Ds. D.W. Tuinier - Galaten 3 : 11b

Rechtvaardig voor God, door het geloof

Door Gods Woord geleerd
Door de Roomse kerk geloochend
Door Maarten Luther ontdekt
Deze preek is eerder gepubliceerd in de prekenbundel ‘Indien gij gelooft’ van ds. D.W. Tuinier (Uitg. De Banier, 2009).

Galaten 3 : 11b

Want de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 40: 3
Lezen : Galaten 3: 1-18
Zingen : Psalm 20: 1, 5
Zingen : Psalm 145: 6
Zingen : Psalm 42: 5
Zingen : Psalm 68: 10

Gemeente, met Gods hulp vragen wij uw aandacht voor onze tekst, die u vindt in het gedeelte dat u is voorgelezen, Galaten 3, en daarvan het laatste gedeelte uit vers 11. We lezen daar het woord van de Heere:

 

               Want de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

 

We schrijven onder de tekst: Rechtvaardig voor God, door het geloof.

 

Drie gedachten:

1. Door Gods Woord geleerd

2. Door de Roomse kerk geloochend

3. Door Maarten Luther ontdekt

 

1. Door Gods Woord geleerd

 

Gemeente, de apostel Paulus schrijft de Galaten een brief. De inhoud daarvan is ontdekkend, beschuldigend, maar ook vertroostend en vol onderwijs. Wat is de reden dat hij deze brief schrijft? De Galaten zijn onder invloed gekomen van dwaalleraars. Dwalingen zijn de gemeente binnengeslopen. Paulus spaart de Galaten niet. Hij begint ons teksthoofdstuk met: O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij der waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn?

Waarmee zijn zij dan betoverd? Waarom is de apostel zo scherp? Welke dwalingen zijn in de gemeente gekomen? Deze dwaling: dat de mens door de werken van de wet zalig wordt. Het eeuwige leven hangt af van eigen doen en laten. Goede werken zijn noodzakelijk om zalig te worden. Je moet besneden zijn. Je moet heel stipt en nauwgezet leven en de wetten van Mozes onderhouden. Dat alles is nodig. Anders komt het nooit goed tussen God en je ziel. En daarnaast is ook de genade van de Heere Jezus nodig. En zij samen, Jezus wat en de mens wat, Christus’ werk en mensenwerk met elkaar gemengd, geven de zaligheid. Dus Jezus is geen volkomen Zaligmaker. Jezus is niet de grote Vervuller van de wet. Hij is het maar voor de helft. Er moet nog iets van de mens bij.

Dat is de dwaling, die langzaam maar zeker de Galaten beheerst. Dat hoort Paulus en dan schrijft hij een brief. Daarom noemt hij hen uitzinnige Galaten. Hij zegt: ‘Jullie laten je betoveren. Je bent de waarheid niet gehoorzaam. Wij hebben jullie toch Christus, de Gekruisigde, voor ogen geschilderd? Wij hebben toch Christus als de enige grond van de zaligheid gepredikt? Denk erom, een andere weg is er niet! U zult nooit door de werken van de wet zalig kunnen worden.’

 

En dat gaat de apostel verder uitwerken. Hij haalt Abraham aan, de vader aller gelovigen. Ook Abraham is, ziende op Gods belofte, door het geloof alleen zalig geworden. En niet uit zijn werken. En dan vervolgt de apostel in vers 11: En dat niemand door de wet gerechtvaardigd wordt voor God, is openbaar; want de rechtvaardige zal uit het geloof leven. Onze tekst is eigenlijk een conclusie: Want de rechtvaardige zal uit het geloof leven. Paulus wil zeggen: ‘Galaten, de zaligheid is alleen door het geloof in de Heere Jezus Christus. Dat is de enige weg tot God!’

