Ds. C.G. Vreugdenhil - Johannes 3 : 17 - 18

God zond Zijn Zoon naar de wereld

Christus kwam als een geschenk van Gods eeuwige liefde
God zond Zijn Zoon niet om de wereld te veroordelen
God zond Zijn Zoon om de wereld te behouden

Johannes 3 : 17 - 18

Johannes 3
17
Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.
18
Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 98: 1, 2
Lezen : Mattheüs 1: 18-25
Zingen : Avondzang: 1, 4, 5, 6, 7
Zingen : Psalm 138: 3, 4
Zingen : Psalm 6: 1, 2, 9
Zingen : Psalm 118: 14

Gemeente, de tekst voor de prediking kunt u vinden in Johannes 3, daarvan het 17e en 18e vers. Daar lezen wij:

 

Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld opdat Hij de wereld  veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden. Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.

 

Het gaat in dit Schriftwoord over: God zond Zijn Zoon naar de wereld.

 

Wij letten op drie aandachtspunten:

1. Christus kwam als een geschenk van Gods eeuwige liefde

2. God zond Zijn Zoon niet om de wereld te veroordelen

3. God zond Zijn Zoon om de wereld te behouden

 

1. Christus kwam als een geschenk van Gods eeuwige liefde

 

Gemeente, kerstfeest is het feest van de vrede op aarde! We hebben in onze technische wereld veel in de hand, maar wat er morgen of overmorgen of in het nieuwe jaar zal gebeuren, daar weten we niets van, alle prognoses ten spijt.

In Irak en Syrië durven de christenen nauwelijks kerstdiensten te houden, uit angst voor een aanslag. In Indonesië worden nog steeds kerkgebouwen verwoest door fanatieke moslims. In Noord-Korea worden vele christenen gevangen gezet en gemarteld.

Het afgelopen kerstfeest is geschiedenis geworden. Is er nu vrede op aarde? Ja, toch wel! Vrede op aarde betekent: Christus op aarde. Want Hij is onze Vrede. Niets loopt God uit de hand. Christus ging in in de geschiedenis. God is de God van de geschiedenis.

 

God heeft de wereld lief. Dat is onbegrijpelijk. Want daar heeft deze wereld het niet naar gemaakt; Adam niet en u niet en ik niet. Integendeel: het gaat hier over de gevallen mensenwereld van Jood en heiden, volgens de kanttekeningen op de Statenvertaling. Je zou alleen Gods toorn en straf verwachten. En toch heeft God deze wereld lief. De door de zonde besmeurde wereld.

Gemeente, God laat Zijn wereld niet los. God haat de zonde en de ongerechtigheid. Hij kan de zondaren als zondaren niet liefhebben. En toch gaat Zijn liefde uit naar de wereld. Hij is gericht op ons behoud en dat is Zijn liefde. En dankzij die onuitsprekelijk grote liefde van God kan de grootste van de zondaren nog gered worden. Dat is het kerstevangelie voor een verloren wereld. Niemand hoeft te denken dat zijn of haar zonden te groot zijn. Gods liefde is groter. Al waren uw zonden als scharlaken, Ik zal ze maken als witte wol!

 

Nicodemus zal zijn oren niet hebben kunnen geloven. Hij dacht dat God alleen nette farizeeërs liefheeft. Maar Jezus zegt: Wat uit vlees geboren is, dat is vlees. Alzo lief heeft God de wereld gehad, die gevallen en verloren wereld. Mensen die de duisternis liever hebben dan het licht. Wettische Joden en zondige heidenen.

Op die oneindige liefde van God wijst het eerste woordje van onze tekst: Want…! Dat slaat terug op Gods gevende liefde in vers 16. We moeten het dus zo lezen dat God Zijn Zoon gezonden heeft in deze wereld uit liefde.

Nicodemus en de Joden dachten dat de Messias zou komen om de heidenen te veroordelen. Het gericht was bestemd voor de volken, die Israël onderdrukten, niet voor de Joden. Dat was een misinterpretatie van de woorden die Amos gesproken heeft over de dag des Heeren en het komende gericht. Tegenover dat Joodse exclusivisme dat zij alleen gezegend zouden worden omdat ze zo vroom waren, richt Johannes zich in onze tekst. Met nadruk zegt hij in dit gedeelte dat Gods verlossende genade niet alleen maar bestemd is voor de Joden, maar voor heel de wereld; voor iedere stam en natie en volk, dus ook de heidenen.

