Ds. A.T. Vergunst - Mattheüs 5 : 6

Wanneer ben je zalig?

Je hebt ontdekt dat jij geen gerechtigheid hebt in jezelf
Je bent zalig als je hongert en dorst naar de gerechtigheid die buiten jou is
Je bent zalig omdat je verzadigd zult worden

MattheĆ¼s 5 : 6

Mattheüs 5
6
Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 147: 1, 2, 6
Lezen : Mattheüs 5: 1-20
Zingen : Psalm 5: 1, 2, 8
Zingen : Psalm 31: 1, 13, 17
Zingen : Psalm 16: 4, 6

Vindt u het ook een voorrecht dat u vandaag weer in Gods huis mag zijn? En dat de Heere door Zijn Woord ook weer persoonlijk tegen ons wil spreken? Want dat doet Hij!

 

Vandaag wil de Heere spreken tot bemoediging. Bemoediging om in dit leven verder te leven, dit leven dat strijd is. Misschien ervaren jullie dat ook als een strijd. Niet zozeer een strijd tegen de buurman of de buurvrouw of tegen de jongens en meisjes op school, maar een strijd met jezelf. Misschien bent u of jij ook wel hier gekomen met het gevoel dat je het deze week weer verloren hebt. Je bent weer in de zonde gevallen en je hebt niet kunnen nalaten wat je eigenlijk niet wilde doen. Dat kan zo vermoeiend zijn. God, de Heere Jezus, wil in deze dienst tot zulke vermoeiden spreken.

Daarom hebben we de zaligsprekingen gelezen.

 

Laten we naar het gedeelte toegaan, Mattheüs 5, waar negen keer wordt gezegd:

Zalig zijn… Ik denk dat u weet wat het woord zalig betekent: gelukkig, blij, mooi. Zalig is iets heel moois, jongens en meisjes. Op mensen die zalig zijn, kun je jaloers zijn. De mensen in de hemel zijn zalig. De engelen in de hemel zijn zalig. Daar is geen zonde, daar zijn geen problemen, daar zijn geen zorgen, daar is alles dienen van God en dienen van elkaar. In liefde, in heiligheid, heel mooi. Dat is heerlijk, dat is echt het woord heer-lijk. Maar de Heere spreekt in dit woord over mensen die nog op de aarde leven en die al zalig zijn.

 

Ik vind deze zaligsprekingen heel opmerkelijk. Want, jongens en meisjes, wie zijn er hier op aarde nou gelukkig? Vind jij mensen die arm zijn gelukkig? Vind jij mensen die verdrietig zijn zalig? Vind jij mensen die honger lijden gelukkig? Ik niet. En toch zegt de Heere Jezus dat: Zalig zijn de armen, zalig zijn de treurenden, zalig zijn de hongerigen en dorstigen…

Raar. Dat klopt toch niet? Dat kan toch niet waar zijn? Zulke tobbers zijn toch niet gelukkig? Je bent pas gelukkig als je een buik vol eten hebt, en als je rijk bent en als je vrolijk bent en het leuk hebt en alles goed gaat. Dán ben je pas gelukkig.

Stop maar met die vragen. Want de Heere Jezus sprak deze woorden. En Hij spreekt altijd de waarheid, zelfs al het voor ons een raadsel is. Wie oren heeft die hore!

 

In deze zaligsprekingen beschrijft de Heere Jezus een persoon die jong of oud kan zijn. Als je meeleest zie dat er negen zaligsprekingen zijn. Maar deze negen verdelen zich in twee groepen. De eerste zeven horen bij elkaar, en de laatste twee ook.

Zeven is in de Bijbel het getal van volheid. Zeven dagen in de week, zeven gemeenten in het boek Openbaring. Dat de Heere Jezus nu precies het getal zeven neemt, heeft wel een heel speciaal doel. Hij probeert met zeven kenmerken te laten zien wie in deze wereld nu eigenlijk bekeerd is. Dat wordt dan door Hem uitgewerkt in zeven kenmerken.

De laatste twee zaligsprekingen spreken niet meer over de kermerken van de persoon. Die twee beschrijven de reactie van de wereld tegen de persoon op wie de zeven zaligsprekingen van toepassing zijn. Als je leeft zoals die eerste zeven, dan moet je er maar op rekenen dat je niet populair gaat worden in de wereld. Dan word je vervolgd, je wordt verguisd. Reken niet te snel op promotie. Soms ga je de gevangenis in en velen worden gedood.

 

Luther heeft misschien aan deze verzen gedacht, toen hij een definitie van de ware kerk gaf. Hij gaf geen drie kenmerken van de ware kerk, maar vier. Wij hebben er drie: de Woordbediening, de sacramentsbediening en de tucht. Maar Luther noemt er een vierde bij: vervolging. Dat is raak! Heel Bijbels. Als wij niet leven zoals de Heere Jezus leefde op deze aarde, dan krijgen we het makkelijk in de wereld. Maar als je leeft zoals Jezus leeft, dan krijg je het moeilijk in de wereld.