Door de werken van de wet zal geen vlees gerechtvaardigd worden voor God. Geen mens zal het Koninkrijk van God in kunnen gaan door het doen van goede werken. Wij zijn immers van onszelf onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad? Heel de wereld ligt verdoemelijk voor God. Allemaal liggen we verloren in zonde en schuld. Daarom is de weg om vanuit onszelf tot God te komen, een doodlopende weg. De deur naar de hemel zit bij ons vandaan dicht. En hij blijft dicht. Maar nu het wonder bij God vandaan: Hij heeft van eeuwigheid een weg uitgedacht en uitgewerkt. De Heere heeft in Zijn welbehagen een deur geopend. Hij heeft Zijn Zoon gegeven. De Heere Jezus Christus is in de volheid van de tijd een vloek geworden. Waarom? Om vloekwaardigen te verlossen van de vloek van de wet. Daar heeft Hij Zelf van gezegd: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. (Joh. 3:16)

 

Gemeente, alleen het offer van de Heere Jezus Christus is de weg tot God. De Heere Jezus is de Weg, de Waarheid en het Leven. Alleen Zijn gerechtigheid redt van de dood. Alleen door een waar geloof in Hem kan het weer goed komen tussen de Heere en uw ziel. Dat is de boodschap die Paulus van zijn Zender aan de Galaten brengt. Dat is ook de boodschap voor ons: De rechtvaardige zal uit het geloof leven.

U zegt misschien: ‘Daar zit ik nu mee. Hoe kom ik aan het geloof? Wat is het geloof?’ Is dat uw vraag? Is dat uw levensworsteling? Bent u met deze vraag naar de kerk gekomen? Hebt u daar wakker van gelegen? Ben je daar mee bezig? Het geloof is een gave van God. Dat wil de Heere u geven. Het eenvoudige kinderversje uit Psalm 81 geeft antwoord op uw vraag:

 

Al wat u ontbreekt,

Schenk Ik, zo gij ‘t smeekt,

Mild en overvloedig.

 

Wij missen alles. We worden in ongeloof geboren. Maar nu wil de Heere u het geloof geven, als u daar echt verlegen om bent. Bent u dat? Hoeveel tijd hebt u in de achterliggende week besteed aan het zoeken van God? Hoe lang heb je in je Bijbel gelezen, jongelui? Hoeveel heb je de Heere om een nieuw hart gebeden, jongens en meisjes? Je bidt wel om bekering, om een nieuw hart. Dat moet je blijven doen, hoor! Maar heb je ook echt verdriet om je zonden? Ben je bedroefd, omdat je de Heere nog niet lief hebt? Ik vind dat kleine kinderen, maar ook grote mensen, weer zo snel van hun knieën kunnen opstaan. Wat zijn we druk! Wat zijn we bezet met allerlei dingen van deze tijd. Dat neemt ons zo in beslag, dat we geen tijd meer hebben om met het ene nodige bezig te zijn. De Heere Jezus zegt: Zoekt eerst het Koninkrijk Gods. (Matth.6:33)

 

Het geloof is een gave van God. De Heere werkt het door Zijn Geest in je ziel. In het ogenblik van Zijn welbehagen stort Hij Zijn liefde uit in je hart. Die liefde verbreekt je hart. Het geloof komt vanzelf openbaar in de vruchten. Eén van de eerste vruchten is dat je de Heere mist. Je moet Hem missen om eigen schuld. Dat geeft een grote smart in je ziel, want je kúnt Hem niet meer missen. Zo ga je roepen, zuchten en vluchten tot Hem. Weet je wat geloof is? John Owen zegt: ‘Het geloof is het vluchten van een arme zondaar tot de barmhartigheid en de liefde van God in de Heere Jezus.’

Dus het geloof is vluchten. Vluchten, in uw zonden en verlorenheid, tot de liefde, de genade en de barmhartigheid van God, in het offer van Zijn Zoon. Dan ben je arm in jezelf. Dan ben je zondaar voor God. Dan leer je afzien van jezelf. Dan ga je de dood schrijven op alles wat van jezelf is. Al onze eigengerechtigheden zijn in Gods heilige ogen als een wegwerpelijk kleed. In die weg van ontdekking krijg je een andere gerechtigheid nodig: de enig geldende gerechtigheid van de Heere Jezus Christus.

