Ds. J. IJsselstein - Johannes 16 : 8 - 9

De Heilige Geest overtuigt

Waarvan overtuigt de Heilige Geest?
Hoe overtuigt de Heilige Geest?
Waarom overtuigt de Heilige Geest?

Johannes 16 : 8 - 9

Johannes 16
8
En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel:
9
Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven;

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Lezen : Johannes 16: 5-15
Zingen : vrij in te vullen

Gemeente, in deze dienst gaat het over de Heilige Geest Die overtuigt van zonde. Vooral van de zonde van ongeloof.

De tekst vindt u in het gedeelte dat u is voorgelezen uit Johannes 16 en ik vraag uw aandacht in het bijzonder voor het achtste en negende vers:

 

En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel. Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven.

 

Het thema voor de preek is: De Heilige Geest overtuigt.

 

En wij stellen drie vragen:

1. Waarvan overtuigt de Heilige Geest?

2. Hoe overtuigt de Heilige Geest?

3. Waarom overtuigt de Heilige Geest?

 

1. Waarvan overtuigt de Heilige Geest?

 

Van zonde. Daarop valt in deze dienst de nadruk. Maar de vraag is: wat is dat eigenlijk, zonde? Dat klinkt ons zo bekend in de oren. Maar wat is precies ‘zonde’?

Als je thuis de suikerpot laat vallen op de grond en er liggen allemaal stukken glas en suiker door elkaar, dan zeg je misschien: ‘O, wat zonde! Dat kun je niet meer opeten.’ Maar dat is wat anders.

Als ik in mijn auto te hard rijd en geflitst word, en als dan een paar dagen later op de deurmat een envelop van het Centraal Justitieel Incassobureau ligt, dan denk ik dat mijn vrouw zegt: ‘Dat is zonde, man. Je moet niet zo hard rijden.’

Ze bedoelt natuurlijk: ‘Dat is jammer van het geld.’ Maar wat ze zegt, klopt wel: het is zonde. Ik heb het gebod van de overheid overtreden, en daarmee de wet van God.

 

Zonde is: de wet van God overtreden. Niet naar Hem luisteren. Doen waar je zelf zin in hebt. Geen boodschap hebben aan Gods gebod en Gods wet. Zonde is denken: God zegt dit wel, maar ik heb er zo mijn eigen gedachten over. Ik doe het anders.

 

Zonde is: willens en wetens de wet overtreden. Je overtreedt de wet, de flitskast flitst… en ik denk: dom, foutje, volgende keer voorzichtiger rijden, op tijd afremmen, en daarna kan ik weer hard doorrijden. Toch?

Maar als je zo denkt, dan lijkt zonde dommigheid. Dan lijkt zonde een vergissing, een foutje, waarvan je kunt zeggen: ‘Sorry, ik zal het de volgende keer anders doen. Ik had het zo niet bedoeld.’ Of je denkt: ik had het slimmer aan moeten pakken.

 

Maar de Bijbel geeft een heel ander beeld van zonde. Zonde is volgens de Bijbel iets wat je heel bewust en expres doet. Iets wat je opzettelijk doet tegen God.

Dat is het eerste. Zonde is doelbewust en opzettelijk.

 

Het tweede is: zonde is ook heel hardnekkig. Je doet het niet zomaar een keer, je doet het steeds weer. Jeremia zegt het zo: De zonde van Juda is geschreven met een ijzeren griffie – met een pen van ijzer – met de punt van een diamant; gegraven – dat wil zeggen: gekrast – in de tafel van hun hart (Jer.17:1). Aan de binnenkant van mijn hart, daar zit het vast.

 

Het derde is: zonde is onuitwisbaar. Zonde is dus doelbewust, hardnekkig en onuitwisbaar. Het zit in je. Eigenlijk zou je kunnen zeggen: de zonde, dat ben je zelf.

Jeremia zegt daar over: Zal ook een Moorman – iemand met een donkere huid – zijn huid veranderen – lichter kunnen maken – of een luipaard zijn vlekken – van zijn vacht – veranderen? Zo zult u ook kunnen goed doen – niet dus! – die geleerd zijt kwaad te doen (Jer.13:23).

 

Eigenlijk zit de zonde al onuitwisbaar in je hart voor je geboren wordt. Dat heeft David in Psalm 51 gezegd: Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen (Ps.51:5). ‘Toen ik als baby’tje nog in de buik van mijn moeder zat, was er al zonde in mij, in mijn hart.’

De zonde zit eigenlijk in heel je leven. De zonde zit in je hart, in je hoofd, in je gedachten, in alles wat je denkt en wat je doet.

Het is precies zoals mama zegt. Zij zegt niet: ‘Je doet zo lief’, maar wel: ‘Je bent lief.’ Dat zegt God nu ook: ‘Je doet niet alleen zonde’, maar Hij zegt: ‘Jij, u, ik… je bént zonde!’ Helemaal. Van top tot teen: zonde!

