Ds. M.J. van Gelder - 1 Johannes 3 : 8

Gods Zoon geopenbaard

De werken van de duivel
De verbreking daarvan door de Zoon
Deze preek is eerder gepubliceerd in de prekenserie 'Een zaaier ging uit...' (deel 27)

1 Johannes 3 : 8

1 Johannes 3
8
Die de zonde doet, is uit den duivel; want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 140: 1, 6
Lezen : 1 Johannes 3
Zingen : Psalm 68: 11, 12
Zingen : Psalm 35: 1
Zingen : Lofz. v. Zacharias: 4, 5

Gemeente, is er hier misschien iemand die moet zuchten omdat hij een goddeloos hart heeft, iemand die onbekeerd is? Mijn jonge vrienden, is er iemand onder jullie die moet zuchten en met schaamte moet zeggen: ‘Mijn hart is zo goddeloos als de duivel zelf’? Ouderen, is er onder ú zo iemand: ‘Mijn hart is zo goddeloos als de duivel zelf’? Die de zonde doet, is uit de duivel. Ik overdrijf dus niet. Maar ik mag wel een goede boodschap voor u hebben. Want waar u zelf machteloos bent om de heerschappij van de zonde, de duivel en de dood in uw leven te verbreken, is er Eén Die gekomen is om de werken des duivels te verbreken. U vindt dat in de eerste brief van Johannes, in het derde hoofdstuk, het achtste vers. 1 Johannes 3 vers 8:

 

Die de zonde doet, is uit de duivel; want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.

 

Gods Zoon geopenbaard. Met Kerst stonden wij stil bij Zijn komst in de wereld. En in deze tekst wordt ook aangegeven waartóe Hij in de wereld kwam. Gods Zoon geopenbaard.

 

We letten op:

1. De werken van de duivel

2. De verbreking daarvan door de Zoon

 

De werken van de duivel en de verbreking daarvan door de Zoon. Want hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.

 

In dit hoofdstuk mag Johannes de grote liefde van de Vader aangeven. Het grote wonder van het kindschap van Gods kinderen en dat Hij hun Vader wil zijn. Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods zouden genaamd worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent. Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen, want wij zullen Hem zien gelijk Hij is.

Jezus Christus is zonder zonde geopenbaard en zal wederom zonder zonde gezien worden op de dag Zijner opstanding en bij Zijn hemelvaart. Maar ook de Zijnen zullen eens door Hem zonder zonde zijn. Ze zullen Hem gelijk zijn en ze zullen Hem zien gelijk Hij is.

We hebben elkaar nieuwjaar gewenst. Als het nu eens zo mag zijn: Nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Dat is toch een onuitsprekelijk wonder, als een Adamskind van Christus mag gaan zijn. Als een kind des duivels en des toorns door de verzoenende arbeid van Christus en door de vernieuwende werking van de Heilige Geest de naam van Sions kinderen mag gaan dragen.

Wie het onuitsprekelijke voorrecht mag kennen om kind van God te zijn, zoals dit hoofdstuk begint, die reinigt zichzelf, gelijk Hij rein is, zoals we in vers 3 lezen. Andersom: wie zondigt, onteert God en maakt Zich schuldig, pleegt onrecht en verderft zichzelf. Vers 4: Een ieder die de zonde doet, die doet ook de ongerechtigheid, want de zonde is de ongerechtigheid. Terwijl Christus juist geopenbaard is om de ongerechtigheid weg te nemen. Geen zonde is in Hem. Hij wordt genoemd: de Heere, onze Gerechtigheid. Gij weet dat Hij geopenbaard is, opdat Hij onze zonden zou wegnemen; en geen zonde is in Hem.

Indien wij, door Gods genade en door de Heilige Geest, in Christus blijven, zondigen wij niet. Althans, dan kunnen wij niet meer in de zonde leven. Paulus zegt: De zonde is mij de dood geworden (Rom.7:13). De zonde heeft God onteerd, heeft mijn eigen ziel verdorven en heeft Christus smartelijk doen lijden. Droefheid en schaamte zal de ziel vervullen, wanneer zij ziet wie zij is in haar goddeloosheid. En de diepste schaamte zal gezien en gevoeld worden als Christus Zich in Zijn genade aan onze ziel openbaart.

