Ds. K. de Gier - Psalmen 92 : 13

De rechtvaardige zal groeien

Psalmen 92
De levensduur
De groeirichting
De groeikracht
Het nut
De voortdurendheid en bestendigheid

Psalmen 92 : 13

Psalmen 92
13
De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal wassen als een cederboom op Libanon.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 92: 1, 2
Lezen : Psalm 92
Zingen : Psalm 92: 3, 7, 8
Zingen : Psalm 75: 1
Zingen : Psalm 84: 6

De tekst voor onze dienst is Psalm 92 vers 13:

 

De rechtvaardige zal groeien als een palmboom, hij zal wassen als een cederboom op Libanon.

 

Wij lezen hier dat de ware vrome vergeleken wordt met een palmboom en met een cederboom op de Libanon.

 

Onder het oude Israël was er in Jeruzalem tijdens de tempeldienst muziek en koorzang van de Levieten. Ook op bijzondere dagen, waar de gemeente onder leiding van de Levieten, begeleid door muziek, psalmen zong. Zo is het ook met Psalm 92: een lied, speciaal geschreven voor de sabbat. Het begint met de woorden: Het is goed dat men de Heere love, en Uw Naam psalmzinge, o Allerhoogste!

Wij weten dat God de sabbat, de laatste dag van de schepping, heeft ingesteld tot Zijn eer. Maar deze is ook bedoeld als een dag waarop de mens zou rusten van zijn dagelijkse beslommeringen – niet om hem in ledigheid door te brengen, maar om zich te verblijden in de Heere, in God Zelf, in Zijn voorzienigheid en goddelijke leidingen. De Heere is het waard! Daarom staat er dan ook in deze psalm: Het is goed dat men de Heere love, en Uw Naam psalmzinge.

 

Wanneer wij vandaag hier samenzijn, dan is dat niet op de láátste, maar op de éérste dag van de week. De sabbat wees ook op Christus Die komen zou om Zijn werk te verrichten. Dat werk moest in het Oude Testament nog gedaan worden. Maar de kerk van het Nieuwe Testament mag op de zondag samenkomen, omdat Christus Zijn werk nu volbracht heeft. Hij hing aan het kruis en was in het graf, maar Hij is ook opgestaan. En daarom mag de kerk op de eerste dag van de week samenkomen, om zich in de Heere alleen te verblijden.

Onze Heidelberger Catechismus zegt hierover in Zondag 38 dat het de opdracht is voor de gemeente van de Heere om op de rustdag naarstig (dat betekent: ijverig, nauwgezet) naar het huis van God te komen, om het Woord van de Heere te horen, de sacramenten te gebruiken, God de Heere openlijk aan te roepen en om de armen christelijke handreiking te geven. Maar ook om uit Christus onderwijs te krijgen om de overige dagen van de week de zonden te laten rusten en voor Gods aangezicht tot Zijn eer te leven.

Ook in Psalm 92 wordt de gemeente van de Heere opgeroepen om Zijn Naam te verkondigen. Dat moeten wij niet alleen op de sabbat doen, maar er staat in vers 3 dat God het waard is dat wij ons alle dagen in Hem verblijden, om al in de morgen Zijn goedheid te verkondigen en ’s nachts Zijn trouw.

Deze psalm wijst ons er ook op dat de Kerk van God een strijdende kerk zal zijn, want dat is de ware Kerk van de Heere op aarde toch. Maar uiteindelijk zullen in die strijd de vijanden van de Kerk ten onder gaan, terwijl zij mag triomferen door Gods gerechtigheid. De Kerk is verlost van alle zonden en zal God eenmaal zonder zonden mogen dienen. En daar wordt dan ook over gesproken in onze tekst, vers 13: De rechtvaardige zal groeien als een palmboom, hij zal wassen als een cederboom op Libanon.

 

Wanneer het in het Oude Testament over de rechtvaardigen gaat, dan worden daar de kinderen des Heeren mee bedoeld. Zij hebben door genade een nieuw leven in God leren kennen en zij mogen dat dagelijks in godzaligheid tot openbaring brengen. Het is niet alleen de genade in het hart, maar ook komt die steeds weer openbaar in het dagelijks leven. Zij leven wel in de wereld, maar behoren niet meer tot die wereld – zij zoeken een ander vaderland, namelijk de verlossing in Jezus Christus. Zij laten hier op aarde al in godzaligheid zien wat eenmaal hun toekomst is.