 

Deze zeven kenmerken heeft de Heere heel bewust gekozen, Hij heeft ze ook niet zomaar in deze volgorde gezet. Lees maar mee.

De armen van geest… daar begint het mee. Als je arm van geest bent, dan ga je treuren over het feit dat je niet vindt wat je zou willen vinden. Als we ons arm van geest gaan voelen, treuren over de zonde, dan worden we zachtmoedig. Zachtmoedig betekent nederig. We hebben geen rechten meer, we gaan dan buigen. Maar in die persoon gaat ook een honger en dorst leven naar de gerechtigheid.

De vierde, de middelste van deze zeven, is als de hartslagader. En dan eindigt de Heere door nog drie kenmerken te geven van een ware christen. Uit het leven van zo’n man of vrouw, jongen of meisje, gaat iets leven. Daar komt barmhartigheid. Daar komt een reinheid van hart en een vreedzaam leven. Dat zijn de vruchten van de heiligmaking. Die ga je zien in het leven van iemand die bekeerd is.

 

U ziet misschien al de drie stukken van de catechismus.

Ellende: arm van geest, treurenden, zachtmoedigen.

Verlossing: dorst en honger naar de gerechtigheid.

Dankbaarheid: barmhartig, rein van hart en vreedzaam.

Er zit dus een hele duidelijke structuur in deze beschrijving van de zalige persoon.

Dit gedeelte van het Woord, gemeente, vind ik zo treffend en zo mooi en zo vol van wijsheid. De Heere heeft in zeven rake kenmerken werkelijk iedereen die een nieuw hart gekregen heeft, beschreven.

Jongens en meisjes, als de Heere iemand bekeert, dan kan het verhaal van de bekering zo verschillend zijn. In andere woorden: de bekeringsgeschiedenis, bekeringsweg en bekeringsomstandigheden zijn altijd heel uniek. Ze zijn voor iedereen toch heel verschillend. Zo is het ook in het dagelijks leven. Mijn levensverhaal is misschien heel anders dan het jouwe. Waar ik geboren ben, hoe ik opgroeide, wat ik heb ervaren heb als kind of jongeman of getrouwde man, zal misschien totaal anders zijn dan jouw verhaal. Maar als de doktor mijn lichaam opensnijdt, zien we er vanbinnen allemaal hetzelfde uit, nietwaar? Als we elkaar bekijken, dan zien we allemaal verschillende gezichten, tinten, hoogtes, lengtes en breedtes. Maar toch, vanbinnen zien we er lichamelijk overwegend hetzelfde uit.

Dat is nu ook zo als je bekeerd bent. In de zaligsprekingen laat de Heere Jezus zien hoe nu een bekeerde man of vrouw of kind er vanbinnen uit ziet. Vergelijk in de Bijbel de bekering van Paulus en jonge Samuël.  Ze zijn totaal verschillend. Of zet eens tegenover elkaar Maria, de moeder van de Heere Jezus, en de Samaritaanse vrouw. Maar als je als het ware hun hart opensnijdt, wat vind je dan? De zeven zaligsprekingen. Daar gaat het om.

 

Dus in deze zeven zaligsprekingen beschrijft de Heere wie nu eigenlijk zalig is en wie Zijn kind is. En als jij jezelf in deze dienst in deze zeven zaligsprekingen mag herkennen – ik ga ze niet alle zeven behandelen – maar als je je erin mag herkennen, dan zegt de Heere Jezus tegen ons zeven keer: ‘Jij bent zalig!’

Luister goed wat Hij zegt. Hij zegt niet: ‘Jij voelt jezelf zalig.’ Nee, iemand die een nieuw hart heeft voelt zichzelf meer ‘on-zalig’ dan ‘zalig.’ Toch zegt de Mond van de waarheid: ‘Hoewel je jezelf niet zalig voelt, bén je het wel.’ Die oren heeft, die hore wat God hier zo duidelijk zegt. 

 

Ik ga in deze dienst de vierde zaligspreking met u overdenken. U vindt die in Mattheüs 5 vers 6:

 

Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.

 

Dat is de halsslagader in het leven van de christen. Er zijn drie gedachten die ik eruit wil halen.

 

Het thema van de preek is: Wanneer ben je zalig?

