Ds. C. Harinck - Romeinen 3 : 25 - 26

De voorstelling van Christus

Christus is voorgesteld tot verzoening
Christus is voorgesteld tot rechtvaardiging

Romeinen 3 : 25 - 26

Romeinen 3
25
Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods;
26
Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 4: 3
Lezen : Leviticus 17
Zingen : Psalm 143: 1, 2, 9
Zingen : Psalm 69: 13
Zingen : Psalm 79: 7

Gemeente, in het u voorgelezen schriftgedeelte wil de Heere Israël op het hart drukken dat de ziel of het leven van een dier in het bloed is. Bloed vergieten is dus leven vergieten. De Israëlieten zijn door God opgevoed met deze boodschap. Wanneer het bloed van een offerdier werd vergoten, zagen de Joden dat de ziel, het leven van het dier, werd uitgegoten.

Wanneer Christus’ bloed wordt vergoten, wordt dan ook Zijn leven vergoten. Het leert ons dat Christus Zijn gemeente heeft verkregen door het vergieten van Zijn bloed, dat is:  door het uitstorten, het afleggen van Zijn leven.

Daarover spreekt Romeinen 3 vers 25 en 26:

 

Welken God voorgesteld heeft tot een Verzoening door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden die tevoren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in deze tegenwoordige tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende degene die uit het geloof van Jezus is.

 

Het gaat in deze teksten om: De voorstelling van Christus.

 

Twee gedachten:

1. Christus is voorgesteld tot verzoening

2. Christus is voorgesteld tot rechtvaardiging

 

1. Christus is voorgesteld tot verzoening

 

De apostel vervolgt zijn betoog over de leer van de rechtvaardiging van de schuldige zondaar door het sterven van Christus. Hij zegt van Jezus: Welken God voorgesteld heeft tot een Verzoening door het geloof in Zijn bloed.

Welken, dat is Christus. Het slaat terug op wat hij tot hiertoe over Jezus heeft gezegd. De apostel heeft betoogd dat door Christus verlossing is teweeggebracht. De zondeslaaf is door Christus vrijgekocht. De apostel zegt nu dat Christus voorgesteld is tot een Verzoening door het geloof in Zijn bloed.

Voorgesteld, dat betekent: openlijk tentoongesteld. Niet ergens weggedrukt in een donkere nis of verborgen gehouden van de mensen. Nee, Jezus is tot verlossing voorgesteld, op de voorgrond geplaatst, publiekelijk aan iedereen getoond.

Dat is gebeurd op Golgotha’s kruis. Maar dit gebeurt vooral in de prediking van het evangelie. Sinds de pinksterdag wordt Christus aan de wereld getoond als de Zaligmaker der wereld. De prediking is daarom een publiekelijke voorstelling van Christus als Zaligmaker en Verlosser.

Een prediking waarin Christus in een donkere nis wordt weggestopt en niet voor de ogen van de hoorders wordt neergezet, is niet de Bijbelse prediking. In de rechte prediking wordt Christus ons voor ogen gesteld. In de brief aan de Galaten zegt Paulus: ‘Ik heb Christus voor uw ogen geschilderd als gekruisigd zijnde.’

 

God heeft de weg van de verzoening door het bloed van Jezus tentoongesteld in de wereld. Hij heeft de door Christus aangebrachte verlossing niet verborgen gehouden, maar zichtbaar gemaakt.

En hóe heeft God Christus openlijk aan de wereld voorgesteld? We lezen: Tot een Verzoening door het geloof in Zijn bloed. Christus wordt bekendgemaakt als de weg van de verzoening met God. Maar dat niet alleen. Hij wordt voorgesteld als een Verzoening door het geloof in Zijn bloed. Het is een verzoening die met het bloed van Jezus is verbonden

Verzoening heeft in de Schrift met bloed te maken. De gehele oudtestamentische dienst wordt als het ware samengevat in de uitspraak: Zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving (Hebr.9:22). Door het bloed van het offerdier werd de toorn van God gestild en Zijn gunst verkregen.