 

Jongens en meisjes, in onze tekst staat dat de Heilige Geest ons van zonde overtuigt.

Ook al zo’n moeilijk woord: overtuigen. Wat betekent dat eigenlijk?

Misschien heb je in de krant wel eens gelezen dat iemand wordt verdacht van een moord. Hij is opgepakt en in de gevangenis gezet. Er worden allerlei bewijzen bij elkaar gezocht, op een rijtje gezet, en uiteindelijk moet die verdachte voor de rechter verschijnen. Voor de rechtbank. En wat staat er dan in de krant? ‘De rechter vond het bewijs tegen de misdadiger overtuigend.’

Overtuigen wil eigenlijk zeggen: aan het licht brengen. Met licht erop gaan schijnen. Ontmaskeren. Het masker er af trekken.

In het begin probeer je nog tegen de rechter te zeggen: ‘Nee, het is niet helemaal waar, die ander deed het ook, en zij ook, en ik deed het niet expres…’ Je probeert je achter anderen te verschuilen. Je probeert jezelf te verontschuldigen. Maar hoe langer die ondervraging door de rechter duurt, hoe moeilijker het wordt.

Uiteindelijk zeg je: ‘Ja... ja, het is waar!’

Je masker valt af. Je staat voor de rechter als een misdadiger en je zegt: ‘Ja, meneer de rechter, het is waar. Ik heb geen excuus meer. U hebt helemaal gelijk. Ik probeerde wel onschuldig te lijken en ik probeerde er wel onderuit te komen, maar nu moet ik het toegeven: Ja, u hebt gelijk. Het bewijs is geleverd. Het is duidelijk: ik ben schuldig, ik ben een misdadiger.’

 

Hebt u dat eigenlijk in uw hart ook wel eens gezegd tegen de Heere, eerlijk, op uw knieën voor God: ‘Ja, Heere, hoogste Rechter, ik ben een misdadiger. Ik ben schuldig. Al mijn excuses die ik altijd probeer aan te voeren zijn ongeldig! U hebt gelijk. Ik ben schuldig.’

 

Misschien denkt u bij uzelf: ‘Ja maar, luister eens. Het is Pinksteren. Is dat nu het werk van de Heilige Geest, om ons mensen, als staande voor een rechtbank, te ontmaskeren? Is het niet veel meer het werk van de Heilige Geest om ons mensen te overtuigen van Gods liefde en goedheid?’

Ja, zo zouden we het wel graag willen hebben. Maar volgens de Heere Jezus – Hij zegt het in onze tekst – werkt de Heilige Geest niet zo.

Hij herinnert ons niet in de eerste plaats aan Gods liefde, maar Hij wijst ons op onze haat tegen God.

Het helpt ons niet om de zonde te vergeten, overtuigt ons er juist van.

De Heilige Geest speelt niet op een betoverende fluit om de zonde in het niets te laten verdwijnen, maar Hij stelt ze ons juist voor ogen.

Hij stelt ons in staat van… beschuldiging!

 

De Geest overtuigt de wereld. De zondige, de van God vervreemde wereld, die niet overtuigd wil worden.

Johannes heeft dat al eerder gezegd in Johannes 3: de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos (Joh.3:19).

Het licht schijnt in de duisternis. Maar de mensen zeggen: ‘Wij willen dat licht niet. Laat ons toch in de duisternis.’ Net als wanneer het ‘s avonds donker is en de gordijnen open zijn, en iemand met een zaklantaarn naar binnen gaat schijnen. Dan zeg je: ‘Nee, de gordijnen dicht! Ze mogen ons niet zien!’

Zo zijn wij. Wij hebben de duisternis liever dan het licht. Maar de Geest gaat door. ‘Dwars door ons verzet heen gaat de Geest tóch overtuigen’, zegt de Heere Jezus Christus.

 

U zegt: is dat nu nodig? Moet u nu steeds preken over ontdekking? Moet het echt door ontdekking? Kan het niet zonder? Kan je niet ook alleen door de liefde van God geleid worden, zonder iets te zien van je zonde en schuld voor God?

Ja, die zondekennis is nodig. Dat hoort, zou je kunnen zeggen, bij het grondpatroon van Gods werk in het leven van mensen.

Dat blijkt al uit het Oude Testament. Ik geef zomaar een voorbeeld. Lees het gebed van Hanna maar eens in 1 Samuël 2 vers 6: De Heere doodt – ontdekt aan zonde – en maakt levend; Hij doet ter helle nederdalen, en Hij doet weder opkomen.

Of een andere tekst, uit het Nieuwe Testament: Die gezond zijn hebben de medicijnmeester – de dokter – niet van node, maar die ziek zijn (Luk.5:31).