 

De rechtvaardige zal uit het geloof leven. Door het geloof vlucht u tot de troon van Gods genade. Dan verstaat u de tollenaar, die bad: O God, wees mij zondaar genadig! (Luk.18:13) Onuitsprekelijk wonder, als dan de deur opengaat van Gods kant. Onbevattelijk groot, als het licht valt op de Heere Jezus Christus en Zijn gerechtigheid. Hij is de enige Weg tot God. Hij is de Middelaar Gods en der mensen. Zijn verdienste is het enige middel om de welverdiende straf te ontgaan en weer tot Gods genade te komen. Hij is van God gegeven tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en tot een volkomen verlossing. Hij is onze gerechtigheid voor God. Als ik door het geloof op Hem mag zien, de Schoonste van alle mensenkinderen, dan is het goed, zoet en zalig. Genade is in Zijn lippen uitgestort. Het is goed, als we door het geloof mogen zien op de Heere Jezus in Zijn heerlijkheid, volkomenheid en gewilligheid. Dan is er vrede in mijn ziel en rust in mijn hart. Dan is het een vlak veld tussen God en mij.

 

Dat is het wat de apostel Paulus de Galaten voorhoudt, in alle ernst en bewogenheid. Dat is ook de boodschap voor ons. Verstaat u de vraag: ‘Mijn ziel, doorziet gij uw lot? Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?’ Verstaat u het antwoord: alleen door een waar geloof in Christus?

Gemeente, dat is een grote zaak. Dat is Gods genadewerk in een mens. Dat is het onwederstandelijke werk van Gods Geest. Maar daar moet het toch naar toe in uw, in jouw en in mijn leven. Met minder zal het niet kunnen. Moe, arm en naakt, kom ik tot God, Die mij zalig maakt, door de gerechtigheid van Zijn Zoon. Alleen Zijn gerechtigheid redt van de dood. Onze eerste gedachte was: Door Gods Woord geleerd. We gaan naar ons tweede punt. Zullen we eerst zingen? Psalm 145 vers 6:

             

De Heer’ is recht in al Zijn weg en werk;

Zijn goedheid kent in ’t gans heelal geen perk.

Hij is nabij de ziel, die tot Hem zucht;

Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht;                                                                                                                                                                                                                      

Dat ongeveinsd, in ‘t midden der ellenden,

Zich naar Gods troon met zijn gebeên blijft wenden;

Hij geeft de wens van allen, die Hem vrezen;

Hun bede heeft Hij nimmer afgewezen.

 

Rechtvaardig voor God, door het geloof. Onze eerste gedachte was: Door Gods Woord geleerd. We gaan nu naar de tweede gedachte:

 

2. Door de Roomse kerk geloochend

 

De Roomse kerk leert dat ik door aanvullende genade met God verzoend wordt. Aanvullende, tegemoetkomende genade. Dat wil zeggen: mijn goede werken moeten worden aangevuld met het werk van de Heere Jezus. Mijn werken plus Christus’ werk, zijn samen genoeg om zalig te worden. Dat is ook de dwaling in de gemeente van de Galaten. Vandaar deze scherpe en ontdekkende woorden van de apostel Paulus. Maar dat is ook de leer van de Roomse kerk.

Vergeving van zonden krijg je in de Roomse kerk door verschillende dingen te doen: biechten bij de priester, trouw de sacramenten gebruiken, heiligen aanroepen, vasten, veel bidden, heel veel geld geven aan de kerk en goede werken doen. Dit alles is nodig om vergeving van je zonden te ontvangen. En daarbij komt ook het werk van de Heere Jezus. Hij wat en ik wat. En vergeet vooral niet lid te zijn en lid te blijven van de Roomse kerk. Want het is uiteindelijk de kerk, die de schuld vergeeft en de hemelpoort opendoet of toesluit.