 

God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld om de wereld te veroordelen; te straffen, te richten, te verdoemen. Integendeel, Christus kwam om de wereld te behouden, te redden, zalig te maken. Het gaat bij behouden om de verlossing van de straf en het geschenk van het eeuwige leven, het eeuwig behoud. Het doel van de eerste komst van Christus in deze wereld was te behouden en te brengen tot de zaligheid. Het doel van de tweede komst van Christus in deze wereld – op de oordeelsdag – is om te oordelen de levenden en de doden; dan komt Hij ten oordeel.

 

Knoop het in je oren, Nicodemus. Achter Gods heilsplan langs de weg van het kruis van Christus (denk aan vers 14 over Mozes, die de slang op een stang plaatste) zit als diepste grond Gods weergaloze liefde voor de wereld. Zó ver ging God, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon zond. God gaf het liefste wat Hij had. En Hij gaf Hem over tot in de dood.

En wat is het grote doel van die liefde van God? Dat Jood en heiden door Christus’ offer zouden worden gered. Het was God er niet ook nog eens om begonnen om de wereld te veroordelen. Dat bedoelt Johannes te zeggen. Huizenhoog rijst uit onze tekst omhoog: Gods weergaloze reddende zondaarsliefde.

 

Dat heeft Nicodemus wel even moeten verwerken. Dat had hij niet gedacht. Als leraar van de wet verwachtte hij dat de Messias de wereld in staat van beschuldiging zou stellen. Wat een misverstand! De komst van Christus had enkel tot doel om de wereld te behouden. En het feit dat Johannes in onze tekst tot drie keer toe het woordje ‘kosmos’ gebruikt, maakt duidelijk hoe wereldwijd deze redding is.

 

Gemeente, misschien staat u ook wel verbaasd. U die net als Nicodemus veel afweet van de rechtzinnige leer. U die dogmatisch alles zo goed op een rijtje kunt zetten. U die toch echt niet gelooft dat Christus alléén gekomen is om te behouden. Maar… het staat er wel in onze tekst.

‘Ja, maar je moet tekst met tekst vergelijken…’ Goed, lees vers 16 nog eens: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Lees ook de verzen 19 en 36: En dit is het oordeel, dat het Licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos… Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem. Als iemand verloren gaat, komt dat dus niet door gebrek in Gods liefde, maar door eigen schuld, door eigen ongehoorzaamheid.

 

Gemeente, ik ben eigenlijk bezorgd vanwege het gevaar dat onze godsdienst gereduceerd wordt tot een vormendienst zonder wezenlijke inhoud. Je kunt heel ernstig zijn en zeker niet meedoen met de genietingen van de wereld, en toch op afstand blijven van de Heere Jezus Christus, terwijl de eeuwigheid steeds dichterbij komt. Er zijn mensen, die lopen op een smal traject aan de rechterkant van de brede weg. Op de vluchtstrook. Maar die weg leidt ook naar het verderf. Velen gaan zo aan Jezus voorbij.

Ze weten heel goed wat er allemaal gebeuren moet voordat je tot Jezus mag gaan, en hoe moeilijk begaanbaar die toeleidende weg is. Alsof ze er zelf over gelopen hebben, maar dat is niet zo. U hebt misschien veel godsdienstige boeken gelezen en u weet precies hoe God werkt – tenminste, dat denk je dan, maar je weet het niet, want het is van horen zeggen. U weet wie er wel en wie er niet tot Christus mogen vluchten.

En als anderen vertellen hoe ze met hun zondelast tot Jezus gingen, vraagt u zich af of ze wel diep genoeg hebben gebogen. U gaat in ieder geval niet naar Jezus, want daar is meer ontdekking voor nodig en dat is Gods werk. U vraagt wel serieus drie keer per dag om een nieuw hart, maar de Heere heeft het u nog steeds niet gegeven. En als de evangelieboodschap tot u komt en de nodiging: Mijn zoon, geef Mij uw hart (Spr.23:26), zegt u: ‘Dat kan een mens niet, we zijn onmachtig. Het is maar voor enkelen en zeker niet voor iedereen bedoeld.’

