Ds. A.T. Vergunst - Prediker 12 : 1

Hoe jonge mensen hun dagen moeten invullen

Gedenk dat Ik je Schepper ben
Gedenk vooral aan Mij als je jong bent

Prediker 12 : 1

Prediker 12
1
En gedenk aan uw Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer dat de kwade dagen komen, en de jaren naderen, van dewelke gij zeggen zult: Ik heb geen lust in dezelve.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 95: 1, 3, 4
Lezen : Prediker 11: 9 - 12: 14
Zingen : Psalm 19: 4, 6
Zingen : Psalm 119: 5, 17
Zingen : Psalm 1: 1, 2

Het is bijzonder om jong te zijn. De jonkheid of de dagen van onze jeugd zijn zo ontzaglijk mooi en rijk; het is een tijd om van te genieten. Dat staat ook in de Bijbel: Verblijd u, o jongeling, in uw jeugd, en laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap. De Schepper ziet met goedkeuring neer op een jong kalfje dat loopt te huppelen in het weiland, op een lammetje dat springt, en op kinderen die het fijn vinden om jong te zijn. Er zit zoveel moois in.

Maar toch zijn er grenzen. Dat horen we duidelijk in het gedeelte van Prediker 11 dat is voorgelezen, waarin de prediker zegt: Maar weet dat God om al deze dingen u zal doen komen voor het gericht.

Als jonge mensen vergeten we dat soms, en ook als ouderen doen we dat veel te veel. Jongelui, we moeten zó van onze jeugd leren genieten, dat je als je ouder wordt nooit met spijt terugkijkt. De Schepper wil dat wij zo over onze jeugdjaren denken en ze zo beleven.

 

Onze tekstwoorden vindt u in het eerste vers van hoofdstuk 12 van het boek Prediker. Laten we dat vers samen nog eens lezen. De Schepper, later in dit hoofdstuk wordt Hij de Herder genoemd, zegt hier:

 

En gedenk aan uw Schepper in de dagen uwer jongelingschap, eer (dat betekent: voordat) dat de kwade dagen komen, en de jaren naderen, van dewelke gij zeggen zult: Ik heb geen lust in dezelve (ofwel: ik heb er geen zin meer in).

 

In deze woorden horen we de Schepper tegen ons spreken. De Schepper Die jou en mij gemaakt heeft, spreekt tot ons over hoe wij onze dagen als jonge mensen moeten invullen.

 

Er liggen twee gedachten in onze tekst:

1. Ten eerste zegt Hij: Gedenk dat Ik je Schepper ben. Zo noemt Hij Zichzelf in de tekst: En gedenk aan uw Schepper.

2. Ten tweede zegt Hij: Gedenk vooral aan Mij als je jong bent. Want dat gaat de rest van je leven beïnvloeden. En niet alleen dit leven; kijk maar eens verder. Er komt een tijd dat dit leven eindigt. Daar spoeden we ons allen heen.

 

Onze eerste gedachte:

 

1. Gedenk dat Ik je Schepper ben

 

En gedenk aan Uw Schepper. Laten we die eerste woordjes eens even ontleden: En gedenk. Wat betekent dat woord ‘gedenk’ eigenlijk? ‘Denk eens aan Mij’?

Aan God denken; ik denk dat we dat allemaal wel eens doen. Maar dat is geen gedenken. Gedenken is niet: denk zomaar eens aan Mij, af en toe in je leven.

Gemeente, als ik nu aan de Heere vraag: ‘Gedenkt U aan mij, Heere’, wat vraag ik dan? Vraag ik dan: ‘Heere, wilt U eens aan mij denken?’

Nee, ‘gedenkt U aan mij’ betekent: ‘Heere, doet U iets voor mij.’ Dan vragen we Hem iets in verband met een bepaalde nood, of wat we ook voor Hem neerleggen.

Wanneer de Heere dus vraagt: Gedenk aan uw Schepper, dan betekent dat niet dat we zomaar eens aan Hem moeten denken. Nee, Hij bedoelt: Denk aan Mij en onderneem de juiste actie. Vooral als je jong bent. Doe wat Ik zeg, handel daarnaar, maak de juiste keuzes, doe geen dingen waarvan je ooit spijt zult krijgen, in het licht van het feit dat Ik jouw Schepper ben.

Daarom zegt de Heere dus: En gedenk aan uw Schepper. Gebruik je oren, gebruik je ogen, gebruik je tijd, gebruik – vooral als je jong bent – je leven op zo’n manier dat je niet vergeet dat Ik jouw Schepper ben.

Denken we daar zo aan? Leven jij en ik op deze wijze?

 

Waarom beveelt de Heere dit?

Gemeente, dit is geen advies, dit is een heilig gebod!