 

Zeker in de dagen van Maarten Luther zijn deze dwalingen tot een hoogtepunt gekomen. Een zekere Roomse monnik, Johan Tetzel, zwerft door heel Duitsland en verkoopt aflaatbrieven. De mensen kunnen voor geld hun schuld en zonden afkopen. Zonden van vroeger, zonden van vandaag en zonden die nog gedaan zullen worden, worden vergeven als je een dure aflaatbrief koopt. Je kunt er een kopen voor jezelf, maar ook voor andere mensen; familieleden of vrienden die gestorven zijn. Dan wordt er voor hen betaald. ‘Voldaan’, staat er dan op de aflaatbrief. Zo kan hun ziel verlost worden uit het vagevuur. ‘Als het geld in het kistje klinkt, het zieltje in de hemel springt.’

Wat erg toch, hè? Wat een dwaling! De vergeving van de zonden is toch niet te koop voor geld? Ja, de Roomse kerk gaat zo ver, dat zij heeft uitgesproken dat iedereen die leert dat de zonden alleen door het geloof in Christus vergeven worden, vervloekt is. Maarten Luther weet daar ook van. Ook over zijn leven is de banvloek uitgesproken. Dat gebeurt nog. Ontzettend! De kerk ligt in de gevangenis, gebonden in duisternis en valse dwalingen.

 

Gemeente, zoek de Roomse kerk niet te ver weg. De Roomse paus leeft in ons aller hart. God heeft ons geschapen in een werkverbond. Hij beloofde het eeuwige leven als we gehoorzaam zouden zijn. Hij dreigde met de dood bij ongehoorzaamheid. In Adam, ons verbondshoofd, zijn we gevallen. We hebben gezondigd, Gods gebod overtreden en het verbond verbroken. Toch blijft een mens, wie dan ook, vanuit zichzelf een weg zoeken om God te behagen. Dat werken zit ons allen in het bloed. Ja, ook na ontvangen genade! Altijd probeer ik in een weg van doen en laten in het reine met de Heere te komen. Steeds weer probeer ik door eigen werken met God verzoend te worden. Dan ga ik aan het werk in mijn verschillende werkhuizen. Met welk doel? Om God te behagen, Zijn eer te bedoelen, de schuld te betalen en de zaligheid te verdienen.

Dus kijk niet vanuit de hoogte neer op de Roomse kerk. Want dat bent u zelf. Weet u wat zo nodig is? Dat de Heere alles van mij afbreekt en wegneemt, waarmee ik meen voor Hem te kunnen bestaan. Alles van mij is tekort. Alles van mij wordt in de weegschaal van Gods recht gewogen en te licht bevonden. De weg naar de hemel loopt van mij vandaan dood. Ik moet leren: uit mij geen vrucht meer in der eeuwigheid. Door de werken van de wet kan geen vlees gerechtvaardigd worden voor God. Zo kom ik in het armenhuis terecht. Daar moet het naar toe. Ik moet alles verliezen. Ik moet alles kwijtraken. Ik moet mijn benen breken. Ik moet leren dat ik het vanuit mezelf nooit meer goed kan maken. Ik heb alleen maar schuld en niets om te betalen. En God zal geen onrecht doen als Hij me voor eeuwig voorbijgaat. Zo kom ik als een zondaar, een verloren mens, aan de troon van Gods genade met smeking en met geween.

 

Verstaat u het? Dan wordt het wonder onbevattelijk groot als er licht valt op de Weg, die bij God vandaan geopend is. Hij heeft een Deur gegeven; een Deur in het dal van Achor. Daar waar ik moet omkomen, is Jezus Christus de enige Weg van ontkoming. Zijn gerechtigheid komt volkomen overeen met het heilig recht van God. Als er licht valt op Zijn werk, Zijn volkomen offer, genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid en dat voor een verloren mens, dan is er in Hem een oneindige ruimte van zaligheid. Alleen in Zijn offer is de Vader tevreden. Alleen in Zijn verdiensten is Gods toorn gestild en Zijn gramschap geblust. Alleen in Christus gaat het licht op in de duisternis. Zo trekt Hij nog door Zijn Geest mensen uit de duisternis, uit de slavernij van de zonde. Hij brengt hen tot Zijn wonderbaar en heerlijk licht.