Dus wie erkent en gelooft dat hij een Zaligmaker nodig heeft? Alleen degene die zijn schuld en verlorenheid voor God kent en doorleeft.

 

De Geest overtuigt dus van zonde. De tweede vraag die we stellen is:

 

2. Hoe overtuigt de Heilige Geest?

 

Over de overtuiging van zonde bestaan nogal wat misvattingen en verkeerde gedachten. Eerst wat het níet is.

Overtuiging is niet hetzelfde als zwaarmoedigheid, somberheid, of – hoe erg dat ook is – depressiviteit. Want ook iemand met een uitgesproken optimistisch karakter wordt overtuigd door de Geest van zijn of haar zonde.

Het is ook niet hetzelfde als moeite, verdriet, lijden of pijn.

Het is ook niet een soort psychologisch zelfinzicht waardoor je jezelf steeds beter leert kennen en uiteindelijk ook overtuigd bent van de slechte kant van je innerlijk.

Nee, kennis van zonde is iets heel anders. Zonde in de Bijbel heeft nog een heel ander aspect.

 

Ik zei zo-even: zonde is opzettelijk, doelbewust, hardnekkig en onuitwisbaar. Dat is waar. Maar zonde in de Bijbel heeft ook alles te maken met een verhouding tot iemand, je relatie met iemand. Je zondigt niet in het luchtledige, maar je zondigt tegen God in de hemel. Overtuiging van zonde wil zeggen: zien tegen Wie je gezondigd hebt. Je hebt gezondigd tegen God.

Realiseert u zich dat wel, gemeente? Wij zondigen niet zomaar in het luchtledige. Wij zondigen iedere keer rechtstreeks tegen God.

Overtuiging van zonde is: zien tegen Wie je gezondigd hebt. Zien dat je God, je Schepper en Maker, vergeten hebt en het doel van je leven hebt gemist en dat je ten diepste altijd en iedere dag weer leeft in opstand en vijandschap tegen God. In rebellie tegen de Almachtige in de hemel.

 

Is iedere overtuiging van zonde zaligmakend? Is alle onrust die in je leven ontstaat, bijvoorbeeld door het horen van het Woord van God, het zaligmakende werk van de Heilige Geest? Het is goed om daar samen vanmorgen over na te denken.

Als je in de Bijbel kijkt, zie je soms dat mensen heel diep geraakt worden door het Woord van de Heere. Koning Achab bijvoorbeeld. Op een gegeven moment, als de profeet bij hem is geweest, vernedert hij zich. De Heere zegt van hem: Hebt u gezien dat Achab zich vernedert voor Mijn aangezicht? (1 Kon.21:29) Wat een diepe vernedering! Maar een eindje verder lees je dat Achab gewoon weer doorgaat…

Neem Judas. Hij voelt zijn misdaad en heeft diep berouw, spijt in zijn hart. En wat gebeurt er? Hij vlucht weg en het loopt slecht af…

Koning Felix dan. Paulus preekt voor de koning. Als Paulus dan spreekt over het komende gericht, wordt zijn hart diep geraakt. En dan zegt Felix: ‘Stop! Genoeg! Maak me alsjeblieft niet nog onrustiger. Kom later terug. Je hebt mooi gesproken, maar voor nu is het genoeg.’

Onrust die verdwijnt…

 

Ouderen, ik spreek u vooral aan. Kent u dat uit uw eigen leven? Vroeger nog wel eens diep geraakt door het Woord, met tranen in de bank gezeten, ontwaakt uit uw dodelijke rust. Maar nu jaren later zegt u: ‘het Woord raakt me eigenlijk nooit meer. Het lijkt wel alsof ik wakker geschud was, maar daarna weer in slaap gevallen ben. En sindsdien slaap ik dieper dan ooit tevoren.

O, wees toch gewaarschuwd, uw toestand is levensgevaarlijk!

 

Gemeente, waaraan ken je nu de echte overtuiging door God de Heilige Geest?

Laten we luisteren naar het Woord. Niet naar de ervaringen van mensen, maar gewoon naar wat de Bijbel zegt.

Bijvoorbeeld in het Oude Testament. Neem Zacharia 12 vers 10. Het gaat daar over Pinksteren: Doch over het huis Davids – dit zegt de Heere – en over de inwoners van Jeruzalem – we zouden zeggen: over de kerkmensen – zal Ik – met Pinksteren – uitstorten de Geest der genade en der gebeden, en – wat doet die Geest? – zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen als met de rouwklage over een enige zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt – huilt – over een eerstgeborene.