 

Wanneer we in het boek Leviticus naspeuren wat nu eigenlijk verzoening is, dan bevat verzoening vier belangrijke zaken.

Allereerst: er is een overtreding begaan. Het gebod Gods is overtreden. De tweede zaak is dat door die overtreding God is beledigd en vertoornd. De derde zaak is: door die overtreding is de mens een schuldige geworden; hij of zij staat schuldig voor zijn Schepper. En dan is er het vierde element: het plaatsvervangend offer brengt verzoening teweeg tussen God en de schuldige zondaar.

Het offer brengt het naar alle opzichten in orde. Het offer bedekt de overtreding; het verzoent de schuld; het stilt Gods toorn en brengt vrede tussen God en de overtreder. Het offer maakt het in orde in de richting van God. Het bevredigt God. Maar het offer brengt het ook in orde in de richting van de overtreder. Het bedekt zijn overtreding. Het neemt zijn zonde weg.

 

Deze verzoeningsweg, die ons in Leviticus geleerd wordt, bevat elementen die de Heilige Geest leert in de waarachtige bekering.

De bekommernis van een overtuigd zondaar gaat allereerst over het feit dat er een overtreding is begaan. Ik heb gezondigd tegen de hemel en voor U (Luk.15:18). Dit was de belijdenis van de verloren zoon. Het is de belijdenis van allen die door de Heilige Geest overtuigd worden van hun zonden en ellende. Er is een overtreding begaan. Ik heb Gods geboden overtreden.

De zondaar gevoelt vervolgens wat God wilde dat de offeraar onder het Oude Testament zou voelen: daardoor is God op mij vertoornd. De grote vraag wordt dan: hoe kan het nu ooit weer goed worden tussen God en mij? Het antwoord van het Oude en Nieuwe Testament is: door het plaatsvervangend offer. Een onschuldig lam werd aan de schuldige Israëliet voorgesteld, bekendgemaakt als de weg naar de verzoening.

 

Nu, zo wordt Christus in het evangelie voorgesteld tot een Verzoening door het geloof in Zijn bloed. Het evangelie brengt hier uitkomst, want daarin wordt Christus ons voorgesteld als de verzoening voor onze zonden. Zoals Mozes de slang in de woestijn zichtbaar voor ieders oog verhoogde, zo wordt Christus in de prediking voor ons gesteld tot een Verzoening.

Eigenlijk staat er: tot een verzoendeksel. Het verzoendeksel bedekte de overtreden wet. Onder het verzoendeksel van de ark lagen de twee stenen tafelen van de wet opgeborgen. Het verzoendeksel, waarop het bloed van het offerdier werd gesprengd, bedekte de wet die overtreden was. Zo wordt Christus ons voorgesteld in de prediking als het verzoendeksel, dat de vloekende wet en de overtreding bedekt.

 

Tot een Verzoening door het geloof in Zijn bloed, zegt de apostel.

De verzoening is aangebracht door Zijn bloed. Het lijden en sterven van Jezus wordt door de apostel samengevat wordt als de vergieting van Zijn bloed. Door de vergieting van Zijn bloed, dat is: door het offer van Zijn leven, is verzoening tussen de vertoonde God en de schuldige zondaar aangebracht.

Die verzoening wordt ons deel door het geloof in Zijn bloed. Wij worden deze verzoening niet deelachtig door werken of verdienen of door ons geschikt te maken voor de verlossing, maar door het geloof in de kracht van het bloed van Jezus als het bloed dat de overtreding bedekt en de vertoornde God bevredigt.

Geloof in Zijn bloed is niet anders dan op het bloed van Jezus te rusten tegenover al de beschuldigingen van de wet. Het is geen werken of verdienen. Het is juist een afzien van alle eigen gerechtigheden en niets anders tot Christus brengen dan je ellende, schuld en vervloeking.  Geloven is: zo zwart van zonden als we zijn, zo schuldig als we zijn voor God, zo vervloekt als we worden door de wet, nóchtans ons vertrouwen te stellen op het bloed van Christus, en daarop te rusten als een antwoord op alle beschuldigingen van de wet en van het geweten.  