Zo wordt nu in deze psalm de ware vrome vergeleken met een palmboom, want er staat dat hij zal groeien als een palmboom en wassen als een cederboom op Libanon (‘wassen’ is een Oudnederlands woord dat ook ‘groeien’ betekent).

 

Wij willen deze vergelijking tussen de rechtvaardigen en de hier genoemde bomen aan de hand van vijf punten overdenken. Achtereenvolgens zijn dat:

 

1. De levensduur

2. De groeirichting

3. De groeikracht

4. Het nut

5. De voortdurendheid en bestendigheid

 

1. De levensduur van de palmboom

 

Wanneer hier gesproken wordt over een palmboom, dan moeten wij vooral denken aan de dadelpalm, waar dus dadels aan groeien, vruchten die voor het merendeel van het volk belangrijk waren, omdat zij zo voedzaam zijn. Verder leverden de bloemen van de boom dadelhoning en werden de bladeren gebruikt voor het vlechten van matten, manden en hoeden, en ook in de bouw werden zij gebruikt voor het maken van afdekkingen. Hij stond zelfs bekend als medicinale plant. Kortom, de dadelpalm was voor het huishoudelijke leven een belangrijke boom en werd daarom dan ook vaak aangeplant.

 

Als in onze tekst de rechtvaardige met een dadelpalm wordt vergeleken, moeten wij dat wel lezen tegen de achtergrond van vers 8. Daar staat dat de goddelozen groeien als het kruid, en al de werkers der ongerechtigheid bloeien, opdat zij tot in der eeuwigheid verdelgd worden.

Er wordt dus een tegenstelling gemaakt tussen de goddeloze die van de Heere en Zijn dienst niets wil weten, maar naar de zonde van zijn eigen hart leeft, en de rechtvaardige in wie de genade van God verheerlijkt wordt, die een droefheid naar God heeft leren kennen en Hem wil dienen, niet alleen in zijn hart, maar ook in het openbaar.

 

Wat een tegenstelling: de goddelozen zijn als het gras, maar de rechtvaardigen als palmen en ceders! Nu kennen wij allemaal wel Psalm 90, waar ook over gras wordt gesproken: ’s morgens bloeit het, maar ’s avonds wordt het afgesneden en het verdort. Het gras was in het Nabije Oosten het beeld van vergankelijkheid; het groeide op het dak, maar als de zon kwam, verdorde het, het was het ‘hooi van de daken’. Het mocht dan ’s morgens wel vet en groen zijn, maar ’s avonds verdorde het en werd het weggebracht om verbrand te worden.

Gras – het beeld van vergankelijkheid, van onvruchtbaarheid. En zet daartegenover nu eens het beeld van de rechtvaardige. Tegenover dat gras staan de ware vromen die groeien als palmbomen, en die kunnen wel 150 jaar oud worden! Dat is toch niet niks.

 

Zo wordt ons hier dus de vergankelijkheid van de mens die in de wereld leeft, getekend. Wij denken dan ook aan Asaf in Psalm 73. Hij kon wel eens jaloers zijn op de wereld. Die had het gemakkelijk en leefde zich uit, zoals de wereld dat doet: zij zoekt het in sport, in spel, in wetenschap. Maar Gods Woord zegt: ‘Denk erom, de goddeloze is als het gras! Het gras verdort en de bloem valt af. Het gaat voorbij, de wereld zal eenmaal ophouden te bestaan. En sterven betekent God ontmoeten.’

Maar zonder borg kunnen wij God niet ontmoeten, want als wij alléén komen, met schuld beladen, dan wacht ons het eeuwige verderf. Maar daartegenover staat de rechtvaardige, de ware vrome, die mag een ouderdom hebben. De Heere Zelf bevestigt het werk van Zijn genade.

 

En wat is daar nu het kenmerk van? Wel, lees maar mee. In vers 7 zien wij dat de goddeloze een onvernuftig (dat wil zeggen: een onverstandig, een dom) man, een dwaas wordt genoemd.

Hij begrijpt niets van het werk van de genade. Maar de rechtvaardige krijgt door genade kennis van God. Maar ook kennis van zichzelf. Als wij kennis van God krijgen, dan leren wij Wie God is in Zijn recht en heiligheid, maar ook wie wij zelf zijn in onze verdorvenheid. Maar dan komt er ook een moment dat wij door de overwinnende kracht van de genade van God mogen zien dat de ware gelovige aan Gods kant komt te staan. God is recht in al Zijn weg en werk. Van nature zijn wij vijanden van God en aanvaarden wij de dood niet, de straf niet en ook het oordeel niet. Maar God heeft een volk op aarde dat door genade aan de kant van God terecht mag komen. Dat zegt: ‘Heere, U hebt gelijk. U bent rechtvaardig, en ik ben schuldig en zondig.’