1. Je hebt ontdekt dat jij geen gerechtigheid hebt in jezelf. Maar de tweede en derde gedachte moeten er wel bij:

2. Je bent zalig als je hongert en dorst naar de gerechtigheid die buiten jou is

3. Je bent zalig omdat je verzadigd zult worden

 

1. Je hebt ontdekt dat jij geen gerechtigheid hebt in jezelf

 

Laten we samen dit gedeelte eens overdenken en nog eens luisteren wat de Heere zegt. Ik hoop dat jij en ik mogen zeggen: ‘Heere, wat zegt U tegen mij?’ En de Heere zegt dat je zalig bent als je hebt ontdekt dat je iets mist in je leven.

Vreemd is dat hè? Iets missen en dan zalig zijn… Dat kan toch niet? Dat past toch niet bij elkaar? Ja, dat past juist wél in het leven zoals de Heere het schetst.

Wat betekent dat grote woord ‘gerechtigheid’? Moeilijk woord hè, gerechtigheid. Daar zit een klein woordje in dat jullie wel kennen: recht. Wat betekent dat, recht? Als je een liniaal hebt, die is recht. Dat stukje hout, dat is recht. Niet krom.

Nu gaan we terug naar het grote woord ‘gerechtigheid’. Heel eenvoudig gezegd betekent het: ik bén recht (goed, niet krom, zonder zonde), mijn hart is recht, en ik dóe recht (goed, niet krom, geen zonde) in mijn leven. Gerechtigheid is dus: ik ben oprecht en doe oprecht; ik ben goed en doe goed; ik ben goed in mijn hart en doe goed in mijn leven.

 

Als je goed naar jezelf kijkt, naar je binnenste, zie je dan al wat de Heere ziet? Hij ziet niets van gerechtigheid in je hart. Niets! Vroeger zag Hij dat wel. Toen wij in Adam en Eva als het ware in het paradijs leefden. Toen wel. Hun hart was recht, en al hun doen en laten was recht. Maar nu is daar geen sprankje meer van over!

Nee, dat is niet overdreven. Ik weet zeker dat er in jouw hart dingen zijn die niet goed zijn. Mijn hart is ook niet goed. Ik ben en doe niet goed. Ik ben een zondaar, ik heb hele zondige gedachten in mijn hart. Zelfs op de meest heilige momenten heb ik soms gedachten waar ik van schrik. Ik ben gauw jaloers, ik ben vaak gierig of begerig en voel er niet veel voor om weer wat van mijn geld weg te geven. Ik zie zoveel zonden in mijn hart. Ik worstel met alle zonden waar jij ook mee worstelt als jongen, meisje en volwassen man of vrouw.

En zo lopen we allemaal rond en zitten we zelfs zo in de kerk. En we verbergen het mooi en doe net alsof... want jij wilt niet weten wat er in mijn hart leeft, en ik wil niet weten wat er in jouw hart leeft. Wij hebben geen gerechtigheid. Wij zijn niet goed vanbinnen.

 

Weet je dat? En ik weet haast wel zeker dat iedereen dat hier weet. Je wilt het niet erkennen, maar wij weten dat er in ons hart dingen zijn die je nooit zou durven zeggen. Als we eens hardop nadenken… Als je vriendje een mooiere fiets krijgt dan jou, ben je dan heel blij dat hij een mooiere fiets heeft? Nee, dan ben je jaloers. Dat is niet recht, dat is krom. Als iemand heel onaardig tegen jou is, wil je dan heel graag aardig terug zijn? Nee hè, dan wil je erop los slaan. En dat is krom. Als we een mooie vrouw of een heel lieve man zien langskomen, zijn onze gedachten dan altijd zuiver? En zo kunnen we nog wel verder gaan. Wij weten die dingen, wij hebben geen gerechtigheid, maar we voelen daar soms helemaal niks van. Of we leven er gewoon mee, het is geen last voor ons.

 

En nu zegt de Heere: Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid.

 

Er zijn mensen die de zwarte waarheid die ik zojuist schetste, in hun hart beginnen te ontdekken en dat gaan ervaren als een zware last, als een pak op hun rug. Je bent er helemaal verdrietig over. Aan de buitenkant, ja, wel netjes, een zondags pak en je bent vriendelijk en behulpzaam en lief. Maar de binnenkant is trots en hard en onverschillig.

Het begint heel duidelijk te worden dat je met zo’n hart en leven nooit voor God kunt verschijnen. God is immers heilig en haat al de zonden. Niet alleen dat, zonde is ook schuld. En daarom voel je aan dat het gebrek aan gerechtigheid een onoverkombare barrière is tussen God en jou. Je voelt je diep ellendig, net als iemand die heel hongerig is. Zijn maag knijpt van de pijn. Zo’n sterk woord gebruikt de Heere. Is zo’n mens geen hoopje ellende?

Maar luister eens wat de Heere van dit hoopje ellende zegt: Zalig! Zalig, zegt de Heere Jezus Zelf, als je mag ontdekken dat jij geen gerechtigheid hebt. Als de honger in je ziel knaagt en knijpt.

