Ds. H. Paul - Mattheüs 13 : 45 - 46

De Parel van grote waarde

Wanneer die Parel wordt gemist
Hoe die Parel wordt gevonden
Langs welke weg die Parel wordt verkregen
Deze preek is eerder gepubliceerd in de prekenserie 'Een zaaier ging uit...' (deel 22)

MattheĆ¼s 13 : 45 - 46

Mattheüs 13
45
Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone paarlen zoekt;
46
Dewelke, hebbende een parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had, en kocht dezelve.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 25: 6
Lezen : Mattheüs 6: 19-34
Lezen : Mattheüs 13: 44-53
Zingen : Psalm 19: 4, 5
Zingen : Psalm 40: 8
Zingen : Psalm 73: 13

Gemeente, de tekst voor deze dienst vindt u in het gedeelte van het Woord van God dat we gelezen hebben uit het evangelie naar Mattheüs, hoofdstuk 13 de verzen 45 en 46:

 

Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk een koopman die schone parelen zoekt; dewelke hebbende één parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had, en kocht dezelve.

 

Onze tekst spreekt van: De Parel van grote waarde.

 

We bezien:

1. Wanneer die Parel wordt gemist

2. Hoe die Parel wordt gevonden

3. Langs welke weg die Parel wordt verkregen

 

1. Wanneer die Parel wordt gemist

 

Onze tekst omvat een van de gelijkenissen die de Heere Jezus heeft uitgesproken tot de schare. Daarin tekent Hij een gebeurtenis uit het dagelijkse leven met een diepe geestelijke strekking. Zo gaat het toe in het Koninkrijk der hemelen.

 

Juist in hoofdstuk 13 zijn verscheidene gelijkenissen uitgesproken. De vraag wordt aan de Heere Jezus gesteld, waarom Hij nu juist door gelijkenissen spreekt. We lezen het in vers 10: Waarom spreekt Gij tot hen – tot de schare – door gelijkenissen? En Hij antwoordde en zei: Omdat het u gegeven is de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar dien is het niet gegeven.

Aan de ene kant is het dus een oordeel dat de Heere door gelijkenissen spreekt, omdat ze het niet verstaan wat de diepe geestelijke strekking is van wat de Heere leert. Zo moeten we het ook lezen, want als straf op het ongeloof, op het verwerpen van Zijn woorden, spreekt Hij door gelijkenissen. Daarom spreek Ik tot hen door gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien, en horende niet horen, noch ook verstaan (Matth.13:13). Vanwege het feit dat ze Zijn woorden hebben verworpen spreekt de Heere nu door gelijkenissen.

 

Maar anderzijds verklaart Hij die gelijkenissen in het bijzonder aan Zijn discipelen. Die worden met de inhoud en de diepe geestelijke strekking van de gelijkenissen bekendgemaakt. We lezen daarom ook in vers 16 dat de Heere tot hen zegt: Doch uw ogen zijn zalig, omdat zij zien, en uw oren, omdat zij horen. De discipelen hebben dus het voorrecht dat de Heere bijzonder de geestelijke strekking, de diepe geestelijke betekenis van de gelijkenissen aan hen bekendmaakt.

 

Zo heeft de Heere verscheidene gelijkenissen uitgesproken: van het zaad dat op verschillende plaatsen viel, van het zaad en het onkruid dat samen in de akker aanwezig was omdat een vijand het onkruid had gezaaid. Dan zijn er de gelijkenissen van het mosterdzaad en van het zuurdeeg. Allemaal gelijkenissen waarin aangegeven wordt hoe het toegaat in het Koninkrijk van God.

 

Daarna spreekt de Heere nog twee gelijkenissen uit, namelijk die van ‘de schat in de akker’ en van ‘de parel van grote waarde’. Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een schat, in de akker verborgen, welke een mens gevonden hebbende, verborg die, en van blijdschap over dezelve gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft, en koopt die akker (Matth.13:44). Hij krijgt dus een bezit in de weg van het verkopen van datgene dat van hemzelf is. Van dezelfde strekking is ook de gelijkenis in onze tekst, van een parel van grote waarde, die een koopman ziet en waar zijn hart naar uitgaat. De koopman verkoopt alles wat hij heeft en koopt die schone parel.

 

Beide gelijkenissen hebben eenzelfde strekking. Wat is dan de strekking van deze beide gelijkenissen? Deze: om de uitnemende waarde van de leer en van de beloften van het Evangelie aan te tonen. Dat het dus gaat om het éne nodige! En dan gelijktijdig wordt de ijver benadrukt die men behoort aan te wenden om ze te verkrijgen, al is het met schade en verlies van tijdelijke dingen. ‘Dat is de strekking’, zo zeggen de kanttekenaren. En dan is natuurlijk de grote inhoud van de beloften van het Evangelie de Heere Jezus Christus. Hij is de Schat in de akker en Hij is de Parel van grote waarde.

