Ds. A.T. Vergunst - Johannes 17 : 3

Het eeuwige leven

De Bijbel spreekt op veel plaatsen over een eeuwig leven
Wat is eigenlijk de kwaliteit, of het karakter, van dat eeuwige leven?
Het eeuwige leven wordt geschonken uit genade
Het eeuwige leven bestaat uit het kennen van God en Zijn Zoon Jezus Christus
De belangrijke vraag of ik al deel heb aan dat eeuwige leven

Johannes 17 : 3

Johannes 17
3
En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 62: 1, 5
Lezen : Johannes 16: 29-33
Lezen : Johannes 17
Zingen : Psalm 84: 1, 2, 3
Zingen : Psalm 16: 3, 4, 6
Zingen : Psalm 118: 1, 14

Gemeente, we zullen het er allen over eens zijn dat het leven heel mooi en waardevol is. Het leven is zo belangrijk, dat we er voor vechten en er heel sterk aan hangen.

Maar wij leven in een gevallen wereld en we hebben een doods en zondig hart. Daardoor zijn er allerlei problemen, ziektes, verdriet en leegte. Maar toch hangen we aan het leven. We zijn immers geschapen om te leven.

 

Vandaag wil ik het met u hebben over het eeuwige leven. De Heere Jezus geeft in het gebed dat we in Johannes 17 lazen, in het derde vers, een definitie van het eeuwige leven. Het is een heel bekende tekst; we zullen hem samen nog eens lezen:

 

En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.

 

Deze woorden staan in een heel teer en innig gebed. Een gebed dat de Heere Jezus bad vlak voordat Hij aan het kruishout werd genageld.

Is het u wel eens opgevallen dat dit gebed niet eindigt met ‘amen’? Dat betekent dat dit gebed door de Heere Jezus aan de rechterhand van Zijn Vader eigenlijk nog steeds gebeden wordt. Nu Hij verhoogd is als de Koning van Zijn Kerk bidt Hij dag en nacht voor al die mensen die Zijn Vader Hem gegeven heeft. Zelfs als zij niet bidden, dan bidt Hij nog!

 

Het derde vers van dit gebed wordt vaak aangehaald en in deze dienst wil ik u laten meedenken over dit eeuwige leven.

De tekst is niet zo gemakkelijk in aandachtspunten te verdelen. Daarom heb ik enkele gedachten om duidelijk te maken wat de Heere Jezus met het eeuwige leven bedoelt:

 

1. De Bijbel spreekt op veel plaatsen over een eeuwig leven

2. Wat is eigenlijk de kwaliteit, of het karakter, van dat eeuwige leven?

3. Het eeuwige leven wordt geschonken uit genade

4. Het eeuwige leven bestaat uit het kennen van God en Zijn Zoon Jezus Christus

5. De belangrijke vraag of ik al deel heb aan dat eeuwige leven

 

1. De Bijbel spreekt op veel plaatsen over een eeuwig leven

 

Gemeente, kijkt u maar mee in uw Bijbel als we samen een aantal teksten over het eeuwige leven nalezen. In het evangelie van Johannes vind je daarover in bijna elk hoofdstuk wel iets.

Eén van de bekendste teksten uit het Johannesevangelie is natuurlijk het zestiende vers van het derde hoofdstuk. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. Waarom? Opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe (Joh.3:16).

Aan het eind van dit derde hoofdstuk, in vers 36, lees ik: Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem (Joh.3:36).

 

Gaan we verder naar hoofdstuk 4. Daar lezen we dat de Heere Jezus zit te praten met een vrouw met wie bijna niemand zou willen praten. Maar Hij wel! Hij zegt in vers 13 tegen die vrouw: Een ieder die van dit water drinkt, zal wederom dorsten. Wat je ook drinkt van de wereld, je wordt alleen maar dorstiger. Maar, zegt Hij, zo wie gedronken zal hebben van het water dat Ik hem geven zal, die zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven (Joh.4:14).

Jongelui, dat is natuurlijk geen echt water, maar de Heere Jezus bedoelt daarmee Zijn boodschap, de waarheid. Wie Zijn boodschap met zijn hart drinkt, zal niet dorsten in der eeuwigheid. Weer die eeuwigheid!

 

Nu lezen we hoofdstuk 5 vers 24: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven. En vers 29: En zullen uitgaan: die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens.

 

En ook lezen we nog in hoofdstuk 6, en dan stop ik. U zou de rest van de week eens het evangelie van Johannes moeten lezen om al die teksten te vinden die over het eeuwige leven spreken. U zult dan zien dat er in bijna elk hoofdstuk iets over gezegd wordt. In hoofdstuk 6 vers 27 staat: Werkt niet om de spijze die vergaat, maar om de spijze die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen ulieden geven zal; want Dezen heeft God de Vader verzegeld. En in hetzelfde hoofdstuk, in vers 40: En dit is de wil Desgenen Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk die de Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.

