geen raad meer weten, wordt Hij mij alles waard! Dan wordt Hij voor mij onmisbaar, dierbaar en noodzakelijk. Want Híj is de volkómen Zaligmaker! Handen van het geloof worden geschonken en uitgestrekt naar Christus. En Christus ontvangt er de eer van. Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave!

 

En kinderen van God, hoe ervaart ú dat in het leven met de Heere? De apostel zegt het zo: Want wij die leven, worden altijd in de dood overgegeven om Jezus’ wil, opdat ook het leven van Jezus in ons sterfelijk vlees zou geopenbaard worden (2 Kor. 4:11). Wat kunnen we last hebben van inwonende zonden en karakterzonden. In ons eigen oog is het beeld van Christus vaak niet helder en zien anderen er meer van dan wijzelf. Laat Christus dan niet alleen alles zijn tot rechtvaardigheid, maar ook tot heiligmaking! Wanneer de eer van Christus in mijn leven wegen gaat, zullen we in deze dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren geestelijk werkzaam zijn. We zullen bidden en smeken om door het werk van de Heilige Geest hoe langer hoe meer naar het beeld van God vernieuwd worden, totdat wij deze voorgestelde volkomenheid na dit leven bereiken zullen. Dán zal Christus zijn alles en in allen!

 

We gaan naar onze tweede gedachte:

 

2. Het werk van Christus

 

De tekst vervolgt namelijk: Want Hij zal het uit het Mijne nemen. Met dat kleine woordje ‘want’ gaat de tekst zichzelf uitleggen. De Heilige Geest zoekt de eer van Christus. Want Hij zal het nemen uit dat wat van Christus is. In de grondtaal zegt de Heere Jezus dan nu zoveel als: Hij zal némen of ontvángen van wat van Mij is, van wat Mijn eigendom is.

Ik kan mij voorstellen dat dit een beetje lastig te begrijpen is. Laten we ter verduidelijking nog even letten op het tekstverband. De Heere Jezus vertelde immers dat Hij zou weggaan; Hij zou naar Zijn Vader gaan. Gemeente, laten we er nu goed op letten dat de Heere Jezus dit zegt als Borg en Middelaar. Het weggaan waar de Heere Jezus Zijn discipelen nu op voorbereidt, is eigenlijk het laatste gedeelte van Zijn werk als Borg en Middelaar hier op aarde.

Het begin van dat werk ligt immers in de stilte van de nooit begonnen eeuwigheid. Toen is er een afspraak gemaakt tussen God de Vader en Zijn Zoon, de Heere Jezus. De Heere Jezus heeft toen de afspraak op Zich genomen om alles te gaan doen wat nodig is om verloren zonen en dochters zalig te maken. Hij zou voor al degenen die Hem beloofd waren, de afgesproken prijs gaan betalen. Het recht van God zou Hij helemaal voldoen. Daarom werd Hij méns zoals wij dat ook zijn. En Hij gehoorzaamt daadwerkelijk aan alle eisen van de goddelijke wet. Daarom zal de Heere Jezus Zich nu bij Zijn afscheid gaan vernederen, zelfs tot in de dood van het kruis.

En wat Christus door Zijn lijden en sterven allemaal verdient, dat zal nu ook worden toegepast! Dat zie je terug in de opstanding van de Heere Jezus. De Heere Jezus laat daarin zien dat Hij de dood heeft overwonnen. God de Vader laat zien dat Hij helemaal tevreden is gesteld met het werk van Zijn Zoon. De hemelvaart volgt erop; we hebben daarbij stilgestaan. En dan zal daarna de Heilige Geest worden uitgestort. Want Díe zal Mij verheerlijken, en het daarna in Zijn toepassend werk ook uit het Mijne nemen! Tegen díe achtergrond komt de betekenis van dat ‘uit het Mijne nemen’ duidelijker naar voren.

 

Gemeente, ik zei u net al wat de grondwoorden ervan zeggen. Er staat in de grondtekst eigenlijk: Hij zal nemen – of ontvangen – van datgene wat van Mij is, van datgene wat Mijn eigendom is. Merkt u dat? De Heilige Geest is niet alleen helemaal gericht op de eer van Christus, maar ook op het werk van Christus. Hij maakt gebruik van de eigendommen van Christus, van alles wat Christus in Zijn lijden en sterven, in Zijn opstanding en hemelvaart heeft verdiend. Hij zal dus gebruik gaan maken van de schátten die Christus heeft verdiend.

