Ds. C. Harinck - Openbaring 13 : 8

Het beest uit de zee

De gedaante van het beest
De aanbidding van het beest
De overwinning van het beest

Openbaring 13 : 8

Openbaring 13
8
En allen, die op de aarde wonen, zullen hetzelve aanbidden, welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens, des Lams, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 91: 1
Lezen : Openbaring 13
Zingen : Psalm 2: 1, 2, 3
Zingen : Psalm 68: 1
Zingen : Psalm 89: 8

Gemeente, de jonge christelijke kerk leefde bij de gedachte dat deze wereld een einde heeft. Wanneer de vervolgingen dan ook toenemen en het voor de christelijke gemeente steeds moeilijker wordt, begint men sterk uit te zien naar de wederkomst van Christus. De apostel waarschuwt in 2 Thessalonicenzen 2 echter voor een overspannen verwachting. Hij zegt ons dat er eerst twee belangrijke zaken moeten gebeuren. Eerst moet de grote afval komen. En dan moet geopenbaard worden de mens der zonde, de antichrist.

Maar wie is die antichrist? In de dagen van de vroege kerk dacht men aan Nero. In de tijd van de Reformatie dacht men aan de rooms-katholieke paus. In de laatste Wereldoorlog dacht men aan Hitler. En nu zouden wij geneigd zijn te denken aan IS. Onrust en afschuw, een gevoel van een donkere toekomst bezorgt ons IS. Deze beweging vertoont inderdaad trekken van de antichrist. Het is een godsdienstige beweging die naar de wereldmacht streeft. Toch moeten we voorzichtig zijn om direct te zeggen: ‘Dit is de antichrist.’

Wie is de antichrist dan wél en hoe zal hij te herkennen zijn? Alleen de Schrift geeft ons daarop het antwoord. Daar willen we in deze dienst onze aandacht op richten. De tekst kunt u dan ook vinden in Openbaring 13, daarvan het achtste vers:

 

En allen die op de aarde wonen, zullen hetzelve aanbidden, welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens des Lams, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld.

 

Het gaat in deze tekst, in dit hoofdstuk, over: Het beest uit de zee.

 

We letten op drie gedachten:

1. De gedaante van het beest

2. De aanbidding van het beest

3. De overwinning van het beest

 

1. De gedaante van het beest

 

Het boek Openbaring verhaalt in het vierde hoofdstuk dat de Heere tegen Johannes zei: Ik zal u tonen hetgeen na dezen geschieden moet (Openb. 4:1). Voor de ogen van Johannes ontrolt zich dan de wereldgeschiedenis en vooral ook de geschiedenis van de Kerk. Het laatste Bijbelboek heet Openbaring, dat is: onthulling. Het onthult ons wat er in de toekomst met de wereld en vooral wat er met Gods gemeente zal gebeuren.

Johannes beschrijft de opkomst van de antichrist. Dat is een tegen-Christus; een vreselijke macht die zich vooral zal werpen op allen die de Naam van Christus belijden.  Maar Johannes wordt ook getoond dat de eindoverwinning aan Christus is en aan Zijn gemeente.

Het boek eindigt in het nieuwe Jeruzalem; met de nieuwe hemel en een nieuw paradijs. Om die reden is dit boek vooral een troostboek. Het troost de gemeente met de wetenschap dat de eindoverwinning aan Christus zal zijn.

In hoofdstuk 13 wordt de opkomst van de antichrist beschreven. Het hoofdstuk begint met te zeggen: En ik zag uit de zee een beest opkomen, hebbende zeven hoofden en tien hoornen; en op zijn hoornen waren tien koninklijke hoeden, en op zijn hoofden was een naam van godslastering.

 

Johannes is verbannen naar Patmos. Hij zegt in Openbaring 12 vers 18 dat hij op het zand van de zee stond. Hij stond dus op het strand en zal ongetwijfeld in zuidoostelijke richting hebben gekeken; de richting van Klein-Azië, waar de gemeente Efeze en andere gemeenten lagen, die hij zoveel jaren had gediend. Johannes is over die gemeenten vol zorg. Hoe zal het gaan, nu hij niet meer in hun midden is? Wat zal er van de Kerk worden, nu de vervolgingen weer zijn losgebarsten?

Ineens ziet hij in een visioen het water in heftige beroering komen. Een monsterachtig beest rijst op uit het water. Het rijst langzaam uit het water op, zodat Johannes de gelegenheid krijgt om dat beest te beschrijven.

Het eerste wat hij ziet, zijn zeven monsterlijke koppen en op deze koppen tien hoornen. Op iedere hoorn ziet hij een kroon. Verder ziet hij op die koppen een opschrift van godslastering. Johannes zegt niet wélke lastering het is. Het is waarschijnlijk te gruwelijk om dat op te schrijven.