Daarom heeft het echte geloof altijd het woordje ‘nochtans’ in de mond. Het echte geloof zegt: ‘Ik ben wel schuldig en naar Gods rechtvaardigheid ben ik Gods straffen dubbel waardig. Mijn geweten klaagt mij aan; de duivel pijnigt mij dat er voor mij geen hoop is. Maar ik zie een verzoendeksel. Ik zie het bloed van Christus daarop gesprengd.’ Daarop ziende, zegt het geloof: ‘Nóchtans wil ik hopen en mij aan Christus toevertrouwen.’ Op die wijze neemt het toevlucht tot het dierbaar bloed van Christus dat zulke betere dingen spreekt dan Abel en bij God pleit om vergeving van de schuldige. Het maakt dat de woorden van Paulus werkelijkheid worden: Welken God voorgesteld heeft tot een Verzoening door het geloof in Zijn bloed.

 

Zo ziet Gods verlossingsweg er uit. God heeft Zijn Zoon gegeven tot een Verzoening, een verzoendeksel voor onze zonden. Wat baart dat verwondering, wanneer we Christus zo leren kennen! Wanneer we op het verzoendeksel mogen zien waarop het verzoenend bloed is gesprengd, waaronder de wet en de zonde begraven zijn. Het is de kern van de gehele evangelieboodschap.

De voorstelling van Jezus Christus tot een verzoening door Zijn bloed is de hoop en de troost van een schuldverslagen zondaar, die moet bekennen: ‘Ik heb gedaan dat kwaad is in Uw oog; dies ben ik, Heere, Uw gramschap dubbel waardig.’

De kennis van de Heere Jezus als de verzoening voor de zonde is een zielzaligende kennis. Het is een kennis die het hart vervult met verwondering, met blijdschap en vrede.

 

Hoe groot dit is en hoe belangrijk dit is, heeft de bekende prediker Philpot met een beeld proberen uit te leggen. Hij vergeleek het met het bereiken van Kaap de Goede Hoop. De schepelingen, toen ze vroeger op het zeil voeren, noemden de ronding van de zuidelijke punt van Afrika ‘Kaap de Goede Hoop’. Wanneer je die eenmaal voorbij was, was het  gevaar van in de storm in de Golf van Biskaje te vergaan, voorbij. De schepelingen schepten adem wanneer zij Kaap de Goede Hoop bereikten. Ze kwamen dan vanuit de stormachtige Atlantische Oceaan in de rustige Stille Zuidzee. Daarmee vergelijkt Philpot de kennis van de Zaligmaker.

De ontdekking van Christus aan het hart is het grote keerpunt in het leven van een overtuigd zondaar. Vooraf was daar de Atlantische Oceaan met de geweldige stormen en woeste baren, met de overtuigingen van zonde, van vloek en van oordeel. Vooraf was daar de nood, de zielenstrijd, het gevoelen van Gods toorn en het beven voor de wet die vloekt. Maar nu heeft de zondaar Jezus leren kennen. Het is alsof hij Kaap de Goede Hoop bereikt heeft. Het is alsof de stormen achter hem liggen en alsof hij een vredige zee is binnengevaren. Zo belangrijk is de geloofskennis van Jezus. Het vormt een keerpunt in het leven der gelovigen.

 

De apostel leert ons vervolgens: Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden die tevoren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods. Daar willen we wat meer aandacht aan geven in de tweede gedachte, als we zien dat Christus voorgesteld is tot rechtvaardiging.

 

2. Christus is voorgesteld tot rechtvaardiging

 

God heeft Christus niet alleen voorgesteld als een verzoenend offer voor de zonde, maar ook tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid. De apostel gebruikt het woord tot een betoning. Dat is eigenlijk: tot een tentoonspreiding. Het Griekse woord heeft iets in zich van: tot een demonstratie. Er zit iets in van: om het uit te roepen en aan ieder duidelijk te maken. En wat wil de Heere dan ieder duidelijk maken? We lezen: Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden.