 

Het is goed om op dit punt een Bijbels voorbeeld aan te halen. Jongens en meisjes, misschien heeft de meester of de juf op school weleens verteld van het huwelijk van Izak en Rebekka. We kunnen dat nalezen in Genesis 24. Aan de hand van die geschiedenis zie je ineens een patroon naar voren komen. Je noemt zo’n patroon een analogie. Zoals het toen ging in de geschiedenis, zo werkt de Heere vandaag ook in het leven van jongeren en ouderen. Laten we er voor onszelf eens op letten.

In Genesis 24 gaat de knecht van Abraham, waarschijnlijk Eliëzer, op pad om voor Abrahams zoon Izak een vrouw te zoeken. Ziet u het patroon tevoorschijn komen? Er wordt een bruid geworven voor de bruidegom. Hoe doet Eliëzer dat, als hij Rebekka ontmoet en alles gaat regelen om haar mee te krijgen? Op welke manier overtuigt Eliëzer Rebekka dat het goed is om mee te gaan naar Izak, terwijl ze niet eens weet wie Izak is? Oefent Eliëzer misschien dwang uit op Rebekka? Gaat Rebekka straks wel mee, maar dan eigenlijk volkomen tegen haar zin? Zo van: we zullen het maar proberen en zien hoe het gaat?

Gemeente, nee toch? Rebekka gaat volkomen vrijwillig mee. Hoe komt dat? Omdat Eliëzer gebruik maakte van de schatten van Izak. Hij liet prachtige sieraden zien en andere cadeaus. Daar werd haar hart warm van; het gaf haar een verlangen om Izak te mogen leren kennen en hem te ontmoeten. De schátten die Eliëzer liet zien, deden het, want die wezen heen naar zijn opdrachtgever Abraham. Die waren overtuigend genoeg om Rebekka in te winnen voor het huwelijk met Izak! Dan wordt het bij Rebekka de oprechte keuze van het hart: ‘Ik zál trekken, ik zál met u meegaan!’

En gemeente, dan is de lijn naar onszelf toch niet zo moeilijk? De bruid wordt geworven door Eliëzer. Jongeren en ouderen worden door de Heilige Geest opgezocht. Koude harten worden warm gemaakt. Ze worden er van harte voor ingewonnen om aan Zijn hand mee te gaan naar Christus Jezus, de hemelse Bruidegom!

Gemeente, hoe doet de Heilige Geest dat? Oefent de Heilige Geest dwáng uit? Gaan mensen tegen hun wil met Hem mee naar Christus? Nee toch? De Heilige Geest wint ervoor in, en maakt mensen gewillig om Hem te volgen. Hij maakt het zó dat mensen die vroeger misschien heel erg koppig en onwillig waren, op een bijzonder gewillige manier precies gaan willen wat Gód wil. Daar zorgt de Heilige Geest voor.

Dat doet Hij door de schatten, de onuitsprekelijke rijkdom van Christus voor ogen stellen. Daar lezen ze van, en ze horen het in de kerk. Dat wordt voor zulke mensen zo waardevol en belangrijk! Het maakt hen warm van binnen. Dan wordt het: ‘Geef mij Jezus of ik sterf, want buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf!’

Thomas Boston wijst hierop in zijn boek over het genadeverbond. Er is in Christus’ borgwerk een voorziening voor alles wat een verloren zondaar nodig heeft om met God in een herstelde verhouding te komen en te leven tot Gods eer. Christus is één grote goudmijn voor ármen en hóngerigen!

 

Gemeente, jonge vrienden: wie was ook al weer het belangrijkste voor jullie? Iemand van vandaag, uit deze wereld van sport, muziek of entertainment? Ben je het zelf, in de selfie-cultuur van vandaag? Dat verbleekt toch helemaal bij de rijkdom en de heerlijkheid, de onuitsprekelijke schoonheid van Christus en alles wat van Hem is?

Ouderen, beseffen we al dat een woning bij God om Christus’ wil van zoveel méér waarde is dan onze woning hier beneden? Onze pensioenvoorziening is misschien wel belangrijk, maar ze haalt het toch niet bij de zekerheid van het geloof in Gods Vaderlijke zorg om Christus’ wil? Laten we bedenken: Ezau had veel, maar Jakob had alles.