‘Gedenk aan Mij!’

Waarom zegt de Heere dit? En waarom wil de Schepper dat wij aan Hem denken?

Wel, ten eerste omdat Hij onze Schepper is. Ik heb mijzelf niet gemaakt. En u en jij evenmin. Ik ben gemaakt door de Schepper, ik ben geen ongeluk, ik ben geen evolutieproduct, ik ben een uniek schepsel. Er is niemand in de wereld zoals ik ben en zoals u bent.

U en ik dragen de vingerafdruk van een Schepper Die ons speciaal gemaakt heeft. Voor wie? Om voor onszelf te leven? Om plezier te hebben? Om carrière te maken?

Nee! Om Hem te dienen. Om Hem lief te hebben. Om mijn talenten, mijn tijd, mijn leven op zo’n manier te gebruiken dat ik iets mag laten zien van de liefde tot God en tot mijn medemens.

 

Leeft u in de wetenschap dat Hij u gemaakt heeft om Hem te dienen? Jongelui, laat ik er dan direct bij zeggen dat je nooit zo blij zal zijn, tenzij je Hem dient.

Dit is iets dat ik telkens weer moet herhalen. De duivel en de wereld zeggen: ‘Joh, doe waar je zin in hebt en je zult veel voldoening krijgen.’

Dat is de grootste leugen die er is. Kijk maar naar deze wereld. Zij valt helemaal uiteen.

Nee, de grootste voldoening en de hoogste vreugde gaan wij pas ondervinden als wij gaan leren onze Schepper te eren, vooral in de dagen als wij jong zijn.

 

Waarom wil de Schepper dit?

Ten eerste, zei ik: omdat Hij onze Schepper is. Maar in de tweede plaats: omdat de Schepper ook aan óns gedenkt. En wel dagelijks. Dagelijks zorgt Hij voor mij, voor u, voor jullie, voor ons allen. De psalmist zegt het in Psalm 145 vers 16 heel mooi: Gij doet Uw hand open, en verzadigt al wat er leeft naar Uw welbehagen.

Ik denk dat hier in de kerk niemand honger heeft. We hebben allemaal een ontbijt of een middagmaal op, denk ik.

Van wie kregen we dat? Van mama, van papa?

Nee, het is de hand van de Heere. ‘Hij overlaadt ons dag aan dag met Zijne gunstbewijzen.’ Hij is Schepper, Hij zorgt voor jou, Hij omringt ons met de kleinste en de minste dingen als een grote weldaad.

Ook vandaag zijn er tallozen op de vlucht, duizenden zijn er gedood door de Islamitische Staat, Afrika siddert voor het gevaar van ebola. Miljarden groeien op in omstandigheden waarin wij onze hond niet eens laten opgroeien.

De Schepper denkt wel heel goed aan mij en aan jou. En nu vraagt Hij: Gedenk aan uw Schepper Die al deze omstandigheden geeft, uw leven onderhoudt, en ons dag aan dag met Zijn gunstbewijzen overlaadt.

Maar wij leven zo ver bij die Schepper vandaan, hoewel Hij zo dicht bij ons leeft. Hij zorgt voor ons terwijl wij Hem verwerpen, terwijl wij Hem negeren, terwijl wij onze eigen agenda’s invullen. Zo zorgt Hij voor ons.

 

Waarom moeten we onze Schepper gedenken? In de derde plaats omdat Hij weet dat jij en ik Hem broodnodig hebben.

Jongelui, zonder Hem kun je niet leven. Ik heb eens met een jongen van een jaar of achttien, negentien, gesproken. Hij zei eerlijk tegen mij: ‘Dominee, ik heb God echt niet nodig. Ik ben gezond, ik heb een leuk meisje, ik heb m’n studie afgerond, ik heb een goede baan, ik heb God eigenlijk niet nodig in dit plaatje.’

Misschien voelen jullie je zo ook wel eens. Misschien durf je het niet eens hardop te zeggen. Maar ik heb hem toch moeten zeggen: ‘Dat hele plaatje dat je nu voor me neerzet, heb je omdat God het aan jou gaf.’

Misschien zeggen jullie: ‘Ja, daar heeft u wel gelijk in. We hebben God broodnodig.’

Ja, als we jong zijn denken we vaak dat we het wel kunnen coördineren. We kunnen alles doen, we zijn immers gezond en sterk. Maar de waarheid is dat we zonder Hem niet kunnen leven. De Schepper schept elk moment van mijn leven. Niet op dezelfde manier als Hij de wereld heeft geschapen, dat niet, maar Hij onderhoudt mij. Zonder Hem kan ik niets. Ik kan de realiteit van het leven echt niet aan.