Dan draait de Heere het ook om. De Kerk heeft namelijk hier op aarde ook vijanden, maar dan mag zij anderzijds ook weten dat hun vijanden de vijanden van God zijn geworden.

In artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat dat zo prachtig verwoord: ‘En daarom is de gedachtenis aan dit oordeel (het laatste oordeel) met recht verschrikkelijk en vervaarlijk voor de bozen en goddelozen, en zeer wenselijk en troostrijk voor de vromen en uitverkorenen; omdat dan hun volle verlossing volbracht zal worden, en zij daar zullen ontvangen de vruchten van de arbeid en van de moeite die zij gedragen zullen hebben. Zij zullen gekroond worden met heerlijkheid en eer. De Zoon van God zal hun naam belijden voor God Zijn Vader en voor Zijn uitverkoren engelen; alle tranen zullen van hun ogen afgewist worden. En tot een genadige vergelding zal de Heere hen zo’n heerlijkheid doen bezitten, als het hart van een mens nooit zou kunnen bedenken.’

Dit zijn zomaar een paar regels, u moet thuis het hele artikel nog maar eens nalezen. Zo zal de rechtvaardige, de ware vrome eenmaal de overwinning hebben. Maar de wereld gaat voorbij, en alles wat in de wereld is zal straks omkomen en sterven.

 

2. De groeirichting van de palm en ceder

 

Een ander punt van vergelijking is deze: de palmboom en cederboom hebben een groei naar bóven. De dadelpalm groeide voornamelijk op de vlakte, terwijl de ceder vooral in het gebergte groeide. De Libanon was daar bekend om; die was vroeger bedekt met grote bossen. Koning Hiram van Tyrus heeft het in enorme hoeveelheden gekapt en in vlotten over zee naar Israël gebracht. Het is gebruikt bij de bouw van de paleizen van David en Salomo en bij de tempel. In Salomo’s paleis stonden vier rijen van cederhouten pilaren, die de rest van het gebouw droegen, dat ook al uit cederhout bestond. Alles bij elkaar zoveel, dat het paleis een toepasselijke naam kreeg; het werd ‘het woud van de Libanon’ genoemd.

 

Het kenmerk van de palm is dat hij een rechte, slanke stam heeft met bovenin een grote kruin met bladeren. Hij groeit als het ware recht omhoog naar de hemel. En ook daarin is het beeld van de ware vrome te vinden. Er staat dat de rechtvaardige zal groeien als een palmboom en zal opwassen als een cederboom op Libanon. De stam van de palm is recht, niet kronkelig – hij groeit recht omhoog.

Dat leert de Heere. Onze wegen voor God zijn van nature vol met kronkels tegenover God en Zijn wet. Maar als God genade geeft, dan maakt Hij vol wat echt en eerlijk is voor God. Dan leren wij wat er staat in Psalm 32 vers 5: Mijn zonde maakte ik U bekend en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet.

We worden recht en eerlijk. Er zijn geen ‘kronkelingen’ meer, maar wij zijn eerlijk in ons belijden voor God en de mensen. Ja, het wordt onze wens om te wandelen in de wet van de Heere. Het wordt een vreugde om naar die wet te leven, al moeten wij wel dagelijks belijden dat wij zoveel tekorten hebben, zoals Paulus dat ook zegt: ‘Als ik het goede wil doen, dan ligt het kwade mij bij; ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?’

 

In het oude Israël werden palmen en ceders vanwege hun sierlijkheid en majesteitelijkheid ook wel de ‘koningen onder de bomen’ genoemd. Zij groeiden recht naar boven. Zo is het met het hart van Gods kinderen als daar de ware godsvrucht te vinden is. Zij worden dan ook eerlijk en oprecht. Niet dat zij daarin volkomen zijn, maar zij zijn toch door God recht van hart gemaakt. Zij zoeken op rechte wijze naar Gods wegen te wandelen, zonder kronkels en zonder slimmigheden. Nee, dat willen zij niet meer. Zij bidden om een oprechte en eerlijke wandel voor God en voor de mensen.

 

Vervolgens ons derde punt:

 

3. De groeikracht van de palmboom

 

Het volgende beeld uit deze vergelijking dat ik u wil voorhouden is de groeikracht. Bij de palm is er een groeikracht tegen de verdrukking in. De kanttekeningen wijzen ons erop, u moet dat vandaag maar eens nalezen. Zij zeggen daar namelijk: ‘Ook als deze boom met gewicht of zwaarte neergebogen wordt, zo groeit en bloeit hij toch. Het is daarom dan ook een teken van victorie (overwinning).’