En hoe functioneert dit in het leven met de Heere? Rekenen we ons rijk met onze tranen, gebeden, uitreddingen en tal van bijzonderheden die Christus Zélf niet zijn? Het is het werk van de Heilige Geest om tegenover al die dingen de wijsheid, rechtvaardigheid, heiligheid en volkomen verlossing in Christus voor ogen te schilderen. Dan gaan jongeren en ouderen het vandaag net zo zeggen als Rebekka: ‘Ik zal met u meegaan! Wij komen nu tot U, want U bent de Heere onze God!’

Maar missen we dan de handen en de voeten van het geloof? De Heilige Geest zorgt ervoor, omdat Christus het heeft verdiend. Missen we de ogen om op Christus te zien? De Heilige Geest zorgt ervoor, omdat Christus het heeft verdiend. En missen we de kracht om tegen de zonde te vechten? De Heilige Geest zorgt ervoor, omdat Christus het heeft verdiend.

 

We letten er verder op in de derde gedachte: het Woord van Christus. Maar eerst zingen we Psalm 45 vers 1:

 

Mijn hart, vervuld met heilbespiegelingen,

Zal ’t schoonste lied van enen Koning zingen;

Terwijl de Geest mijn gladde tonge drijft,

Is z’ als de pen van een die vaardig schrijft.

Bemin’lijk Vorst, Uw schoonheid, hoog te loven,

Gaat al het schoon der mensen ver te boven;

Genâ is op Uw lippen uitgestort,

Dies G’ eeuwiglijk van God gezegend wordt.

 

3. Het Woord van Christus

 

Gemeente, we letten in deze dienst op de aankondiging van het werk van de Heilige Geest. Eerst hebben we stilgestaan bij de eer van Christus. Daarna bij het werk van Christus. En nu staan we in de derde plaats stil bij het Woord van Christus. Het laatste deel van de tekst wijst daarop: en het u verkondigen.

 

We moeten er dan eerst goed op letten dat ook deze woorden eerst tegen de discipelen worden gezegd. De Heere Jezus heeft hier immers met Zijn discipelen over gesproken. De Heilige Geest zou komen om het hun te verkondigen. Het mag ons daarbij niet ontgaan dat dit ‘verkondigen’ ook in vers 13 voorkomt. En wanneer we dan dit ‘u verkondigen’ van vers 14 lezen tegen de achtergrond van vers 13, zien we wat lijnen naar voren komen.

En het u verkondigen. De Heilige Geest zal het de discipelen in hun hart gaan bekendmaken wat de Heere Jezus allemaal voor hen heeft gedaan. Door het geloof zal dat worden aangenomen. En dan komt Christus helemaal bovenaan te staan in hun leven. Ze zullen, anders gezegd, de dingen mogen weten die hun van Godswege zijn geschonken. Daardoor zullen ze in staat gesteld worden om het werk in Gods Koninkrijk te doen. Vers 13 zegt het eigenlijk ook al. De Heilige Geest zal aan de discipelen het Woord van Christus geven, wanneer Hij in al de waarheid leiden zal.

Jonge mensen, het is eigenlijk heel eenvoudig. De Heilige Geest zal deze discipelen dus ook gaan gebruiken als Bijbelschrijvers! Hij zal hen inspireren en aandrijven om de woorden van God op te schrijven. De Heilige Geest zal dus ook Zelf zorgen voor de middelen die nodig zijn in de wereldwijde evangelieverkondiging. Door de inspiratie van de Heilige Geest zullen de evangeliën en ook de brieven van Paulus en de andere apostelen geschreven worden. Hij zal ook toekomende dingen laten verkondigen, lezen we in vers 13. De Heilige Geest zal de patronen van de wereldgeschiedenis bekendmaken. Daarvan vinden we de weerslag in de Openbaring aan Johannes op Patmos.

 

En het u verkondigen. Dat werd dus eerst gezegd tegen de discipelen. Maar het zijn daarna ook woorden met een veel bredere betekenis. Weten we het nog vanuit de tweede gedachte? Deze woorden van de Heere Jezus spreekt Hij immers als Borg en Middelaar? Christus heeft geleden, is gestorven, is opgewekt uit de doden en is ten hemel gevaren. Dat deed Hij allemaal voor Zijn kinderen. Christus heeft onuitsprekelijk rijke schatten verdiend, zagen we in de tweede gedachte. Dat zijn schatten die mensen zoals wij vandaag ook zo hard nodig hebben. Er zijn in Christus schatten te over!