 

Eigenlijk gelooft u niet dat Christus alleen gekomen is om de wereld te behouden. U waarschuwt tegen aangepraat geloof en bent er bang voor om met een ingebeelde hemel naar de hel te gaan. U kijkt naar het juichend christendom en bent eerlijk onbekeerd. ‘Een Jezus van vijf letters is niet genoeg!’ En dat is nog waar ook, maar zo loopt u zelf ook op de brede weg, al is het aan de rechterkant ervan. En straks is het eeuwigheid…

Gods evangelieroepstemmen laat u niet tot u doordringen, want dat is toch maar uitwendig. Pas als de Heere u inwendig roept, zult u zich laten leiden. En dat moet God doen, want wij kunnen toch niet geloven. Dat kan alleen door de werking van de Heilige Geest. En als Die gaat werken, nou dan komt het wel goed. De schuld van het niet willen geloven drukt niet. En dat u zo God op Zijn liefdehart trapt, ziet u niet. Zo hebt u zakken vol argumenten om op de brede weg te blijven. Vrome en rechtzinnige argumenten, maar je loopt wel aan het kruis voorbij en eindigt in het eeuwig verderf.

 

Geloof toch het woord van de tekst: God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar om de wereld te behouden. De wereld… dus ook u! Kerstfeest predikt ons dat we ellendig zijn en dat we ons moeten spoeden naar het kruis. Jezus staat voor u in het kleed van Zijn beloften. Hij kan en wil uw ogen openen voor uw schuld en verlorenheid, maar Hij wil u ook laten zien Wie Hijzelf is: de Verlosser, Die zondaren zalig maakt; mensen die liggen in de geestelijke dood.

Weet u wanneer alles anders wordt in uw leven? Als u gelooft wat de tekst zegt: Hij kwam om de wereld te behouden. Nicodemus heeft het geleerd en de Heere wil het ons ook leren, maar dan moeten we wel onze eigenwijsheid afleggen.

 

Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld veroordelen zou. Niet om te verderven, maar om te behouden. God wilde deze wereld niet zomaar aan haar lot overlaten na de zondeval. Hij laat niet varen het werk van Zijn handen. Zoals God in de geschiedenis van Jona bewogen is met de goddeloze stad Ninevé, zo is Hij ook bewogen met deze wereld. En dat terwijl er gevloekt wordt en gelasterd – en dat is gruwelijk, dat snijdt God bij wijze van spreken door merg en been. En toch is God in ontferming over deze wereld bewogen. Hij heeft deze wereld nog niet afgeschreven. Het staat in de Bijbel. Hij zond Zijn Zoon in een wereld verloren in schuld… om te redden.

 

Christus is een geschenk van Gods eeuwige liefde. Een groot wonder. God is liefde, en Hij wil in genade naar zondaren omzien. Kerstfeest is de liefdesverklaring van God aan een wereld verloren in schuld. Zo onuitsprekelijk groot is Gods liefde, dat Hij Zijn Zoon zond.

Wat steekt achter de geboorte van Christus in Lukas 2 vers 7: En zij baarde haar eerstgeboren Zoon? Wel, zegt Johannes, daar achter steekt de diepe, onbegrijpelijke liefde van God.

Alzo lief heeft God de wereld gehad; het evangelie in notendop. Kerstwoord en kruiswoord, want God gaf Hem in de kribbe en aan het kruis. Hij stierf onder Gods toorn om ons het eeuwige leven te kunnen geven. Niemand van ons behoeft verloren te gaan. Er is geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn. Wie door het geloof met de Zaligmaker verbonden is, heeft het eeuwige leven. Het leven met Hem en uit Hem is per definitie eeuwig! Onvergankelijk. Aan dat leven maakt de dood geen eind.

 

Denk niet te klein van Gods liefde! De liefde van de Vader Die Zijn Zoon gaf. De liefde van de Zoon Die naar deze wereld kwam. En de liefde van de Geest Die ogen en harten opent voor Christus, om zo te mogen delen in Gods eindeloze liefde.