Er wordt wel eens gezegd dat in de top van palmbomen stenen werden gelegd. En juist door die druk zou de boom sterker worden en meer vruchten voortbrengen. Ik heb dat nagezocht, maar ik heb dit niet zo precies kunnen vinden. Wel is het volgende waar: palmbomen kunnen door allerlei oorzaken beschadigd raken. Zij groeien bij de woestijn en daar kunnen hun wortels beschadigd raken door stenen, er gaan zandstormen overheen, of zij worden beschadigd door de dieren die in de woestijn leven. Maar ondanks dat alles groeit de palmboom toch; misschien niet zo snel, maar hij groeit wel!

Matthew Henry zegt het ook in zijn commentaar: het zijn bomen waarvan gezegd wordt: hoe meer hij naar beneden gedrukt wordt, hoe meer hij groeit. En dat is ook waar voor de Kerk van God.

 

Ik zal een voorbeeld geven wat onze jongens en meisjes ook wel kennen. Denk maar aan het volk Israël dat in Egypte in slavernij was. De farao en zijn knechten probeerden het volk eronder te krijgen door dwangarbeid, omdat zij bang waren dat het te talrijk zou worden.

Er was zelfs een bevel in Egypte dat alle jongetjes in de Nijl gegooid moesten worden, voor de krokodillen. Maar hoe zij ook probeerden het volk eronder te krijgen, het lukte niet, het volk nam in aantal toe, want God stond achter hen, Hij zorgde voor hen.

Wat een prachtig beeld voor de Kerk van God! Want ook zij zal in het leven veel zorgen kennen en door veel moeite moeten gaan. Daar is God in Zijn soevereiniteit vrij in. Tegenslagen zijn toch het deel van de Kerk van God.

Ja, het is zelfs zo, zegt de schrijver aan de Hebreeën, als God dat niet zou doen, dan zou Hij hen niet als Zijn kinderen, maar als bastaarden behandelen. Maar juist hen die Hij als Zijn kinderen aanneemt, die tuchtigt Hij. Dat wordt hen geleerd op de oefenschool van Christus. Dat geldt ook in het dagelijks leven, ouders. Als kinderen altijd maar gelijk krijgen, worden het straks ongenietbare mensen. Nee, er is een strakke hand nodig.

Welnu, zo leert God het Zijn Kerk op aarde ook in Zijn vrijmacht en soevereiniteit. De één zal door de Noorderpoort ingaan en de ander door de Zuiderpoort, maar ook de verdrukkingen werken mee voor de Kerk van God. Wij zingen er zelfs van in Psalm 119: ‘Het is goed voor mij dat ik verdrukt ben geweest, zodat ik Uw inzettingen zou leren.’

Ware genade wordt altijd gekenmerkt door onderhoudende en versterkende genade. Wat betekent dat nu?

Wel, die onderhoudende en versterkende genade geeft altijd weer stof tot spreken over Gods goedheid. Die geeft stof om met vers 6 te belijden Wie God is: O Heere, hoe groot zijn Uw werken! Zeer diep zijn Uw gedachten. En met vers 9: Maar Gij zijt de Allerhoogste, in eeuwigheid de Heere. Dan mag dat volk spreken van Gods goedheid, Zijn trouw en hulp: God, Die helpt in nood, is in Sion groot.

Zij spreken dan van de vertroostingen in hun ziel en de troost die hun hart mag ontvangen door de bediening van Christus.

 

Want die palm groeit! Ook in de hitte en in de dorheid draagt hij een kroon van groene bladeren. Als de woestijnstormen er overheen gaan, dan zwiept de boom met zijn slanke stam alle kanten op, maar één ding doet hij niet: hij breekt niet. En als die storm voorbij is, staat de boom weer recht overeind.

Zo is het ook met de Kerk van God. Nee, dat is geen verdienste van de Kerk zelf, van de mens, maar dat is de kracht van de Heere. Hij zorgt ervoor dat zij uit de benauwdheid, uit de dagen van droefheid en strijd toch weer het hoofd mogen opheffen. Dan mogen zij weer van de Heere zingen, zoals ook de palmboom weer zijn vruchten mocht voortbrengen: Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard? (…) Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem Die ons liefgehad heeft (Rom. 8:35-37). Dat is het beeld dat God aan Zijn Kerk heeft beloofd: ‘Ik ben met u al de dagen, tot het einde van de wereld.’