 

De gelijkenis geeft aan hoe het toegaat in het Koninkrijk der hemelen, op welke wijze men deel heeft aan het goed, aan de schatten van het Koninkrijk van God. Er wordt ons ook gezegd langs welke weg die verkregen worden, namelijk door het heengaan en verkopen van al wat men heeft en het kopen van de schat, het kopen van de parel van grote waarde.

Als dat niet plaats heeft in ons leven, gemeente, dan gaat het Koninkrijk van God voor ons verloren. En wij gaan verloren voor dat Koninkrijk. Dat is de korte strekking van deze gelijkenissen; dat is de sleutel om te verstaan wat de inhoud is; dat is de hoofdlijn waar al het andere aan onderworpen is.

 

Hier spreekt de Heere Jezus dus van een koopman die schone parelen zoekt, die daarin handel drijft.

Zoals we wellicht weten groeien parelen in schelpen van pareloesters. Deze pareloesters bevinden zich vooral in de Stille Oceaan, in de omgeving van Indonesië. Ook wel in de Perzische Golf. In de schelpen bevindt zich een laagje glanzende en kleurrijke stof, dat noemt men parelmoer. Dat is een naam die het juiste aangeeft, want dat is de moeder van de parel. Wanneer nu in zo’n schelp een klein korreltje zand komt, dan zet zich op dat korreltje zand iets van dat parelmoer af. En naarmate dat langer blijft in die schelp wordt die parel dikker en groter, dan wordt er steeds een nieuw laagje van die parelmoer afgezet. Dan kunnen er grote prachtige parels komen die hoge waarde hebben. Ja, die een vermogen waard zijn! Zeldzaam door hun grootte, zeldzaam door hun schittering.

 

Nu zegt de Heere dat het in het Koninkrijk van God toegaat als een koopman die schone parelen zoekt. Laten we niet vergeten dat hier speciaal een koopman genoemd wordt. Het is dus niet iemand die ze verzamelt, die er een schat van aanlegt, nee, het gaat over een koopman. Een man die handelt in parels, die door middel van het kopen en verkopen van parels zijn winst maakt en zijn inkomen verwerft. Want dat is het kenmerkende van een koopman, nietwaar? Hij tracht goedkoop in te kopen en duurder te verkopen, om op deze wijze een vermogen op te bouwen.

 

Ten diepste is dat eigenlijk in ons leven ons dagelijks werk, gemeente. Al zijn we geen handelaar, al zijn we geen koopman, heel ons leven staat eigenlijk toch in het teken van het koopmanschap. Er zijn dingen die we begeren te bezitten, waar we andere dingen voor over hebben; dingen van geringere waarde ruilen we voor zaken die noodzakelijk zijn, of waar we de grote, hogere waarde van inzien.

Zo is ons leven toch ook een koopmanschap. Ons hart is gezet op aards bezit. Wat hebben we daar al niet voor over! Wat hebben we er niet voor over voor het verkrijgen van bepaalde goederen! Daar gebruiken we onze krachten voor; daar gebruiken we allerlei andere zaken voor, om te verkrijgen wat ons hart begeert. Ja, het kan zo sterk zijn dat we niet terugdeinzen om zelfs oneerlijke middelen te gebruiken om dat begeerde goed in ons bezit te krijgen.

Als het ons om eer en aanzien te doen is, wordt het soms wel gekocht met giften of met vriendelijkheid, in elk geval met allerlei inspanningen.

 

Zo tracht de mens te verkrijgen wat zijn leven geluk schijnt te geven, wat een zekere bevrediging schijnt te geven, wat ons hart bekoort. Alle levensgoed wordt besteed aan zaken waarin we het aardse geluk zoeken. Dat kan zelfs tot verwoesting van ons lichaam gaan, denk maar aan de alcoholist, de druggebruiker, de zware roker. Die zet alles en alles opzij om te verkrijgen waarin hij zijn geluk zoekt, waarin hij bevrediging zoekt.

Zo kunnen we ook naar geestelijke zaken streven; we kunnen ook naar de hemel streven!

 

Deze koopman was een man die kennis van zaken had, hij had onderscheidingsvermogen. Hij kocht dus schone parelen om die later weer te verkopen. Zo kunnen we bezig zijn om de hemelse heerlijkheid te verkrijgen met ons doen en met ons laten. Denk aan Bileam; hij wenste wel de dood van de oprechten te sterven; hij verlangde dat zijn uiterste was gelijk het zijne. Ook Paulus zocht de heerlijkheid. Wat heeft hij er voor over gehad! Met ingespannen krachten was hij werkzaam om de hemelse heerlijkheid te verkrijgen. Naar de wet een farizeeër; naar de ijver een vervolger der gemeente; naar de rechtvaardigheid die uit de wet is, zijnde onberispelijk (Filip.3:5-6). Zo ijverde hij om de hemel te verdienen.