Wij hadden niet om Hem gevraagd. God heeft Hem beloofd en gezonden. De oorsprong ligt in Gods welbehagen, in Zijn eeuwige liefde. God had lief, toen wij nog zondaars waren, toen wij Hem nog niet liefhadden. Hij nam het initiatief. Wij hadden alleen maar schuld en zonden, maar God zond Zijn Zoon om die schuld te betalen. Wij waren opstandig en vijandig, maar Jezus gaf in Zijn reddende liefde Zijn leven voor Zijn schapen.

 

Als je dat ziet, en je wordt zo door de Geest gebracht bij de kribbe van Bethlehem om Hem met de herders te aanbidden, dan beleef je iets van de hemel op aarde: grote blijdschap. De schuld drukt niet meer en vrede vervult je hart. ‘O Heere, dank U voor Uw onuitsprekelijke Gave!’

Want de Geest leidt verslagen en verbrijzelde zondaars niet alleen naar de kribbe, maar ook naar het kruis. Naar die schuldovernemende Borg aan het vloekhout. En daar buigt u aan Zijn voeten om te belijden: ‘Nu heb ik voor al mijn zonden een Middelaar gevonden.’ U gaat het Thomas nazeggen: ‘Mijn Heere en mijn God!’

God zond Zijn Zoon als een geschenk van Zijn eeuwige liefde. Voor we overgaan tot onze tweede gedachte, zingen we eerst uit Psalm 138 het derde en vierde vers:

 

Dan zingen zij, in God verblijd,

Aan Hem gewijd,

Van ’s Heeren wegen;

Want groot is ’s Heeren heerlijkheid,

Zijn majesteit

Ten top gestegen;

Hij slaat toch, schoon oneindig hoog,

Op hen het oog,

Die need’rig knielen;

Maar ziet van ver met gramschap aan

De ijd’le waan

Der trotse zielen.

 

Als ik, omringd door tegenspoed,

Bezwijken moet,

Schenkt Gij mij leven;

Is ’t, dat mijns vijands gramschap brandt,

Uw rechterhand

Zal redding geven.

De Heer’ is zo getrouw als sterk;

Hij zal Zijn werk

Voor mij volenden;

Verlaat niet wat Uw hand begon,

O Levensbron,

Wil bijstand zenden.

 

2. God zond Zijn Zoon niet om de wereld te veroordelen

 

We lezen de verzen 17a en 18b: Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld opdat Hij de wereld veroordelen zou… maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.

Johannes zegt: God heeft Zijn Zoon gezonden. Dat eerst. Liefde bewijst zich in daden. God zond Zijn Zoon. Dat had Hij beloofd in het paradijs. Al Zijn beloften heeft Hij vervuld. Gods liefde is realiteit: Hij zond Zijn Zoon. ‘Gezonden’ betekent: weggezonden. Hij deed afstand van Hem, Hij gaf Hem over, Hij spaarde Hem niet. Wat een liefde! De Vader had er alles voor over. Zo verregaand was de liefde van God in de nacht van Bethlehem, dat Hij kwam tot het uiterste: God gaf Zijn Zoon.

Vers 18 zegt: eniggeboren Zoon. Zijn enige Zoon. Alles wat Hij te geven had. Christus is de Eniggeborene van de Vader. Na Hem had God niets meer te geven. Buiten Hem had God geen Zoon. Vrijwillig stond God Zijn Zoon af. Hij gaf Hem tot in de dood. Niemand kon Hem daartoe verplichten. Vrijmachtig deed God dit in Zijn adembenemende liefde. God offerde Zijn vreugde op… om Christus te laten sterven aan het kruis om onze zonden.

De graadmeter van onze liefde is zelfverloochening, het offer dat we willen brengen. De liefde spaart zichzelf niet, maar geeft zich ten volle. God gaf Zijn enig Kind. Gods eeuwige zondaarsliefde glanst ons tegen vanuit de kribbe. Daar ligt het toppunt van Gods liefde. Kan dat uw hart niet breken? Wie tobt nu nog verder met zijn schuld? Ga mee naar Bethlehem, naar het broodhuis.