Jonge mensen, ik was ook eens jong en dan denken dat we de realiteit van dit leven wel aankunnen. Maar jij en ik kunnen de realiteit van ons leven niet aan zonder God. Niemand van ons kan dat. De problemen van deze wereld kunnen wij niet verwerken, de dood kan ik niet onder ogen zien. De neigingen van mijn zondig hart kan ik niet onderdrukken. Daarom hebben we Hem zo nodig.

Is het dan niet ongelooflijk mooi dat de Heere hier nu neerbuigt naar ons en ons zegt: Jongen, meisje, man, vrouw: Gedenk Mij.

Ik, de Schepper, gedenk aan u, daarom spreek Ik tot u.

Ik denk aan u, daarom heeft u nog gezondheid.

Ik denk aan u, daarom heeft u nog een baan.

Ik denk aan u, daarom leeft u nog in vrijheid.

Ik denk aan u, daarom… vul het maar in.

Ik denk aan u en nu vraag Ik u: ‘Gedenkt u Mij toch, in de dagen van uw jongelingschap, voordat de dagen komen die kwaad zijn en de jaren naderen waarin we gaan zeggen: Ik heb er geen lust meer in.’

 

Wat hebben we toch een majestueuze, goede, rijke en trouwe Schepper! In plaats van ons te verlaten en in plaats van ons aan ons lot over te laten, in plaats van deze wereld een hel te maken... want dat mag Hij, dat kon Hij; het zou totaal rechtvaardig zijn als Hij Zich terugtrekt. Maar tot op heden heeft Hij mijn en uw leven in grote lijnen bewaard voor wat we vandaag in Irak zien, wat we in Syrië zien.

In plaats van ons over te geven komt Hij om ons te zoeken. Kom, denk daar eens over na! Jezus zegt het Johannes 4: De Vader zoekt! (Joh.4:23)

Gemeente, dat zijn drie woorden die ik nog nooit heb begrepen: De Vader zoekt! Wie zoekt Hij dan? Hij zoekt u en mij. Hij ziet ons dwalen in dit leven, wanneer wij als dwazen onze hoop en onze harten zetten op de dingen van dit leven, als ongelooflijk goddeloze mensen die plezier vinden in wat zondig is. En Hij laat ons niet aan ons lot over. Hij zoekt ons. Hij roept ons. Hij zegt: ‘Mijn jongen, Mijn meisje, Ik heb jou geschapen! Ga toch niet door dit leven zonder Mij.’

Laten we toch de rijkdom van Zijn goedertierenheid, Zijn liefde, Zijn vriendelijkheid, Zijn verdraagzaamheid niet verachten. Weet toch dat al deze uitingen van Zijn liefde tot bekering moeten leiden, ons hart moeten veranderen. Daarom roept Hij het ons toe: ‘Gedenk Mij!’

 

Laten we verder denken over de tekst: Gedenk aan uw Schepper. Hoe moeten we Hem gedenken? Hoe moet ik aan God denken in mijn dagelijks leven? Een aantal gedachten:

Denk eerst eens over Zijn grootheid en Zijn majestueuze kracht. We zijn allemaal doodsbenauwd voor de Islamitische Staat. We hopen dat jihadisten geen terreur gaan zaaien in ons land. Daar zijn we doodsbenauwd voor en dat kan ik begrijpen. Maar het enige dat ze kunnen doen is het lichaam doden. Onze Schepper is echter nog veel groter. Jezus zegt: En vreest u niet voor degenen die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel (Matth.10:28).

Gedenk daarom aan je Schepper. Die Schepper houdt Zich niet afzijdig, die Schepper trekt rechte wegen en houdt Zich aan de wetten die Hij Zelf heeft gemaakt. Vrienden, Hij is een heilige Schepper, Hij is een rechtvaardige Schepper. Hij is een Schepper Die terugkomt op elk woord dat we spreken en elke van de 70.000 gedachten die gemiddeld per dag door ons hoofd heen spoken.

Vrees God en houd Zijn geboden, want dit betaamt alle mensen. Want God zal ieder werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed, of hetzij kwaad (Pred.12:13-14). We staan straks voor een Rechter Die geen onderzoekscommissie hoeft aan te stellen om wat jij en ik gedaan hebben vast te stellen.

Gedenk aan uw Schepper, aan die heilige en rechtvaardige God Die nooit een compromis met zondaren en de zonde zal sluiten, Die Zijn recht niet zal afzwakken. Onze Rechter is voor ieder die voor Hem als een onbedekte zondaar verschijnt, zonder Christus en zonder hoop, een heilig en een verterend vuur. Hoe is uw leven? Hoe is het met u gesteld?