 

Wat is dat eigenlijk, eeuwig leven?

Misschien denkt u wel: dat is heel lang leven. Eeuwig leven is voor altijd leven.

Dat is waar, en toch is eeuwig leven veel meer dan gewoon lang leven. Wist u dat de mensen in de hel ook altijd leven? Maar zij hebben geen eeuwig leven.

Ziet u, eeuwig leven is dus niet alleen maar een eindeloos leven, want dat is waar voor iedereen die hier zit. Als de Heere Jezus over eeuwig leven spreekt, bedoelt Hij niet alleen een lang leven, Hij heeft het niet alleen over een oneindig leven, maar ook over een heel goede kwaliteit van leven.

Jongens en meisjes, denk eens even mee. Toen de Heere Adam en Eva in het paradijs bracht, wat zei Hij toen tegen hen? Weet je het nog? Hij zei: ‘Je mag van die boom niet eten, en als je dat werkelijk niet doet, zul je eeuwig leven.’

Maar zij leefden toch al voor altijd? Zouden Adam en Eva dan gestorven zijn als er geen werkverbond was?

Nee, zij waren geschapen zonder sterfelijk te zijn.

De dood is het gevolg van de zonde. Toch beloofde de Heere een eeuwig leven als zij gehoorzaam zouden zijn. Je begrijpt dat Hij daar niet alleen een lang leven mee bedoelde. God bedoelde een hogere kwaliteit van leven. Dus een nog beter leven dan zij in het paradijs al hadden! In de hel leven zielen ook altijd, maar de kwaliteit is hels! In de hemel leven ze ook altijd, maar daar is de kwaliteit hemels.

 

We gaan nu in de tweede gedachte een ogenblik dieper nadenken over:

 

2. Wat is eigenlijk de kwaliteit, of het karakter, van dat eeuwige leven?

 

Blader eens even terug in je Bijbel, naar Johannes 10 vers 10. Daar sprak de Heere Jezus over Zijn komst en Zijn werk: Ik ben gekomen opdat zij het leven hebben en overvloed hebben. Die overvloed heeft eigenlijk niets te maken met lengte, maar met goedheid, volheid, of rijkheid. Een heel rijk leven dus. Als we alles dan bij elkaar optellen, kunnen we concluderen dat het eeuwige leven een heel verrijkt of overvloedig leven is.

De Heere Jezus zegt dus: ‘Ik ben gekomen om jouw leven beter te maken.’

Is dat dan nodig?

Wel, als u en jij nog niet hebben ontdekt dat ons leven beter moet worden, vind ik dat heel erg voor u en voor jou. Dat bewijst namelijk dat we nog stekeblind zijn voor onszelf en voor de zonde rondom ons.

Maar ik hoop dat we allemaal beginnen te ontdekken dat de kwaliteit van ons leven heel slecht is.

Waardoor? Omdat mijn buurman zo’n vervelende kerel is?

Nee, niet daarom. Maar omdat er in ons hart iets verschrikkelijks leeft; iets dat ons leven kapot maakt. Dat is de zonde. De Heere Jezus zegt: ‘Ik ben gekomen, niet om iedereen heel lang te laten leven – want dat doen we toch al – maar Ik ben gekomen om een overvloed, een heel goede kwaliteit van leven te geven.’ Niet van ons leven in de toekomst, maar al voor het leven van vandaag.

 

Het eeuwige leven is niet alleen toekomst. Het eeuwige leven begint hier op deze aarde.

Wanneer?

Niet als we gaan sterven.

Volgens veel rouwadvertenties gaan mensen het eeuwige leven in door de dood. Maar het Woord van God leert dat niet. Het eeuwige leven begint op het moment dat door Gods genade de Heilige Geest mijn hart levend maakt. Dan begint dus het eeuwige leven. Dat staat ook in de Bijbel. Ik herhaal die heel belangrijke tekst uit Johannes 3: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Dus niet: zal hebben, maar hebbe. Dat betekent dat iemand het eeuwige leven bezit op het moment dat Hij mag geloven. Op dat moment komt er een verrijking van ons innerlijke en uiterlijke leven tot stand. Misschien wordt het niet direct zo aangevoeld, maar achteraf gezien zal iedereen het daarmee eens zijn.

 

Laat ik met een voorbeeld nog eens proberen duidelijk te maken wat het eeuwige leven is. Jongens en meisjes, wat lijkt je nu mooier: heel veel geld of een hele fijne, hechte en liefdevolle relatie met je ouders? Ik denk dat je zult antwoorden: ‘Dat laatste. Dat is eigenlijk het beste en mooiste.’

Wat denken jullie, wat is leuker: een hele kamer vol speelgoed, allemaal mooie dingen uit de winkel, of een paar hele fijne dagen op stap met je vader en moeder? Wat is nou fijner en rijker: al dat speelgoed en zonder je vader en moeder leven, of niet zoveel speelgoed maar met je vader en moeder? Ik denk dat ik weet welke keuze jij zou maken.