 

Waarom zegt de Heere dat? Waarom is zo iemand zalig?

 

Het is belangrijk dat we leren denken zoals de Heere Jezus denkt en onderwijst. Wij die hier in het rijkste gedeelte van de wereld leven, weten haast niet wat honger is. We hebben trek, maar écht honger, dat ken ik persoonlijk niet. De generatie die de Hongerwinter van 1944 meegemaakt heeft wel. Toch leven wij in een maatschappij waar intens geklaagd wordt, vooral als we het over bezuiniging gaan hebben. Ons denken over ‘gelukkig’ is totaal verkeerd. We denken soms wel eens: als ik maar meer geld had, dan zou ik gelukkig worden, als ik maar meer vrijheid heb, dan word ik gelukkig. Als ik maar meer plezier heb, dan word ik gelukkig. Had ik maar meer talenten, dan was ik tenminste niet zo ongelukkig. Had ik maar meer ruimte, dan was ik meer gelukkig.

Dat dacht Adam ook in het paradijs. Als ik nou maar van die boom eet, dan word ik meer gelukkig. Dat dacht de verloren zoon ook. Die dacht: als ik nou maar uit het huis van vader ben, met die regels, dan word ik pas gelukkig. Als ik maar mijn vleugels kan uitstrekken en de wereld in kan gaan, dan word ik pas gelukkig.

 

Zo denken wij, maar dat is totaal verkeerd. Luister toch wat de Heere Jezus hier níet zegt: ‘Zalig zijn zij die alles hebben, die rijk zijn en die alle talenten hebben en die het goed mogen hebben in het leven.’ Nee, Hij spreekt met groot gezag: Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid.

Wat wij zo waardevol vinden en waar we ons helemaal overhoop voor werken, heeft totaal geen waarde. Dat grotere huis, die mooie auto, die dure vakantie, die prachtige keuken, dat nieuwe meubilair... Waardeloos! Ballast! Stof en as! Al heb je de hele wereld onder je voeten en je hoeft maar met je vingers te knippen en iedereen brengt je wat je hart verlangt... het is waardeloos.

O, dat de Heere toch nu ons oog opent! Maar als in je hart de honger knaagt naar ‘gerechtigheid’, dan ben je pas een mens die zalig is.

 

2. Je bent zalig als je hongert en dorst naar de gerechtigheid die buiten jou is

 

De eerste gedachte was: zalig zijn zij die ontdekken dat ze iets missen. Als jij en ik hebben ontdekt wat ons diep ongelukkig maakt, dan gaan we zien dat het echte geluk uiteindelijk niet zit in materiële dingen of maatschappelijke dingen of sociale dingen, maar dat onze diepste nood geestelijk is. Dat ik niet goed ben en niet goed doe en daarom nooit voor God kan bestaan, want Hij eist van mij gerechtigheid.

 

Bij de woorden honger en dorst moet je niet denken aan wat wij soms zeggen: ‘Ik heb trek in eten.’ Trek hebben we allemaal wel eens. De woorden honger en dorst zijn heel sterk in het Grieks. Dat betekent dat die mensen vergaan van de honger. En als je nu echt honger hebt, dan krijg je pijn in je buik. Toen ik jong was zei ik wel eens tegen mijn vader: ‘Vader, ik heb zó’n honger, ik verga van de honger!’ ‘Stop!’, zei hij dan tegen mij, ‘jij hebt nog nooit honger gehad. Ik wel, in de Tweede Wereldoorlog in 1944. Ik heb tulpenbrood moeten eten. Mijn hele maag deed zeer van de honger.’ Zo’n woord gebruikt de Heere Jezus. Honger die pijnlijk aanvoelt.

 

Waarom is dat nu zo zalig? Waarom is het nu zo zalig om zo’n honger te voelen met pijn in je buik, naar de gerechtigheid. Weet je waarom dat zo zalig is?

 

Ten eerste omdat zo’n honger betekent dat je gerechtigheid heel belangrijk bent gaan vinden. Belangrijker dan iets anders in het leven. Als wij gaan vinden dat die gerechtigheid, dat goed zijn, dat goed doen, dat goed zijn vanbinnen, dat goed zijn van buiten voor God en voor de medemens, als dat in ons leven gaat leven, en als we daar honger naar krijgen en dorst om dat te hebben, dan zegt de Heere: Dan ben je zalig. Want dat betekent dat voor jou die gerechtigheid het belangrijkste van je leven is geworden.

Laten we dat nu eens even persoonlijk overdenken. Wat is nu het belangrijkste in jouw leven? Heb je het al beantwoord?