 

God zond Zijn Zoon. Waar naar toe? Johannes zegt: in de wereld. Tot drie keer toe! Wat een heerlijk en ruim evangelie. Nu is er hoop voor de grootste van de zondaren. Zo royaal is God met Zijn heil. Het gaat er wereldwijd aan toe. Er staat niet: de farizeeën of Nicodemus of Gods volk of de uitverkorenen, maar… de wereld! Dat is een grote troost voor mensen die niets kunnen aanwijzen dat hun op genade aanspraak zou kunnen geven.

Het Griekse woord voor ‘wereld’ (kosmos) betekent ook ‘schepping’, maar Johannes verbindt dit in de verzen 16 en 18 met het geloof. We moeten dus in de eerste plaats denken aan de gevallen mensenwereld in haar totaliteit. Al is het werk van Christus zo wereldomvattend, dat Hij Zijn volk redt in samenhang met de gehele schepping, die gereinigd zal worden van de gevolgen van de zondeval. Deze wereld (de schepping en de mensenwereld) ligt in het boze en is aan het oordeel onderworpen. God zond Zijn Zoon in die door de vloek getroffen opstandige en diep gezonken wereld. God bevestigt Zijn liefde jegens ons dat Christus voor ons gestorven is als wij nog zondaars waren. Niet voor de betere soort, maar voor mensen die Gods eer schonden en Zijn liefde miskenden. Om zulke mensen te redden zond God Zijn Zoon.

 

Zeg nu zelf, valt u daar onder of niet? Kohlbrugge zegt: laat ieder die dit woord ‘wereld’ hoort aan zichzelf denken en zeggen: ‘Daarmee ben ik bedoeld.’ Of voelt u zich daar te goed voor, om met die hele wereld op één hoop gegooid te worden? Dat kan, dat je te hoog staat voor dat nederige Kind in de kribbe. Het geldt voor Nicodemus, voor de tollenaars en de zondaars, voor mensen in de goot en voor nette kerkmensen op de rechtervluchtstrook van de brede weg. Vindt u dat geen troost? Zo word je verlost uit die wurgende angst dat je niet zalig zou kunnen worden.

 

In de wereld gezonden. Niet als toerist om alles van de mooie kant te zien, maar om Zich te buigen onder de rauwe werkelijkheid van vloek en schuld. Hij kroop in onze huid. Het ging van Bethlehem naar Golgotha. En daar stierf Hij voor de zonde der wereld. Nu kan de hele wereld zalig worden. De verzoening is aangebracht. Het offer van Christus is genoegzaam voor de verzoening van de zonde van de gehele wereld. Maar wie aan Hem voorbijgaat, wordt niet met God verzoend. En wie in Hem gelooft wel. Alleen door het geloof worden we met God verzoend. We zien dat straks in onze derde gedachte.

 

Kijk eens naar Jezus in de kribbe en aan het kruis. Hij glanst van Gods eeuwige liefde. Wat een offer. Gezonden in de wereld! Dan is het toch ook geen vraag meer of Hij u nog wil hebben? Zit u daarover te tobben? Gods liefde is zo overweldigend groot, ook voor u groot genoeg. Kerstfeest is ook voor u bedoeld. Hoe ik dat weet? Kijk naar de tekst. God heeft Zijn Zoon niet gezonden om de wereld te veroordelen.

 

Dat is de omgekeerde wereld! Deze wereld is het oordeel waardig. De aarde is vervloekt omwille van de zonde. God heeft nog geduld met deze wereld. Omdat Hij het oordeel voltrokken heeft aan Zijn eigen Zoon. Gods heilig recht kan niet gedogen dat Hij Zijn ogen sluit voor het verdiende oordeel. Christus droeg de straf. En het doel daarvan is het behoud van de mensen, van u en mij. Dat wil niet zeggen dat er helemaal geen sprake meer is van straf en oordeel. Als donkere keerzijde van de komst van Christus naar deze wereld is er wel het oordeel. Niet slechts later, maar nu al.