Nogmaals, wat is nu mooier: slavernij of vrijheid? Je zegt: ‘Ik wil geen slaaf zijn, ik wil vrij zijn.’ Dat is nu wat de Heere Jezus doet. Hij bevrijdt mensen van de slavernij van de zonde. Ik dacht vroeger, toen ik jong was, altijd: ‘Al die regeltjes... dat voelt als slavernij.’

Maar dat is niet waar. Slavernij houdt in dat de zonde over je heerst. Vrijheid houdt in dat de Heere de banden van de zonden verbroken heeft. Dat is nu die goede kwaliteit van het eeuwige leven.

 

Als ik het samenvat, heeft God ons in Zijn Woord geleerd dat het eeuwige leven een hoge kwaliteit van ons leven is. Zoeken wij die kwaliteit? De Heere Jezus zegt immers: ‘Zoek niet naar, of werk niet om, de spijze die vergaat.’

Een mooi huis vergaat. Een mooie baan en carrière maken is wel aantrekkelijk, maar aan het eind van je leven heb je er niets aan. Werkt niet om de spijs die vergaat, maar om de spijs die blijft tot in het eeuwige leven (Joh.6:27).

Wat zou de Heere Jezus met die spijze bedoelen?

Een relatie met Hem! Want alleen als we een herstelde relatie met God hebben, beginnen we het geheim van het eeuwige leven te kennen. Zijn wij dan echt ingespannen bezig om ‘de spijze die niet vergaat’ te zoeken? Vrienden, waarmee zijn we toch zo druk bezig? Al het aardse is immers maar een heel arm gebeuren als we niets kennen van het eeuwige leven.

 

3. Het eeuwige leven wordt geschonken uit genade

 

In de derde plaats leert de Schrift ons dat het eeuwige leven uit genade is. Het is iets dat de Heere geeft uit genade. Lees het maar in vers 2 van het hoofdstuk waarin onze tekst staat: Gelijkerwijs Gij Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat al wat Gij Hem gegeven hebt, Hij hun het eeuwige leven geve.

Het is God Die het eeuwige leven geeft. Wij kunnen dat nooit verdienen. Eens was er een tijd dat wij mensen het eeuwige leven konden verdienen. We lezen dat in Genesis 2: ‘Adam en Eva, als jullie Mij met je hele hart dienen; als jullie Mij eren en Mij liefhebben boven alles, en dat ook laten zien met jullie gehoorzaamheid, dan zullen jullie een kwaliteit van het leven ontvangen die je zelfs in het dit paradijs nog niet hebt.’

Elke dag kwam de Heere om met Adam en Eva te spreken. Wat een geweldig leven moet dat geweest zijn! Geen zonde en geen vrees; geen dood en geen ziekte; overal vrede en schoonheid, en bovendien vrede met God. Wat een vreugde was het, in dat paradijs te leven. En toch kon het nog beter worden, want dat beloofde God.

Hoe kan iets nu beter worden dan het is in het paradijs?

Een eenvoudig voorbeeld om dat te verduidelijken: Ik heb twee glazen water; ze zijn allebei vol. Maar het ene glas is twee keer zo groot als het andere. Welke is nu voller?

Het grote glas is niet voller dan het kleine; maar in het grote glas zit meer water dan in het kleine. Zo beloofde God dat Adam en Eva een rijker en intenser leven met Hem zouden ontvangen als ze gehoorzaam zouden zijn.

 

Maar u weet hoe alles is veranderd. We hebben tegen God gezondigd en onszelf door de zonde geestelijk vernietigd. Het is voor ons voorgoed onmogelijk om zelf het eeuwige leven te verdienen. Want we kunnen niet meer gehoorzaam zijn. Daarom hebben we de eeuwige dood verdiend!

Maar wat is God oneindig groot dat Hij Zijn Zoon gezonden heeft, om niet alleen te doen wat de eerste Adam naliet, maar ook om weg te nemen, te verzoenen, wat de eerste Adam misdaan heeft. De Heere Jezus was gehoorzaam en zo heeft Hij het eeuwige leven verdiend voor anderen. Dat leven geeft Hij uit pure genade aan zondaren. Geen van ons heeft iets anders verdiend dan de eeuwige dood. Maar God is genadig en geeft het eeuwige leven. Is dat niet één van de mooiste tijdingen in de Bijbel?

 

Omdat het pure genade is, zou het ons ook moeten aanmoedigen om de Heere te gaan zoeken. De Heere heeft gezegd dat wij het eeuwige leven moeten zoeken. We zullen het nog eens lezen in Johannes 6: Werkt niet om de spijs die vergaat, maar om de spijs die blijft tot in het eeuwige leven. De Heere moedigt ons aan om daar druk mee bezig te zijn; om het te zoeken totdat we het gevonden hebben.