 

Gemeente, gedenk aan Hem, niet alleen in Zijn majesteit en grootheid, maar ook in Zijn liefde. Gedenk Hem om de liefde die vanuit het hart van deze God naar buiten komt.

O kind, jonge man, jonge vrouw, maar ook allen die al oud zijn, gedenk aan uw Schepper. Gods liefde nodigt u, Gods liefde omringt jou en mij als het ware met al deze goede dingen, en vooral met het Woord van de Schrift. Hoeveel miljarden wonen niet in deze wereld, die de Bijbel nog nooit hebben gezien of erover gehoord? Die leven onder de tirannie van afgodendienst, die leven onder de leer van: je moet iedereen haten die niet zo leeft en denkt als wij?

Zo worden die mensen opgevoed die vandaag de dag in Syrië en Irak rondlopen. Let wel dat ik er niets goeds over zeg, maar ze worden zo opgevoed. Iedereen die niet denkt zoals jij denkt moet je doodmaken, die moet je haten. Dat wordt hen van jongs af ingepeperd. Ze hebben nog nooit gehoord over liefde, over het onbegrijpelijke wonder van Gods liefde.

Jij wel, ik ook! Gedenk aan die liefde Gods. Deze Schepper Die in Zijn onmetelijke liefde Zijn Zoon gaf en waarlijk leed in het lijden van zijn eigen Zoon. Om voor schepselen als wij, die van God afgeweken zijn, die tegen Hem opgestaan zijn, die Hem niet alleen vergeten maar die Hem gewoon niet willen, een weg te banen. Daardoor heeft Hij het toch mogelijk gemaakt dat wij tot Hem mogen terugkomen. Door Christus, door Zijn werk, door Zijn offer! Gemeente, wat een God is dat, Die zoiets doet! Hij roept ons heden, en spreekt tot ons hart: ‘Mijn zoon, Mijn dochter, geef Mij uw hart!’

 

Gedenk, in de laatste plaats, aan Zijn wil. Wat wil God dat ik doe in mijn leven? Daar heeft Hij een boek voor gegeven. Het is niet aan mij om te besluiten wat ik wil, het gaat om Gods wil. Want Hij heeft ons toch geschapen?

Wat doet u met een computer die het niet goed doet? Als je op de ‘A’ drukt en er komt een ‘H’ uit? Of je drukt op ‘enter’ en er gebeurd iets heel geks? Wat doet u met die computer? Wel, die gooi ik weg, want hij moet mij gehoorzamen.

U en ik zijn schepsel van God. Ik besluit niet wat ik wil, maar dat besluit Híj. Daartoe heeft Hij Zijn Woord gegeven, Zijn geboden, en Zijn wil geopenbaard.

We leven in een tijd die ons allen beïnvloedt. Als ik het maar leuk vind, als ik het maar aardig vind, als ik het maar fijn vind, dan doe ik het toch? Ik had pas nog een gesprek met een jongere over het fenomeen ‘WK voetbal’.

‘Daar is toch niets verkeerds mee, dat is toch leuk?’

Is dat zo? Zou Jezus er naar gekeken hebben? Zou dat Zijn vermaak echt zijn?

 

Wat is Zijn wil? Dat staat in het Woord, en daarom moet ik dat onderzoeken. Vooral als we jong zijn, jongelui, moeten we leren wat Paulus vroeg toen hij daar op de weg naar Damascus lag. Die vraag heeft hij zichzelf altijd voorgehouden: ‘Wat wilt U dat ik doen zal?’

 

Nu zegt de Heere: ‘Jongelui, gedenk Mij in uw jongelingschap.’

Als je als jonge man, of als jonge vrouw, als jongen of meisje, niet leert te gedenken aan je Schepper, Die ook Wetgever is, zullen kwade dagen komen en kan het gebeuren dat we met spijt terugzien op de dagen van onze jongelingschap.

Ik weet zeker dat er hier heel veel ouderen zitten die zullen zeggen: ‘Ja, u hebt gelijk.’

Er staat ook zo iemand voor u. Ik mag echt weten dat mijn verleden vergeven is, maar ik ben het niet vergeten. Je kunt het wel uit het boek van je geheugen willen schrappen, maar het blijft erin staan. En daarom pleit deze Schepper, Hij beveelt je zelfs, Hij roept het je toe: ‘Gedenk aan Uw Schepper, nu, op deze dag, vooral in je jonge jaren.’

 

Laten we eerst samen zingen, voordat we stilstaan bij de tweede gedachte.

We zingen Psalm 119 vers 5 en 17:

 

Waarmede zal de jongeling zijn pad,

Door ijdelheên omsingeld, rein bewaren?

Gewis, als hij het houdt naar ‘t heilig blad.