Hoger stijgt het beest uit het water omhoog. Nu ziet Johannes dat het geen zeven beesten zijn, maar dat het één beest is, met zeven koppen. Een monsterachtig en vreemd beest. Het heeft het lichaam van een pardel. Dat is een luipaard, die snel zijn prooi bespringt. Het heeft de poten van een beer die machtig en sterk is. Het heeft een muil van een leeuw, die verscheurt en doodt.

En dan lezen wij: En de draak gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht. De draak, de oude slang, de slang uit het paradijs. Satan zit achter dit beest. Hij geeft aan dat beest zijn macht, ja zelfs zijn troon.

 

Wat Johannes ziet, heeft veel overeenkomst met wat de Heere Daniël toonde, waarvan we lezen in Daniël 7. Daniël zag vier afzichtelijke dieren, die de wereldmachten vertegenwoordigen. Hij zag eerst een luipaard, toen een beer en toen een leeuw. Tenslotte zag hij een afzichtelijk monster. En dat laatste monster vertrapte de luipaard, de beer en de leeuw. En het bleef tenslotte alleen, als alleenheerser, over.

Johannes ziet dat laatste rijk, de alleenheerser die de andere beesten vertrapt had. Hij ziet het in de gedaante van een beest opkomen uit de zee. Het heeft iets van het eerste rijk dat Daniël zag: van het luipaard. Het heeft ook iets van het tweede rijk: de beer. En het lijkt op het derde rijk: de leeuw. Maar wat bij Daniël nog vier aparte wereldmachten zijn, is bij Johannes samengesmolten tot één grote wereldmacht. Het is één beest, met zeven koppen. Een beest, zag Johannes. Een monster, die alle andere machten, die Daniël noemt, heeft vernietigd. Het is het rijk van de antichrist.

 

Veel zijn de gissingen geweest wie dat beest nu is. Men heeft gewezen naar Nero, de Roomse Inquisitie, Rome, Hitler, Stalin en andere wrede heersers. Wij zijn geneigd om te wijzen naar de radicale islam. Eén ding is echter zeker: satan staat achter dit beest. De draak, de slang uit het paradijs, geeft het wrede monster zijn kracht en zijn troon en grote macht. Dat is niet gering. Satan doet als het ware troonsafstand en geeft zijn troon aan dit beest.

Het beest is inderdaad een instrument van satan. Het is satan zelf in de gedaante van een monster. Dit monster zal alle andere rijken overwinnen en de gehele wereld beheersen. Het zal heel de wereldmacht naar zich toetrekken. Het zal de laatste poging van satan zijn om heel de mensheid te verenigen tot één grote, antigoddelijke macht, die hém als god erkent en eert.

 

Er is iets bijzonders met dit beest. Johannes zag dat één van zijn hoofden als tot de dood gewond was geweest, maar het is nu weer genezen. Die wond, zeggen de beste verklaarders, heeft dat beest opgelopen door Christus’ sterven op Golgotha en Zijn opstanding uit de doden. Anderen, zoals onze kanttekenaren, wijzen op de verbreiding van het Evangelie na Pinksteren of zelfs naar de Reformatie. De duivel is daardoor inderdaad een dodelijke wond toegebracht. Maar feit is dat het beest zich uit een diepe inzinking heeft hersteld. Het beest kent, als het ware, gelijk de Heere Jezus een opstanding. Een wederopstanding. Daarom is het een tegen-Christus. Een tegenpool van Christus.

 

We lezen vervolgens: En de gehele aarde verwonderde zich achter het beest. De mensen zijn diep onder de indruk; verwonderd over het herstel, de machtige daden, de prestaties, de rijkdom en de macht van dat beest. Het gevolg is: En zij aanbaden de draak, die het beest macht gegeven had; en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is dit beest gelijk? Wie kan krijg voeren tegen hetzelve?

Het beest zal de onbetwiste heerser op de aarde worden. Niemand durft zich meer tegen hem te verzetten. Alle tegenstand is neergeslagen. Niemand kan hem wederstaan. Iedereen buigt ten slotte voor zijn macht, bewondert zijn daden en prijst hem om zijn wijsheid. Het is het rijk van de antichrist!

Heeft dat beest dan helemaal geen vijanden meer? Ja, het heeft nog een vijand in de hemel, God. Want dit beest zegt niet wat velen zeggen: ‘God is dood.’ Dit beest weet wel beter. Het weet dat God er is. Daarom opent het zijn mond om God te lasteren. En hetzelve werd een mond gegeven om grote dingen en godslasteringen te spreken. In vers 6 wordt dat nog eens herhaald en dan wordt specifiek gezegd waartegen dit beest zijn lasteringen richt. Zijn lasteringen zich richten tegen Gods tabernakel en tegen hen die in de hemel wonen. Zijn lasteringen en haat richten zich tegen de plaatsen waar God gediend wordt. Zij richten zich tegen Gods tabernakel op aarde en tegen de engelen en gezaligde zielen in de hemel. Hij lastert alles wat heilig is en keert zich tegen God en tegen allen die God dienen, zowel in de hemel als op de aarde.  