Diep verdriet in het hart. Rouw als over het verlies van een eniggeboren zoon, van je enige kind. Verdriet, pijn die niemand anders begrijpen kan, dan wie ooit ook zijn eigen kind verloor. Het is er altijd, het gaat nooit meer weg. Het zit op de bodem van je hart en er hoeft maar iets te gebeuren en het komt zo weer naar boven. Een diep verdriet. Je bent ontroostbaar. Mijn kind verloren!

Ware overtuiging is een diep besef in het hart dat ik leef onder de toorn van de Almachtige. Waarom? Omdat ik Christus gekruisigd en God gelasterd heb.

 

Overtuiging door God de Heilige Geest houdt in: rouw, diep verdriet, maar ook kleinheid en verootmoediging. Want in de tegenwoordigheid van God de Allerhoogste voel ik me een onwaardige zondaar.

Simon Petrus zei: Heere, ga uit van mij, want ik ben een zondig mens (Luk.5:8). De Kananese vrouw vergelijkt zichzelf met een onreine hond. En de hoofdman over honderd zegt: Heere, ik ben niet waardig dat U onder mijn dak zou inkomen (Matth.8:8).

Hoe dichter je bij God bent, hoe dichter God bij je is, des te kleiner je wordt en onwaardiger je jezelf voelt. Dit is een zuivere toets van het werk van God in uw leven. Gemeente, kijk maar eerlijk in uw eigen hart. God maakt klein. God vernedert. God laat buigen.

 

Overtuiging van zonde gaat ook gepaard met een hartelijke belijdenis, zoals in Psalm 32 vers 5: Mijn zonde maakte ik U bekend en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zei: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor de Heere.

 

Het is een overtuiging die een begin heeft, maar – net zoals bij rouw en verdriet om het verlies van een kind – het verdwijnt niet. Het heeft een begin, maar het verdiept zich gaandeweg.

 

Kijk maar in gedachten naar die mannen op de pinksterdag. Daar staan ze, de mannen die Christus gekruisigd hebben. Aangeklaagd door de grote Aanklager, God de Heilige Geest. Petrus zegt tot hen in Handelingen 2 vers 22 en 23: Israëlitische mannen, hoor deze woorden: Jezus de Nazarener, een Man van God onder u betoond door krachten en wonderen, en tekenen – met andere woorden: u had het kunnen weten – die God door Hem gedaan heeft, in het midden van u, zoals ook u zelf weet. Deze, door de bepaalde raad en voorkennis Gods overgegeven zijnde, hebt u genomen(!) en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood.

Gedood door de handen van de Romeinen. Dat waren de handen. ‘Maar het kwam uit uw hart’, zegt Petrus. En – staat er – als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart (Hand.2:37).

Letterlijk staat er: hun hart werd doorpriemd. Doorstoken, als met een mes tot in het binnenste van het hart.

Dat is wat geen dominee doen kan, wat geen ouderling of diaken kan, geen vriend kan, geen ouder kan. Met een pijl doordringen tot in het diepste van het hart, dat is voor mensen onmogelijk. Dwars door al die lagen van het gesloten hart. Want laten we eerlijk zijn voor de Heere: hoe vaak hebt u geen preken gehoord die allemaal afketsten op de harde buitenkant van uw hart? Hoe vaak bent u niet liefdevol genodigd zonder dat die woorden het binnenste van uw stenen hart raakten?

 

Maar als de Heilige Geest komt, dringt Hij met goddelijke kracht dwars door al die lagen heen, zoals onze Dordtse Leerregels zeggen: ‘God dringt ook in tot de binnenste delen des mensen met de krachtige werking van diezelfde wederbarende Geest; Hij opent het hart dat gesloten is; Hij vermurwt dat hard is; Hij besnijdt dat onbesneden is.’

 

De pijlen van de Geest zijn scherp en treffen diep in het hart van des Konings vijanden. Gemeente, of u ooit in uw leven zo getroffen bent door een pijl van de Heilige Geest, die doordrong tot in het diepst van uw hart, dat kunt u weten. Dat blijft niet onopgemerkt. Je zegt toch in het gewone leven ook niet: ‘Ik kreeg een messteek in mijn hart, maar ik voelde er niets van en liep gewoon door’?

Als de Geest u ooit getroffen heeft in uw hart, dan weet u dat. Als laag na laag, schil na schil van dat harde hart doorstoken is, dan veroorzaakt dat rouw, pijn en verdriet. Want de pijl van de Trooster die door de harde lagen van uw hart dringt, veroorzaakt eerst – in liefde en in genade – verdriet en pijn.

 

Is die eerste, die buitenste laag, vaak niet een hele actuele zonde? Zoals bij Paulus de vervolging van de gemeente? Zoals bij de Samaritaanse vrouw haar overspel?