 

Hebt u ooit Jezus gezien? Ik stel een gewetensvraag. Hebt u ooit Jezus gezien? Heeft Hij Zichzelf ooit aan u bekendgemaakt? Weet u wat er dan in uw hart zal zijn? ‘Ik hoop nooit meer te zondigen, want de zonde deed mijn Zaligmaker zo smartelijk lijden en heeft God zo onteerd en mijn ziel verdorven.’ Als u ooit iets proeft van het verzoenend lijden en sterven van Christus in uw ziel, dan zult u een innerlijke walging van de zonde hebben en dan zult u wensen Hem nooit meer te onteren.

Er zijn mensen die zeggen dat ze Jezus kennen en in Hem geloven en toch in de zonde blijven leven. Soms geheime zonden, boezemzonden. Kinderkens, dat u niemand verleide. Die de rechtvaardigheid doet, die is rechtvaardig, gelijk Hij rechtvaardig is. Christus, de Rechtvaardige. Maar: Die de zonde doet, is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne.

 

Kennelijk maakt Johannes in zijn brief onderscheid. Hij spreekt tot de gemeente Gods, maar hij weet tegelijkertijd dat het niet allen ware gelovigen zijn. Nadrukkelijk geeft hij hier aan: die van Christus zijn, hebben het vlees gekruisigd. Die sterven aan de zonde en die verlangen om Gode te leven. Maar die slechts in naam van Christus zijn, die mogen de mond vol hebben van liefde, van geloof, van Jezus, maar als ze de zonde aan de hand blijven houden, dan bedriegen zij zichzelf. Dan misleiden zij mensen. Maar ze zullen God niet kunnen bedriegen en misleiden.

En dan zegt de apostel ronduit: Die de zonde doet, die blijft zondigen. Want zo staat het er, in de onvoltooid tegenwoordige tijd. Die is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne. Laat u dan ook niemand verleiden, zegt hij in vers 7. Het is óf het één óf het ander. Wie van Christus is, haat de zonde. En wie niet van Hem is, die likt de zonde op. Wie de zonde doet, wie daar in blijft voortgaan, die is uit de duivel.

Wat is de zonde? Het is de ongerechtigheid, maar ook het ongeloof, de verwerping van de Zaligmaker. Wie de zonde doet, is uit de duivel. De duivel zondigt van den beginne.

 

1. De werken van de duivel

 

Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou. Het gaat over de werken des duivels. Vrijwel terstond na de schepping zijn een aantal engelen van God afgevallen. We lezen in artikel 12 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis: ‘God heeft ook de engelen goed geschapen, om Zijn zendboden te zijn en Zijn uitverkorenen te dienen. Van welke sommigen van die uitnemendheid in dewelke hen God geschapen had, in het eeuwig verderf vervallen zijn, en de anderen door de genade Gods in hun eerste staat volhard hebben en staande gebleven zijn. De duivelen en boze geesten zijn alzo verdorven, dat zij vijanden van God en van alle goed zijn, naar al hun vermogen als moordenaars loeren op de kerk en een ieder lidmaat van die, om alles te verderven en te verwoesten door hun bedriegerijen. En zijn daarom door hun eigen boosheid veroordeeld tot de eeuwige verdoemenis, dagelijks verwachtende hun schrikkelijke pijnigingen.’

Dat is een ontzaglijk woord, door onze vaderen in de Geloofsbelijdenis, naar de Heilige Schrift, neergeschreven.

De werken des duivels zijn Godonterend en ze zijn verwoestend geweest voor de mens, die goed en naar Gods beeld geschapen was.