Hoewel we alles zwaar verzondigd hebben, mogen we toch aan Zijn genadetroon komen om te vragen: ‘Heere, wilt U ook mij geven wat mij ontbreekt? U hebt mij aangemoedigd om mijn mond wijd open te doen en het U te vragen. O, genadig God, trekt U mij en schenkt U dat leven doordat ik U mag leren kennen.’

 

Dit brengt ons tot de vierde gedachte die in onze prachtige tekst ligt:

 

4. Het eeuwige leven bestaat uit het kennen van God en Zijn Zoon Jezus Christus

 

En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.

Het eeuwige leven bestaat dus niet uit alles over God te weten. Sommige mensen weten heel weinig over God. Misschien zul je morgen wel iemand ontmoeten die bijna niets over God weet. Zo iemand moet je niet ontlopen. Je moet dan vragen of de Heere nog een ogenblik geeft dat je iets mag vertellen over de God van de Bijbel. Wie weet hoe Hij dat gebruiken kan!

Er zijn ook mensen die het tijdsverspilling vinden om over God na te denken. Zij zeggen dat God een soort hersenschim is. Het geeft een prettig gevoel in alle ellende van het leven, maar je wordt er niet rijk van, je kunt geen geld verdienen met over God te denken. Arme mensen zijn dat. Ontzaglijk arme mensen. Wat zullen zij daarvan spijt krijgen als ze zo door blijven leven. Eenmaal zullen ze God ontmoeten en dan ontdekken dat het geen tijdsverspilling was om over God na te denken.

 

Er zijn weer anderen die God eigenlijk heel interessant vinden. Misschien hoort u daar wel bij. Zij lezen veel en graag in de Bijbel. Misschien kunnen ze elke tekst die je zegt gelijk vinden. Ze zijn heel goed thuis in de Bijbel en spreken gemakkelijk over God.

Misschien kunnen ze zelfs preken maken. Er staat immers in Mattheüs 7 dat er mensen aan het eind van hun leven aan de hemelpoort komen, en die dan echt verwachten dat die voor hen zal opengaan en dat trompetgeschal hen zal begroeten.

Maar als die mensen bij de hemelpoort aankomen, horen ze iets heel anders. Moet je maar luisteren wat ze zeggen: ‘Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd? Hebben wij geen preken gemaakt? Wij hebben op de preekstoel gestaan. We hebben over Uw Naam gesproken. Hele gemeentes luisterden naar ons. Wij hebben in Uw Naam duivelen uitgeworpen, wij hebben in Uw Naam vele dingen gedaan.’ Maar dan wordt hun openlijk aangezegd: Ik heb u nooit gekend (Matth.7:23).

 

Daar hebben we weer dat woord kennen uit onze tekst. Dergelijke mensen weten alles over God, ze kunnen over Hem spreken en preken, ze kunnen profeteren en duivelen uitwerpen, en dan is het toch nog mogelijk, vrienden, dat wij God niet kennen. Dat moet ons tot diepe bezinning brengen. Dat moet ons wakker schudden. Het is mogelijk als ouderling, diaken of dominee of wat we dan ook zijn, bij die poort aan te komen, en er ten volle van overtuigd zijn erdoor in te zullen gaan, maar dan toch te horen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij. Dit is mogelijk; en het is zeker geen geringe mogelijkheid, want de Heere Jezus zegt: Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam duivelen uitgeworpen, en in Uw Naam vele krachten gedaan? (Matth.7:22).

 

Wat moeten we hieruit leren?

Dat het mogelijk is om veel over God te weten zonder dat we Hem kennen.

U kunt in de bibliotheek alle boeken over een land lezen, maar u leert een land pas kennen als u er woont. Zo is het ook met God. Wij kennen iemand alleen maar als diegene zichzelf bekendmaakt.

Er is bijvoorbeeld maar één persoon in deze wereld die mij echt kent. Dat is mijn vrouw. Zij is de enige die mij echt kent. Hoe kent zij mij? Dat dit heel gemakkelijk is, begrijpt u wel. Het is niet omdat we samen in één huis wonen en samen leven als man en vrouw. Nee, het is omdat ik aan haar verteld heb wie ik ben. Mijn gedachten in mijn hart heb ik in woorden omgezet en die heb ik tegen haar gezegd. Door mijn woorden, maar ook door mijn dagelijkse leven gaat ze mij kennen. Zij alleen kent mij, omdat ik mij aan haar bekendgemaakt heb. Ik heb broers en zussen en ouders, maar die hebben mij nooit zo gekend, want ik heb mijzelf aan hen niet bekendgemaakt zoals aan mijn vrouw.

Zo is het ook met God. Luister maar: Dit is het eeuwige leven dat zij U kennen. Dit is geen weten, maar kennen. Het is mijn persoonlijke keuze geweest om mij aan mijn vrouw bekend te maken. Zo is het nu ook van God een persoonlijke keuze om Zich aan deze of gene bekend te maken.

Hoe doet God dat dan?