 

Ook op aarde heeft dat beest nog vijanden, want we lezen in vers 7: En hetzelve werd macht gegeven om de heiligen krijg aan te doen. Het werd macht gegeven. God stond toe dat het beest macht werd gegeven om de gelovigen, de geheiligde en door Gods Geest vernieuwde zondaren te bestrijden én zelfs te overwinnen. Het beest krijgt zelfs macht over alle volken die op de aarde zijn.

Wát een mysterie! We worden er stil van. Dat God dit toe zal laten en het beest die macht zal geven. Maar er is wel een begrenzing. De macht van het beest is beperkt tot 1260 dagen. Dat tijdperk komen we steeds in Openbaring tegen. 1260 dagen, of drieënhalf jaar, een tijd en tijden en een halve tijd, óf 42 maanden. Steeds gaat het over hetzelfde tijdperk. Het is het laatste tijdperk voor de wederkomst van Christus. Een begrensd tijdperk dus. God begrenst dat en verkort die dagen, om Zijn gemeente te behouden. Indien God dit niet deed, zou geen vlees behouden worden, zegt Jezus. Niemand zou het volhouden, zelfs de allerheiligsten van Gods Kerk niet.

 

Het gevolg van het woeden van de duivel zal zijn wat we lezen in vers 8: En allen die op de aarde wonen, zullen hetzelve aanbidden, welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens des Lams, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld.

 

We letten er op in de tweede gedachte en spreken over:

 

2. De aanbidding van het beest

 

Er staat: En allen die op de aarde wonen, zullen hetzelve aanbidden. Allen! Het Griekse woord betekent hier: allesomvattend. Al die miljoenen die de wereld zullen bevolken. Of je nu een Amerikaan bent of Rus of Arabier. Of je nu rijk bent of arm. Het is één rij van bewonderaars en aanbidders van het beest en van zijn grote daden. De gehele wereld verwondert zich over de macht, de bijzondere daden en de wijsheid van het beest.

De mensen zullen daartoe verleid en gedwongen worden. Dat toont ons het vervolg van dit hoofdstuk. Johannes zegt: En ik zag een ander beest uit de aarde opkomen, en het had twee hoornen, des Lams hoornen gelijk, en het sprak als de draak.

 

Er verscheen in het visioen een ander beest. Een ander betekent hier: een andersoortig beest. Dit beest komt niet op uit de zee, de volkerenzee, maar uit de aarde. Het kwam op uit de aarde, dat is: uit de wereld van de gevallen mens. De gehele verschijning van dit beest heeft iets bedrieglijks. Zijn hoornen zijn lamshoornen. Uiterlijk heeft het iets gemeen met Christus, het Lam Gods. Het heeft dezelfde hoornen op het hoofd. Onschuldig, ongevaarlijk ziet dat beest er uit. In tegenstelling tot het eerste beest is er niets afstotends in dit tweede beest.

Maar het sprak als de draak. Het is een spreekbuis, een instrument als van de antichrist. Het spreekt zoals de oude slang in het paradijs sprak: Is het ook dat God gezegd heeft…? (Gen. 3:1). Het zaait twijfel over wat God heeft gesproken.

 

Uit alles blijkt dat we hier te maken hebben met een profeet, maar dan met een profeet uit de aarde. Een profeet uit de onderwereld. Een profeet van het beest; een leugenprofeet. Dit beest is een vriend van het grote beest, de antichrist. Het is een beest in het bezit van macht. We lezen: En het oefent al de macht van het eerste beest, in de tegenwoordigheid van hetzelve, en het maakt dat de aarde en die daarin wonen het eerste beest aanbidden, wiens dodelijke wond genezen was. 

Dit laatste is het grote doel van dit tweede beest met de lamshoornen op het hoofd. Zijn doel is om de mensen te verleiden, zodat ze het beest aanbidden. Hij zal dat doen, zo lezen we, door opzienbarende tekenen, door bijvoorbeeld vuur uit de hemel te laten neerdalen op de aarde.

Het zal dit alles doen in de tegenwoordigheid van het beest, de antichrist, zodat de mensen zullen zien dat al de indrukwekkende dingen die het doet in opdracht van het eerste beest plaatsvinden. Het beest met de lamshoornen zal dan ook tegen de mensen zeggen dat zij voor het beest, dat de wond des zwaards had en weder leefde, een beeld zouden maken. Het gaf vervolgens aan het beeld dat de mensen voor het eerste beest moesten maken een geest, zodat dit beeld kon spreken. Het beest met de lamshoornen maakt het beeld van het beest een sprekend beeld. En zo verleidt het degenen die op de aarde wonen.