 

Beslissend is of wij al dan niet in Hem geloven. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar wie niet gelooft is al veroordeeld. Dan sta je door ongeloof schuldig aan Gods gericht. Op de oordeelsdag zal Christus dat bevestigen. Zo haal je jezelf het oordeel op de hals, als je niet gelooft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.

Johannes zegt dus niet dat de hele wereld behouden wordt. Christus deelt de mensen in vers 18 in twee groepen. Eerst degenen die in Christus geloven en voor wie geen oordeel te wachten staat. En dan degenen die Christus verwerpen door niet in Hem te geloven. Die zijn al veroordeeld en dat zal blijken in het laatste gericht.

Dat woord ‘oordelen’ betekent ook: schiften. In tweeën uiteen laten vallen. De gelovigen worden gered uit de verdorven massa. Het evangelie is een reuk des levens ten leven, maar… als je het ongehoorzaam bent, wordt het een reuk des doods ten dode.

 

Christus is niet in de eerste plaats gekomen om te veroordelen, maar om te behouden. Om te redden uit het verderf. Als Jezus de discipelen bestraft omdat ze de Samaritanen willen straffen zegt Hij: De Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden (Luk.9:56).

Gelooft u dat, gemeente, dat Christus niet kwam om ons te veroordelen en te straffen, maar om de straf en het oordeel te dragen? Pas als dat doel niet bereikt wordt, komt het oordeel. Christus stelt ons hier voor honderd procent verantwoordelijk. Hij kwam niet om te veroordelen, maar om te behouden. Lees maar mee vers 18: Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.

Jezus oordeelt over de mensen die de duisternis liever hebben dan het licht. Hij zegt in vers 19: En dit is het oordeel, dat het Licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos. Dit gaat over mensen die aan de zonde vasthouden. Straks komt Jezus als Rechter, maar Zijn eerste komst is tot behoud. En wie de liefde van God versmaadt, die komt door eigen schuld in het oordeel.

 

Hoe vreselijk is de zonde van het ongeloof! En dat is – net als het geloof – een daad van de mens. Het is de mens die gelooft of in ongeloof volhardt. Wie niet gelooft…! Het gaat hier niet over een slachtoffer, over onze onmacht. Het ongeloof is volgens vers 20 het kwade doen en het licht haten. Het woordje ‘niet’ in het Grieks wijst op een ontkennende, afwerende houding. Je kunt ook vertalen: wie niet geloven wil is al geoordeeld. Zo groot is de zonde van het ongeloof.

Zeker, het geloof is een geschenk van God door de werking van de Geest, maar dat sluit onze eigen wil niet uit. Niemand kan zonder zijn eigen wil tot het geloof komen of in ongeloof volharden. Dat laatste komt voort uit de hoogmoed van de mens, die zijn verlorenheid niet wil erkennen.

 

En weet u voor wie het een groot wonder is dat hij niet wordt veroordeeld? Voor diegene die zijn diepe verlorenheid moet inleven. ‘O God, ik heb niet verdiend dat U naar me omziet. Mijn schuld is zwaar, ik heb Uw wet geschonden.’ Wie zichzelf moet veroordelen als een verloren zondaar, voor die klinkt de tekst als muziek in de oren. Ik kan nog behouden worden, door het bloed van Jezus. Niet veroordeeld, nu niet en in de oordeelsdag niet en tot in der eeuwigheid niet.

 

Voor we overgaan tot onze derde gedachte, zingen we eerst uit Psalm 6 het eerste, tweede en negende vers:

 

O Heer’, Gij zijt weldadig;

Straf mij niet ongenadig,

In Uwen toornegloed.

Ai, matig Uw kastijden;

Sla mij met medelijden,

Gelijk een vader doet.

 

Vergeef mij al mijn zonden,

Die Uwe hoogheid schonden;

Ik ben verzwakt, o Heer’!

Genees mij, red mijn leven;

Gij ziet mijn beend’ren beven;

Zo slaat Uw hand mij neer.

 

De Heer’ wild’, op mijn kermen,

Zich over mij ontfermen;

Hij heeft mijn stem verhoord;

De Heer’ zal, op mijn smeken,

Geen hulp mij doen ontbreken;

Hij houdt getrouw Zijn woord.