 

De vorst der duisternis is begonnen om de mens te verleiden en aan te zetten tot de zonde. We hebben het over de werken des duivels. Hij is daarmee niet alleen begonnen in de tijd, na de schepping. Het Griekse woord hier in deze tekst geeft aan dat het zijn begínsel is geworden om te zondigen en om aan te zetten tot de zonde. En de gevallen mens is de duivel toegevallen, zodat zijn beginsel is om te zondigen.

Het is spijtig dat ik dat zeggen moet, maar dat is het getuigenis van de Heilige Schrift. En als u dit nimmer gelooft, zult u nimmer de Zaligmaker nodig hebben. Het is de vorst der duisternis, die bezit genomen heeft van het menselijk geslacht, die bezit genomen heeft van mijn hart en van uw hart, die de mens verleidde en aanzette tot de zonde, onze eerste vader en wij in hem.

 

De vorst der duisternis zondigt van den beginne. Als beginsel en in het begin van de tijd. Hij kan de zonde niet laten, want dat is zijn bestaan. En wat zegt nu het Woord van God? Die de zonde doet, is uit de duivel. Dat is radicaal. Dat betekent ook dat wij de zonde niet laten kunnen en ook niet haten, maar dat dat ook ons beginsel is geworden.

In en in verdrietig! Geschapen naar Gods beeld, in de kennis en gemeenschap met God, in gerechtigheid, zonder zonde. Er zat niets tussen. In heiligheid, op God gericht. Hoe heerlijk was de eerste mens geschapen, om God te kennen, om Hem te beminnen, om Hem te gehoorzamen. De vorst der duisternis heeft die mens verleid. En in Adam zijn ook wij begrepen, allemaal. Allemaal, zonder enige uitzondering. En dan geldt dat ontzettende woord: Die de zonde doet, is uit de duivel.

En bij de zonde moet u niet alleen denken aan onreinheid, aan vloeken, aan diefstal, aan moorddadige gedachten, aan hebzucht, en wat niet al. Maar dit alles komt voort uit de boze kern, namelijk dat wij Gods waarheid niet geloofd hebben en dat wij Gods Woord ongehoorzaam zijn, evenals de vorst der duisternis.

En zo zondigen ook wij van den beginne en is dat ook ons bestaan, zoals wij ter wereld komen. Ongeloof aan het Woord van God, ongeloof aan de wet van God, ongeloof aan het Evangelie van God. Wij verwerpen de wet. Indien niet, wij zouden haar gehoorzamen. Wij verwerpen de Zaligmaker. Indien niet, wij zouden in Hem geloven. Dit maakt nu precies onze zondeval uit: Gods waarheid niet geloofd. En wij kunnen geen goed doen, wij die geleerd zijn kwaad te doen, zoals Jezus zegt in Johannes 8 vers 44. Het geldt al de nakomelingen van Adam. En als wij zeggen dat wij van Christus zijn en in de zonde leven, dan bedriegen wij onszelf en anderen. Maar wij kunnen God niet bedriegen.

 

Radicaal: die de zonde doet, is uit de duivel, die doet de werken des duivels. De zondeval, God verlaten met een altijd durende afwijking, de zonde die in ons woont, de zelfzucht... We zijn doelmissers geworden. We hebben God niet verheerlijkt. Er is in ons leven goddeloze eigenliefde, bedrog, huichelarij, eerzucht, ontucht, gierigheid, hebzucht.

En de climax van de zonde is het verwerpen van de Zaligmaker, Die zegt: Gij wilt tot Mij niet komen (Joh.5:40).

 

Het is een ontzettend en afschuwelijk beeld, dat ons wordt voorgehouden. Het is Gods waarheid. Johannes schrijft dit aan Gods gemeente, dus daar wordt dat gelezen en daar wordt dat verkondigd. Predik het Woord! Een aangrijpend woord...