 

Er zijn in Christus schatten voor jullie, kinderen en jonge mensen, in je zoektocht naar vastheid en identiteit. Als jullie voor die schatten oog krijgen, wordt alles waardeloos wat mensen van déze tijd je in handen willen stoppen. Zij beloven je van alles, maar het is allemaal leeg en je zult er niet echt blij van kunnen worden.

Er zijn in Christus schatten voor mensen die zich in de middelbare leeftijd bevinden en die altijd maar aan het zorgen zijn. En ondertussen worden ze eigenlijk al maar harder en onverschilliger.

Er zijn in Christus schatten voor ouderen, die zich al maar meer vastklampen aan dít leven en ondertussen onder het Woord van God altijd maar dezelfde bleven.

Er zijn in Christus ook voor Gods kinderen schatten te over. Wat zwerven zij na ontvangen genade toch vaak van Christus weg! Als een schaap dwaalt Gods kind bij de goede Herder vandaan, en nu kan hij de weg terug niet meer vinden. Die schatten zijn er ook voor degenen die in de toe-eigening van het heil zo van ver staan, die zo heen en weer worden geschud in aanvechtingen en bestrijdingen. Er zijn in Christus schatten voor degenen die in hun leven met de Heere zo worstelen met de macht van het ongeloof en zich twijfelmoedig afvragen of het in hun leven eigenlijk wel ooit waar was. Zij zijn zo bang dat het bij hen allemaal maar mensenwerk is.

 

Gemeente, er kunnen zoveel vragen op u af komen. Maar hoe het ook bij u ligt, of u het weet of niet, of u het gelooft of niet, u hebt er allemaal het grootste belang bij. Er zijn overvloedige schatten in Christus. Daarom mag het de schreeuw in uw hart wel zijn: ‘Hoe kom ik eraan? Hoe krijg ik er deel aan? Hoe worden die schatten van Christus mijn eigendom, zodat ik rust en vrede en zekerheid mag hebben?’

Op die vragen geeft de tekst zo’n vertroostend en onderwijzend antwoord! Er gaat een zee van ruimte open in onze tekst! Want de Heere Jezus zegt ook vandaag dat het uitdelen van deze schatten een werk is van de Heilige Geest. Gemeente, ook het toe-eigenen aan ons hart en het aannemen door het geloof is een werk van de Heilige Geest. Hij brengt de schatten die Christus heeft verdiend, op die plaats waar wij mensen het bij onszelf en bij elkaar niet kunnen brengen. Hij brengt die schatten in het hárt! En daar gaat de Heilige Geest ook mee verder! Wat de Heere Jezus heeft verdiend, wordt tot op vandaag door de Heilige Geest uitgedeeld, verkondigd en toegepast.

 

Je komt wel eens mensen tegen die zeggen: ‘Ja dominee, het is allemaal wel waar wat u zegt. Maar nu moet het ook nog worden toegepast.’ Maar gemeente, eigenlijk klopt die opmerking niet. Want het móet niet alleen worden toegepast, het wórdt ook toegepast! Het ligt, met andere woorden, niet aan de Heere wanneer u er niet in deelt. Het ligt aan uzelf; het is uw schuld van ongeloof. Dat is een scherp woord!

Kennen we tegen de achtergrond hiervan de vraag in het hart, zoals de catechismus die stelt in Zondag 25: ‘Aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt zulk geloof?’

Hoe kom ik daar dan aan? Mijn hart gaat er wel naar uit, maar is het voor mij één groot raadsel geworden hoe ik er ooit in delen zal. Voor het nabijkomende werk is dat nooit een echte vraag geweest. Maar voor Gods kinderen wordt dit zo’n belangrijke vraag.

En juist dan wordt antwoord 25 een blijde juichtoon! Dan klinkt de echo van het onderwijs uit Johannes 16: ‘Van de Heilige Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilig Evangelie, en het sterkt door het gebruik van de sacramenten.’

Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen. Gemeente, kénnen we dit in ons eigen leven? Herkennen we het wanneer we in stilte luisteren naar de preek of gebogen zitten boven de Bijbel en het klééd gaat eraf? Valt er door de woorden heen weleens licht op Christus en op alles wat van Hem is? Mag u iets zien van Christus in Zijn volkomenheid en genoegzaamheid? Kunt u Christus niet meer missen, en is Hij u dierbaar geworden? Hebt u Hem werkelijk nódig?