 

Gemeente, dat doorbrekende werk van Gods Geest is zo nodig. De Geest, Die Heere is en levend maakt, maar Die ook een zondaar doet vluchten tot God, tot het bloed van Zijn Zoon. Dan is er zaligheid, vrede en rust bij de Heere, in de Zoon van Zijn welbehagen. Hoe meer ik in mezelf kwijt raak, des te meer zal ik Hem nodig krijgen.

Het doorbrekende werk van Gods Geest is en blijft nodig. In mezelf ben ik een goddeloos mens, die niets heeft. Maar in Hem, in Jezus Christus, ligt alles! Hij is een volkomen Zaligmaker. Hij heeft de schuld voldaan, Gods recht verheerlijkt, de straf gedragen, de zonden verzoend en het eeuwige leven aangebracht. Hoe meer ik alles buiten Hem verliezen moet, des te meer zal ik gaan leunen en steunen op Zijn volkomen genoegdoening. Niets uit mij, maar alles uit Hem. Zo reis ik door de woestijn van dit leven, naar het hemelse Jeruzalem. Dan stem ik in met McCheyne:

 

Nu ken ik die waarheid, zo diep als gewis:

Dat Christus alleen mijn gerechtigheid is!

 

Want de rechtvaardige zal uit het geloof leven. In onze derde gedachte gaan we zien hoe Maarten Luther dit ontdekt heeft. Eerst zingen we Psalm 42 vers 5:

 

Maar de Heer’ zal uitkomst geven,

Hij, Die ‘s daags Zijn gunst gebiedt;

‘k Zal in dit vertrouwen leven,

En dat melden in mijn lied;

‘k Zal Zijn lof, zelfs in de nacht,

Zingen daar ik Hem verwacht,

En mijn hart, wat mij moog’ treffen,

Tot de God mijns levens heffen.

 

Het thema van de preek is: Rechtvaardig voor God, door het geloof. Onze eerste gedachte was: Door Gods Woord geleerd. Vervolgens hebben we gezien: Door de Roomse kerk geloochend. Tenslotte letten we op:

 

3. Door Maarten Luther ontdekt

 

In de donkere tijd van de vijftiende en zestiende eeuw begint de Heere het werk van de Reformatie. De kerkhervorming begint niet op 31 oktober 1517, de dag dat Maarten Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de Slotkapel te Wittenberg spijkert. De Reformatie begint eerder.

Weet u wanneer de Reformatie begint? Als de Heilige Geest de jonge doctor in de theologie, Maarten Luther, de rijke inhoud en betekenis van onze tekst leert. De Hervorming begint als het plaatsmakende en ontdekkende werk van de Heilige Geest plaatsvindt. De Reformatie begint als Luther het geheim van zalig worden ontdekt, door het zaligmakende werk van de Heilige Geest. En wij weten dat hij langs een weg van veel strijd, worstelingen, vrees en twijfel, zo ver mag komen.

Als kind had Maarten Luther al diepe indrukken van dood en eeuwigheid. Al heel jong was hij bang om te sterven. In zijn ouderlijk huis stond hij vaak voor een schilderij waarop het laatste oordeel stond afgebeeld. Aan Gods rechterhand zag hij Gods kinderen. Aan de linkerkant van Gods troon zag hij de velen die verloren gaan. Urenlang kon hij daarnaar kijken. Dan kromp zijn hart ineen van vrees, als hij aan de rechtvaardige God dacht en aan zijn zondige hart. Dan was hij bang dat hij straks ook verloren moest gaan. Als klein jongetje lag hij daar vaak wakker van. Dan kon hij niet slapen. Zo begon de Heere te werken in zijn jonge leven.