 

Op zich is het een goede zaak dat we denken aan onze eeuwige toekomst. Dat we ons niet laten verblinden door de dingen van de tijd. Want wat wordt er veel uitgegeven en welk een inspanning wordt er betracht om het aardse goed te verkrijgen. Maar dat zijn allemaal namaakparels. Dat zijn zaken die geen blijvende waarde hebben. Dat gaat allemaal voorbij.

Paulus verlangde straks zalig te worden; alleen hij deed dat op de wijze van een koopman: zijn werken, zijn doen en laten waren koopgeld in zijn hand om straks de zaligheid te kunnen verdienen.

Maar, gemeente, het Koninkrijk Gods is niet te verdienen! Dat is niet met werken te verkrijgen! Dat zegt hij later ook: Hetgeen mij gewin was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. Ja gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik al die dingen schade gerekend heb, en acht die drek te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen (Filip.3:7-8).

U ziet dus dat hij eerst bezig is geweest met al die dingen die hij later schade en drek acht om de uitnemendheid van de kennis van Christus. Mag ik het nu alvast zeggen: als hij die Parel van grote waarde gevonden heeft, ziet hij dat al zijn bezig zijn in het verleden eigenlijk een miskenning was van het werk en de betekenis van de Heere Jezus Christus. Hij zocht zichzelf; hij zocht zijn bezit; hij zocht de hemel te verdienen.

 

Net als Israël, dat wilde rijk zijn met hetgeen hem was toebetrouwd. Denk aan de Farizeeën; ze meenden met hun plichtsbetrachting, met hun doen en laten het eeuwige leven te verwerven. De wet was niet het middel tot ontdekking, maar de wet was als een ladder waarlangs ze omhoog wilden klimmen om zo de hemelse heerlijkheid te verwerven.

De offeranden die gebracht werden, het was hun geen prediking van hun verlorenheid en de noodzakelijkheid van de Zaligmaker, geen wonder van de plaatsvervanging, nee, het was een doel. Ze offerden heel getrouw en trachtten door die offeranden de zaligheid te verdienen.

Paulus zegt van Israël dat het de rechtvaardigheid niet verkregen heeft. Waarom niet? Omdat ze die zochten door de werken der wet; omdat ze probeerden de hemel te verdienen door hetgeen ze deden en hetgeen ze lieten.

 

En zo kunnen we ook met hetgeen het Woord van God ons heeft gegeven koopmanschap bedrijven, gemeente. Dan funderen we onze zaligheid in het getrouw waarnemen van de plichten. Maar de Heere roept daarvan terug. Het is de grote betekenis van deze gelijkenis dat de Heere oproept om alles te ruilen voor die Parel van grote waarde. Alles te verlaten en Hem te volgen. Alles te verliezen om Hem te vinden. Daar gaat het ten diepste om in deze tekst. Alles schade en drek te achten om de uitnemendheid van de Heere Jezus Christus. Daar is ons oog voor gesloten. Maar gelukkig: bij de Heere is ogenzalf, opdat we mogen zien.

 

In onze tweede gedachte staan we stil bij:

 

2. Hoe die Parel wordt gevonden

 

Al handel drijvend heeft de koopman uit deze gelijkenis deze parel van grote waarde mogen ontdekken. U begrijpt, gemeente, dat ons oog moet open gaan voor de waarde van deze Parel. Het gaat om de uitnemendheid van de beloften en om de inhoud van het Evangelie; het gaat om de uitnemendheid van de Heere Jezus Christus. Maar Gods Woord zegt dat de natuurlijke mens niet onderscheidt de dingen die des Geestes Gods zijn. Hij heeft niet de ware kennis des geloofs. Hij ziet niet welke rijke schat er in het Evangelie wordt verkondigd, welke ontzaglijke rijkdom er ligt in de boodschap van genade, namelijk dat de zaligheid te vinden is in Christus Jezus.

Is ons hart daarmee vervuld, gemeente? Gaat jullie hart daar naar uit, jongens en meisjes? Of zijn we al rijk en verrijkt en hebben we geen ding gebrek? Maar weet dan dat we ellendig zijn, jammerlijk, arm, blind en naakt.

 

De gave van het oprechte geloof is door de Heilige Geest. Die geeft kennis van God en kennis van onszelf. In die weg wordt de noodzakelijkheid van de enige Zaligmaker geleerd. Dan krijgt die Parel van grote waarde betekenis in ons leven; dan kunnen we die niet langer missen; daar gaat ons hart dan naar uit.

 

Zo was het ook bij deze koopman van schone parelen. Hij zag een parel van grote waarde, een parel zo schoon, zo groot als hij nog nooit gezien had. Hij stelde de waarde ervan zeer hoog, zo hoog dat hij besloot alles wat hij had in te ruilen om die ene parel te kopen. Hij zei niet bij zichzelf: ‘Die is me te duur, die kost me te veel.’ Nee, hij is er zo op gesteld; daar is hij voortdurend mee bezig. Hij kan die parel eigenlijk niet missen, zo ging zijn hart er naar uit. Tot welke prijs dan ook, hij moet die hebben! Alles wat hij heeft, is van minder waarde vergeleken bij die ene parel. En niet om die dan straks weer te verhandelen, duurder te verkopen, maar om die te bezitten, om die te behouden. De prijs is hoog, veel hoger dan het geld dat hij ervoor ter beschikking heeft. Daarom verkoopt hij alles wat hij heeft. Misschien z’n huis wel, of z’n land; wellicht de andere parels die hij als koopman in voorraad had. Alles verkoopt hij, omdat hij dat van minder waarde acht vergeleken bij de grote waarde van deze schone parel.