U zoekt mijn hart, mijn oog blijft op U staren;

Laat mij van ‘t spoor, in Uw geboôn vervat,

Niet dwalen, Heer’, laat mij niet hulp’loos varen.

 

Leer mij, o Heer’, de weg, door U bepaald;

Dan zal ik die ten einde toe bewaren;

Geef mij verstand, met Godd’lijk licht bestraald;

Dan zal mijn oog op Uwe wetten staren;

Dan houd ik die, hoe licht mijn ziel ook dwaalt;

Dan zal zich ‘t hart met mijne daden paren.

 

Gedenk aan uw Schepper. In de Engelse Bijbel staat: Gedenk nu aan uw Schepper.

Nu! Dat komt in het Nederlands niet zo duidelijk uit, maar er ligt een drang in: nu! Gedenk aan uw Schepper voordat de dagen komen waarin je oud bent. Dat is mijn tweede gedachte:

 

2. Gedenk vooral aan Mij als je jong bent

 

‘Waarom is dat nou zo belangrijk? U zei toch eerst: je jeugd is iets waarvan je mag genieten? Je hebt toch maar één keer je jeugdjaren, je bent toch maar één keer jong?’

Dat is waar! Daarom moet je van je jeugdjaren je beste jaren maken. Dat zegt de Schepper.

Waarom is dat zo belangrijk? Wel, omdat als wij jong zijn, ons lichaam ons niet zo hindert. Salomo beschrijft in Prediker 12 een afgetakeld lichaam; van vers 2 tot en met vers 7 beschrijft hij het stervensproces. Er is dan weinig meer over van die mooie jonge mensen.

Kijk maar eens om je heen; bijvoorbeeld naar je opa en je oma, of je vader en je moeder. Dan zie je zoveel ouderen die worstelen met hun lichaam, met pijn, met het niet genoeg energie meer hebben. Als je ouder wordt, en de zorgen van het leven zich opstapelen, ben je niet zo fit meer. Als je jong bent, heb je dat niet. Daarom zegt de Heere: ‘Jonge vrienden, meisjes, jongens, gedenk aan je Schepper, juist in de dagen dat je jong bent! Gebruik je tijd, gebruik je energie, gebruik de frisheid van je jonge leven, je geheugen dat nog helemaal helder is, niet alleen voor jezelf, maar juist ook voor Hem. Voor je medemens.’

 

Maar als gevallen mensen leven we zo voor onszelf in deze maatschappij. Zie het maar aan jezelf, kijk maar om je heen: we leven zo voor onze eigen idolen. We leven om ons eigen koninkrijk te bouwen.

Maar daar heeft God jou en mij niet voor geschapen. Hij heeft ons geschapen om samen in Zijn koninkrijk te dienen. Jonge vrienden, je studie, die mooie baan, die vooraanstaande positie, je carrière… is het doel daarvan jezelf een naam te maken?

Nee! Echt niet. Daar geeft de Schepper jou geen talenten voor! Hij geeft ze opdat jij Hem zou dienen, en je medemens zou liefhebben zoals jij wilt dat anderen jou liefhebben.

 

Juist in onze jonge jaren leggen we het fundament voor de toekomst. Daniël dacht juist in zijn jeugdjaren aan zijn Schepper. De Babylonische universiteit, met alles erop en eraan, biedt hem zelfs alles voor niets aan. Hij krijgt er gedegen onderwijs.

Maar wat staat er in Daniel 1 vers 8? Daniël trok een rechte en duidelijke lijn. ‘Daniël nu nam voor in zijn hart dat hij zich niet zou verontreinigen met de stukken van de spijs van de koning en van de drank.’ Daniël was toen waarschijnlijk twaalf jaar oud; een jongeman. Hij zegt: ‘Er loopt een lijn door alles van Babylonië, maar hier woon en leef ik, aan Gods zijde. En aan de andere kant van die lijn? Daar is de wereld en daar wil ik niet zijn.’

Heb jij die lijn al getrokken? Dat moet je leren doen als je jong bent. Dan moet je naar het Woord gaan luisteren, dan moeten we gaan leren waar God Zijn lijnen getrokken heeft. En daarom zegt de Heere in onze tekst: ‘Gedenk nu, in je jonge jaren, aan de Schepper, want dan leg je het fundament.’

 

God verbiedt nergens dat je niet van je jeugd mag genieten. Het boek Prediker staat vol van het juiste genieten van het goede. Ik lees u een paar verzen voor. In hoofdstuk 2 vers 24 zegt deze wijze man: Is het dan niet goed voor de mens, dat hij ete en drinke, en dat hij zijn ziel het goede doe genieten in zijn arbeid? Het antwoord is: ‘Ja, dat is goed.’ En in Prediker 3 vers 22: Dies ik gezien heb dat er niets beters is dan dat de mens zich verblijde van zijn werken, want dat is zijn deel.