Waar leeft u of jij voor? Komt het woord ‘gerechtigheid’ daarin voor? Komt het naar boven: O, dat ik de Heere mag dienen. Dat ik in alles maar de Heere mag bedoelen. O, ik wenste wel dat ik nooit meer hoefde te zondigen. Ik wou dat ik morgen, van maandag tot zondag in een rechte lijn over deze wereld kon lopen, en niet naar links of rechts afdwalen in de zonde. Ik wilde wel, Heere, dat ik altijd op U gericht zou zijn met dat verlangen en met de heiligheid en met de reinheid van mijn gedachten en dat mijn spreken mag zijn met liefde en met teerheid, voor U en met medegevoel voor anderen. Dat ik helemaal voor U en voor anderen leef. En ik wilde wel, Heere, dat al die ijdelheid en al die verzoekingen me niks meer zouden doen, zelfs geen enkele aantrekkingskracht op me zouden hebben, maar dat ik volkomen heilig mag zijn. Heere, U weet, ik zou zo graag willen dat ik boven al dit aardse mag zijn. Dat ik het gebruik, maar dat ik er niet voor leef. Dat werk wat ik doe, dat ik graag mag doen, niet om het geld, niet om de prestige, niet om de eer, maar om U.  Als ik samen ben met anderen en spreek en leef, dat het mag zijn tot Uw eer.

Herken je soms die gedachten?

 

Leg eens even de vinger bij de halsslagader van je zielsleven. Zoals we ons hartslag kunnen voelen aan onze pols, leg zo je vinger eens even bij je hart. Waar klopt dat voor? Hongert het en dorst het naar gerechtigheid?

Jezus zegt: als dat zo is, dan is er met jou iets gebeurd dat je zalig maakt. Want waarom is dat zo? Waarom hongert een ziel naar de gerechtigheid? Dat is het werk van Gods Geest. Dat is de vrucht van het werk van Gods zaligmakende werk, en de Heere Jezus zegt: ‘Je bent zalig als je zo hongert en dorst naar gerechtigheid, omdat je deze gerechtigheid ook niet meer in jezelf vindt.’

 

Denk eens even na. Iemand die honger en dorst heeft, die verlangt naar iets wat hij niet in zichzelf heeft. Je kan jezelf niet voeden met dat wat niet in je maag zit. Honger moet gestild worden met iets van buiten je maag. Zo zegt de Heere: ‘Kijk, jij bent zalig, je hebt het werk van Mijn Geest ervaren omdat je deze gerechtigheid niet meer in jezelf vindt.’

Als de Heere je hart nieuw en levend maakt, dan wil je goed worden en goed doen. Er zullen hier ongetwijfeld ouderen en jongeren zijn die dat hard aan het proberen zijn. Elke dag een nieuw besluit. Je onderneemt alle pogingen om goed te zijn, om goed te doen, maar het loopt op niets uit. Het gaat niet. Ik kan mijn zonden niet bedwingen. Ik kan mijn hart niet veranderen. Ik loop nog steeds met diezelfde zonden. Ik probeer het wel, ik vraag erom. Ik zet grenzen om mijn leven heen, ik ga er niet overheen, ik wil niet meer, ik wil iets anders. Gaat het? Maakt u voortgang? Of is het elke week weer: ik kom niet verder? Het gaat eigenlijk alleen maar achteruit…

 

Zo komen we eigenlijk bij het diepste van de tekst. Zalig zijn zij die hongeren en dorsten zijn naar de gerechtigheid, die ze niet meer in zichzelf vinden. Maar waar dan wel?

 

In de Heere Jezus. Zal ik deze tekst eens op een andere manier zeggen? Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de Heere Jezus. Wie en wat is de Heere Jezus? Hij is de Gerechtigheid van God. En naar Hem dorst deze gezaligde hongerige ziel!  

 

We gaan we eerst zingen, voor we daar nog wat meer over nadenken. We zingen Psalm 31 vers 1, 13  en 17:

 

Op U betrouw ik, Heer’ der heren,
Op U, gelijk ‘t betaamt;
Ai, laat mij nooit, beschaamd,
Van Uwen troon teruggekeren;
Help mij, op mijn gebeden,
Door Uw gerechtigheden.

 

Laat over mij Uw aanschijn lichten;
Zie op Uw dienstknecht neer;
Verlos mij toch, o Heer’;
Doe mij nooit voor mijn haat’ren zwichten;
Beschaam niet, laat niet zuchten,
Dien Gij tot U ziet vluchten.

 

Geloofd zij God, Die Zijn genade
Aan mij heeft groot gemaakt;
Die voor mijn welstand waakt:
Zijn oog slaat mij in liefde gade;
Hij wil mij heil bereiden;
Mij in een vesting leiden. 

 

Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Deze mensen die hongeren en die dorsten naar iets dat van buiten moet komen.