Wel, dan moet u luisteren naar het begin van dit prachtige evangelie: In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God (Joh.1:1).

Hoe gaan wij nu God kennen?

Door Zijn Woord.

Precies zoals mijn vrouw door mijn woorden mij gaat kennen.

Hoe kunnen we nu God kennen?

Door Zijn Woord, zoals het in en door de Persoon van Jezus Christus verwoord is. Daarom zegt de Heere ook in dit gebed: En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen (…) en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt. En luister dan ook naar vers 6: Ik heb Uw Naam geopenbaard de mensen die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.

Ik heb hun Uw Woord verteld; ik heb Uw Woord gegeven; Ik heb gezegd Wie U bent en wat Uw gedachten zijn en Wie U bent in Uzelf. Dat heb Ik gedaan aan allen die Gij Mij gegeven hebt, en voor hen bid Ik.

 

Voor we onze laatste gedachte gaan uitwerken, gaan we eerst over het eeuwige leven zingen. Het is heel mooi verwoord in Psalm 16 vers 3, 4 en 6:

 

Getrouwe Heer’, Gij wilt mijn goed, mijn God,

Mijn erfenis en ‘t deel mijns bekers wezen.

Gij onderhoudt gestaâg het heuglijk lot

Dat Gij, zo mild, voor mij hebt uitgelezen.

De schoonste plaats mat Gij met ruime snoeren;

O heerlijk erf, gij kunt mijn ziel vervoeren.

 

Ik zal de Heer’, Die mij getrouwe raad

Gegeven heeft, met psalmgezangen prijzen,

Daar ‘t Godd'lijk licht mij toestraalt vroeg en laat,

Mijn nieren zelfs bij nacht mij onderwijzen.

Ik stel die Heer’ gedurig mij voor ogen;

Zijn rechterhand zal nooit mijn val gedogen.

 

Gij maakt eerlang mij ‘t levenspad bekend,

Waarvan, in druk, ‘t vooruitzicht mij verheugde;

Uw aangezicht, in gunst tot mij gewend,

Schenkt mij in ‘t kort verzadiging van vreugde;

De lieflijkheên van ‘t zalig hemelleven

Zal eeuwiglijk Uw rechterhand mij geven.

 

De laatste gedachte over deze tekst is eigenlijk een vraag:

 

5. De belangrijke vraag of ik al deel heb aan dat eeuwige leven

 

Dit is een vraag waar we allemaal mee bezig zouden moeten zijn. Heb ik al deel aan het eeuwige leven?

We hebben iets gehoord over het karakter van het eeuwige leven en ook dat het een genadegave is. Die genadegave bestaat niet uit alles over God te weten, maar bestaat in het kennen van God en Zijn Zoon. De Vader is alleen maar kenbaar in en door Zijn Zoon Jezus Christus. We hebben gezien dat dat alleen maar mogelijk is als God Zelf het initiatief neemt en Zich aan ons bekendmaakt.

Nu is de persoonlijke vraag: Ken ik God de Vader en Zijn Zoon? Heb ik nu deel aan dat eeuwige leven? Daar komt het toch op aan? Daarom wil ik proberen aan het eind van deze dienst er iets over te zeggen.

 

Hoe weet ik of ik God ken?

Jongelui, ik zal proberen het heel eenvoudig uit te leggen, zodat jullie het allemaal kunnen begrijpen.

Als God Zichzelf aan je bekendmaakt, gaat er iets in je leven gebeuren. Laat ik een eenvoudig voorbeeld geven: Stel je voor dat je een leuke jongen of een leuk meisje hebt gezien in de kerk. Je gaat samen naar de jeugdvereniging. Je weet wat over hem of haar, maar je kent elkaar niet echt.

Op een gegeven moment gaan opeens je ogen open en dan zeg je: ‘Dat is een leuke jongen of een leuk meisje!’ Misschien herken je het wel.

Wat gebeurt er dan? Dan ga je proberen elkaar te leren kennen. En hoe meer je elkaar leert kennen, des te meer ga je veranderen. Want degene die je intensiever gaat leren kennen, gaat de kwaliteit van je leven veranderen.

Jongens, meisjes, als je nog alleen bent moet je er dus goed over nadenken met wie je nader kennis zou willen maken. Want wie je leert kennen, gaat invloed op je uitoefenen, misschien ten goede, misschien ten kwade. Daarom moet je goed je ogen open houden voordat je aan verkering begint.

 

Wat gebeurt er als dat proces van kennismaking voortgaat? Dat kun je wel begrijpen. Je gaat over die persoon denken. Je gaat voor hem of haar gevoelens krijgen. Je gaat naar elkaar verlangen. Je gaat met elkaar praten, en naar elkaar luisteren. Je staat er vroeg voor op en gaat laat naar bed. Je gaat alles doen om hem of haar te zien. Jullie herkennen het vast wel.