 

Zo komen wij op een vierde punt dat in deze vergelijking te vinden is:

 

4. Het nut van de palm- en cederboom

 

Ik zei al hoe groot de betekenis van de dadelpalm was voor het oude volk van Israël: voedzame vruchten, bladeren om de hutten mee af te dekken, palmtakken die gebruikt werden bij feestelijkheden. Denk bijvoorbeeld ook aan de geschiedenis van palmzondag, die wij allemaal wel kennen. Als onze Heere op Palmpasen op een ezel de stad Jeruzalem binnenrijdt, dan halen de mensen palmtakken van de bomen en leggen die op de weg als tekenen van vreugde en blijdschap. Zo ook met het Loofhuttenfeest, dan worden de takken ook gebruikt als teken van vrede en blijdschap in de Heere. De palmboom was zo van grote betekenis.

 

Een heel speciale betekenis had de palmboom in de woestijn, waar hij te vinden was bij oases. Wij kennen dat uit de geschiedenis van het volk van Israël, uit de tijd dat het door de Sinaïwoestijn dwaalde over die hete stenen. U denkt misschien dat een woestijn alleen maar zand is, maar dat is niet zo. Een woestijn is wel dor en droog en er zijn inderdaad zandwoestijnen, maar zij kunnen ook bestaan uit hete rotsen.

Toen het volk van Israël door die woestijn trok, kwam het ook bij oases, waar de mensen mochten uitrusten van hun vermoeidheid. Daar kon de dorst gelest worden, daar mochten de hete en vermoeide voeten gewassen worden, daar konden zij zitten in de schaduw van de palmbomen.

Een oase, een plek van rust die Israël mocht hebben in de woestijn. Denk aan de grote oase van Elim met zijn zeventig palmbomen en twaalf waterbronnen; een plek van rust, ook voor de Kerk. Als zij vermoeid is, mag zij tot rust komen en nieuwe krachten opdoen. Zoals het voor de Israëlieten aangenaam was om te zitten in de schaduw, zo geeft ook God Zijn Kerk ogenblikken van rust.

Er zijn tijden van strijd, ja, van veel strijd, maar dat is niet altijd zo. God geeft ook ogenblikken van rust. Dan mag Zijn Kerk neerzitten onder de palmbomen, daar waar het groen is. Dan mag de vermoeide ziel tot rust komen, en drinken uit de fonteinen des levens. Daar, waar de Heere zegt: Komt, koopt en eet, ja, komt, koopt zonder geld en zonder prijs, wijn en melk (Jes. 55:1).

 

Zij mag daar zitten en delen in de zoetheid van de genade bij Christus Die de Levensbron voor Zijn Kerk is. Want Hij is het toch, Die de Fontein des levens is. Hij is het Brood des levens, Dat uit de hemel is nedergedaald, opdat een ieder die daarvan eet niet zal sterven, maar in eeuwigheid zal leven.

 

Een andere plaats die bekend was om zijn palmbomen is Jericho. Die stad wordt ook wel de Palmstad genoemd. Er groeiden daar veel palmbomen en het was dan ook aangenaam om daar te zitten. Dat is nog steeds zo – misschien bent u wel eens in Jericho geweest, dan herkent u dit vast wel. Zo zijn ook de palmbomen een beeld voor de Kerk, dat zij bij tijd en wijle wel eens de troost van de Heere mag krijgen. God bemoedigt hen door de kracht van Zijn Woord, zij mogen voortgaan door de hulp van de Heere.

Christus Zelf heeft ons tijdens Zijn omwandeling op aarde laten zien hoe belangrijk dit is. Hij wijst er meermalen op dat in de Schriften van Hem gesproken is. Niet alleen de Emmaüsgangers, u kent die geschiedenis wel, maar ook de farizeeën en de schriftgeleerden krijgen het van Hem te horen: ‘Gij dwaalt, omdat gij de Schriften niet kent!’

Paulus schrijft het ook aan zijn geestelijke zoon Timotheüs: ‘Blijf bij wat je geleerd is. Je bent van jongs af aan onderwezen in de heilige Schriften die je wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus.’ En Lukas schreef over de inwoners van Berea: ‘Zij onderscheidden zich in gunstige zin vergeleken met die van Thessalonica, omdat zij het Woord met bereidwilligheid aannamen en dagelijks de Schriften nagingen of deze dingen echt zo waren. En de vruchten werden zichtbaar: velen van hen kwamen tot het geloof, ook veel van de aanzienlijke vrouwen en mannen van de stad.’