 

Het tweede beest neemt de gestalte aan van een profeet, een propagandist van de draak, de antichrist. Door dit profetisch optreden zal hij de mensen zo ver brengen dat zij het beeld van het beest als god zullen aanbidden. Door de macht van media en  propaganda zal hij de macht en grootheid van de antichrist verheerlijken. Hij zal het beest aanwijzen als God, en de mensen tot aanbidding van het eerste beest, de antichrist, brengen.

We kunnen zeggen dat dit tweede beest een soort anti-Heilige Geest is. Waar de echte Heilige Geest Jezus zoekt te verheerlijken, daar zoekt deze leugenprofeet het beest te verheerlijken. Hij laat een beeld oprichten voor het beest. Hij zorgt er voor dat dit beeld kan spreken en machtige daden kan doen.

 

Tot slot zal blijken waarom de leugenprofeet, met de lamshoornen op het hoofd, dit alles doet. Het zal eisen dat een ieder dit beeld zal aanbidden en de draak goddelijke eer zal geven. En maken dat allen die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden. Wie het beest niet aanbidt, zal gedood worden.

We lezen vervolgens: En het maakt dat het aan allen, kleinen en groten, en rijken en armen, en vrijen en dienstknechten, een merkteken geeft aan hun rechterhand of aan hun voorhoofden, en dat niemand mag kopen of verkopen dan die dat merkteken heeft.

Ieder zal het merkteken moeten dragen dat hij of zij behoort bij het beest. Anders zul je niet kunnen kopen of verkopen.

We weten niet wat dat merkteken zal zijn. Er zijn wel heel veel fantasieën over. Maar allereerst moeten we weten dat het in de tijd toen Johannes dit schreef, de mensen niet zo vreemd in de oren klonk. Wij merken vee met een brandmerk, maar toen werden slaven gebrandmerkt. En dat brandmerk betekende: deze slaaf behoort aan deze meester. Het wilde zeggen: die slaaf is zijn eigendom en dient hem. Dat is de bedoeling van dit merkteken. Je moet bij de antichrist horen om te kunnen kopen en verkopen.

Het merkteken komt nog op andere plaats voor in het boek Openbaring. De 144.000 uit Openbaring 7 zijn gemerkt. De heiligen en dienstknechten van God worden verzegeld aan hun voorhoofden. Het betekent dat zij Christus toebehoren.

Maar het merkteken van dat beest betekent: zij behoren het beest toe. Men moest dit teken dragen aan de rechterhand en aan het voorhoofd. Het voorhoofd wijst symbolisch op het verstand; op het denkleven. De rechterhand wijst op ons handelen; op ons doen. Het betekent dat de mens in zijn denken en in zijn handelen geheel onderworpen moet zijn aan dat beest.

Als je dat níet bent, dan kun je niet kopen of verkopen. Dan heb je geen toegang tot koop en verkoop. En wie daar van uitgesloten is, is een uitgestotene. Dan sta je buiten het maatschappelijke en economische leven. Dan kun je niet studeren. Dan heb je geen betrekking. Dan kun je eigenlijk niet leven. Dan is je het leven op aarde onmogelijk gemaakt.

 

Op die wijze, geholpen door de leugenprofeet, eist het beest alle eer op voor zichzelf. Het wil als god geëerd en gediend worden. En het lukt. We lezen: En allen die op de aarde wonen, zullen het aanbidden.

Hiermee is de wereld voor het beest gewonnen. De handel, de industrie, de pers, het onderwijs, de politiek, de krijgsmacht; het ligt alles in zijn handen. Het beest bepaalt wat goed en wat kwaad is. En de valse profeet verkondigt dag aan dag hoe goed, hoe vol plezier en heerlijk het leven onder de regering van het beest is. Hoe machtig zijn wonderen zijn en hoeveel goeds en genot hij ons brengt. Het beest en zijn leugenprofeet veroveren de wereld en worden door allen gediend.

 

Het zal lijken, gemeente, alsof satan het van God gewonnen heeft. We moeten immers niet vergeten: achter het beest staat satan. De draak, de oude slang, satan gaf het beest zijn macht en zijn troon en grote macht. Het komt alles van de duivel.

Satans aanslag is vanaf het begin geweest om de mens die naar Gods beeld geschapen is, zo ver te krijgen dat die mens God niet meer dient en aanbidt, maar hém dient en aanbidt. En het schijnt hem nu gelukt te zijn.

 

We lezen: En zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is dit beest gelijk? Wie kan krijg voeren tegen hetzelve? De laatste toevoeging leert ons dat de macht en regering van het beest een gewelddadige en wrede macht zal zijn. Het is een macht die zijn tegenpartijders zal bevechten en uitschakelen. Niemand is tegen de antichrist opgewassen. Daarom zeggen de mensen: Wie kan krijg voeren tegen hetzelve?