Jonge mensen, naar wie gaat je hart uit? Gaat je hart al naar de Heere Jezus uit, naar wat in Christus is te vinden aan wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing? Ligt het zó bij je dat niets meer je hart kan vervullen zonder Hem, en kun je zonder Hem niet meer verder leven?

Gemeente, gaat ons hart ook al uit naar Christus in Zijn vernedering en in Zijn verhoging? Weten we met onze zonden en schulden geen raad meer? Bent u al tot Hem gevlucht?

 

En het u verkondigen. Het is het werk van de Heilige Geest om het Woord van Christus in ons hart te brengen en er ons werkzaam mee te laten worden. Door de evangeliebeloften heen zie ik dan de grote inhoud ervan: Jezus Christus en Die gekruisigd! De Heilige Geest gaat door middel van het Woord van Christus de Christus van het Woord met al Zijn weldaden toe-eigenen aan mijn eigen hart en leven. Christus en al Zijn weldaden, dat is de volkomen Middelaar voor de volkomen zondaar. Dat is ook de Middelaar in Zijn geheel voor de zondaar in zijn geheel.

 

In Christus is de macht om te geloven waar wij dat van onszelf niet kunnen. En de Heilige Geest deelt het uit! In Christus is de gewilligheid om zondaren te zaligen. En de Heilige Geest gaat onweerstaanbaar overtuigen van deze gewilligheid.

Gemeente, dan geeft de vastheid van het beloftewoord zelfs het kleinste en zwakste geloof de vrijmoedigheid om uit te gaan uit zichzelf! Eerst was het onmogelijk om te geloven, nu wordt het onmogelijk om níet te geloven. ‘Moede kom ik, arm en naakt, tot een God Die levend maakt!’

Wat geeft het een verwondering in ons hart, wanneer we gaan ervaren dat van ons niets in aanmerking wordt genomen. Dan gaan we ervaren: Deze ontvangt de zondaars, en eet met hen (Luk. 15:2). Er is een overgang van het leven naar de dood, alleen om Jezus’ wil! Kinderen van God, dát blíjft de grondtoon van verwondering, ook wanneer wij van onze kant niets anders kunnen dan alles maar verzondigen en verknoeien. Hij maakt af waar Hij aan begonnen is!

 

Gemeente, we gaan deze preek afronden. We hebben stilgestaan bij de aankondiging van het werk van de Heilige Geest. Eerst stonden we stil bij de eer van Christus, daarna bij het werk van Christus, en ten slotte ook bij het Woord van Christus.

Ik kom nog even terug op het begin van de preek. Na de hemelvaart van de Heere gingen de discipelen terug naar de stad. En dan vinden we hen eendrachtig biddend en smekend aan Gods genadetroon. Biddend en smekend om de vervulling van ál de woorden die de Heere gesproken had over de komst en het werk van de Heilige Geest. En dus ook om de vervulling van het de tekst waar we in deze dienst bij stilstonden.

Gemeente, hoe is dat nu bij ons op deze zondag ná Hemelvaart en vóór Pinksteren? Is dat vandaag de gestalte van onze ziel? Luther zegt ergens dat we bezig moeten zijn om biddend en smekend de Heere als het ware over Zijn eigen woorden te laten struikelen. Laten de woorden van deze dienst ons hóóp geven, ook vandaag! Zo zegt de Heere het vandaag in Zijn Woord: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden (Matth. 7:7). Want als dan aan u gegeven is, als u hebt gevonden, als u zál opengedaan zijn, dan zult u ootmoedig belijden: ‘Het was door U, door U alleen, om ‘t eeuwig welbehagen!’

 

Amen.

 

 

Slotzang: Psalm 119: 1 en 86

 

Welzalig zijn d’ oprechten van gemoed,

Die, ongeveinsd, des Heeren wet betrachten;

Die Hij op ’t spoor der godsvrucht wand’len doet;

Welzalig die, bij dagen en bij nachten,

Gods wil bepeinst, en Hem, als ’t hoogste goed,

Van harte zoekt met ingespannen krachten.

 

Dan vloeit mijn mond steeds over van Uw eer,

Gelijk een bron zich uitstort op de velden.

Wanneer ik door Uw Geest Uw wetten leer,

Dan zal mijn tong Uw redenen vermelden;

Want Uw geboôn zijn waarlijk recht, o Heer’;

Gij zult de vlijt van die U zoekt, vergelden.