Ik hoop dat over u hetzelfde gezegd mag worden als van de mensen van Berea. Gods Woord is tenslotte toch de lamp voor onze voet en het licht op ons pad.

 

Ik denk ook aan het sacrament van het Heilig Avondmaal, ook dat zijn zoete tijden, als de Kerk daar mag zitten in rust en vrede. Ook dan mag zij bemoedigd worden om voort te gaan in de strijd van het leven.

 

Zo zijn de palmen, vanwege het nut dat zij hebben, gezegend. En dat is dan het punt van vergelijking, want er staat: de rechtvaardige zal groeien als een palmboom, hij zal opwassen als een ceder. Want juist de rechtvaardige, de ware vrome, kan op de weg naar de eeuwigheid zijn medereizigers ten dienst zijn.

Gods kinderen mogen met hun woorden en levenslessen troost geven aan vermoeide zielen, die hongeren en dorsten naar Christus, aan hen die vermoeid van de strijd neerzitten. De overtuiging van hun hart en hun onderwijs mag nog gezegend worden. Net als de rechtvaardige in onze tekst, mogen zij groeien als een palmboom, zij mogen tot zegen zijn van hun naaste. Zij mogen een goed woord hebben voor ellendigen, zij mogen verhalen van de troost en de trouw die in Jezus Christus te vinden is. Hij verandert nooit, Hij is gisteren en vandaag Dezelfde en tot in eeuwigheid. Dat kan dan weer nieuwe moed scheppen en nieuwe hoop geven, hen weer op weg helpen. Zij mogen dan in het geloof zien op Jezus Christus, Wiens werk alleen volkomen is.

 

Ook de cederboom heeft zijn nut. Er zijn veel dingen waar cederhout voor werd gebruikt. Zo is het een aromatische houtsoort en werd het daarom als geurstof in de tempel gebruikt. In de tempel werden veel offers gebracht en dat gaf natuurlijk een brandgeur in de tempel. Daarom was de tempel aan de binnenkant bekleed met cederhout die door zijn geur de lucht van het verbrande hout weg hield.

Het is ook terug te vinden in het Hooglied. U weet, het Hooglied is een samenspraak tussen Christus, de hemelse Bruidegom, en Zijn Kerk hier op aarde. Zo staat er in Hooglied 4 dat de kleren van de bruid ruiken naar de Libanon. Om de bruid hing een heerlijke, aromatische geur van cederhout. Dat betekent dat er van de bruidskerk een aangename geur uitgaat.

Eenzelfde beeld lezen wij ook in Hosea 14, waar de Heere tegen Hosea zegt: Zeg maar tegen Mijn volk dat Ik voor Israël zal zijn als de dauw, en, staat er dan, hij zal een reuk hebben als de Libanon. En zo mag deze aangename geur ook van de rechtvaardige uitgaan, die is als een ceder, die de sterkste van alle bomen wordt genoemd.

 

Tenslotte is er nog een kenmerk:

 

5. De voortdurendheid en bestendigheid van de palm en ceder

 

Als er staat dat de rechtvaardige zal groeien als een palmboom en dat hij zal opgroeien als een ceder op de Libanon, dan duidt dat op de voortdurendheid en bestendigheid. Ik heb al gezegd dat palmbomen en ceders erg oud kunnen worden. De dadelpalm 150 jaar en de Libanonceder meer dan duizend jaar. Wij hebben ook al stilgestaan bij de vergankelijkheid en de kortstondigheid van de wereld. Wij hebben gezien welk oordeel de goddeloze zal treffen in vergelijking met de rechtvaardige, die zal groeien als de palmen en als de ceders van de Libanon. Wij hebben gezien dat een palm ondanks allerlei tegenslag en bedreigingen, toch doorgroeit en net als een cederboom tot grote ouderdom kan komen. De ceder heeft zijn wortels stevig in de grond, diep in het gebergte. Welnu, dat is de levenskracht die de Kerk van God uit Christus mag ontvangen. Dat staat in deze psalm: De rechtvaardige zal groeien als een palmboom, hij zal wassen als een cederboom op Libanon.

 

En dan komt daar in het volgende vers nog een nadere toepassing van: Die in het huis des Heeren geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods.

Daar krijgen zij hun kracht, daar hebben zij hun sterkte: in het huis van de Heere.

Dat wil zeggen: daar waar Christus Zijn bediening verheerlijkt, waar Hij getoond wordt in Zijn lijden en sterven, daar ontvangen zij de kracht. En Jezus Christus is gisteren en vandaag Dezelfde en tot in eeuwigheid.