Alle mensen werpen zich voor het beest neer. Alhoewel niet allen vrijwillig. Velen aanbidden het beest omdat zij er toe gedwongen worden en uit vrees voor de toorn van het beest. Maar het gevolg zal zijn: En allen die op de aarde wonen, zullen het beest aanbidden.

 

Zo zal het eens op aarde worden. En langzaam maar zeker gaan we naar deze wereldorde toe. Het zal één grote aanbidding worden van het beest. Het beest zal de plaats van God innemen. Alle mensen zullen die wereldheerser als god aanbidden. Het lijkt de duivel gelukt om de eer die God toekomt naar zichzelf toe te trekken. In plaats van de ware God wordt híj als god geëerd en gediend. Gods koningschap lijkt daardoor te gronde gericht. De mens, die Hij eens begiftigde met Zijn beeld, aanbidt en dient de duivel. Gods plan met de mens schijnt mislukt.

Maar satans plan líjkt slechts geslaagd. Niet állen aanbidden het beest. Niet állen roepen: Wie is aan dit beest gelijk? Er staat: En allen die op de aarde wonen, zullen hetzelve aanbidden, welker namen níet zijn geschreven in het boek des levens des Lams, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld.

 

We letten er op in de laatste gedachte en spreken over de overwinning van het beest. Maar laten we eerst zingen, van Psalm 68 vers 1:

 

De Heer’ zal opstaan tot de strijd;

Hij zal zijn haters, wijd en zijd,

Verjaagd, verstrooid doen zuchten;

Hoe trots Zijn vijand wezen moog’,

Hij zal voor Zijn ontzag’lijk oog,

Al sidderende vluchten.

Gij zult hen, daar G’ in glans verschijnt,

Als rook en damp, die ras verdwijnt,

Verdrijven en doen dolen.

’t Godd’loze volk wordt haast tot as;

’t Zal voor Uw oog vergaan, als was,

Dat smelt voor gloênde kolen.

 

3. De overwinning van het beest

 

En allen die op de aarde wonen, zullen hetzelve aanbidden, welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens des Lams, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld. Er is een uitzondering. Er zijn mensen die het beest níet aanbidden. Waarom doen ze dat niet? Omdat hun namen geschreven staan in het boek des levens des Lams.

Zij aanbidden niet. Zij zijn de uitzondering.

Maar dat is niet hún verdienste. De oorzaak dat zij het beest niet aanbidden, wordt gelegd in het feit dat hun namen staan opgetekend in het boek des levens des Lams. Allen aanbidden, behalve deze. Behalve degenen van wie de namen geschreven zijn in het boek des levens des Lams.

 

Wat is dat: het boek des levens des Lams? Het is een symbolische uitdrukking. Het boek des levens, dat is het boek van het eeuwige leven. Daar staan de namen in van hen die het eeuwige leven zullen beërven. Het boek des levens is ook het boek van het geslachte Lam. Het bevat de namen van degenen die God aan het Lam heeft gegeven met de opdracht om hun schuld te verzoenen en voor hen dood en graf te overwinnen.

Van het Lam wordt verder gezegd dat Het geslacht is van voor de grondlegging der wereld. Dat wil zeggen dat het Lam van eeuwigheid is voorbestemd om geslacht te worden. In Gods plan van zaligheid neemt het Lam Dat geslacht zal worden, een centrale plaats in. Het borgtochtelijk lijden en sterven van Christus is de weg naar verlossing en herstel. Het zal de nederlaag van satan worden.

 

God zal satan overwinnen! En wel door twee zaken. Op twee dingen zullen de plannen van de satan schipbreuk lijden en stuklopen: het boek des levens en het boek des Lams.

Allereerst is dit het boek des levens. Het is het boek waarin de namen staan van hen die de Heere heeft uitverkoren om eens eeuwig met Hem te leven.

Gods verkiezing van gevallen mensen zal satans nederlaag worden. Daar zal de duivel zijn tanden op stukbijten. Het is een genadebetoon aan zondaren waar satan niet op heeft gerekend. Ambrosius schrijft in zijn bekende boek ‘Het zien op Jezus’, dat de duivel daar geen wetenschap van heeft gehad. Satan heeft niet geweten dat Gods liefde zó ver zou gaan, dat hij gevallen mensen zou verkiezen om eeuwig met Hem te leven. De eeuwige liefde van God wordt de nederlaag van satan.

 

De tweede zaak waar de plannen van de antichrist op stuklopen is: het boek des Lams, Dat  geslacht is, van de grondlegging der wereld. Het Lam, Gods welbeminde Zoon, Die Zich in het eeuwige raadsplan bereid verklaard heeft om de plaats in te nemen van verloren zondaren, om hun ongerechtigheden te dragen en als een offerlam in hun plaats geslacht te worden. Gods liefde kon immers slechts gevallen mensen bereiken als voor de zonde werd voldaan. Er was een geweldige hindernis uit de weg te ruimen. Gods rechtvaardigheid moest worden voldaan, wilde Gods liefde aan zondaren kunnen worden bewezen.