Als dit woord onze ziel raakt, door de Heilige Geest, dan zullen wij de smart daarover gevoelen. Dan zullen wij ons weg schamen voor de hemelse Majesteit. Dan zullen wij gaan roepen: ‘O God, verlos mij uit de banden waarin de boze mij beknelt.’ Dan zullen wij de noodzaak gevoelen van de verzoening van al onze zonden en de noodzaak gevoelen om van de overheersende macht ervan bevrijd te worden, om te mogen wandelen in de vreze des Heeren en om ooit te kunnen zeggen: Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting de ganse dag (Ps.119:97).

Is er nu één onzer die de werken des duivels kan verbreken? Hebt u wel eens geprobeerd om tegen de zonde te strijden? En, is dat gelukt? Hebt u de overwinning behaald? Of heeft de zonde mij en u gevangen genomen? Van onze zijde, geliefden, is er geen verlossing mogelijk. De duivel zal zijn prooi ook niet loslaten. Hoe moet het dan? Wij hebben een boodschap die de wereld niet heeft. De kerk heeft een goede boodschap: Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.

 

2. De verbreking daarvan door de Zoon

 

Hier opent deze tekst, 1 Johannes 3 vers 8, zich in al haar schoonheid en al haar lieflijkheid. Hier moest ons hart ontroerd zijn en hier moesten wij deze tekst met onze tranen nat maken. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou. Wilt u een korte samenvatting van het kerstfeest? Wilt u een korte aanduiding waartoe Jezus in de wereld gekomen is en ons vlees en bloed heeft aangenomen? IJ leest het hier: Opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.

‘Geopenbaard’ wil zeggen: Hij is verschenen. De Vader heeft de Zoon in de wereld gezonden, omdat Hij gedachten des vredes heeft en niet des kwaads. Dat is een wonder! Dat is een ontzettend wonder! God zou alle mensen in één ogenblik kunnen wegvagen. Jongens, is het wel eens een wonder geweest dat God je spaarde, terwijl je de zonde bedreef? Ouderen, is het wel eens een wonder geweest dat God ons spaarde, terwijl wij de zonde bedreven?

Het zou wel eens kunnen zijn dat het rechtvaardig oordeel van God over de zonde zó op uw ziel ligt, dat u nog geen vlieg durft dood te slaan en dat u nog geen mier durft dood te trappen, omdat u moet zeggen: ‘O God, het is een wonder dat ik zelf niet vernield ben en dat Uw barmhartigheden nog geen einde over mij hebben genomen.’

 

Het is een ontzaglijk wonder dat God gedachten des vredes en niet des kwaads openbaart. De engelen hebben een lied gezongen. Het is het lied van Gods welbehagen, dat de Zoon van God in de wereld gezonden is, opdat door Zijn hand het welbehagen des Heeren gelukkig zou voortgaan, voorspoedig zou voortgaan. Daartoe is de Zoon van God geopenbaard, gezonden in de wereld. Daartoe heeft hij Zich in ons vlees en bloed gepresenteerd, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.

Zijn komst is een gevolg van Zijn eeuwige borgstelling. ‘Vader, Ik zal Borg zijn; Gij zult het van Mijn hand eisen.’ Hij gaat Zijn Kerk kopen. Allen die Hem gegeven zijn van de Vader in het verbond der genade, gaat Hij kopen met de dure prijs van Zijn bloed. En Hij zal op Zijn tijd voor de goddelozen sterven.

Christus zal Borg zijn. Daartoe is Hij geopenbaard, als kind neergelegd in de kribbe van Bethlehem, in ons vlees en bloed, uitgenomen de zonde. Anders zou Hij voor anderen nooit kunnen voldoen. Dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden (Luk.1:35).

En als Hij dan opgroeit tot een volkomen man, dan zal Hij van kinds af aan tot het allerlaatste ogenblik toe, op de kruisheuvel Golgotha, Zijn Vader gehoorzaam zijn in alle dingen. Hij zal kunnen zeggen: Ik heb U verheerlijkt op de aarde; Ik heb voleindigd het werk dat Gij Mij gegeven hebt om te doen (Joh.17:4).