Met Zijn onderhoudende en vertroostende genade blijft Hij de Fontein van het leven voor Zijn Kerk. Deze genade duurt tot straks bij hun sterven. En wat is dan het gevolg? De psalmdichter zegt het ons: In de grijze ouderdom zullen zij nog vruchten dragen; zij zullen vet en groen zijn, om te verkondigen dat de Heere recht is (vers 15 en 16a).

 

Nu was bij Israël ouderdom het beeld van een bijzondere zegen die God verleende aan de ware vrome en rechtvaardige. Zo wordt in Spreuken de grijsheid een sierlijke kroon genoemd, die gevonden wordt op de weg van de gerechtigheid. En even verderop wordt kracht genoemd als het sieraad van de jeugd, en grijsheid het sieraad van de ouderen. En ook als God aan Abraham belooft dat hij in hoge ouderdom zal sterven, is dat een bijzondere zegen.

In het Nieuwe Testament is dat beeld meer geestelijk geworden, daar wijst het erop dat God voor Zijn Kerk zorgt, tot het einde toe. Ja, ook bij hun sterven zal God met Zijn genade voor Zijn Kerk zorgen.

 

Zij zullen vruchten dragen, en waarom? Vers 16 zegt het: om te verkondigen dat de Heere recht, waarachtig, is. Hij is mijn Rotssteen, en in Hem is geen onrecht. Dat is de vrucht die zij mogen vertonen: goed van de Heere spreken, van de verlossende kracht van Zijn genade. Hij is de Rotssteen waarop wij kunnen bouwen, Zijn werk alleen is volmaakt. Dat doen zij niet alleen in hun jonge, actieve jaren, maar dat mogen zij blijven doen tot in de grijze ouderdom.

Er zijn grijze, oude mensen, die voor de wereld niet meer meetellen, maar die voor de mensen in hun omgeving toch nog vruchten mogen dragen. Zij mogen spreken van Gods goedheid en Zijn waarachtigheid verkondigen. U kent deze mensen vast wel, misschien nu nog, misschien zijn het herinneringen van lang geleden, maar u weet hun woorden nog, woorden over de grootheid van God. Dat zijn de vruchten die de rechtvaardigen mogen dragen, in hun jonge dagen, maar ook in hun oude, grijze, laatste dagen. Zelfs van mensen van wie de geest verduisterd is, zijn vruchten bekend. Voor God maakt dat niets uit, Hij ziet het hart aan en Hij kan de vruchten geven.

 

Maar hier wordt ook bedoeld de gezegende ouderdom van de Kerk als geheel. Jezus Christus is gisteren en vandaag Dezelfde, tot in der eeuwigheid. Hij is niet aan tijd gebonden.

Ook dat mag voor het geoefende volk van God tot een rijke troost worden. Er zijn dagen en tijden dat de Kerk van God nog in de ‘lente’ van haar bekering staat, dan is er vreugde in de God. Als men in de kerk zit, dan verblijdt men zich in de Heere. Als men het Woord van God leest, is het altijd raak. Maar er komen ook dagen en tijden dat de strijd zwaar wordt. Er komen donkere wolken, aanvechtingen. Bunyan zou zeggen: zij komen terecht in een duisternis. Dan komen de wilde dieren en de listen van de duivel uit de ondergrondse kelders tevoorschijn. O, dan kan het wel zo zijn dat zij zich afvragen of het allemaal wel echt is. Maar de Kerk gaat naar de hemel, niet omdat zij bekeerd is, maar omdat zij genade heeft verkregen en omdat Jezus Christus de Getrouwe is: Hij is gisteren en vandaag Dezelfde. Dan mogen zij oud zijn in de Heere, en dan is er maar één ding wat zij zingen, namelijk: Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen.

 

Laten wij dat ook samen zingen uit Psalm 75 vers 1:

 

U alleen, U loven wij;

Ja, wij loven U, o Heer’;

Want Uw Naam, zo rijk van eer,

Is tot onze vreugd nabij;

Dies vertelt met in ons land,

Al de wond’ren Uwer hand.

 

Zo leert deze psalm van de zondag ons heel wat. Namelijk dat er gras is en dat er palm- en cederbomen zijn. Het gras verdort, de bloem valt af. Maar de bomen die hier genoemd worden, hebben een hoge leeftijd, zij zijn groen en brengen vruchten voort. Dat betekent ook iets voor ons, wij hebben dat allemaal nodig.