Satans plannen schijnen bijna gelukt. Heel de wereld geeft hem eer. Behalve diegenen van wie de namen geschreven zijn in het boek des levens des Lams. Daar lopen satans plannen op stuk. Christus’ sterven voor de Zijnen op het kruis van Golgotha wordt de nederlaag van satan. De duivel dacht, nadat hij de mens tot zondigen had verleid: Nu kan God naar Zijn heiligheid en rechtvaardigheid hen alleen maar straffen en verdoemen. Maar in Christus is het niet meer strijdig met Gods heiligheid en rechtvaardigheid om gevallen zondaren genade te bewijzen en tot Zijn kinderen aan te nemen. Daarom lezen we hier dat allen het beest aanbidden, behalve hen wier namen zijn geschreven in het boek des levens des Lams.

 

Maar… wie zijn dat? Weten we wie het zijn, van wie de namen geschreven zijn in het boek des levens des Lams, Dat geslacht is van voor de grondlegging der wereld? Het antwoord vinden we hier: zij aanbidden het beest niet. Allen aanbidden het beest. Allen roepen: Wie is dit beest gelijk? Wie kan krijg voeren tegen hetzelve? Maar zíj aanbidden het beest niet. Dat komt omdat hun namen geschreven zijn in het boek des levens des Lams. Daaraan worden ze kenbaar en zichtbaar.

En waarom aanbidden zij het beest niet? Waarom worden ze liever uitgesloten van kopen en verkopen, dan dat zij het beest aanbidden? Het is omdat ze het Lam aanbidden. Het Lam is voor hen het voorwerp van aanbidding en verering. Zij zijn geen aanbidders van het beest, omdat zij aanbidders zijn van het Lam. Daarom behoren ze niet tot de aanbidders van een machtig, gruwelijk, God lasterend beest. Zij aanbidden Jezus, het Lam Gods, Dat geslacht is van voor de grondlegging der wereld. Het Lam, Dat geslacht is op Golgotha. De Zoon van God, Die hen heeft liefgehad en Zichzelf voor hen heeft overgegeven, is het voorwerp van hun aanbidding.

 

Deze mededeling leert ons: om staande te blijven in de eindstrijd, moet je aan het Lam verbonden zijn. Dat is het enige dat overeind zal houden in die bange strijd ten tijde van de regering van de antichrist. De Laodicese christenen, die koud noch heet zijn, zijn allang afgevallen. De naamchristenen hebben allang eieren voor hun geld gekozen. De farizeeën en de schriftgeleerden hebben hun huik allang naar de wind gehangen.

Het is een tijd waarin je voor de keus zult worden geplaatst: óf je aanbidt het beest, en dan doe je mee in de tredmolen van het leven. Want daar zal het beest voor zorgen. Het zal zorgen dat het vlees zich uitleven kan. Het zal zorgen dat de mensen zullen eten, drinken en vrolijk zijn, en zullen roepen: Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij (1 Kor. 15:32). ‘Een mens leeft tenslotte maar één keer. Je moet er uit halen wat er uit te halen is!’

Je volgt deze leugen van satan en je kunt kopen en verkopen, feestvieren en je vleselijke lusten bevredigen, óf je aanbidt het Lam, en je wordt buitengesloten en vervolgd. Het zal niet meer mogelijk zijn op twee gedachten te hinken. Het zal zijn: het beest of God; de leugenprofeet of Jezus!

 

In de dagen van de antichrist, kort voor de wederkomst van Christus, is er maar één ding belangrijk: of we werkelijk met een levend geloof aan Christus zijn verbonden. Of we met onze zondeschuld de toevlucht hebben genomen tot het Lam Gods, Dat de zonde van de wereld wegneemt. Het zal er om gaan of dat Lam ons dierbaar is geworden, ja zó dierbaar is geworden, dat we met Mozes de smaadheid van Christus meerdere rijkdom achten dan al de schatten van Egypte.

Dát alleen kan ons in die tijd staande houden. Want alhoewel de gelovigen maar zwakke en ontrouwe mensen zijn, die uit mensenvrees zoals Petrus Jezus kunnen verloochenen, toch kunnen ze Jezus nooit geheel loslaten. Het blijft toch in hun harten waar: Heere, Gij weet alle dingen, Gij weet dat ik U liefheb (Joh. 21:17). Zij kunnen vallen, maar staan altijd weer op.

Wanneer het Lam ons dierbaar is geworden, geldt voor ons wat de apostel schrijft: Dat niemand die door de Geest Gods spreekt, Jezus een vervloeking noemt (1 Kor. 12:3). De vijanden vervloeken de Naam van Jezus, maar de inwoning door Gods Geest maakt dit onmogelijk.