 

Gemeente, ik hoop dat we allemaal hebben geleerd dat wij geen gerechtigheid meer hebben. Wat wij gerechtigheid noemen, dat noemt de Heere vieze kleren, waardeloos, nee erger: schuld. Heb je dat ook leren zien? Er staat in het twintigste vers van dit hoofdstuk: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij dan der schriftgeleerden en der farizeeën, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan.

 

‘Overvloediger’ moeten we niet zien als ‘meer lagen’, maar als ‘dieper dan de buitenkant’. Het woord gaat dus ‘naar binnen toe’. Eigenlijk zegt Hij: ‘Als jullie gerechtigheid niet dieper gaat dan de gerechtigheid van de schriftgeleerden en de farizeeën, als daar niet die armheid van geest is en dat treuren over de zonden en dat verlangen en dat hongeren naar de gerechtigheid vanbinnen, dan zul je niet binnengaan.’

Jij hebt misschien geprobeerd om het vanbinnen te vinden. Je weet, je kunt bij de Heere geen indruk maken met je buitenkant. Hij weet precies wat achter dat lieve gezichtje woont. Je hongert wel om goed te zijn. Je worstelt, je bidt erom. Je huilt erover, je zegt het tegen de Heere: ´Ik wil goed zijn, Heere, ik wil U dienen en liefhebben. Maar ik kan het niet vinden!’

 

Nee, het is ook niet in jou. Maar het is in de Heere Jezus. Weet je wat ik in de Heere Jezus heb leren zien? Wat ik in mezelf mis: gerechtigheid. Ik heb gezien dat Híj was wat ik probéérde te zijn. Dat mag ik vandaag getuigen tot bemoediging van medeworstelaars en hongerige zielen. Ik heb ook geworsteld om goed te zijn. Dat doe ik nog. Maar ik breng er niks van terecht. Want achter dit zwarte domineespak ligt een wereld van zonde.

Maar ik heb gezien Wie de Heere Jezus is. Wat is Hij dan? Hij wordt genoemd in de Bijbel: de Gerechtigheid van God. Met andere woorden: Hij is de Gerechtigheid die God eist van ieder mens maar die geen een gevallen Adamskind heeft. Nu heeft God Zelf in Zijn Zoon de gerechtigheid in een Persoon naar deze aarde gebracht.

In Zijn leven en in Zijn werken en in Zijn doen is de Heere Jezus volkomen gerechtigheid. Hij was en is recht in Zijn hart en Hij deed recht al de dagen van Zijn leven hier op aarde. Alles wat Hij deed was goed. Heilig, zonder zonde. Hij kwam op deze aarde, niet voor Zichzelf. Maar Hij kwam op deze aarde voor zondaren, die geen gerechtigheid in zichzelf hebben of hadden of ooit kunnen hebben. De Heere Jezus heeft precies gedaan wat wij nooit kunnen doen en nooit zullen doen. Hij had de Vader lief zonder enig falen. Hij had Zijn medemens lief. Hij had nooit slechte gedachten. Hij had nooit slechte verlangens. Hij had altijd handen die rein waren. Hij was altijd zuiver van hart. Zijn ziel kleefde niet aan het stof. Hij had nooit last van een hart dat niet wilde gaan in de weg die we gaan moeten.

 

Hij was en is de Gerechtigheid. En nu zegt de Heere in deze dienst: ‘Jij bent zalig als je hongert en dorst naar de gerechtigheid die Ik in Jezus Christus heb gegeven.’ Of: ‘Je bent zalig als je hongert en dorst naar de Heere Jezus Christus, omdat je hebt leren zien dat in Hem het antwoord ligt voor jouw ziel.’ In Hem ligt de brug tussen God en tussen jou. In Hem ligt de gerechtigheid die jij niet vinden kunt en die jij niet maken kunt en die niet dieper gaat dan de buitenkant. In Hem is alles!

 

Hongert en dorst u, hebt u pijn in uw zielenleven, om Hem te kennen? Leg je vinger eens bij je hartslagader. Is de Heere Jezus u dierbaar, om de Gerechtigheid die Hij is?

Kunt u zeggen met Petrus, in het aangezicht van de Heere Jezus: ‘Heere Jezus, tot Wie zullen wij heengaan? U hebt de woorden van het eeuwige leven! U hebt het antwoord. U bént het Antwoord. U alleen kan het recht maken tussen mij en mijn Schepper, tegen Wie ik gezondigd heb. En ik ben het onwaardig en nooit meer waardig om zelfs bij U terug te komen. Maar U bent voor mij de Enige.’

 

Kunt u het zeggen met Paulus – misschien kunt u niet verder komen vandaag – ‘O, dat ik in Hem mag gevonden worden! Niet mijn eigen gerechtigheid, die heb ik leren kennen als iets vies, waardeloos, en zelfs als schuld. Maar dat ik Hem mag kennen in Zijn gerechtigheid. Dat ik in Hem geborgen mag worden, dat ik bij Hem mag schuilen, dat ik mag weten dat Zijn gerechtigheid de mijne is. O, mijn ziel dorst naar de gerechtigheid die in Jezus is, zoals het dorstige hert naar de waterstromen!’