 

Vrienden, als God in ons leven komt en we Hem gaan leren kennen, dan gebeurt er ook iets met ons. Iets verandert ons. Dat gebeurt niet alleen door kennismaking, maar doordat de Heilige Geest ons verstand verlicht met de kennis van God. Voor alle duidelijkheid: deze kennismaking met God begint altijd vanuit God Zelf. Dat is Zijn soevereine vrijheid van handelen.

Wat ervaar ik dan?

Wel, als je God gaat leren kennen, gaat er iets drastisch met je veranderen. Dan gaat er innerlijk iets veranderen. Soms ook uiterlijk, maar dat hangt ervan af hoe je daarvoor leefde. Maar er gaat zeker iets veranderen. Je gedachten, je gevoelens, je verlangens, ja, alles wordt anders. Hoewel we een armoede in onze ziel gaan ervaren, zal ons leven tóch verrijkt worden. Ons leven zal voller worden, hoewel we een enorme leegte gaan ervaren. Hoewel we ons erg ellendig voelen, zal ons leven steeds rijker worden.

Weet je hoe de Heere dit noemt?

Heel eenvoudig: opnieuw geboren worden!

Kinderen, dat kunnen jullie ook begrijpen, ook al ben je nog maar vier of vijf jaar. Als er een broertje of zusje geboren wordt, gaat er een nieuw leven beginnen. Dat jongetje of meisje gaat groeien en wordt straks, als de Heere hem of haar spaart, een man of een vrouw. Wel, als de Heere in je leven komt, worden we opnieuw geboren. Dat is een persoonlijke ervaring.

 

We gaan terug naar de tekst: En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de eeuwige, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.

Als wij God leren kennen zal dat een persoonlijke ervaring zijn, zoals dat in andere relaties in het leven is, alleen oneindig veel beter en veel intenser.

 

Wat gaat er dan gebeuren?

Laat ik een paar dingen zeggen om jezelf daaraan te toetsen.

Als God Zichzelf aan u bekendmaakt of als jij God gaat leren kennen, dan is dat de meest vernederende en de meest zielsontroerende ervaring die je ooit zult meemaken.

Gemeente, als je God als God gaat leren kennen, ga je de grond in met jezelf. Dan ga je alles verliezen wat je zelf dacht te zijn. Als wij God door Zijn Woord en door Zijn Geest gaan ontmoeten, worden we niet verlegen of schuchter, maar dan worden we door die vernederende veroordeling van ons hart overtuigd. Dan voelen we ons klein worden, ja niets worden.

Als we God gaan ontmoeten in Zijn heiligheid en we gaan in Zijn Woord zien Wie Hij eigenlijk is, gaat dat zo’n invloed op ons uitoefenen, dat we niet staande kunnen blijven. Er breekt dan iets vanbinnen.

U zegt misschien: ‘Is dat dan een verbetering van ons leven?’

Inderdaad. En wel, omdat het verlies van eigenliefde winst is. Onze eigenliefde staat uw en jouw zaligheid in de weg.

 

Als u moet zeggen: ‘Ik heb daar geen weet van; ik heb helemaal geen persoonlijke kennis van zo’n ervaring; ik ervaar mezelf niet als klein en nietig voor God’, als dat zo is, dan kent u God niet. Dan heeft u Hem nog nooit echt ontmoet. Dan weten we misschien wel veel over Hem, maar kennen doen we Hem niet.

Nu moet je niet wanhopen, maar uw voordeel doen met deze vaststelling. Wees ermee werkzaam in het gebed. Smeek dan: ‘Heere, mag ik U ook zo leren kennen, mag ik ook iets gaan ervaren van dat eerste kenmerk van het eeuwige leven: persoonlijke zondekennis die me voor U vernedert?’

 

Gemeente, God leren kennen is niet alleen een vernederende ervaring. Het is vooral ook een stimulerende ervaring. Er wordt in ons een kracht geboren die ons inwendig gaat versterken. Als God Zich persoonlijk door Zijn Woord aan ons gaat bekendmaken en we iets van Zijn heerlijkheid zien, raakt dat het diepste van onze ziel. In ons leven ervaren we dan een kracht die je niet kunt weerstaan. Ons zondige en zonde-liefhebbend hart vecht of worstelt er wel tegen, maar onder de kracht van die kennis van God die in ons leven is gekomen, kunnen we niet uit. De kennismaking met God raakt ons. Zij trekt ons. Zij geeft ons kracht. We zeggen er gewoonlijk van dat het ons bekeert!

Een mooi voorbeeld hiervan vinden we in de eerste brief die Paulus schreef aan de Thessalonicenzen. Hij schrijft wat er in hun leven is gebeurd: Want zij zelven verkondigen van ons, hoedanige ingang wij tot u hebben, en hoe gij tot God bekeerd zijt van de afgoden, om de levende en waarachtige God te dienen (1 Thess.1:9).