We mogen dus genieten van het mooie dat de Heere geeft. Maar toch: Hij beveelt ons op de juiste manier ervan te genieten.

Wat is die juiste manier?

Dat als ik terugkijk, ik niet hoef te denken: had ik dat maar niet gedaan, was ik daar maar niet heen gegaan, had ik daar mijn hart maar niet aan gegeven, had ik daar mijn gedachten maar niet aan besteed. God beveelt ons om op de juiste manier te leven.

 

De tweede reden waarom het zo belangrijk is dat we dit alles in onze jeugd gedenken, is omdat we het zo gemakkelijk vergeten dat we niet altijd jong blijven. Als je nog erg jong bent wil je graag achttien zijn, want dan kun je autorijden. Dan wil je graag dit hebben en dan wil je graag dat hebben, je kijkt altijd maar vooruit. Maar, jonge mensen, vergeet niet: voordat je het weet zijn je jonge jaren voorbij.

Je zou kunnen zeggen: eerst ‘sterft’ de peuter, dan ‘sterft’ de kleuter, dan de jongen of het meisje, vervolgens de tiener en tenslotte, dan komt er een eind aan dit stervensproces. Het is misschien een rare gedachte maar we zitten hier allemaal als ‘stervenden’.

Gedenk aan uw Schepper! We zijn nog nooit zo dicht bij de dood geweest als op dit moment. Gedenk daarom aan uw Schepper wanneer er nog leven is, wanneer er nog hoop is, wanneer we nog jong zijn… Maar ook wanneer we al oud zijn.

Laten we toch denken aan deze Schepper. God eist onze jonge jaren op; die zijn voor Hem! Die zijn niet voor jou, die zijn niet voor de wereld, die zijn niet voor de duivel. Die zijn voor Hem, want de Schepper heeft je gemaakt.

 

Jongelui, ik denk aan een zeker verhaal.

Een moeder sprak met haar dochter over de keuzes die ze maakte. Ze koos voor allerlei dingen waarin zij plezier had en zei: ‘Mama, u bent ook een keer jong geweest, u weet dus precies hoe dat is. We zijn ook maar één keer jong en ik wil er echt van genieten. Later, als ik wat ouder ben, dan geef ik de Heere wel mijn hart.’

Die moeder zei niets meer. Maar de volgende dag kwam dat meisje thuis van school en er stond een heel groot boeket op de tafel met papier eromheen.

Ze zei: ‘O, moeder, wat leuk, er staat een boeket met bloemen op de tafel! Wie zou me dat gegeven hebben?’

Ze ontdeed het boeket van het papier en er kwam een hele bos met verdroogde en verwelkte bloemen tevoorschijn. ‘Hè’, zei ze, ‘wie zou dat nou gedaan hebben? Waarom geven ze nu zo’n boeket?’

Haar moeder antwoordde: ‘Kind, dat heb ik je gegeven, want dat wil jij de Heere geven. Dat zei je gisteren: Eerst genieten, mama, eerst jong zijn, en dan later, ja dan ga je de Heere dat verwelkte en verdorde leven geven. Maar kind, Hij wil het nu!’

Jongelui, gedenk je Schepper, nu, terwijl je nog jong bent!

 

De derde reden waarom ik dit alles aan je hart leg is, omdat wat je in je jeugd doet, en de keuzes die je dan maakt, de rest van je leven bepalen. Je maakt keuzes in je jonge leven. Sommige van die keuzes kun je nooit meer terugdraaien.

‘Gedenk aan je Schepper.’ Als predikant kom ik zoveel tegen bij oudere mensen, in huwelijken, in gezinnen, bij ouderen die mij dan vertellen wat er in hun leven fout gegaan is. Maar dan kun je het niet meer repareren. Met de keuzes die ze maakten in hun jonge jaren, lopen ze de rest van hun leven rond.

En daarom spreekt de Schepper hier tegen jou en mij: ‘Gedenk toch aan je Schepper in de dagen dat je jong bent.’ Denk aan je schoolkeuze; die keuze is nog terug te draaien. Denk vooral aan de keuze met wie je gaat trouwen. Dat is niet terug te draaien, zodra je getrouwd bent.

Pas op met drugs. Realiseer je dat op het moment dat je pornografie op gaat zoeken en ernaar gaat kijken, dat je dan een raam opent in je hoofd dat je nooit meer kunt dichtdoen. Het wekt zelfs een biologische honger op naar méér en méér…

Weet dat de keuzes die wij maken om toe te geven aan ons zondige hart en om meer en meer op een zondige manier te leven, de rest van je leven kunnen verwoesten. Denk erom! De duivel wil het je niet laten weten, maar ik wil het je wel laten weten! Want ik loop er als predikant ook vaak tegenaan: ik zou al die gedachten, die beelden en alles wat ik nog zie in mijn gedachten, buiten willen sluiten.