De Geest prikt in die laag van die actuele zonde, maar dringt ook dieper door. De pijlen dringen dieper en dieper in het hart van ’s Konings vijanden. Hij ontdekt mij niet alleen aan zonden die ook voor anderen zichtbaar zijn, maar Hij ontdekt mij ook aan mijn zondige gedachten, verlangens, emoties, begeerten en lusten. Zoals de dichter zegt: U stelt onze ongerechtigheden voor U, onze heimelijke zonden – die niemand weet en niemand ziet – in het licht van Uw aanschijn (Ps.90:8).

 

Maar dieper dringt de Geest door in dat gesloten hart. Ik heb de zonde niet alleen gedaan, maar bovendien: ik hield er van. Ik deed de zonde met zoveel plezier, het was mijn lust en mijn leven. Vandaar die oude uitdrukking, je kent hem wel: wat een lust was – de zonde – wordt een last, en wat een last was – de dienst van de Heere – wordt een lust.

Nog dieper dringt die pijl van de Geest door. Ik heb niet alleen zonde gedaan in mijn doen, in mijn denken, met mijn woorden en mijn handen, maar ik bén zonde.

De zonde? Dat ben ik!

Dieper, nog dieper dringt die pijl door. Tot in het binnenste van het hart. Ik had gedacht, en misschien wel gezegd: ‘Ik kan, ik wil en ik zal mezelf verbeteren.’ Maar de Geest overtuigt me dat er geen beginnen aan is. Onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad!

 

Dit werk van overtuiging is soms krachtig en snel, met goddelijke kracht. In anderen is het ook krachtig, maar dan meer een proces van maanden of jaren.

Maar het dringt door van de zonde van de buitenkant, naar de zonde van het hart.

Het dringt door van de zonde tegen de naaste, naar de zonde tegen God.

Het dringt door van iets naar alles: Ik ben zonde voor God.

 

Gemeente, mijn vraag aan u is: bent u overtuigd van zonde? Geeft u eens een eerlijk antwoord. Want het heil van uw ziel staat op het spel. Bent u ooit in uw leven overtuigd van zonde? Als u ‘nee’ zegt, dan moet ik tegen u zeggen: dan woont de Geest van God niet in uw hart. Want u kunt mooie dingen vertellen, diepe geestelijke ervaringen kennen, maar als u nooit overtuigd bent van zonde, dan woont de Geest van God niet in uw hart.

 

De Geest doorpriemt en ontmaskert de mannen en vrouwen op de pinksterdag als zondaars. Overtuigen is ontmaskeren. Het masker aftrekken.

Jongens en meisjes, stel het je maar voor alsof je iemand met een masker voor ziet lopen. Je denkt: zou het misschien één van mijn vriendjes of vriendinnetjes zijn? Als je dan wilt weten wie het is, dan trek je dat masker af en dan zie je wie het is. ‘O, ben jij het!’

Zo ontmaskert de Heilige Geest die godsdienstige mannen van Jeruzalem.

En zo ontmaskert de Heilige Geest ook heden ten dage vrome kerkmensen, die gerust leven en tevreden zijn met wat indrukken.

Mensen die zeggen: ‘Ja maar, ik ben echt niet onverschillig. Mijn leven is ook anders dan vroeger.’

Mensen die zeggen: ‘Ik doe toch mijn best? Ik bid mijn hele leven al en wacht al zo lang. Ik ben één van die weinigen die ‘eerlijk onbekeerd’ in de kerk zit.’

Mensen die bouwen op hun ernst: Ik ben ernstig, ik ben ook echt bezig met de dingen van de eeuwigheid.

Mensen die zeggen: ‘Ik ben gelukkig anders dan de anderen in de kerk.’

Gemeente, de Geest trekt uw masker af en zegt: ‘Kijk, dat bent u: goddeloos! U hebt tegen God gezondigd. Uw leven lijkt wel een leven van vroomheid, maar het is een leven van blinkende en stinkende zonden voor Mijn aangezicht.’

 

De pijlen van de Geest dringen diep door in het hart van een zondaar: laag na laag, schil na schil. Toen, in de harten van de pinksterlingen. Nu, in harten van kerkmensen.

Tot op die laatste, die meest harde laag: de grootste zonde.

De zilveren pijl van de Geest schiet dwars door al die lagen heen en raakt tot aan de diepste laag en wijst op de zonde van… ongeloof. Dat lezen we in vers 9: De Heilige Geest overtuigt van zonde, omdat zij in Mij niet geloven.

 

Gemeente, heeft de Geest u ooit overtuigd van de zonde van ongeloof? Dat u niet in Christus kon en wilde geloven? In Zijn liefde, in Zijn macht, in Zijn bereidheid om te betalen, om uw schuld weg te nemen, en u met God te verzoenen? Zodat u uit moest roepen: ‘O Heere, schenk me toch geloof. Ik kan niet geloven. Had ik maar geloof om tot U te vluchten.’