Het werd de nood van zijn ziel, zijn levensvraag: hoe zal ik het eeuwige leven vinden? Hoe vind ik een genadig God? Hoe zal ik ooit rechtvaardig voor Hem kunnen verschijnen? Deze zaken hielden hem bezig. Dag in, dag uit. Daar stond hij mee op en daar ging hij mee naar bed. Heilige onrust is in zijn leven gekomen. De priester zei: ‘Jij bent een keurige, nette jongen, Maarten. Jij moet maar veel goede werken doen. Jij moet monnik worden. Je moet je leven aan God wijden. Dan komt het allemaal goed, hoor!’ Dat heeft hij gedaan. We weten uit de geschiedenis hoe hij dat de Heere heeft beloofd, tijdens die angstige wandeling in het bos tijdens de onweersbui. De bliksem sloeg in en Maarten beloofde in doodsangst monnik te worden.

Zo is het gebeurd. Tien jaar lang is hij monnik geweest. Wat heeft hij veel gewerkt, hard geploeterd, gevast en gebeden, goede werken gedaan. Hele dagen, tien jaar lang. Wat bedoelde hij het goed, maar wat was hij verkeerd bezig. Want hij werkte vanuit zichzelf, vanuit de mens, op God aan. Hij werkte vanuit het verbroken werkverbond aan zijn zaligheid, door de Heere gunstig te stemmen met zijn doen en laten. Wat heeft hij veel gedaan en laten staan, om met God verzoend te worden. Wat heeft hij gewerkt om rechtvaardig voor God te kunnen zijn.

 

We zien Maarten Luther bezig. Hij biecht. Hij bidt. Hij eet niet meer of heel weinig. Hij leest veel in de Bijbel. Hij doet er alles aan om rust voor zijn hart en vrede voor zijn ziel te krijgen. Maar het is alles tevergeefs. Hij krijgt geen antwoord op zijn vragen. De deur naar de hemel zit dicht en blijft gesloten. Het wordt steeds donkerder en benauwder in zijn ziel. Ja, het wordt onmogelijk voor hem om zalig te worden. Vooral dat woordje ‘gerechtigheid’, daar loopt hij tegenaan. Daar weet hij geen raad mee. Dat is een worsteling voor hem: Gods gerechtigheid.

Dagelijks leest hij biddend Gods Woord. Al zo vaak heeft hij Romeinen 1 gelezen, het zeventiende vers: De rechtvaardige zal uit het geloof leven. Maar hij ziet het niet. Hij is er blind voor. Zijn ogen zitten dicht. Het moet hem worden geopenbaard. Er moet licht over vallen. En dat is het werk van Gods Geest. Houdt u het vast, gemeente?

 

Die ene nacht zal Luther nooit meer vergeten. Opnieuw ligt Romeinen 1 voor hem open. Weer leest hij vers 17. Dan is het moment daar, dat God Zijn ogen opent. Dan gaat het licht op in zijn ziel. Het behaagt God Zijn Zoon in hem te openbaren. Tot zijn grote verwondering en blijdschap, ziet hij dat hij niet door zijn eigen gerechtigheid voor God kan bestaan, maar door een geschonken gerechtigheid. Door de geschonken gerechtigheid van de Heere Jezus Christus is hij rechtvaardig voor God, uit louter genade. Vanuit zichzelf is het onmogelijk om ooit nog tot God te komen. Dan moet hij rechtvaardig verloren gaan. Maar, o wonder van eeuwige genade: hij is rechtvaardig voor God, in een Ander, de grote Ander, in Christus!

Daar in die nacht gaat het licht op in de duisternis van zijn ziel. Daar gaat de deur naar het hemelse paradijs voor hem open. Dat is de vrucht van het ontdekkende, doorbrekende werk van Gods Geest in zijn leven. Zelf ligt hij midden in de dood. Maar hij mag het leven zoeken en vinden in Hem, Die dood geweest is en Die leeft tot in eeuwigheid. De volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus wordt hem geschonken en toegerekend, uit enkel genade.