Als God Zich aan ons bekendmaakt, gaan we de afgoden verlaten en God dienen. Dat is een kracht die in ons wakker wordt, die in ons gelegd wordt, die ons leven gaat beheersen en gaat veranderen.

 

Aan het begin van de preek zei ik: Het eeuwige leven is een heel goed leven. Niet heel lang, maar heel goed.

Misschien gaat u het nu beter begrijpen. Als de Heere in ons leven komt, wordt de kwaliteit van ons leven verrijkt en verdiept. De dingen waar we vroeger geen tijd voor hadden, daarvoor hebben we nu alle tijd. Onze idolen en afgoden gaan eruit. We gaan God zoeken. De dingen die God afkeurt gaan wij ook afkeuren.

Als gevolg van dat eerste kennen, gaat ons hart hunkeren om meer van God te weten. U weet nog wel, toen u uw man of vrouw leerde kennen, toen was u echt niet tevreden met een eerste gesprek. U wilde elkaar meer spreken en dikke brieven schrijven.

Zo gaat het ook als je God gaat leren kennen. Dan wil je altijd maar meer weten. Daarom schrijft Paulus aan het eind van zijn leven in de brief aan de Filippenzen: Opdat ik Hem kenne… (Filipp.3:10).

Hij kende Hem nog niet helemaal. Hoe kunnen we die machtige en oneindige God leren kennen in een paar jaar? Er is altijd weer een hunkeren om Hem méér te leren kennen.

 

Kent u of kennen jullie iets van de kracht van de Heilige Geest die ons verstand verlicht en onze wil gewillig maakt, ons opwekt, ons trekt en zoekend maakt?

Als u nu helemaal vreemdeling bent van die innerlijke, stuwende kracht, dan kent u God niet, dan mist u de kwaliteit, het mooie, van het geestelijk leven in uw ziel. Dan ben je een arm mens.

Maar ga nu niet wanhopig, maar werkzaam naar huis. We hebben gehoord dat het eeuwige leven een genadegave is. Ga dan maar op je knieën: ‘Heere, mag ik U zo leren kennen, dat ik niet alleen genezen wordt van mijn trots, maar ook getrokken wordt om U te kennen?’

 

Gemeente, als u God mag leren kennen en Zijn Zoon Jezus Christus, dan is dat de meest bevrijdende en troostrijke ervaring van je leven.

Natuurlijk, als God Zich aanvankelijk bekend gaat maken, dan gaan we de grond in, dan gaan we ons heel zondig voelen, we worden rusteloos door onze zonden, dan walgen we van onszelf en gaan we gebogen onder de last van de zonde. Dat kan niet anders, want als we mogen wandelen voor Gods aangezicht, gaan we zien wie we zijn.

Op zich is dat niet bevrijdend, maar het bevrijdt ons wel van onze blinde trots. De ontdekking wie ik echt ben is heel verdrietig en moeilijk. Maar de Heere zegt niet: ‘Het eeuwige leven is God kennen’, maar: ‘Het is God kennen, de enige en waarachtige God en Vader en Zijn Zoon Jezus Christus.’

 

Als God in ons leven komt, dan gaan we werken, dan gaan we proberen onszelf een beetje beter te maken. Dan gaan we proberen er iets aan te doen.

Werkt dat iets positiefs uit? Vindt u dat u vorderingen maakt? Vindt u uzelf beter dan u zich voorheen voelde? Ik hoop het niet, want dan mist u toch wel veel. Dan mist u eigenlijk alles.

Het is de ervaring van degenen die beter proberen te worden, dat het dan alleen maar achteruit gaat. Dat is moeilijk te aanvaarden, maar het is wel waar. Je zou er inderdaad wanhopig van worden, want de schuld kan zo zwaar wegen en de zondigheid neemt vanbinnen onverminderd toe. Maar Gods Geest zal ons niet alleen God in Zijn heiligheid en macht laten kennen, zegt de Heere Jezus. Het is God kennen… en Zijn Zoon Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.

 

De Heilige Geest zal ook bekendmaken Wie die Zoon is, waartoe Hij kwam, wat Hij gedaan heeft in Zijn leven en aan het kruis.

Wat heeft Hij dan gedaan in Zijn leven?

Hij heeft gehoorzaamd. Hij heeft gedurende Zijn hele leven van A tot Z de hele wet van God gehoorzaamd.

Waarom?

Om voor mensen die geen gerechtigheid hebben een gerechtigheid aan te brengen. Of, anders gezegd: om voor mensen die naakt zijn (dan schaam je je toch?) een bedekking te maken, een kledingstuk. Dat kledingstuk dat de Heere Jezus gemaakt heeft in Zijn leven, noemt de Bijbel gerechtigheid. Dat heeft Hij gemaakt om de zondaar die zich vol schaamte voor God ziet staan, met die gerechtigheid te bekleden.