 

Wat staat dit vandaag aan de dag dichtbij ons! In Syrië en Irak werden mensen gedwongen Jezus te vervloeken en moslim te worden. Velen konden dit niet. Zij verkozen de dood  boven het vervloeken van Jezus. Dit komt niet omdat die mensen van zichzelf zo dapper zijn, maar omdat ze met hun hart aan Christus, het geslachte Lam, verbonden zijn. Daar zal het dan ook op aankomen: of dat Lam ons dierbaar is geworden. Het is het grote merkteken van het ware geloof. Petrus zegt van de ware gelovigen: U dan, die gelooft, is Hij dierbaar (1 Petr. 2:7).

Niets is Gods kinderen dierbaarder dan Jezus, Die als een Lam ter slachting geleid is en als een schaap stom was voor het aangezicht van Zijn scheerders. De Zaligmaker, Die Zichzelf geofferd tot een verzoening voor de zonde en Wiens bloed zoveel betere dingen spreekt dan het bloed van Abel.

Vooral als het Lam is Jezus Gods kinderen dierbaar. Het geslagen en gestriemde Lam van God, Dat op Golgotha’s kruis de vloek die ons had moeten treffen heeft gedragen, en ons met God heeft verzoend, is voor hen de Schoonste van de mensenkinderen, een Parel van grote waarde en een geurende Roos van Saron. Zij zeggen van Hem met de bruid uit het Hooglied: Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Zulk een is mijn Liefste, ja, zulk een is mijn Vriend, gij dochters van Jeruzalem (Hoogl. 5:16). 

 

In de eindtijd, in de tijd van de macht van de antichrist, kun je het alleen maar volhouden als je met je gehele ziel aan Christus bent verbonden, en als je weet dat de boze wel woeden kan, maar de eindoverwinning aan Christus zijn zal. Daar zal het dan op aankomen.

Maar daar komt het ook nú op aan, gemeente! Want wat zegt Gods Woord? Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem (Joh. 3:36).

Het is zoals het oude Schotse gedicht zegt:

 

Wat dunkt u van Christus, is de test.

Je kunt nooit recht zijn in de rest,

tenzij dat u recht denkt van Hem.

 

Daar zal het dus om gaan. Of het voor ons geldt: En allen die op de aarde wonen, zullen hetzelve aanbidden, welker namen niet zijn geschreven in het boek des levens des Lams, Dat geslacht is, van de grondlegging der wereld.

 

U zegt misschien: ‘Hoe kan ik dat weten?’ De verkiezing beneemt velen juist alle hoop. Het brengt geen troost te horen van het boek van het Lam, waarin de namen staan van hen voor wie het Lam Gods, Dat de zonde van de wereld wegneemt, is geslacht. U zegt misschien: ‘Wist ik maar dat mijn naam in het boek des levens is en dat ik behoor tot hen die aan het Lam gegeven zijn om voor hen te sterven!’

Wat kan hier helpen? Wat kan hier uitkomst geven en ons de juiste weg wijzen? Wel, gemeente, dan wil ik graag te leen gaan bij Thomas Boston. Boston zegt dat we moeten weten dat er twee boeken zijn. Er is een boek in de hemel, namelijk het verborgen boek van Gods besluit. Daar staan de namen in van allen die aan het Lam, aan Christus zijn gegeven. Maar in dit boek, zegt hij, kan God alleen maar lezen. Dan is er een tweede boek, dat op de aarde is. Het is het boek van Gods Woord, en dáárin kunnen wij wél lezen. Boston zegt dan: ‘Er is een heilige overeenstemming tussen wier namen staan in het verborgen boek in de hemel en wier namen staan in het boek dat hier op de kansel ligt, de Bijbel.’ In het verborgen boek van God worden zij de uitverkorenen en gegevenen des Vaders genoemd. In het geopenbaarde boek van de Bijbel heten zij: Een iegelijk die in Hem gelooft. Want daarin lezen wij: Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe (Joh. 3:16).

Er is een heilige overeenstemming tussen het boek in de hemel en de Bijbel op aarde. Het is echt niet zo, gemeente, dat je wanneer je gedurende je leven de zonde dient en nooit met berouw God zoekt en ook niet in Christus gelooft, je dan in de eeuwigheid ontdekt dat je naam in het boek des levens staat.

Maar het andere is ook niet zo, namelijk dat wanneer je je, met hartelijke droefheid over de zonde, van alle kwaad hebt afgekeerd en de brede weg hebt verlaten, wanneer je schuldig en verloren je zaligheid hebt gezocht bij Christus, het geslachte Lam, en wanneer je uit liefde en dankbaarheid de weg van Gods geboden bewandeld hebt, je dan straks zult ontdekken dat jouw naam niet in dat boek des levens staat. Er is een heilige overeenstemming tussen wat er staat in het verborgen boek in de hemel en het geopenbaarde boek op de aarde.