En wat hebben wij dan nodig? Wel, wij moeten wederom geboren worden, wij hebben een vernieuwing van ons hart nodig. Dat staat ook in vers 7: Een onvernuftig man weet er niet van. Onze kanttekenaren leggen dat uit: Een onverstandig man is iemand die niet in Gods Woord onderwezen is, noch door de Heilige Geest verlicht is. Zo iemand noemt deze psalm ‘onvernuftig’. Een dwaas verstaat het niet; hij begrijpt het werk van God niet. Maar juist dat is voor ons allen nodig. Wij kunnen nooit te vroeg bekeerd worden, wij kunnen nooit te veel bidden: ‘Heere, geef mij een nieuw hart’, zodat wij mogen weten wat de vergankelijkheid is, maar ook waar de troost voor Gods Kerk te vinden is.

 

Want dat is ook waar, en Calvijn wijst daar ook op in zijn commentaar, als hij zegt dat het ook zo nuttig is voor de Kerk, omdat zij moet leren en begrijpen dat zij in de oprechtheid van haar wandel moet groeien, dat er een toename zou mogen zijn, dagelijks en gedurig. Het is zo nodig om in oprechtheid en eerlijkheid voor God te mogen wandelen.

 

Dit is ook een psalm van troost; ondanks de hitte van de zon en de koude van de winter en wat voor tegenslagen er ook mogen zijn, zal de Kerk van de Heere niet bezwijken onder die last.

Zoals een palmboom doorgroeit tegen alle verdrukking in, en toch sierlijke bladeren heeft en vruchten voortbrengt, zo zal de Heere Zijn Kerk ook niet laten bezwijken en omkomen. Integendeel, het zal zijn zoals onze tekst zegt: De rechtvaardige zal groeien als een palmboom, hij zal wassen als een cederboom op Libanon.

Dat wijst op de gelukzalige uitkomst die er zal zijn voor de Kerk van God. Uit alle beproevingen, uit alle strijd die er kan zijn, zal de rechtvaardige toch eenmaal als overwinnaar naar voren mogen komen. Wij vinden dat ook terug in Openbaring, waar Johannes de Kerk van God tekent als zij verlost is van de strijd, van de aarde, en de tranen zijn weggewassen. Hij mag daar een grote schare verlosten in de hemel zien staan, uit alle talen, volken en natiën.

Zij zijn gekleed in witte klederen (dat is het teken van reinheid), zij zijn geheiligd. In hun handen hebben zij palmtakken, het teken van de overwinning. Dat is het beeld van de Kerk als zij eenmaal in de hemel mag zijn, met palmtakken in de hand, met de overwinning en de blijdschap in de Heere.

 

Het zou voor ons allemaal goed, ja, noodzakelijk, zijn, als wij komende week veel aan deze tekst zouden denken. Deze psalm begint met de woorden: Een psalm, een lied, op de sabbatdag. Wij zouden nu zeggen: een bijzondere psalm voor de zondag. Want wij, de Kerk van God, mogen beginnen met Christus. Hij is opgestaan uit de dood, Hij heeft Zijn werk gedaan. ‘In dit opzicht’, zegt Paulus, ‘is de zaligheid nu nader dan toen wij eerst tot geloof kwamen.’

Niet dat ik het alrede gekregen heb of alrede volmaakt ben; maar ik jaag daarnaar (Fil. 3:12).

Of, zoals hij het aan Timotheüs schrijft: Strijd de goede strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven, tot hetwelk gij ook geroepen zijt, en de goede belijdenis beleden hebt voor vele getuigen (1 Tim. 6:12).

 

En wat kunnen wij dan nu doen? Wel, met deze tekst de nieuwe week in gaan en die gedurende de week overdenken. Laat deze tekst er één zijn die elke dag nodig is: De rechtvaardige zal groeien als een palmboom, hij zal wassen als een cederboom op Libanon.

De wereld gaat voorbij en alles wat daarin is, maar wie in Christus gelooft zal leven, al was hij ook gestorven, want hij zal straks de overwinning wegdragen.

En dan mogen zij daar in de hemel zijn, met de palmtakken in de hand, om God eeuwig toe te brengen lof, aanbidding en dankzegging, van nu aan tot in eeuwigheid.

 

Amen.

 

 

 

Slotzang: Psalm 84:6

 

Want God, de Heer’, zo goed, zo mild,

Is t’ allen tijd een zon en schild;

Hij zal genaad’ en ere geven;

Hij zal hun ’t goede niet in nood

Onthouden, zelfs niet in de dood,

Die in oprechtheid voor Hem leven.

Welzalig, Heer’, die op U bouwt,

En zich geheel aan U vertrouwt.