Het was Zijn heerlijke roeping en taak om God te verheerlijken, om de wet te vervullen, om Zijn Kerk te kopen, om de zaligheid te verwerven, om de satan te overwinnen, om zijn kop te vermorzelen, om de dood te verslinden tot eeuwige overwinning.

Hij is gekomen met een liefelijke Naam: Jezus. Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.

 

Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels, de macht en de heerschappij van de zonde, zou verbreken en haar schuld zou verzoenen en vrede met God zou maken.

Hij zou de werken des duivels gaan verbreken. In de Griekse taal mag u ook lezen: loslaten, ontbinden. Hij zal dus een zondaarsvolk loslaten en ontbinden, losmaken van al de banden van ongerechtigheid. Hij zal de gevallen mens gaan bevrijden door Zijn verdienste en door Zijn Heilige Geest, door de kracht van Zijn opstanding. Hij zal de macht van de zonde gaan doorbreken in het hart van de gevallen zondaar.

 

Wat een wonder! Hebt u een goddeloos hart? Hebt u een hart dat zo goddeloos is als de duivel zelf? Je kunt bidden wat je wilt, maar het verandert nooit. Je kunt vechten tegen de zonde wat je wilt, maar je blijft een gevangene. Je probeert boete te doen zoveel je wilt, maar de prijs der ziel is te kostelijk; ze zal in eeuwigheid ophouden. Maar Jezus Christus is geopenbaard om de werken des duivels te verbreken, om de schuld van de zonde te verzoenen, ook de zonde van het ongeloof. Hij is geopenbaard om aan zondaren het geloof te schenken; een nieuw hart en een nieuwe geest, de vrede met God en het kindschap Gods. Hij zal door Zijn Persoon, gehoorzaamheid, verdienste en offerande de werken des duivels verbreken. Hij zal opstaan uit de doden als de grote Overwinnaar over dood en hel. Ik leef en gij zult leven (Joh.14:19).

Hij zal de werken des duivels verbreken. In de Engelse Bijbel kunt u ook lezen: vernielen of vernietigen. De oprechte, die iets van deze genade heeft leren kennen, zal dat ook van tijd tot tijd bidden: ‘Heere, vernietig toch de zonde in mij. Roei ze toch uit met wortel en tak. Vernietig ze, verniel ze in mijn ziel, opdat ik zonder zonde voor U zou mogen leven, U al mijn liefde waardig schatten, omdat Gij mijn rechterhand woudt vatten. Och, dat mijn wegen gericht werden om Uw inzettingen te bewaren!’

 

Geliefden, hier is de verlossende en de bevrijdende prediking van het Evangelie: Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou. Alle ongerechtigheid en ook alle ongeloof, alle hardheid en alle dood van mijn ziel, alle bitterheid en alle vijandschap, kortom: alle goddeloosheid zal Jezus verbreken, door Zijn komst in ons vlees en bloed. Gehoorzaam zijnde aan Zijn Vader, tot de dood des kruises, roepende: Het is volbracht! (Joh.19:30), opstaande uit de doden en ten hemel gevaren, heeft Hij gaven genomen om uit te delen. Daartoe is Hij geopenbaard, om gaven uit te delen onder de mensenkinderen, ja zelfs de wederhorigen, om bij U te wonen, o Heere God!

Hier vindt u een bevrijdend woord van het eeuwig Evangelie. Hij verbreekt! Niet ik verbreek. Onmogelijk! Onmogelijk! Van nature zijn we dood door de misdaden en de zonden. En begenadigd zijnde, zeggen we: Ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont (Rom.7:18). Onmogelijk dat wíj het doen. Híj zal de werken des duivels verbreken. De enige hoop ligt buiten onszelf, in de enige Zaligmaker, Jezus Christus. Hij is in de wereld gekomen opdat Hij God zou verheerlijken en Zijn volk zou zalig maken van hun zonden. Zo zal het welbehagen des Heeren door Zijn hand gelukkig voortgaan.

Dat bevrijdende werk van Christus laat Hij nu verkondigen. En door middel van die verkondiging zal Hij dat ook uitwerken in zondaarsharten.