Het doet bij het eerste lezen wat vreemd aan. Wij zouden verwacht hebben dat er zou staan: God heeft Christus voorgesteld, bekendgemaakt, tot een betoning van Zijn liefde, Zijn genade en ontferming, opdat de hele wereld door het kruis van Golgotha weten zal hoe groot Gods ontferming en liefde is. Maar dat zegt de apostel niet. Hij zegt: Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid. God heeft in Christus laten zien dat Hij rechtvaardig is, dat Hij de zonde straft, dat Hij altijd handelt volgens de regels van het recht.

Het bloed zweten van Jezus in de hof van Gethsémané. Zijn hangen aan het kruis der vervloeking. Zijn kreet: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? (Matth.27:46) Het leert ons: God is rechtvaardig. Ja, zó rechtvaardig, zegt het avondmaalsformulier dat Hij, eer Hij de zonde ongestraft liet blijven, deze aan Zijn lieve Zoon gestraft heeft met de bittere en smadelijke dood des kruises.

Nergens zien we zo duidelijk dat God rechtvaardig is, dan op Golgotha. De zondvloed is een verschrikkelijke openbaring van Gods rechtvaardigheid. De verdelging van Sodom en Gomorra  is eveneens een demonstratie van God Die de zonde haat en straft. Maar in de dood van Christus komt het duidelijkst openbaar dat de God met Wie wij te doen hebben recht doet, rechtvaardig is. Hij haat en straft de zonde.

 

Deze rechtvaardigheid van God is in Christus tentoongesteld. God maakt in Christus’ lijden en sterven Zijn rechtvaardigheid bekend. Het is echter geen tentoonspreiding van Gods rechtvaardigheid die tot verdelging van de overtreder leidt, maar leidt tot vergeving van de zonde. De apostel zegt: Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden. Het komt er op neer dat de apostel zegt: God is rechtvaardig in het vergeven van de zonde. Nu door Christus de straf der zonde is gedragen en God is verzoend, kan God de zonde vergeven. Zijn rechtvaardigheid is dan immers in Christus voldaan. 

 

Nu zou iemand een bezwaar tegen deze verzoeningsleer leer naar voren kunnen brengen en zeggen: ‘Hoe konden dan de oudtestamentische gelovigen de hemel binnengaan? Want er was toen nog niet voor hun zonden betaald. Hoe kon God ze dan in overeenstemming met Zijn rechtvaardigheid in de hemel binnenlaten?’

De apostel snijdt dit probleem aan in het laatste gedeelte van de tekst, als hij zegt: Door de vergeving der zonden die tevoren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods.

Het klinkt een beetje moeilijk. Maar je komt tenslotte ook in de kerk om iets te leren, dus laten we het betoog van Paulus nog maar eens bekijken. Hij heeft uiteengezet dat vergeving van zonden niet kan plaatsvinden zonder dat aan Gods rechtvaardigheid is voldaan. Nu, dat is gebeurd op Golgotha. Hoe kan dan de rechtvaardige God de gelovigen van het Oude Testament in Zijn hemel opnemen? Dat schijnt een probleem te zijn en de apostel lost dat op.

Hij zegt dat die vergeving der zonden ook gegaan is over zonden die vallen onder de verdraagzaamheid Gods. God heeft de zonden van de oudtestamentische gelovigen verdragen. Het woord verdragen heeft hier in zich de betekenis van: er aan voorbijzien; doen alsof iets niet bestaat. Er staat letterlijk: door de vergeving van de zonden die tevoren geschied zijn onder het voorbijzien van God.

Christus was nog niet gestorven. Er was nog niet voor de zonde voldaan. En toch heeft God de zonden van de oudtestamentische gelovigen niet alleen verdragen, maar voorbijgezien. Hij heeft gedaan alsof die zonden er niet waren en hen toch in Zijn hemel opgenomen. Zij zijn de hemel binnengegaan op grond van de voldoening die de Zoon van God beloofd had aan te brengen. 