 

Nu kan de vraag misschien bij u opkomen, gemeente, als met die parel de Heere Jezus bedoeld wordt, betekent dat dan dat we alles kwijt moeten? Betekent dat dan dat we niets op aarde mogen bezitten buiten de Heere?

Zo heeft de Heere Jezus het immers wel gezegd tot die rijke jongeling: Ga heen, verkoop wat gij hebt en geef het de armen, en gij zult een schat hebben in de hemel; en kom herwaarts, volg Mij (Matth.19:21). U begrijpt dat dit een speciale beproevingsweg was voor die rijke jongeling. Die jongeman was wel ernstig; hij was ook met de eeuwigheid bezig, maar hij zocht de zaligheid in zijn doen en laten.

Het is niet de bedoeling van de Heere Jezus dat u al uw bezittingen, uw huis en wat u ook hebben mag, moet verkopen en dat u op deze wijze dan de zaken van het Koninkrijk van God kunt kopen.

Want in de eerste plaats is de zaak van het Koninkrijk Gods niet voor geld te koop. Al zouden we alles wat we bezitten verkopen en aan de armen geven, dan staan we nog met lege handen. Het gaat hier om de geestelijke strekking. Het gaat er om Wie de Heere Jezus is, wat het Evangelie ons verkondigt met betrekking tot wat de hoogste plaats in ons hart moet hebben. Dat het er ons om te doen moet zijn om dat goed te verkrijgen dat blijvende waarde heeft.

Het betekent niet dat we alles wat we mogen hebben op deze wereld moeten gaan verkopen, maar we moeten het bezitten als niet bezittende, dat wil zeggen: er niet aan verkleefd zijn, niet daarvoor alleen leven. Want alles gaat voorbij, alles zal ons eenmaal ontvallen; we hebben dat gelezen uit Mattheüs 6. Maar de Schat in de hemel blijft!

 

Welnu, dat is nu de Parel van grote waarde. En Die is natuurlijk niet te koop met wat wij als koopgeld zouden willen aanreiken. Nee, de Heere is veel te rijk. Alles wat we Hem zouden kunnen aanbieden is reeds van Hem. Het gaat in het Koninkrijk Gods om datgene wat om niet verkregen wordt. Het gaat in het Koninkrijk van God om iets wat zonder geld en zonder prijs verkregen kan worden. De Parel van grote waarde is alleen te verkrijgen in de weg van het geloof.

Onze verdiensten tellen niet, ons werk heeft geen waarde. De Heere vult alleen lege bedelaarshanden, gemeente. De Heere verkondigt in het Evangelie dat wat Hij aanbiedt alleen met de lege hand van het geloof aanvaard wordt, langs een zodanige weg dat alles wat buiten de Heere is van nul en generlei waarde wordt geacht. Dan krijgt die Parel van grote waarde zo’n betekenis, dan gaat ons hart er zo naar uit, dat we nergens meer rust en vrede in kunnen vinden buiten deze Parel.

 

Het moet onze aandacht hebben dat die koopman de parel wel vindt, maar dat hij die nog niet in bezit heeft. Vinden is nog niet direct bezitten, gemeente. Het gaat wel in de weg van zien, van zoeken, van vinden, maar daarmee heeft hij hem nog niet. Nee, dan moet hij eerst alles kwijt. In die weg zal hij straks in het bezit geraken. Bezitten in de weg van verliezen van al het onze. De Heere Jezus zegt: Wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis op en volge Mij (Mark.8:34). Zichzelf verloochenen betekent: eigen wil, eigen verstand, eigen genegenheden ondergeschikt doen zijn aan de wil van God. Alle eigengerechtigheid als niets achten. In de weg van verliezen en kwijtraken komt men tot het verkrijgen van het goed dat blijvende waarde heeft. Dat is de weg van de bekering.

 

Die weg van bekering is nodig voor het geloof in de Heere Jezus Christus. Laten we dat toch nooit van elkaar losmaken. De apostel Paulus wijst er de ouderlingen te Efeze op – u kunt dat lezen in Handelingen 20 vers 21 – dat hij verkondigd heeft bekering tot God en het geloof in Jezus Christus. Dat zijn zaken die bij elkaar horen. En ook in die volgorde: eerst bekering, dan geloof in Christus.