 

We willen nu eerst zingen uit Psalm 35, het eerste vers:

 

Twist met mijn twisters, Hemelheer’!

Ga mijn bestrijd’ren toch te keer.

Wil spies, rondas en schild gebruiken

Om hun gevreesd geweld te fnuiken.

Belet hun d’ optocht, treed vooruit.

Zo worden z’ in hun loop gestuit.

Vertroost mijn ziel in haar geween

En zeg haar: ‘k Ben uw heil alleen.

 

Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou. Wat een onuitsprekelijke en oneindige liefde moet Zijn ziel vervuld hebben, om dit te doen. Hij zocht de eer van Zijn Vader, Die door de duivel en door de mens onteerd was. Hij zocht de zaligheid van Zijn bruidskerk, die Hem door de Vader gegeven was. ‘Vader, zij waren Uwe, en Gij hebt dezelve Mij gegeven (Joh.17:6).’

En Hij verlangt om Zijn Kerk, Zijn bruidskerk, eens zonder zonde voor Zich te zien, zonder vlek en zonder rimpel, volkomen verlost van welke zonde dan ook, van welk ongeloof dan ook, van welke goddeloosheid dan ook. Volkomen verlost van al de werken des duivels.

 

De mens is niet per ongeluk gevallen. Hij kóós de zijde van de duivel. Daarom is hij ook doemwaardig, helwaardig. God zou niet onrechtvaardig zijn als Hij de gehele wereld zou laten verloren gaan en om der zonde wil verdoemen. Daarom is het wonder zo onuitsprekelijk groot. Gods welbehagen! Nog vóór de mens viel heeft Hij Zijn Zoon willen bestemmen en heeft de Zoon Zich vrijwillig gegeven om de werken des duivels te gaan verbreken en om het goddeloze hart van jongens en meisjes en mannen en vrouwen te gaan vernieuwen en om ze tot Gods kinderen te maken. Zij zullen aller zonde vijand worden. Zij zullen de zonden bitter gaan bewenen. Zij zullen gaan bedelen: Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in het binnenste van mij een vaste geest (Ps.51:12).

 

En wat heeft Jezus daar voor over gehad? Zijn eigen leven! Paulus zegt: ‘Voor de goeden zou iemand mogelijk nog sterven, wellicht. Maar toch niet voor de kwaden?’ En dat is nu de Zaligmaker, Die te Zijner tijd voor de goddelozen sterft. Daartoe is Hij in de wereld gekomen. We kunnen natuurlijk wel lieve kerstversjes maken en zingen, maar dat Kindeke in de kribbe hangt straks op de kruisheuvel Golgotha. Dan is Hij van God verlaten. Dan draagt Hij de vloek. Dan is Hij tot zonde gemaakt. Is Hij zó voor ons begeerlijk?

Dat zal Hij zijn, als God ons leert dat wij onder de zonde besloten zijn en dat wij kinderen des toorns zijn en allerhande ellendigheid, ja, de verdoemenis zelf onderworpen, en dat wij metterdaad een hart hebben dat zo goddeloos is als de duivel zelf. Daar loop je niet mee te koop. Dan lig je in de schuur, op een stil plekje, waar je vrouw je niet ziet of je kinderen niet. Of dan zit je op je fiets naar school toe en dan kun je geen gein meer maken met je kameraden. Dan roept je ziel: ‘Heere, zou ik bekeerd kunnen worden? Kan mijn hart vernieuwd worden? Kan mijn schuld verzoend worden? Kan mijn ziel gered worden? O God, zou ik U nog mogen kennen?’

En dan trekt de Heere ook met liefde. Mijn hart en mijn vlees roepen uit tot de levende God (Ps.84:3). ‘Zou U toch mijn God willen zijn? Zou U mijn Zaligmaker willen zijn?’ Ik liet niet af hart en oog op te heffen naar omhoog. Zou Hij dat willen? Zou Hij die Zaligmaker willen zijn, Die u verlost van de zonde en brengt tot het hoogste goed, de gemeenschap met God, om ten laatste zonder zonde altijd bij de Heere te zijn, voorgoed verlost van de werken des duivels? Is dat onze begeerte?