 

De overwinning is aan het Lam. In Openbaringen 19 lezen wij dat de draak en zijn valse profeet geworpen worden in de poel die brandt van vuur en sulfer. Het Lam neemt plaats op de grote witte troon en oordeelt alle geslachten van de aarde. Hij zal zeggen  tot allen die Hem als Zaligmaker erkend hebben: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders, beërft dat Koninkrijk hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld (Matth. 25:34). En tot de goddelozen zal Hij zeggen: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, dat de duivel en zijn engelen bereid is (Matth. 25:41).

En Johannes ziet een nieuwe hemel en een nieuwe aarde en God, Die woont in het midden van Zijn verloste volk.   Daar zal de wereldgeschiedenis op uitlopen. Er komt een nieuw paradijs; een nieuwe boom des levens.

 

Gemeente, het is opmerkelijk dat wij tegenwoordig het boek Openbaring zo goed begrijpen. Het beest en zijn valse profeet, we kennen ze eigenlijk al. Het is waar wat Johannes in zijn dagen reeds schreef: ‘De antichrist komt en is alrede gekomen.’

Maar zijn trekken worden steeds duidelijker. We weten bijna al hoe dat rijk er uit zal zien. Wij weten dat het mogelijk is om ook een teken te maken dat iedereen zal moeten dragen, wil je kunnen kopen en verkopen. We kennen ook de valse profeet, de onbegrensde macht van de media, het internet, de propaganda en de hersenspoeling die daar van uitgaat. Wij zijn er naar op weg, gemeente! Naar dat rijk van de antichrist die heel de wereld zal beheersen. Het zal een godsdienstige macht zijn en een macht die slechts tevreden is als de hele wereld hem aanbidden zal.

De contouren van dat rijk worden zichtbaar, als we niet alleen denken aan IS, maar ook als we denken aan de wetteloze mens, de mens der zonde, de moderne mens die met geen wet rekening houdt en voor wie niets meer zonde is. Het wijst alles reeds naar dat beest, naar dat wrede en goddeloze monster dat de wereldheerschappij naar zich zal toetrekken.

 

Maar we weten ook dat de overwinning zal zijn aan het Lam. Johannes hoorde een engel met een grote stem roepen: Zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon, en is geworden een woonstede der duivelen en een bewaarplaats van alle onreine geesten (Openb. 18:1). Het rijk van Christus zal in het eind het rijk van de antichrist overwinnen. Dan wordt het waar: Nu is de zaligheid en de kracht en het Koninkrijk geworden onzes Gods, en de macht van Zijn Christus (Openb. 12:10).

 

We ontmoeten in het boek Openbaring twee koninkrijken en machten. Het rijk van Christus is het rijk van het Lam; het Lam Dat geslacht is van voor de grondlegging der wereld. Het is het rijk van het Lam Dat de zonde van de wereld wegneemt. Het rijk van Christus, het rijk van het Lam, Dat zegt: Leert van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen (Matth. 11:29). Het rijk van satan is het rijk van het beest en van de valse profeet; van wreedheid, leugen en bedrog.

Jonge mensen, ouderen en kinderen, waar kies je voor? Voor de dienst van het vriendelijke, zachtmoedige en genadige Lam, of de dienst van het wrede en misleidende   beest?

 

Openbaring 13 tekent maar een sombere toekomst. De opkomst van het beest en zijn leugenprofeet is angstaanjagend. De uitsluiting van kopen en verkopen van allen die het teken van het beest niet dragen, is dreigend. En toch is er toekomst! De overwinning is aan het Lam. De overwinning is reeds behaald; op Golgotha en op de Paasmorgen. Hoe vreselijk het beest ook tekeergaat, het is toch maar een menselijke macht. Want zijn getal is zeshonderdzesenzestig. Driemaal zes. Het wordt nooit driemaal zeven. Het laatste woord zal dan ook aan God zijn. Christus zal overwinnen. Het loopt uit op het nieuwe Jeruzalem en het nieuwe paradijs; de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

Alle knie zal eens voor Christus gebogen worden. Alle knie! Ja, alle knie. Gezegend is hij die nu buigt. Hij of zij die nu de knie des harten buigt, zal straks mogen horen: ‘Komt, gij gezegende Mijns Vaders, beërf het Koninkrijk!’ We moeten het Lam aanbidden en de knie des harten voor het Lam buigen.

 

De boodschap van het rijk van het beest is: ‘Laat ons eten en drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven wij.’

De boodschap van het Koninkrijk van Christus is: ‘Bekeert u en gelooft het Evangelie, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen!’

 

Amen.

 

 

Slotzang: Psalm 89: 8

 

Gij toch, Gij zijt hun roem, de kracht van hunne kracht;

Uw vrije gunst alleen wordt d’ ere toegebracht;

Wij steken ’t hoofd omhoog, en zullen d’ eerkroon dragen

Door U, door U alleen, om ’t eeuwig welbehagen;

Want God is ons ten schild in ’t strijdperk van dit leven,

En onze Koning is van Isrels God gegeven.