Paulus betoogt ten diepste dat de kracht van de door Christus’ aangebrachte verzoening zich niet alleen naar voren uitstrekt, naar ons die zoveel jaren na Golgotha leven, maar dat die verdienste zich ook naar achteren uitgestrekt heeft, tot al de gelovigen van het Oude Testament.

De tussenzin die tevoren geschied zijn onder de verdraagzaamheid van God, is eigenlijk bedoeld om nog sterker te zeggen hoeveel kracht het offer van de Heere Jezus heeft. Het strekt zich achterwaarts uit over al die gelovigen van het Oude Testament en het strekt zich voorwaarts uit tot op de dag van de wederkomst.

 

De apostel vervolgt zijn betoog in vers 26: Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in deze tegenwoordige tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende degene die uit het geloof van Jezus is.

Met deze tekst zijn we eigenlijk toegekomen aan de kérn van de verlossingsleer. Twee onmogelijke zaken worden hier met elkaar verbonden. Gods rechtvaardigheid en de rechtvaardiging van hen die in Christus geloven. Naar Zijn rechtvaardigheid moet God de zonden haten en straffen. Hoe kan Hij dan de zondaar rechtvaardigen, dat is: vrijspreken en onschuldig verklaren? De vraag is: hoe kan een God Die rechtvaardig is een zondaar rechtvaardig verklaren?

Indien God rechtvaardig is en blijft – en het is niet te verwachten dat dit ooit veranderen zal; Hij kan Zichzelf immers niet verloochenen – dan kan God maar één ding doen: de schuldige verdoemen. We zouden zeggen: de rechtvaardigheid Gods staat de vergiffenis in de weg.

 

Zo wordt dit ook door de overtuigde zondaar beleefd. De gedachte aan God, Die rechtvaardig is en de zonde haat en straft, ontneemt hem dikwijls alle hoop. In de waarachtige bekering beginnen we immers te geloven wat de meeste mensen niet geloven, namelijk dat God rechtvaardig is. Indien er één eigenschap van God in de vergetelheid is geraakt, is het wel de eigenschap van Gods rechtvaardigheid. De algemene opvatting omtrent God is dat Hij enkel liefde en vol begrip is. Hij zal ons kwaad door de vingers zien en ons allen in Zijn  hemel brengen.

Indien dit zo was, waarom moest Christus dan lijden en sterven? Wat is dan de zin van Zijn dood aan het kruis? Dan was het toch niet nodig geweest dat Jezus bloed zou zweten in de hof van Gethsémané en Zijn leven af zou leggen op het vervloekte kruis? Jezus’ lijden en sterven verliest daardoor alle zin en betekenis. Op zijn best was de dood van Christus dan een voorbeeld van hoe men bereid moet zijn om voor zijn idealen te sterven, of wordt Zijn dood een vreselijke tragedie en samenloop van omstandigheden. Zonder een recht begrip van Gods rechtvaardigheid, die de zonde haat en straft, kunnen wij het evangelie niet verstaan. 

Wat heeft onze wereld er behoefte aan om weer te weten dat God niet alleen barmhartig, maar ook rechtvaardig is, en dat Hij wil dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede. Maar ook in de kerk is deze kennis van Gods rechtvaardigheid bitter hard nodig. Eerst wanneer we dát weer geleerd hebben, zullen we het evangelie waarderen, waarvan onze Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt: ‘Dat God Zijn rechtvaardigheid bewezen heeft aan Zijn Zoon door onze zonden op Hem te leggen, en Zijn barmhartigheid heeft bewezen aan ons, die schuldig en der verdoemenis waardig waren.’

Gods rechtvaardigheid wordt door ons niet echt geloofd. Wij stellen onszelf gerust met de gedachte dat het allemaal best wel mee zal vallen. Het komt in het einde met alle mensen in orde. God is tenslotte barmhartig en ik heb toch altijd mijn best gedaan om goed te leven; ik heb altijd de kerk bezocht en veel gebeden. Het zal allemaal wel meevallen.