In een andere gelijkenis – die van de verloren zoon – wordt de weg der bekering zo duidelijk getekend. Het is een weg waarin de Heere ons licht geeft over ons leven, wie wij zijn en Wie de Heere is. Dat is een verootmoedigende kennis, want dan worden we in onszelf arm gemaakt. Dan staan we tegenover God als schuldenaar. Dan gaan we inzien Wie de Heere voor ons geweest is en wie wij voor Hem geweest zijn. De weg der bekering is de weg der ontdekking, de weg waarin onze rijkdom eraan gaat.

Denk maar aan het bekende vers van McCheyne:

 

Eens was ik een vreemd’ling voor God en mijn hart.

Ik kende geen schuld en ‘k gevoelde geen smart.

Ik vroeg niet: ‘Mijn ziele, doorziet gij uw lot?

Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?’

 

Al sprak daar een stem uit de heilige blaân

van ’t Lam, met de zonden der wereld belaân,

ik zocht bij die kruispaal geen veilige wijk,

‘k stond blind en van verre, in mij zelven zo rijk.

 

Maar toen mij Gods Geest aan mij zelf had ontdekt,

toen werd in mijn ziele de vreze gewekt.

Toen voeld’ ik wat eisen Gods heiligheid deed.

Daar werd al mijn deugd een wegwerpelijk kleed!

 

De weg der bekering die de Heere houdt met een zondaar om – door het geloof in de Heere Jezus – te komen tot het bezit van die Parel, dat is de weg van Godskennis en zelfkennis. De weg der bekering is de weg van ontdekking, van beleving van schuld, van tegen de Heere te hebben gezondigd. Dan ziet hij wat hij mist en wat hij niet meer kan missen. Dan zoekt hij wat hij nodig heeft in een weg van terugkeer tot God als een schuldenaar, zoals de verloren zoon. Niet meer waard dat de vader hem aannam als kind: Ik heb gezondigd tegen de Hemel en voor u, en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden (Luk.15:21).

 

Bekering is het verlaten van het vorige leven. Die jongen kon niet meer leven in dat verre land; niet alleen omdat hij daar geen eten had, maar het leven was hem daar onmogelijk geworden! Hij verlangde terug; hij verlangde naar huis.

Bekering is het verlaten van de godsdienst buiten God; dat kan zo niet langer; die brug is opgehaald.

Bekering is anders over allerlei zaken gaan denken. Anders over de zonde denken; die wordt gezien in haar Godonterend karakter als schuld tegenover God. Maar ook anders over de genade gaan denken welke in Christus Jezus is. Dat nemen we dan niet meer voor kennisgeving aan, maar dat wordt noodzakelijk, dat wordt onmisbaar voor eigen hart en leven!

Bekering is een doorgaande zaak in het leven van Gods Kerk; het is een afsterving van de oude mens – een hartelijk leedwezen dat wij God door onze zonden vertoornd hebben – en een opstanding van de nieuwe mens – een hartelijke vreugde in God door Christus en een lust en liefde om naar de wil van God voortaan te leven.

 

Bekering is noodzakelijk in uw en mijn leven, gemeente. Aan de ene kant is het een gave van God, laten we dat altijd goed vasthouden. Maar anderzijds is het een gebiedende eis, van Godswege op ons gelegd. Een gave en een opgave.

Ook vandaag klinkt weer het Woord van God: Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven? (Ezech.33:11) Leg het toch niet naast u neer, ook jullie niet, jongens en meisjes.

Was het alleen maar een eis, dan was het een verloren zaak; dat zou je tot wanhoop kunnen brengen. Maar het is gelijktijdig ook een belofte, namelijk dat Hij een Zaligmaker gegeven heeft, zoals we dat kunnen lezen in het evangelie van Lukas: Om Zijn volk kennis der zaligheid te geven, in vergeving hunner zonden, door de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods (Luk.1:77-78). Aan de ene kant dus een eis, opdat we niet zorgeloos door zouden leven. En gelijktijdig schenkt de Heere dat om niet, uit de innerlijke bewegingen Zijner barmhartigheid.

 

In die weg van bekering komen we dan tot het verkopen van alles wat van ons is; je krijgt er niets voor, je voelt dat het allemaal waardeloos is. Zo moeten we bereid gemaakt worden om uit genade alleen zalig gemaakt te worden. Dat kan alleen in de weg van arm worden, in de weg van bedelaar zijn. Dat is de weg die de Heere al Zijn kinderen doet gaan om straks de Parel van grote waarde te mogen vinden.

Dat is geen uitzichtloze zaak! Dat is ook geen zaak van afwachten! Aan vinden gaat zoeken vooraf, nietwaar? Maar dat zoeken wordt beloond met het vinden van de Parel van grote waarde; dat is de Heere Jezus.

 

Waarom wordt Hij een Parel genoemd? Wel, een parel is kenbaar aan zijn zuiverheid. En is de Heere Jezus niet blank, heilig, zondeloos en zuiver? Er is geen smet, geen vlek op Hem te vinden. Hij kon getuigen: Wie van u overtuigt Mij van zonde? (Joh.8:46) Juist zo’n Middelaar is nodig. In Hebreeën 7 vers 26 lezen we het: Want zodanig een Hogepriester betaamde ons,  heilig, onnozel - dat is: onschuldig - onbesmet,  afgescheiden van de zondaren.