Als u in uw hart nooit gevoeld en ervaren hebt dat u niet kunt geloven, is dat een zeker bewijs dat de Geest niet in uw hart woont. Want dit is de climax van Zijn werk: Hij overtuigt van heel veel zonden, maar vooral van deze zonde: van ongeloof.

Werkelijk, geen groter zonde is denkbaar dan deze.

 

Ouderen in de kerk, hebt u ooit uitgeroepen: ‘O God, ik heb jarenlang doorgebracht in rebellie en vijandschap tegen het evangelie. Niet geluisterd, niet vertrouwd, niet geloofd. O God, wees mij genadig vanwege mijn ongeloof’?

Groter zonde dan ongeloof is ondenkbaar.

 

Misschien zegt u: ‘Ja maar, ik leef niet in overspel. Ik ben geen moordenaar. Ik steel niet. Ik dien geen afgoden.’

Dat zal waar zijn. Maar als u niet gelooft, dan zeg ik u heden, op grond van het Woord van God: wat is er erger dan dat u de liefde van Christus niet gelooft? Wat is het erg dat er nooit tranen van verwondering in uw ogen hebben gebrand over de liefde van de Zaligmaker. Hij, Die wil omkijken naar zo’n slecht iemand als u bent.

Wat is het erg als de snaren van uw hart nooit geraakt worden wanneer voorin de kerk, tot gedachtenis aan het bittere lijden van die lieve Zaligmaker Jezus Christus, het brood gebroken wordt, de drinkbeker leeggegoten… O, wat is dat toch een verschrikkelijk kwaad voor God! De Zoon van God, in deze duistere wereld gekomen als het Licht, om mensen zoals u te redden uit de duisternis van de dood… Maar u? Niet geraakt, niet bewogen. U gelooft Zijn zondaarsliefde niet. Echt, niets is erger dan dat!

 

Ondertussen – laten we eerlijk zijn – verbergt u zich achter allerlei maskers. U verbergt uzelf achter het masker van allerlei Bijbelse moeilijkheden. U discussieert over teksten die u eigenlijk niet begrijpt. U probeert door te dringen in Gods eeuwige raad. Maar… u stelt geen eerlijke vragen aan uw ziel.

U kunt beter eerlijk zeggen: ‘Ik geloof de liefde van Christus niet.’

U zegt: ‘Ik ben te slecht voor Christus.’ Maar wees eerlijk: u gelooft Zijn bereidheid niet om te vergeven. En ten diepste gelooft u ook uw eigen slechtheid niet. Het is ongeloof.

U: ‘Ja maar, een mens kan toch niets aannemen? Dus ik wacht op God. God moet het doen.’ Maar ik zeg u: u verwerpt de Zaligmaker. U gooit weg wat u aangeboden wordt. U verzet u en zo veracht u de liefde van Christus en vertrapt u Zijn bloed. Dat is de zonde van ongeloof. Dat is geen ootmoed, maar hoogmoed!

U zegt: ‘Ik ben te slecht.’ Maar u bedoelt: ‘Ik ben te goed.’

U zegt: ‘Ik ben onwaardig.’ Maar uw hart zegt in stilte: ‘Weg met Deze, kruis Hem!’

O, wat een diep ellendig mens bent u, die niet gelooft! De hemel huilt over u! En onze harten huilen mee over uw ellendige toestand.

 

Gemeente, waarom zijn er kerkmensen in de hel? Het is niet omdat ze gokten, omdat ze overspel pleegden, omdat het dieven waren of moordenaars. Van dat soort is de hemel vol!

Maar het is om deze zonde: het ongeloof!

Dat brengt u, onbekeerde vrienden, als u zo doorgaat in de hel. Dat u te trots bent om te buigen. Dat u te trost en te hoogmoedig bent, om zich als een arme zondaar te laten zaligen.

Dat u God een leugenaar noemt en de liefde van Zijn Zoon veracht.

Om die zonde zult u, als u zo doorgaat, verdoemd worden.

Want Christus heeft gezegd: Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem (Joh.3:36).

Maar: Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden (Mark.16:16).

 

Misschien denkt u bij uzelf: wat zegt u vandaag toch scherpe en angstaanjagende dingen. Gun me toch de tijd. Gun me een paar weken, of een paar maanden om mezelf te bekeren en er rustig over na te denken.

Ja maar, God gunt u die tijd niet. En ik weet ook niet hoe lang u nog leven zult. Eén van ons zal de eerstvolgende zijn die voor God verschijnt.

En mijn vraag aan u is: kunt u dan voor God bestaan? Want er zijn zo veel mensen, ook onder ons, die denken dat er in de eeuwige rampzaligheid, in de hel, een afzonderlijk gedeelte is met ereplaatsen voor nette kerkmensen, voor brave mensen die het goed bedoeld hebben.