 

3. God zond Zijn Zoon om de wereld te behouden

 

We lezen in vers 17b en 18a: Want God heeft Zijn Zoon gezonden in de wereld, opdat de wereld door Hem zou behouden worden. Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld.

 

Christus is gekomen opdat de wereld door Hem behouden zou worden. Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Wat een rijkdom zit er in dit kleine zinnetje. Die heerlijke boodschap mag verkondigd worden. Het geldt voor ieder die in Hem gelooft. Die mag zeggen: ‘Ik zal niet geoordeeld worden.’ Terwijl dat juist zo vanzelfsprekend was.

Wat een boodschap! Behouden, voor eeuwig! En dat om het offer van Christus, Die het oordeel droeg. Geprezen zij Zijn Naam: Jezus, Redder, Zaligmaker, Zoon van God. Genade groot, oneindig groot, genade van de Heer, Hij gaf mij leven door Zijn dood, ‘k was blind, nu zie ik weer. Genade bracht mij tot geloof, genade schonk Hij mij. Genade voor geen geld te koop, maakt mij voor eeuwig vrij.

 

Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Alleen door het geloof krijg je deel aan het door Christus verworven heil. Voelt u de spanning van de tekst? Niet alle hoorders van het Woord geloven in de Zoon. Alleen die op Hem vertrouwen, die zich met al hun zonden aan Hem overgeven en geloven dat Zijn bloed reinigt van alle zonde. Om te geloven hoef je niet sterk te zijn. Het is geen prestatie. Het is slechts een blik op de koperen slang, zo staat in vers 14. Daar is geen kracht voor nodig. Je doet het juist als je zwak bent en ziek, ten dode gedoemd, net als die Israëlieten in de woestijn.

In dat geloven zit iets goddelijks, iets van het begin van het nieuwe leven. Het is genade. Genade bracht mij tot geloof. Wie door het geloof een blik op het kruis slaat, die weet zichzelf verloren. Die vlucht om gered te worden tot Jezus. Die grijpt God aan in Zijn onbevattelijke liefde. Die vertrouwt zichzelf toe aan de Heere Jezus, Die Zich voor doodschuldige zondaren geofferd heeft aan het kruis.

 

Dat geloven in Hem houdt de erkenning in dat je zelf verloren bent. Dan breek je met je zondige leven, met de werken van de duisternis. Dit is evangelie voor u die zich verloren en veroordeeld weet. Christus kwam om u te behouden. Leg alle achterdocht maar af. Christus kwam om u te behouden en niet om u te straffen. Er is vergeving in de wonden van de Heere Jezus.

 

Gemeente, deze tekst vraagt van ons dat we onze argwaan tegen de prediking van vrije genade afleggen. Misschien wordt iemand onrustig als ik het vuur zo na aan de schenen leg, maar het is tot uw behoud. Wie niet gelooft is alrede veroordeeld. Dat gun ik u niet. Als u nu eens begint om te geloven wat onze tekst zegt, dan komt u terecht aan de voeten van Christus. En daar is leven, eeuwig leven, redding en behoud.

 

Zucht iemand: ‘O God, kon ik het maar geloven dat Jezus ook voor mij kwam’? Uw hart breekt van berouw en u smeekt: ‘O God, kan ik nog zalig worden?’ U moet uzelf veroordelen, maar uw hart springt op van vreugde als u Jezus ziet in de belofte van het evangelie. Als Kind in de kribbe en als Middelaar aan het kruis. Christus is u dierbaar, Hij is alles voor u, als u maar weten mocht dat u Zijn eigendom bent. En dat moet u toch weten, gemeente!

 

Ik ben ook wel eens bang dat mensen zich voor een kind van God houden, zonder dat ze weten het eigendom van Christus te zijn, zonder de Heere Jezus persoonlijk te kennen. Maar als Jezus u dierbaar is, is dat een kenmerk van het geloof. Petrus schrijft: U dan, die gelooft, is Hij dierbaar (1 Petr.2:7).