Op een parel ligt ook glans, gemeente. Dat geldt ook van Hem, Die vanwege al Zijn schoonheid en heerlijkheid in Openbaring 22 vers 16 de blinkende Morgenster genoemd wordt.

 

Een parel is ook bekend om zijn schoonheid. Vergeleken bij die Zaligmaker, die Heere, die Verlosser, verliest alles zijn schoonheid. Psalm 45 zingt van Hem: Gij zijt veel schoner dan de mensenkinderen; genade is uitgestort in Uw lippen; daarom heeft U God gezegend in eeuwigheid (Ps.45:3).

Parels dienen vaak als sieraad, bijvoorbeeld in een koningskroon. En van Hem geldt: Te dien dage zal des Heeren Spruite zijn tot sieraad en tot heerlijkheid (Jes.4:2).

Een echte parel is kostbaar. Zo is Christus dierbaar bij God en mensen. Hij is een Parel van grote waarde. Wie kan in de hemel tegen de Heere geschat worden? Want Hij is het Afschijnsel van Gods heerlijkheid en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid. Als Hij gekend wordt in het geloof, dan is al wat aan Hem is gans begeerlijk!

 

Een parel kan bewonderd worden vanwege zijn schoonheid waarmee hij schittert. Maar nooit kan zo’n parel vergeleken worden met die Parel van grote waarde. Al is het de kostbaarste parel van de wereld, dan gaat Christus zijn schoonheid ver te boven! Want alles wat aan Hem is, is gans begeerlijk en heeft ook eeuwigheidswaarde. Waar dat op onze ziel gebonden wordt, daar wordt zo’n Zaligmaker noodzakelijk. Dan wordt alles, vergeleken bij Hem, van geringere betekenis. Dan leren we Hem zoeken tot we Hem gevonden hebben. Dan kunnen we ook buiten Hem geen enkele rust vinden. Nooit zal mijn zak zijn ontbonden, totdat ik Jezus heb gevonden!

 

Maar dan begrijpt u wel dat ons oog afgewend moet zijn van alle aardse dingen. De weg van ontdekking is noodzakelijk, de weg van het vreemdelingschap op deze wereld. Alles wat ons van de Heere aftrekt moet haar betekenis en waarde zodanig verliezen, dat de Heere boven alles gaat. Dat niets ter wereld daarbij te vergelijken is.

Denk aan Christen in de stad Verderf. Dan moet hij uit die stad; dan kan hij het daar niet langer uithouden; dan zoekt hij leven, leven, eeuwig leven. Daar moet hij naar toe!

 

Hoe is het in ons leven gesteld, gemeente? Heeft die Parel al waarde gekregen voor jullie, jongens en meisjes? Zijn we er verlangend en uitziend naar? Want dat is de weg die Heere gebruiken wil om Hem te doen vinden. Waar het steeds maar onmogelijker wordt aan onze kant, waar het een afgesneden weg is, daar wil de Heere juist bekendmaken dat voor zulke hongerige en dorstige zielen zaligheid is in Christus Jezus.

Nee, dat moet u geen ‘voorwaarde’ noemen, het is de weg waarlangs de Heere wil komen. Het ‘Bekeert u! Bekeert u!’ wordt u toegeroepen niet als voorwaarde voor het Evangelie, dat eerst dit en dat bij u aanwezig moet zijn voordat we u de rijkdom van deze Zaligmaker mogen verkondigen. Nee, die rijkdom en die ruimte wordt nu aan een ieder verkondigd, wie we ook zijn. Maar het is de grote vraag: heeft die Parel voor u al waarde gekregen? Of heeft de wereld met zijn schijn, met zijn namaakparels, met de dingen die voorbijgaan, met het goed dat niet blijft, nog de hoogste plaats in ons leven?

 

We willen nu eerst zingen met de dichter van Psalm 40 vers 8:

 

Verheug het volk, verblijd hen allen, Heer’,

Die naar U zoeken t’ elken stond;

Leg steeds Uw vrienden in de mond:

‘De grote God zij eeuwig lof en eer!’

Schoon ‘k arm ben en ellendig,

Denkt God aan mij bestendig;

Gij zijt mijn hulp, mijn kracht.

Mijn Redder, o mijn God!

Bestierder van mijn lot,

Vertoef niet, hoor mijn klacht.

 

De Parel van grote waarde werd eerst gemist, daarna gevonden, maar die moet ook verkregen worden. We letten er dus nu op:

 

3. Langs welke weg die Parel wordt verkregen

 

Het gaat er bij deze koopman om dat hij die parel bezit, dat hij die de zijne mag noemen, dat hij eigenaar is geworden van deze parel. Dan pas is zijn hart gerust. Er buiten kan hij geen vrede vinden. Daarom verkoopt hij alles wat hij heeft. Alles wat hij heeft is minder van waarde vergeleken bij deze schone parel.