 

Ik sprak onlangs nog een man die zich met pornografie had beziggehouden. Ik vroeg hem: ‘Wanneer komt dat nou vooral terug, zeg het me eens?’ Hij zei: ‘Als ik in de kerk zit…’

Kijk, hij kan het niet meer terugdraaien. Daar moet hij nu mee worstelen.

En daarom dringt de Schepper op dit moment aan: Jongeman, jonge vrouw, wie je ook bent – hoewel het ook voor de ouderen mag gelden – laat toch deze Schepper in uw gedachten zijn. Onze Schepper heeft het beste met ons voor. Hij weet hoeveel daden en keuzes ons innerlijk beschadigen. Hoe onze toekomst verbitterd wordt door wat we doen in onze jeugd, hoe onze verhouding met onze toekomstige man of vrouw aangetast wordt en zelfs beschadigd wordt.

De jeugdtijd is de zaaitijd en de ouderentijd is de maaitijd. Wat je zaait in je jeugd, ga je maaien als je ouder wordt. Daarom roep ik je vandaag dit alles nogmaals toe, in de naam van de Schepper, maar ook in de naam van je Herder, van de Zaligmaker.

 

Waarom moet je echt luisteren als je jong bent?

Omdat Hij niet altijd blijft kloppen! Vooral ook omdat Hij al klopte toen je nog jong was. Denk niet dat de Heere Jezus altijd op je hart blijft kloppen. Want dat is geen Bijbelse waarheid. God verbergt Zijn waarheid en de geheimen van Zijn evangelie aan hen die het Woord verwerpen. Er kan een tijd komen in jouw leven dat de prediking als een ‘gelijkenis’ gaat worden. Er kwam een moment in de prediking van de Heere Jezus dat Hij in gelijkenissen ging preken.

In Mattheüs 13 vroegen de discipelen: ‘Waarom gaat U nu in gelijkenissen preken? Dat hebt U nog nooit gedaan!’

Dan geeft de Heere dit antwoord, ik zeg het in mijn eigen woorden: ‘Omdat Ik nu de waarheid ga verbergen voor hen, maar Ik ga die verder openbaren aan jullie.’

Dat is een moeilijke tekst, nietwaar? Hoe gaat dat, als de Heere de waarheid gaat verbergen?

Gemeente, dat gaat Hij doen als Hij stopt met kloppen of met het worstelen met je ziel. ‘Hij die oren heeft die hore’, was Jezus’ roeping om toch Zijn Woord niet te verwerpen. In de Hebreeënbrief lezen we in hoofdstuk 4 vers 7: Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet. En in hoofdstuk 5 vers 1:  Laat ons dan vrezen, dat niet te eniger tijd, de belofte van in Zijn rust in te gaan nagelaten zijnde, iemand van u schijne achtergebleven te zijn. Met andere woorden: houd de momenten en gelegenheden vast waarin de Schepper u roept en op uw hart klopt. Want u zult niet altijd die klop blijven horen.

Wat is het ernstig om jong te zijn. Wat is het is mooi om jong te zijn. Wat is het rijk om jong te zijn. Maar het is ook belangrijk om te weten hoe wij jong moeten zijn!

 

Ik wil besluiten met nog een aantal gedachten. In het Engels, ik zei het al, staat er: ‘Gedenk nu uw Schepper. Nu! Niet morgen, maar vandaag. Nu staat Hij voor ons, nu spreekt Hij tot ons, nu roept Hij en zegt: ‘Gedenk nu aan Mij, jongeling en oudere!’ Vandaag roept Hij als Zaligmaker. Morgen kan het zijn dat Hij roept als Rechter, dan is het te laat. Dan is er geen tweede gelegenheid. Dan zal die deur voor altijd dicht zijn en dan zal die Schepper het heel duidelijk tegen je zeggen: ‘Ik heb u geroepen, Ik heb Mijn armen naar u uitgestrekt, Ik heb je omringd met Mijn dierbare liefde, maar je hebt het niet gewild. Nu roep je, maar nu zal Ik niet meer antwoorden. Je mag hebben wat je gekozen en altijd gewild hebt. Ga weg van Mij.’

 

Gemeente, de Heere dringt aan: ‘Geef Mij uw hart! Luister niet naar al die stemmen die elke dag weer in uw oor klinken.’ De duivel zal zeggen: ‘Je hebt tijd genoeg, je bent maar één keer jong.’