‘O God, ik ben zo onbekeerd. Ik heb zo’n goddeloos hart. En toch kan mijn ziel zo naar U verlangen, als U verkondigd wordt in Uw gewilligheid, in Uw bekwaamheid, in Uw liefde om zondaars te zaligen. Ach, dan gaat mijn hart zo naar U uit. Neem het! O Heere, neem toch mijn hart! Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn. Verstoor de werken des duivels, ook in mijn ziel. O, mag ik Uw vrede kennen? Mag ik Uw liefde kennen? Mag ik wandelen in Uw wegen? Hij kusse mij met de kussen Zijns monds!’

Dat is een hartelijk verlangen van liefde. Voor U is al mijn begeerte (Ps.38:10). En dan geen vrede te vinden, vóór wij een kus van Jezus’ mond hebben ontvangen. Vóór Hij het Evangelie voor onze ziel geopend heeft; daar de kracht van doet gevoelen in ons binnenste; daarvan getuigenis geeft door de Heilige Geest, dat Hij nu gekomen is om de werken des duivels te verbreken, ook in mijn hart. ‘O,’ zegt Jezus, ‘zie dan op Mij! Kom, koop, zonder geld, zonder prijs, wijn en melk! Ik heb de prijs betaald. Ik kwam als een klein Kind, maar Ik ben tot zonde gemaakt. Mijn weg is een kruisweg geworden. In Gethsémané zijn Mijn zweetdruppels geworden als grote droppelen bloeds. Op de kruisheuvel Golgotha was Ik van allen verlaten; van Mijn discipelen, van de Mijnen, van Mijn Vader: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? (Matth.27:46) Toen moest Ik afdalen in de diepten van de hel, voor mensen die voor eeuwig naar de hel moeten, omdat ze de werken des duivels doen. Totdat Ik mocht roepen: Het is volbracht! (Joh.19:30)’ Gehoorzaam tot de dood des kruises. Het is volbracht!

 

Dan wordt het graf geopend en dan wordt Hij opgenomen in heerlijkheid. Dan zendt Hij Zijn Geest om ellendige zondaars te bekeren, uit de dood tot het leven te roepen, om de treurenden te troosten, om te verbinden de verbrokenen van hart, om hartvernieuwende genade te schenken en om de zielen die naar God bedroefd zijn over de zonde en het gemis van Hem, te troosten met Zijn zoen- en kruisverdienste.

Jezus Christus is geopenbaard; door de Vader in de wereld gezonden; is verschenen in ons vlees en bloed; heeft Zich bekendgemaakt; heeft gepredikt; heeft Zichzelf gegeven en heeft Zich na Zijn opstanding vertoond aan Zijn Kerk. Hij is geopenbaard en Hij is in de prediking ons geopenbaard, om de werken des duivels te verbreken.

 

Kom, misschien kreunt hier of daar iemand: ‘O God, verlos mij uit de banden waarin de boze mij beknelt.’ Ik bid u: zie dan op deze Jezus! Ziet u Hem, in de verkondiging van het Evangelie? Gaat uw ziel naar Hem uit? Gaat de liefde van Hem uit naar uw hart, om u te trekken en Hem het jawoord te geven? Zijn inwendig roepende stem trekt zondaars tot Zich: Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik hen voeren (Jer.31:9).

Hij is opgewekt uit de doden, om ons af te keren van onze boosheden. Zoals ook de apostel Petrus zegt, als Hij gaat preken na Pinksteren: God, opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Dezelve eerst tot u gezonden, dat Hij ulieden zegenen zou, daarin dat Hij een ieder van u afkere van uw boosheden (Hand.3:26). Al de genade gaat van God uit. Hij is gekomen, Hij is geopenbaard, om de werken des duivels te verbreken; alle zonden en ook de zonde van het ongeloof, het Godonterende ongeloof.