Nogmaals wil ik u erop wijzen dat in het Koninkrijk Gods niets te koop is, althans niet met ons koopgeld. Ja, dat zit wel in ons bloed, om met onze eigengerechtigheid, als aanvulling desnoods, de zaligheid te kopen. Maar het moet worden afgewezen. In het Koninkrijk Gods is niets te koop met onze betaalmiddelen. En toch gaat het in de weg van ‘kopen’, dat wil zeggen ‘ruilen’, namelijk uitleveren wat van ons is en ontvangen wat van de Heere is.

 

Nu krijgt deze Parel betekenis, deze Zaligmaker, namelijk in de weg waarin Hij onmisbaar wordt! Waar Hij in het Evangelie wordt verkondigd en aangeboden, wordt Hij door genade Degene naar Wie ons hart uitgaat om behouden te worden.

Hij kwam niet om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering. Zondaars, dat worden we in de beleving van ons hart. Wat wordt het dan een groot wonder dat er een Zaligmaker is! Dan leren we Hem schatten boven alles wat waarde heeft.

 

Maar hoe wordt Hij de mijne? Wel, gemeente, doordat de Heere de boodschap van het Evangelie zodanig drukt op het verslagen hart, dat we het mogen aannemen en mogen aanvaarden met onze lege handen. Om door de kracht van de Heilige Geest die handen te mogen openen en te ‘eigenen’ hetgeen de Heere toerekent.

Over dat ‘overgaan in het verbond’ kunnen we lezen bij Ds. Abraham Hellenbroek: ‘De zondaar doet dit bedaard, vrijwillig, armoedig, gelovig, oprecht, met een gehele toestemming aan de eisen zowel als aan de beloften des verbonds.’ Dat wil zeggen: ‘Hier is een arme, die niets heeft dan schuld, niets dan zonde, maar die hoort van die boodschap dat er Een gekomen is om zondaren zalig te maken, om te zoeken en zalig te maken dat verloren is.’

 

Hoe doorleeft hij dat? Als de Heilige Geest dat woord toepast aan zijn arme ziel, mag hij geloven: ‘Dat geldt ook voor mij!’ Nee, dat kan hij zomaar niet in eigen kracht zich toe-eigenen. Dat bereikt hij niet door te redeneren en concluderen. Maar dan wordt het werk van de Heilige Geest aan zijn hart verheerlijkt. Die boodschap raakt zijn hart, werkt op zijn hart in. Het geloof is werkzaam met die geopenbaarde waarheid. En het geloof aanvaardt het Woord. Daarom is het ook zo’n wonder.

 

Er is een ‘zien des geloofs’ op die volheid van Christus. Maar er is ook een meer bewust ‘toe-eigenen’, er is een ‘meer kennen van Christus’. Denk maar aan wat de catechismus zegt: ‘Die Hem door het geloof worden ingelijfd en al Zijn weldaden aannemen.’ Al Zijn weldaden, dat is een voortgaande zaak. Dat is niet zomaar één keer, maar daar heb je een heel leven voor nodig. Ja, de eeuwigheid is nodig om die volheid in Hem te leren kennen. Dat Hij niet alleen tot rechtvaardigheid is gegeven, maar ook tot wijsheid, tot heiligmaking, ja tot een volkomen verlossing. Maar we mogen ook weten dat Hij de Weg tot God is. Dat Hij de Geest verworven heeft. En dat in de weg van het geloof de verzekering ervan wordt ontvangen. Allemaal rijke schatten, gemeente!

Die Parel wordt steeds mooier, steeds rijker, steeds voller. Die krijgt steeds meer waarde. Dat is nu het ‘toenemen’ in het geloof. Dat is nu ‘de opwas in de genade en kennis van Christus’, waarbij wij steeds minder en armer worden in onszelf en Hij steeds rijker en dierbaarder.

 

Deze Parel van uitnemende waarde is om niet te verkrijgen, gemeente. Wat jagen we toch naar de dingen van deze tijd! Wat zijn we daar toch vol van! Waar gaat ons hart naar uit? Wat zoeken we? Weet u dat we allemaal wat kwijt zijn? We zijn God kwijt.

 

Nu gaat de één het hier zoeken, in de wereld, of misschien wel in de goddeloosheid. Iemand zegt: ‘Waarom zou je nog naar de kerk gaan? Als God me bekeren wil, dan kan Hij het toch wel.’ Ja, gemeente, dat is zo. Maar het gaat er niet om wat God kán, het gaat er om wat God wíl. Het gaat er om wat Hij ons voorhoudt in Zijn Woord, om wat Hij ons laat prediken in Zijn liefde en in Zijn verdraagzaamheid.