Maar juist daarom, omdat je maar één keer jong bent, zegt de Schepper: ‘Gedenk nu uw Schepper.’ Je vrienden zullen zeggen: ‘Doe niet zo dwaas, geniet ervan, wees niet al te serieus.’

Dat is niet waar!

De Schepper zegt: ‘Gedenk Mij!’ Hoewel je eigen hart zal zeggen: ‘Ik ben nog te druk, ik ben nog te jong, ik heb nog zoveel te doen, ik heb nog zo veel plannen.’ Het is niet vrijblijvend dat we zo de roepstem van God naast ons neerleggen.

Want de jaren komen dat je gaat zeggen: ‘Ik heb er geen zin meer in, ik heb er geen hart voor, het interesseert me niet meer, het raakt me niet meer, het doet me niets meer.’

Ik denk dat er hier nog jonge mensen zitten die met indrukken luisteren. Er zijn misschien ook ouderen die zeggen: ‘Dat zegt me niets meer. Ik heb er geen zin meer in. Het betekent eigenlijk niets voor me. Ik heb het al zo vaak gehoord.’

Hoe velen zitten op die manier niet in de kerk? Al de jaren van Gods roepstemmen hebben ze gedood met het negeren, met het excuseren of zelfs het torpederen met allerlei tegenargumenten. Pas op om Gods roepstem te beantwoorden met: ‘Ik kan niets doen. Het moet allemaal toch gegeven worden. Een mens is toch gevallen. Als de Heere het niet geeft, dan gebeurt er toch niets.’

Zulke taal verraad niet een onmacht, maar een onwil. Val toch aan de voeten van de almachtige Heere Jezus met je onmacht alsook je onwil. Hij is immers de Zaligmaker! Hij roept ons toe om God te gedenken, zelfs al kunnen we dat niet van onszelf. Maar Hij roept het ons toe zodat we aan Zijn voeten komen om Hem te zoeken voor wat Hij ons beveelt. Aarzel niet; wacht niet; stelt het niet uit. Gedenk nu je Schepper.

 

Word niet als die hond die bij de smid lag. Toen hij jong was en de smid op het aambeeld sloeg dat de vonken eraf vlogen, kroop hij weg van angst. Maar nu is hij oud, en vliegen die vonken overal over hem heen en hij slaapt rustig door.

Dat is wat ik zie in mijn gedachten: ik heb er geen zin meer in. Wat is dat erg! Er is niets ergers dan iemand te ontmoeten die er geen lust meer in heeft om zelfs de Heere te zoeken en om over Hem te denken.

 

Hoe ouder, hoe kouder...

Dat is inderdaad waar!

Het is zoals de takken aan de bomen: als ze jong zijn, zijn ze nog buigzaam, maar als ze oud zijn, zijn ze niet meer te buigen.

Misschien zegt u nu wel: ‘Ik ben oud, dominee, en ik ben zo koud, heeft u nog een woord voor mij?’

Ja, dat heb ik. Dat woord is: Jezus!

Hij is de Enige naar Wie u toe moet, Hij is de Enige Die uw hart kan verbreken en vernieuwen. Zelfs als u oud en koud bent, mag u nog naar uw Schepper, en mag u nog de Heere Jezus zoeken en alles aan Hem belijden.

Begin er vandaag mee en zeg: ‘Heere, dat ik zo koud ben is omdat ik U in de kou heb laten staan, al die jaren.’

Begin daar eens mee, vandaag. Want dat is uiteindelijk de reden waarom wij zo koud zijn. Het ligt niet aan God, aan de Schepper, niet omdat Hij niet geroepen heeft, maar wij hebben niet geantwoord. Zeg het nu maar tegen Hem: ‘Heere, ik heb geen lust in U, ik vind helemaal geen genoegen in de dingen van U en van Uw Woord. Het is allemaal zo koud, zo vormelijk en zo nietszeggend. Maar, Heere, ik moet anders worden. Ik kan het niet, dat kunt U alleen doen.’

Zoek Hem toch terwijl Hij nog te vinden is!

 

Amen.

 

 

Slotzang: Psalm 1: 1 en 2

 

Welzalig hij, die in der bozen raad

Niet wandelt, noch op ‘t pad der zondaars staat,

Noch nederzit, daar zulken samenrotten,

Die roekeloos met God en godsdienst spotten;

Maar ‘s Heeren wet blijmoedig dag en nacht

Herdenkt, bepeinst, en ijverig betracht.

 

Want hij zal zijn gelijk een frisse boom,

In vette grond geplant bij ene stroom,

Die op zijn tijd met vruchten is beladen,

En sierlijk pronkt met onverwelkte bladen;

Hij groeit zelfs op in ramp en tegenspoed;

Het gaat hem wel; ‘t gelukt hem, wat hij doet.