 

Tekent dit ons hart? Is dat uw, jouw beeld? Kun je dat ontkennen? Leeft wat we net zongen in ons hart: ‘Op U betrouw ik, Heere.’ Ik lees het uit het boek van de Psalmen. Op U, o Heere, betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw gerechtigheid (Ps.31:2).

Zie je het leven van die man? Die kwam niet met zijn eigen gerechtigheid, maar hij nam het Lam Gods in zijn handen, toen al in het Oude Testament, en hij stond voor zijn grote God en hij zei: ‘Heere, wilt U mij genadig zijn?’ Maar op welke grond kan Hij dit vragen? Op grond van ‘Uw gerechtigheid’, die hij in het geloof meenam.

Komt u zo voor de troon? Leven wij zo’n leven voor God? De Heere Jezus zegt over zulke mensen: ‘Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid die in Mij is en in Mij gevonden wordt.’

 

Misschien bent u hier vandaag verdrietig gekomen. Misschien hebt u weer een hele week achter u liggen en u denkt: Ik mis alles. Overal tekort. Het is niets en ik heb niets, Heere. Ik sta of zit hier weer als een arme man.

Maar is de gerechtigheid van Christus u dierbaar? Luister dan naar het laatste wat Hij zegt. Het is onze laatste gedachte:

 

3. Je bent zalig omdat je verzadigd zult worden

 

Dit is de belofte waarmee de Heere Jezus eindigt. Die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, die zullen dat niet altijd blijven. Er komt een tijd dat Ik jou zal verzadigen met die gerechtigheid. Dat is niet echt hier, gemeente, maar hierna. Hier zal het altijd zijn en blijven: hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. De grote apostel Paulus hijgt daar nog steeds naar aan het einde van zijn leven. 

 

Weet u wat ook een heel goed kenmerk is van het echte werk van God? Dat je heel je leven honger blijft hebben naar de gerechtigheid. Is dat niet waar in ons dagelijks leven? Jongens en meisjes, ik kom wel eens mensen tegen die geen honger en dorst meer hebben. Weet je waar ik ze tegenkom? Schrik niet: in een doodskist. Die mensen zijn dood. Die hebben geen honger en dorst meer. Zo is het ook geestelijk. Die hier geen honger en dorst naar gerechtigheid hebben, die zijn geestelijk dood. Zie je waarom de Heere Jezus deze hongerige en dorstige mensen zalig noemt? Ze hebben echt geestelijk leven.

 

Deze honger is een strijd. Het is vermoeiend om hongerig te zijn en je hebt een zware taak. Zo wordt het ook ervaren in deze hongerende zielen. De oude mens reist altijd met ons mee, en die strijdt en die trekt en die vecht en die verleidt, en daarom blijft Gods volk arm van geest, treurend, nederig, hongerig en dorstig. Dat blijft altijd in dit leven.

 

Maar er komt een dag, dán niet meer. Zij zullen verzadigd worden. Wanneer is dat dan? O, als God Zijn kind gaat thuishalen. Dat zegt Paulus ook zo mooi: Het leven is mij Christus (Filipp.1:21). Die arme Paulus, hij kon maar niet verder komen dan: Ik ellendig mens (Rom.7:21). Ik wil rechtvaardig zijn, ik wil goed zijn, ik wil goed doen, maar het komt maar niet. Maar Christus is mijn leven! En als hij gaat sterven, dan zegt hij: Sterven is mij gewin. Want dan zal hij verzadigd worden met de gerechtigheid. Dan zal hij nooit meer last hebben van zichzelf, nooit meer last van trots, nooit meer last van boze gedachten, maar altijd zal hij bij de Heere zijn, leven in gerechtigheid.

 

Er komt een nieuwe aarde. Ik vind deze aarde heel mooi, en ik heb jaren in één van de mooiste plekjes van de wereld gewoond, Nieuw-Zeeland. Maar ook in Nieuw-Zeeland is het een geestelijke woestijn. Maar eenmaal zal deze aarde helemaal vernieuwd zijn. En dan zegt Petrus: dan zal de gerechtigheid er in wonen. Het zal vol zijn van goed en van heiligheid en van recht. Er zal een volk zijn op die nieuwe aarde, zij zullen verzadigd zijn. Zij zullen nooit meer honger en dorst hebben naar gerechtigheid. We zullen verzadigd zijn. En daarom zegt de Heere: ‘Omdat ze hier honger hebben en daar verzadigd zullen zijn, daarom zijn ze zalig.’

 

Is dat niet een speciaal woord in deze dienst, gemeente?