Zo staat het ook in de tekst: de gelovende in Hem wordt niet veroordeeld. Het geloof is geen status, maar een daad, een activiteit. Het gaat om je vertrouwen te stellen op Hem. Je met al je zonden aan Hem overgeven omdat Zijn bloed reinigt van alle zonde. Zien op het kruis: o hoofd vol bloed en wonden, beladen met smart en hoon. Hij voor mij, daar ik anders de eeuwige dood zou moeten sterven. Wie op het kruis ziet en heerlijkheid ziet in de gekruiste Koning, erkent daarmee zijn eigen verlorenheid en Gods reddende liefde.

Geeft het u geen blijdschap, zoals bij de herders, als de geboren Koning u verkondigd wordt? Hebt u echt vrede als u de zoom van Zijn kleed mag aanraken? Dan moet je toch dicht bij Hem zijn. Dan trekt Hij als een magneet door Zijn liefde. Onweerstaanbaar. U strekt de armen van het geloof uit en omhelst Hem. U trekt Hem naar u toe. En dat is nu geloof. Toe-eigenend geloof.

 

Gemeente, Hij wil zo graag omhelsd worden in het gewaad van Zijn Woord tot verzoening en vrede met God.

Wie in Hem gelooft, wordt behouden, gered! Die heeft het eeuwige leven op grond van de verzoening met God. Die wordt niet veroordeeld; alles is goed tussen God en mij. Christus is mijn Redder. Hij verwierf het behoud, de zaligheid door Zijn verzoenend lijden en sterven en Zijn opstanding. En dat zalige leven schenkt Hij ons door Zijn Geest. Wat een wonder! Van nature zijn we verloren, dood in zonden en misdaden. Maar Christus kwam, God zond Zijn Zoon, en nu is er behoud door Hem.

 

Als een vuurpijl schieten deze woorden uit de tekst omhoog: niet veroordeeld worden, behouden door Hem! Omdat het kerstfeest geworden is. Jezus kwam en droeg de schuld weg. Eeuwig wonder van Gods liefde! Laat uw hart maar verbreken onder de eeuwige liefde van God. Het is allemaal zo ruim: opdat de wereld door Hem zou behouden worden. Zie op het kruis! Daar is vrede in dat zien op Jezus. Zijn handen zijn doorboord om onze zonden. Ik heb u in beide Mijn handpalmen gegraveerd, zegt God door de profeet Jesaja.

 

Er is behoudenis, zaligheid… door Hem! Dat betekent, gemeente, dat we iedere dag bij Hem moeten zijn. ‘Door Hem’ betekent niet alleen dat Hij het verwierf, maar ook: we beleven het in gemeenschap met Hem door het geloof. Daar buigt u aan Zijn voeten en daar komt Jezus tot Zijn doel in uw leven.

 

Gemeente, jonge vrienden, de deur van Gods genade staat nog open. Maar… wie niet gelooft, is alrede veroordeeld. En wie zich in dat ongeloof blijft verharden, zal eenmaal dat oordeel ook metterdaad ontvangen. Er komt een tijd dat de boodschap van de tekst niet meer geldt. Op de jongste dag komt Christus om de wereld wel te veroordelen. En wie Christus hier en nu verworpen heeft in Zijn eerste komst naar deze wereld, die zal op de jongste dag voor deze Rechter niet kunnen bestaan, maar eeuwig wegzinken.

 

Nog is het genadetijd, nog is er plaats aan Jezus voeten. Er is hoop! Voor de meest wereldse mens. Voor onze ouderen die geen zekerheid hebben, voor jongeren die onverschillig zijn en liever gaan stappen dan naar de kerk komen. Voor mensen in de kracht van hun leven. Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld!

Tot Jezus heen, buigend en biddend aan Zijn voeten: ‘O Vredevorst, Gij kunt gebieden de vreed’ op aard’ en in mijn ziel! Doe elke zondaar tot U vlieden, dat al wat ademt voor U kniel’!’

 

Amen.

 

 

Slotzang: Psalm 118: 14

 

Gij zijt mijn God, U zal ik loven,

Verhogen Uwe majesteit.

Mijn God, niets gaat Uw roem te boven;

U prijz’ ik tot in eeuwigheid.

Laat ieder ’s Heeren goedheid loven;

Want goed is d’ Oppermajesteit;

Zijn goedheid gaat het al te boven;

Zijn goedheid duurt in eeuwigheid.