 

Als wij dat mogen leren kennen en we mogen leren zien dat God Zijn Zoon gezonden heeft om voor zondaren zoals jij en ik te sterven; ja, dat Hij aan het kruishout Zichzelf gegeven heeft om daadwerkelijk als een Borg voor onwaardige mensen te sterven, als we die God in Christus mogen leren kennen, dan geeft dat al hoop!

Als we dan ons hele leven, al onze zonden en zondigheid in het geloof aan Hem mogen overgeven, als we mogen geloven dat Hij de almachtige Zaligmaker is, dan ga je huppelen van zielenvreugd.

 

Dat is de meest bevrijdende ervaring. U kent het boek wel van John Bunyan. Christen loopt met de last van zijn zonden en eindelijk mag hij komen tot het kruis. Daar komt hij tot de kennis van het geheim van de Zoon. En wat gebeurt er dan met het pak op zijn schouders? Het wordt losgemaakt en rolt weg.

Voelt u aan hoe het leven dan een goede kwaliteit krijgt? Wat een vrede, wat een vrijheid en rust. Eeuwig leven!

Kent u zo God in de Heere Jezus Christus Die Hij gezonden heeft? Hebben we Hem zo leren kennen en in het geloof op Hem mogen vertrouwen?

 

God de Zoon leren kennen is ook de meest heiligmakende ervaring.

Het is onmogelijk om God persoonlijk te leren kennen en dezelfde te blijven. Dat gaat het hele leven door. Hoe meer we Hem gaan kennen, des te meer we gaan veranderen.

Het is geen goed teken als een ander in u niet meer en meer het beeld van Jezus Christus kan zien. U ziet het zelf niet, maar anderen behoren het wel te zien. U weet dat Mozes veertig dagen met de Heere op de berg was. Toen hij beneden kwam, glinsterde zijn hele gezicht. Als je God ontmoet, gaan anderen dat zeker aan je zien. Het wordt opgemerkt: die man is met God geweest. Het leven wordt geheiligd. De persoonlijke Godsopenbaring heeft de uitwerking van een Gode-gelijkvormigheid.

O, wat is Gods zaligmakende werk aan zondaren een machtig werk! Laten we Hem daar dagelijks voor nodig hebben en Hem ervoor danken.

 

Ten slotte is God leren kennen en het eeuwige leven een nooit eindigende ervaring.

Er komt een tijd dat de Heere Zijn volk zal wegnemen van deze aarde. Waar gaan ze dan heen? Uiteindelijk mogen ze gaan naar een nieuwe aarde en een nieuwe hemel.

Wat gaan ze daar doen?

Dan gaan ze voor altijd meer en meer van God leren. Daar komt nooit een einde aan. Meer en meer mag die nieuwe mens, die God vanuit dit leven heeft gered, zijn God kennen.

Wat is dat een mooi en een blij vooruitzicht! Allen die God hier op aarde leren kennen, ervaren hier in beginsel al zo’n verrijkt leven. Maar nog meer in de nooit eindigde eeuwigheid.

 

Hier in dit leven is het zoals ik het eens zag aan het eind van een presentatie over de oceaan. Die oceaan, die door God geschapen is in al zijn kleurrijkheid en pracht van planten en vissen, is nog steeds een verborgen werkelijkheid voor ons mensenoog. Aan het eind van zijn verhaal over die oceaan zei de man het volgende: ‘Wij hebben nu bijna zesduizend jaren de oceaan bestudeerd, maar we staan nog op het strand. Zo weinig weten wij van de diepte van de oceaan.’

Nu mag Gods volk hier iets van God leren kennen, maar als ze aan het eind van hun leven mogen komen, staan ze nog maar net op het strand van het eeuwige leven!

 

Ten slotte heb ik nog een vraag voor u en voor jullie.

Waar bent u en waar ben jij nu mee bezig in dit leven? Want er komt een eind aan. Er wacht ons allen een graf; voor vrouwen, mannen en kinderen.

Ben jij nu bezig om die God te leren kennen? Echt te leren kennen?

Ik wil het u allen hartelijk aanraden, want ik weet dat u en jullie daarvan nooit spijt zullen krijgen.

 

Amen.

 

 

Slotzang: Psalm 118: 1 en 14

 

Laat ieder ‘s Heeren goedheid loven;

Want goed is d’ Oppermajesteit;

Zijn goedheid gaat het al te boven;

Zijn goedheid duurt in eeuwigheid.

Laat Isrel nu Gods goedheid loven,

En zeggen: ‘Roemt Gods majesteit;

Zijn goedheid gaat het al te boven;

Zijn goedheid duurt in eeuwigheid!’

 

Gij zijt mijn God, U zal ik loven,

Verhogen Uwe majesteit;

Mijn God, niets gaat Uw roem te boven;

U prijz’ ik tot in eeuwigheid.

Laat ieder ‘s Heeren goedheid loven,

Want goed is d’ Oppermajesteit;

Zijn goedheid gaat het al te boven;

Zijn goedheid duurt in eeuwigheid!