Ik voel me soms zo ongelukkig. Als ik naar binnen kijk, als ik worstel met de zonde… ik kom niet verder. Ik schrijf vaak in een dagboekje. Ik heb dagboekjes van twintig jaar geleden. Ik ben nog geen streepje verder gekomen. Die oude zonde die er toen was, die is er nog, jongens. Daar vecht je mee, daar word je soms moe van. Maar zo zal het niet altijd blijven. Dat is de belofte in deze zaligspreking. Soms, door het geloof, kunnen we iets van die volheid ervaren als we Christus mogen zien. Dat geeft rust.

 

Nu heeft de Heere vandaag tegen ons gezegd: ‘Zalig zijn zij die honger en dorst hebben.’ Ga er mee naar huis. Rust nu je moede ziel vandaag in dit woord van de Zaligmaker! Het is op Zijn belofte: je zult verzadigd worden. Hij zal Zijn werk volmaken. Maakt Hij hongerig naar gerechtigheid, dan zal Hij ook verzadigen. Dat maakt weer blijmoedig. Dan blijven we hier arm, blijven we hier maar worstelen, maar er is toekomst! Een prachtige toekomst. Dat is het waard om hier honger te hebben. Dat is het waard om hier dorstig te zijn, heel je leven.

Daar zul je straks nooit meer aan terugdenken, aan die moeilijke tijd, met die worsteling van honger en dorst naar de gerechtigheid, want we zullen verzadigd worden met God. Met Zijn Geest, met Zijn liefde, met Zijn kennis, met Zijn nabijheid, met Zijn volheid.

 

Is de Heere Jezus voor ons dierbaar geworden als Gods Gerechtigheid?

John Bunyan zegt dat ergens zo mooi: ‘Ik heb mijn gerechtigheid al in de hemel. Ik heb het niet hier, maar ik heb het in de hemel. Daar is mijn Jezus, aan de rechterhand van mijn Vader, voor mij.’ Zie, dat is het. Zalig zijn zij die in een honger en een dorst aan de Heere Jezus zijn verbonden.

 

Misschien ken jij niks van die honger. Dan heb je een andere honger, ik weet het. Jij hebt honger om gelukkig te zijn. Ik kom allerlei mensen tegen en ze hebben allemaal dezelfde honger: ze willen gelukkig zijn. Ik praat wel eens met mensen die met zelfmoordgedachten lopen. Dan denken ze dat ze gelukkig worden als ze er een eind aan maken. Ik kom mensen tegen die heel rijk zijn, maar niet gelukkig. Ze willen nog méér hebben. Iedereen is op zoek naar geluk. Maar je zult het nooit vinden. Tenzij je de Heere Jezus vindt en van Hem gevonden wordt.

 

En mag ik je daar dan vandaag weer op wijzen? Hij roept het toe in een heel bekend vers: ‘Alle gij dorstigen…’ Naar wat, naar geluk? ‘Kom tot de wateren van het evangelie! Zij die geen geld hebben, die geen goed hebben, die niks hebben, kom toch maar!’

En dan stelt de Heere een vraag, waar ik je mee achterlaat: ‘Waarom weeg je geld uit voor hetgeen geen brood is, en uw arbeid voor hetgeen niet verzadigen kan?’

Leg die vraag nu eens naast alles wat je doet van de week. Zit je te surfen op het internet, vraag het dan: kan dat me verzadigen? Ik ga dit boek lezen vandaag. Zal dat me verzadigen? Ik ga dáár eens lekker heen vanavond. Zal dat me verzadigen? Ik ga eens lekker slapen vanmiddag. Zal dat me verzadigen?

Leg die vraag nu eens overal naast. De Heere vraagt: Waarom doe je dat nu? Want je weet toch uit ervaring dat het je niet verzadigt? Blijf geen dwaas door het geluk te zoeken waar je het nooit zult vinden. Zoek wat je écht kan verzadigen, en dat is in Mij alleen.

 

Amen.

 

 

Slotzang: Psalm 16: 4 en 6

 

Ik zal de Heer’, die mij getrouwen raad
Gegeven heeft, met psalmgezangen prijzen,
Daar ’t Godd’lijk licht mij toestraalt vroeg en laat,
Mijn nieren zelfs bij nacht mij onderwijzen.
Ik stel die Heer’ gedurig mij voor ogen;
Zijn rechterhand zal nooit mijn val gedogen. 

 

Gij maakt eerlang mij ‘t levenspad bekend,
Waarvan, in druk, ‘t vooruitzicht mij verheugde;
Uw aangezicht, in gunst tot mij gewend,
Schenkt mij in ‘t kort verzadiging van vreugde;
De lieflijkheên van ‘t zalig hemelleven
Zal eeuwiglijk Uw rechterhand mij geven.