 

Hier is ten diepste de boodschap van het Kerstfeest. Kom dan, arme, schuldige zondeslaaf! Kom dan, arme, geesteloze zondaar! Hier is hoop! De wereld heeft geen boodschap voor u. De kerk heeft een boodschap voor u: Hij is gekomen om de werken des duivels te verbreken!

Knellen de banden? ‘O God, verlos mij uit de banden waarin de boze mij beknelt.’ God kwijt? Onbekeerd? Dood door de misdaden en de zonde? Duizendmaal vrezende naar de hel weggesleept te worden? Hier is het Evangelie van Christus, van vrije genade, van eenzijdige liefde en genade. Alles uit God, alles door Hem, alles ook tot Zijn verheerlijking. Want daartoe is de Zoon van God geopenbaard, door de Vader in de wereld gezonden, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.

Welnu dan, laat u zaligen! Dit Kind, met een hoofdletter, heeft alles in Zich om een arme, ellendige, schuldige, dode en verworpen ellendeling te zaligen. Alles heeft Hij in Zich om een goddeloos monster van ongerechtigheid te vernieuwen, zijn schuld te verzoenen, de vrede met God te herstellen.

O, Christus is gekomen om de werken des duivels te verbreken in ons hart. ‘O,’ roept Hij, ‘komt dan herwaarts tot Mij, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.’ Vanuit de kribbe van Bethlehem is daar reeds de roepstem: ‘Ziet op Mij en wordt behouden!’ En die tot Hem komt, die zal geenszins worden uitgeworpen.

 

En Gods kinderen, loop toch niet zo vaak bij dat Kind vandaan. En wij doen het duizendmaal, duizendmaal. Waarom toch? Waarom toch? Er is toch geen vrede buiten dit Kind? Er is geen verzekering van ons aandeel aan Christus buiten dit Kind. Er is geen heiliging in ons leven buiten dit Kind. Er is geen verbreking van de overgebleven verdorvenheid in ons leven buiten dit Kind.

Paulus zegt: Ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont (Rom.7:18). En wat is dan zijn hoop? Dan zegt hij: Ik leef, maar niet meer ik, maar Christus leeft in mij (Gal.2:20). Dat is zijn behoudenis. Dat is de steun, dat is de grondslag waarop hij staat: Christus alleen. Jezus alleen. Tot heerlijkheid van God de Vader en van Zijn Naam.

 

Geliefden, dat is een onuitsprekelijk wonder. Zalig worden is van het begin af aan één groot wonder. Het is het werk van de drie-enige God, Zijn verkiezende liefde, de zending van Zijn Zoon, de gewilligheid van de Zoon, Die gehoorzaam werd tot de dood des kruises, en de Heilige Geest, Die deze Zaligmaker in het hart van zondaars gaat verheerlijken om de werken des duivels te verbreken.

Eén Naam dus. Eén Naam en daarbuiten totaal niets dan de dood en de hel. Maar die Hem vindt, die vindt het eeuwige leven. Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik, zegt Jezus, de Zoon van God, zal u rust geven (Matth.11:28).

 

Amen.

 

 

Slotzang: Lofzang van Zacharias: 4 en 5

 

Dus wordt des Heeren volk geleid,

Door ‘t licht, dat nu ontstoken is,

Tot kennis van de zaligheid,

In hunne schuldvergiffenis;

Die nooit in schoner glans verscheen,

Dan nu, door Gods barmhartigheên,

Die, met ons lot bewogen,

Om ons van zond’ en ongeval t’ ontslaan,

Een ster in Jakob op doet gaan,

De zon des heils doet aan de kimmen staan.

 

Voor elk, die in het duister dwaalt,

Verstrekt deez’ zon een helder licht.

Dat hem in schâuw des doods bestraalt,

Op ‘t vredepad zijn voeten richt.

 

 

Deze preek is eerder gepubliceerd in de prekenserie ‘Een zaaier ging uit…’ (deel 27)