Daar is Maarten Luther bedelaar gemaakt. Hij houdt zijn bedelhand op. Als een verbrokene, een verslagene, mag hij Christus en al Zijn weldaden ontvangen. Een bedelaarshand: leeg, arm en vuil. Hij is een bedelaar: uitgewerkt, uitgeploeterd, aan het eind gekomen met al zijn werken, doen en laten. Moe, arm en naakt, vlucht en zucht hij tot God, Die Hem in Christus zalig maakt. Christus’ verdiensten worden hem uit genade geschonken en toegerekend. Christus mag hij ontvangen, eigenen, omhelzen en kussen door het geloof.

En zo is hij rechtvaardig voor God. Zo komt hij tot die zalige ontdekking. Daar begint het werk van de Reformatie. Zijn hart is zo vol van Christus, van Zijn liefde, van Zijn gunst en Geest, dat hij er niet van kan zwijgen. Waar zijn hart vol van is, daar loopt zijn mond van over. Hij voelt zich innerlijk gedrongen om te waarschuwen voor al die vreselijke dwalingen. Gods eer is op zijn hart gebonden. Het gaat hem om het werk en de kerk van zijn Koning. De liefde van Christus dringt hem.

Zo gaat hij op 31 oktober 1517 met zijn 95 stellingen naar de deur van de kerk in Wittenberg, niet wetend wat dat, door Gods Geest, teweeg zou brengen. We weten dat de Heere hem in de middellijke weg gebruikt heeft om Zijn kerk te verlossen uit de duisternis van de Roomse dwaalleer. Daar gaan we nu niet verder op in.

 

Voor ons is het de vraag: kent u, ken jij de worsteling van Luther? Verstaan wij het geheim van de woorden van onze tekst: Want de rechtvaardige zal uit het geloof leven? Dat is een geloofsgeheim. Dat moet ons worden geopenbaard. Bent u daar verlegen om? Of zit u daar niet mee? Dan gaat het niet goed met u. Bekeert u, bekeert u toch tot de Heere! Zoek Hem en leef!

Of zijn de levensvragen van Luther u niet vreemd, maar bent u nog aan het zoeken naar allerlei wegen of middelen om tot genade te komen? Reken er op dat u het nergens zult vinden. Want buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf. In uzelf ligt u midden in de dood. In uzelf bent u en blijft u een goddeloos mens. Dat zal er nooit beter op worden. Maar in Christus alleen bent u levend geworden. Uit Hem te leven, dat is het meest vruchtbare leven. Dat is goed, zoet en zalig. Leven uit Hem, de Levensbron. In Zijn licht ziet u het licht. Licht in de duisternis van uw ziel.

En dan moeten al die Roomse pausen er aan. Alles wat geen God en Christus is, moet wegsterven, weggesneden worden. Dat is een pijnlijke zaak, een stervensproces. Maar het is wel profijtelijk, nuttig en noodzakelijk. Want dan krijgt God de eer. En de gerechtigheid van Christus wordt noodzakelijk. Dan stem je in met de dichter van de psalm die we straks samen gaan zingen:

 

Die God is onze zaligheid;

Wie zou die hoogste Majesteit

Dan niet meer eerbied prijzen?

Die God is ons een God van heil;

Hij schenkt, uit goedheid, zonder peil,

Ons ‘t eeuwig, zalig leven.

 

Amen.

 

 

Slotzang: Psalm 68: 10

 

Geloofd zij God met diepst ontzag!             

Hij overlaadt ons, dag aan dag,

Met Zijne gunstbewijzen.

Die God is onze zaligheid.

Wie zou die hoogste Majesteit

Dan niet met eerbied prijzen?

Die God is ons een God van heil;

Hij schenkt, uit goedheid, zonder peil,

Ons ’t eeuwig, zalig leven;

Hij kan, en wil, en zal in nood,

Zelfs bij het naad’ren van de dood,

Volkomen uitkomst geven.

 

 

Deze preek is eerder gepubliceerd in de prekenbundel ‘Indien gij gelooft’ van ds. D.W. Tuinier (Uitg. De Banier, 2009).