Maar ik zeg u de schrikkelijke waarheid: dat de diepste en onderste delen van de hel bestemd zijn voor mensen die de weg hebben geweten en niet hebben willen bewandelen.

 

O, veracht toch de liefde van Christus niet! Zie de tranen die over Zijn wangen lopen als Hij u toeroept: Hoe menigmaal – hoe vaak – heb Ik u willen bijeen vergaderen, zoals een hen haar kuikens bijeen vergadert onder de vleugels, maar u hebt niet gewild. U wilde niet buigen voor Mij.

Het zal Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn in de dag van het oordeel, dan u.

Bedenk wat tot uw vrede dient en kom bukkend en buigend tot de Zaligmaker. Laat vallen dat masker van vrome kerkmens en word toch een arme zondaar en goddeloze voor God. En laat u op deze dag als een vijand met God verzoenen.

We gaan nu samen eerst zingen.

 

Onze laatste, onze derde vraag:

 

3. Waarom overtuigt de Heilige Geest?

 

De Heilige Geest klaagt aan, ontmaskert en overtuigt. Waarom doet Hij dat?

Gemeente, heb toch geen harde gedachten over God en de Heilige Geest. Het is Christus Die op de deur van uw hart klopt. Als de Geest u wil overtuigen van zonde, dan is dat gericht op uw behoud.

Jongens en meisjes, de Heere is er niet op uit om je ellende te bezorgen. Je leven zonder God is al totaal ellendig. Hij zoekt je behoud, je geluk, je vrede, je blijdschap.

 

Gemeente, overtuiging van zonde is gericht op uw behoud. Opdat u de zaligheid niet in uzelf zou zoeken, maar buiten uzelf in Christus. Opdat u zou leren wat dat andere woordje betekent, dat volgt in onze tekst. Want de Heilige Geest overtuigt van zonde, maar Hij overtuigt ook – daarop moet het uitlopen – van gerechtigheid!

 

Jongens, meisjes, dat is een moeilijk woord: gerechtigheid. Wat betekent dat eigenlijk? Als er staat dat de Heilige Geest overtuigt van gerechtigheid, luister dan eens goed naar dat woordje. Er zit een ander klein woordje in, namelijk: recht.

Dat woordje ‘recht’ doet ons terugdenken aan het paradijs. Toen was alles recht. Toen was er geen zonde. Toen konden we als mens recht tegenover de Heere staan. Je zou kunnen zeggen: toen konden we de Heere recht in de ogen kijken.

Maar toen kwam de zonde. Alles ging stuk.

En wat we nu nodig hebben om dat weer goed te maken, dát bedoelt de Bijbel met dat woordje ‘gerechtigheid’.

 

‘Gerechtigheid hebben’ is nodig om het weer goed te maken tussen de Heere God en je zondige hart. Maar die gerechtigheid hebben we niet van onszelf. Dat denken we wel vaak, maar dat is niet zo. Alleen de gerechtigheid van de Heere Jezus Christus (dat wil zeggen: Zijn verdienste en Zijn werk) kan een arme zondaar met God verzoenen.

Dus heb je de Heere Jezus nodig. Door het werk en de verdienste van de Heere Jezus alleen kan het weer goed komen tussen God en jou.

 

Als de Heilige Geest ons plaatst in dat goddelijke gericht, voor de hoogste heilige en rechtvaardige Rechter, dan staan we daar… ontmaskerd in ons ongeloof.

Dat kan alleen maar je doodvonnis betekenen.

Maar dan, juist dan, blijkt de Geest ook werkelijk de Trooster te zijn, als Hij je met je verbroken en verslagen hart wijst op een andere werkelijkheid. Niet op de werkelijkheid van mijn hart, maar op de werkelijkheid van het offer van Christus. Op de werkelijkheid van Zijn verdienste, Zijn liefde en Zijn gewilligheid.

Verslagen zondaar, Christus is van harte en met al Zijn liefde bereid om al je zonde te verzoenen en weg te wassen!

Als ik op mezelf zie, dan zie ik alleen maar zonde. Als ik op Hem zie, dan zie ik zondeloosheid.

In mij is onvermogen en ongerechtigheid. In Hem is alle macht en vermogen. In Hem is gerechtigheid.

In mij is schuld. In Hem is volkomen betaling.

In mij is niets. Maar in Christus is alles.

 

Wat wordt die Christus dan dierbaar en kostbaar in de ogen van zo’n verslagen zondaar met zo’n doorpriemd en doorstoken hart.

Zeg je dan niet in je hart: ‘Ja, Hem heb ik nodig! Zijn gerechtigheid!?

Want die ziek zijn hebben een dokter nodig. Verlorenen en mensen die doorstoken zijn in hun hart, hebben een Zaligmaker nodig.