Sla dat toch niet weg. Sla de Heere niet in het aangezicht. Het is vandaag nog het ‘heden der genade’. Die Parel van grote waarde wordt u nog verkondigd; het goed dat blijft, dat eeuwigheidswaarde heeft, wordt u nog aangeboden. Zoek dat te verkrijgen. Zoek de dingen die boven zijn, waar Christus is. Lees Mattheüs 6 nog eens na, waar de Heere oproept: ‘Laat uw schat niet op de aarde zijn, maar in de hemel.’ Want alles gaat voorbij, alles ontvalt ons. Maar wie de Heere kent en liefheeft en vreest, wel, die heeft het goed dat blijft tot in der eeuwigheid.

 

Wie iets van de schoonheid heeft mogen kennen, verlang er meer van te zien, verlangt om Hem met bewustheid te mogen kennen, Zijn eigendom te mogen zijn, Hem door het geloof te mogen worden ingelijfd en al Zijn weldaden aan te nemen. Dat is een rijkdom, een volheid die nooit te ledigen is. Hij is Profeet om te onderwijzen; Hij is Koning om te regeren en Zijn kracht in onze zwakheid te volbrengen; Hij is Priester Die tussentreedt voor een schuldig volk. Hem zo te mogen kennen als een Verwerver van een volkomen zaligheid.

 

Wat is het toch ontzaglijk rijk om die zalige ruil te kennen: Hij is mijn gerechtigheid, en ik ben Zijn zonde. Dat Hij geleden heeft om mijn zonden, om mijn vuilheid, om mijn verlorenheid. Het bezig zijn met de schijnrijkdom van deze wereld, het zoeken van al die namaakparels in mijn eigengerechtigheid, het is alles vergeefs, het zijn zaken die geen waarde hebben vergeleken met de rijkdom van Hem in Wie alle zaken der zaligheid te verkrijgen zijn. Hij is de enige Weg tot God!

 

Wat een wonder als de boodschap van het Woord wordt toegepast aan het hart, dat er vergeving der zonden is bij de Heere. Ik, Ik ben het, Die uw overtredingen uitdelg om Mijnentwil, en Ik gedenk uwer zonden niet (Jes.43:25). Wat een wonder dat er voor zulke arme zondaren nog zaligheid is bij God!

Het gaat in de weg van het verlies. Altijd maakt de Heere plaats voor Zijn weldaden. We moeten ons leven buiten onszelf in Christus vinden. Dat is in elke geloofsoefening waar; altijd gaat het door een weg van het afgesnedene heen. Dan verliezen we in die weg alles wat buiten Christus is; dan wordt Hij de Enige, de Schone, de Volmaakte, schoner dan alle mensenkinderen, want genade is op Zijn lippen uitgestort.

 

Bent u al eens kwijt geweest wat u niet missen kon?

Hebt u uw leven wel eens gezien buiten God?

Is Gods heiligheid wel eens op uw hart gebonden?

Hebt u wel eens gezien wie u bent voor de Heere?

Waar bent u ermee gebleven?

Hebt u die Parel gezocht en gevonden?

Of bent u toch maar weer doorgegaan op uw oude levenspad?

Begrijp me goed, we leven in deze wereld; we moeten door deze wereld; we hebben onze levenstaken gekregen; we moeten onze talenten gebruiken en ons best doen natuurlijk. Maar zoek je leven niet in datgene wat voorbijgaat. In de weg van het verlies van eigen verlangens wordt er een verlangen gewekt om Hem te bezitten. Dan vinden we ook alles in Hem wat tot zaligheid dient.

 

Nu is het nog het heden der genade. Morgen misschien niet meer. De tijd snelt voort. En we moeten ook eenmaal uit deze wereld.

Zijn we dan bereid, als het uur daar is dat we God moeten ontmoeten?

Ik zeg dit niet om u angst aan te jagen, maar het gaat om uw zaligheid, het gaat om uw behoud, gemeente.

Jongens en meisjes, zoek de Heere terwijl Hij te vinden is. Roep Hem aan terwijl Hij nabij is. Zoek Hem in je gezonde dagen. Er kunnen wel eens ogenblikken in het leven komen dat je niet in staat bent om te roepen.

 

Gedenk aan uw Schepper in de dagen van uw jongelingschap (Pred.12:1). En laat je toch niet betoveren door de aardse schatten. Tracht naar de heerlijkheid en de schoonheid van de Parel van grote waarde. Met minder kan het niet. Meer is niet nodig. Want in Hem is alles wat tot de zaligheid dient. En dat tot roem van Zijn genade.

 

Amen.

 

 

Slotzang Psalm 73:13

 

Wien heb ik nevens U omhoog?

Wat zou mijn hart, wat zou mijn oog

Op aarde nevens U toch lusten?

Niets is er waar ik in kan rusten.

Bezwijkt dan ooit, in bitt’re smart,

Of bange nood, mijn vlees en hart,

Zo zult Gij zijn voor mijn gemoed

Mijn rots, mijn deel, mijn eeuwig goed.

 

 

Deze preek is eerder gepubliceerd in de prekenserie ‘Een zaaier ging uit…’ (deel 22)