O, de gerechtigheid van Christus, Zijn gerechtigheid, Zijn verdiensten, Zijn liefde, dat verandert de tranen van bitterheid in tranen van hoop en blijdschap.

Als je schuldverslagen ziel op Christus mag zien, dan kan het niet anders, dan roep je uit: ‘Dat is Hem! Hij is veel schoner dan de mensenkinderen, want op Zijn lippen is genade uitgestort. Voor zo’n slecht mens als ik.’

 

Zoekt u verzoening en voldoening voor uw hemelhoge schuld voor God? Voelt u in uw hart dat er betaald moet worden?

Verwonder u dan, dat er op de woorden dat ‘de Geest van zonde overtuigt’, niet volgt: ‘En daarna komt de definitieve afrekening…’ Dat zou wat ons betreft te verwachten zijn. Maar het staat er niet.

Er volgt gerechtigheid. Een gerechtigheid, die tot ons komt, van… een Ander.

O, wonder van vrije, goddelijke genade en ontferming!

Hier is het enige betaalmiddel: Christus Jezus. Het evangelie wijst Hem aan als de Weg, de Waarheid en het Leven. En de Heilige Geest wil het uit Hem nemen en u verkondigen.

 

U die God zoekt, u die hongert en dorst naar gerechtigheid, u die uitziet naar de kennis van Hem: zie toch af van alles van uzelf. Maar laat ook niets en niemand u weerhouden om de toevlucht te nemen tot Christus. Want in Hem is behoud en zaligheid. Laat niets en niemand u weerhouden om tot Hem te vluchten, om de zoom van Zijn kleed aan te grijpen!

Laat alles achter en kom met het afgerukte masker en met uw lege handen tot Christus, en Hij zal u in al Zijn zondaarsliefde van harte omhelzen.

 

Misschien denkt u bij zichzelf: ‘Ja, dat is nu juist de vraag van mijn hart. Zou ik wel welkom zijn bij Hem, met mijn hemelhoge schuld?

Ik zeg u, op grond van het Woord: Hij zal u van harte verwelkomen, want: Deze ontvangt de zondaars en eet met hen (Luk.15:2).’

Hij wordt zelfs een Vriend van tollenaars en zondaars genoemd.

 

Misschien zegt u: ‘Ja, wist ik het maar. Ik zou misschien wel geloven als ik met naam en toenaam genoemd zou worden in de Bijbel en in het evangelie, maar nu... ik twijfel zo of ik wel welkom ben.’

Wat is uw naam? Wie bent u? U zegt: ‘Ik ben door en door slecht.’

Bent u slecht? Dan zegt het evangelie: ‘Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts en kome zo tot Christus.’

Bent u goddeloos? Zegt u: ‘Ja, dat is het probleem. Mijn hart is door en door goddeloos’?

O, kom dan toch tot Hem Die de goddelozen rechtvaardigt!

Bent u dood in uzelf? U zegt: ‘Ja, dat is de kwaal van mijn hart. Zo veel dood in mijn hart.’

O, neig dan uw oor en kom tot Christus! Hoor, en uw dode ziel zal leven!

Bent u beladen met zonde en schuld? Zegt u: ‘Ja, daaronder ga ik gebukt. Ik ben zo moe van die last van mijn leven’?

Het is Christus Die u toeroept: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven (Matth.11:28).

Voelt u zo uw verzet en vijandschap tegen vrije genade? Zegt u: ‘Ja, dat is mijn kwaal. Ik ben een vijand van vrije genade’? O, weet dan toch dat vijanden met God verzoend worden, door het bloed van Zijn lieve Zoon.

 

De Heilige Geest overtuigt de wereld. De wereld! Dat wil zeggen: niet alleen voor ontdekte en schuldverslagen zondaren, maar ook voor hardnekkige en dode zondaren is er een weg geopend, is er een Zaligmaker beschikbaar. Het evangelie sluit niemand uit. Hoe slecht u ook bent. Hoe hard u ook bent. Hoe oud u ook bent. Het evangelie sluit niemand uit. U kunt wel uzelf uitsluiten. Maar dat is uw schuld.

 

Het evangelie roept u toe: ‘Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts en kome tot Christus!’ Tot u, o mannen, roep Ik, en Mijn stem is tot de mensenkinderen (Spr.8:4).

Slechten, verlaat toch de slechtheid en de zonde en leef!

Kom met koorden van veroordeling om de hals. Dat is geen voorwaarde, maar de weg die u gewezen wordt. Kom tot Christus, met smeking en geween.

 

Als u níet komt, gaat u zeker verloren. Maar hoor nog eenmaal de stem van onze lieve Heere en Zaligmaker, Die u allen toeroept:

 

Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen (Joh.6:37).

 

Amen.