Maar wist u dat dit juist de grote hindernis is om het evangelie te geloven? Geloofde u  maar niet meer dat het allemaal wel mee zal vallen. Suste u uzelf maar niet meer in slaap met de gedachte dat God mij wel barmhartig zal zijn. Geloofde u maar wat Gods kinderen geloven, dat het níet mee zal vallen en het vreselijk is te vallen in de handen van de levende God. Geloofde u maar dat er buiten Jezus geen leven is, maar een eeuwig zielsverderf. Het zou tot geloof in de gekruisigde Christus brengen.

 

In de bekering krijgen we met Gods rechtvaardigheid te doen. Het wordt de grote vraag van ons hart: ‘Mijn ziel, doorziet gij uw lot, hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?’

Wat wordt de rechtvaardigheid van God een groot probleem. Een onoverkomelijk probleem. Een probleem dat ons doet zeggen: ‘Indien God rechtvaardig is en blijft, kan Hij niet anders dan mij eeuwig straffen vanwege mijn vele zonden.’

Daarom is die Romeinenbrief ook zo belangrijk. Want wat laat ons die Romeinenbrief zien? Paulus laat ons daarin zien dat God helemaal niet hoeft te veranderen om te vergeven. God kan en mag blijven wat Hij is: eeuwig rechtvaardig. En toch kan Hij de zonde vergeven. Hij kan dat doen op grond van rechtvaardigheid. En waarom? Omdat de Zoon van God in onze menselijke natuur aan Gods rechtvaardigheid heeft genoeg gedaan. Daarom wordt Christus in het evangelie aan ons voorgesteld tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden.

 

De apostel voegt er aan toe: In deze tegenwoordige tijd.  Nu, na Goede Vrijdag, Pasen en Pinksteren, heeft God dit duidelijker dan ooit geopenbaard. Nu is duidelijk geworden dat God in Christus rechtvaardig kan blijven en de schuldige zondaar kan rechtvaardigen.

Het is Paulus’ boodschap in een notendop. God kan nu rechtvaardig blijven en toch vergeven. Hij kan de zonde blijven haten en de zondaar begenadigen. Hij kan de zonde straffen en de zondaar vergeven. Want in Christus is aan Zijn recht voldaan. Er is bloed gestort; er is een heilig, zondeloos leven afgelegd; er is een Lam geslacht; er is een verzoendeksel waarop verzoenend bloed is gesprengd.  

 

Het is de grote verborgenheid van het evangelie. Het is een verborgenheid waar zelfs de engelen begerig waren om in te zien. De twee cherubim op de gouden verbondsark keken met hun aangezichten naar beneden. Zij keken naar het verzoendeksel waarop het bloed van het zondoffer was gesprengd, en verwonderden zich hoe het mogelijk was dat de rechtvaardige God, Die de zonde haat en straft, kon wonen bij een schuldig volk. Dit was mogelijk op grond van het bloed dat gesprengd werd op dat verzoendeksel. Zo was dit onder het Oude Testament reeds door God geopenbaard, maar onder het Nieuwe Testament wordt deze verborgenheid in alle helderheid verkondigd.

Paulus leert ons hier dat God in het vergeven rechtvaardig is en blijft. Wanneer God vergeeft, zet Hij Zijn rechtvaardigheid niet opzij en vergeet Hij niet dat Hij toch ook rechtvaardig is. Nee, in het vergeven is God rechtvaardig en handelt Hij naar de regels van het recht. Zijn vergeving is gebaseerd op voldoening, op het verzoenend lijden en sterven van Christus. Dat is het punt dat de apostel ons duidelijk wilde maken. Dit maakt het verlossingsplan zo aanbiddelijk en vol wijsheid. God heeft in Christus een weg gevonden om Zijn rechtvaardigheid te tonen en toch de zondaar te kunnen vergeven.

In Romeinen 5 vers 21 zegt de apostel daarvan: Opdat gelijk de zonde geheerst heeft tot de dood, alzo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere. Gods genade heerst niet ten koste van Zijn rechtvaardigheid, maar met verheerlijking van Zijn rechtvaardigheid.  

 

We lezen verder in onze tekst: Opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende degene die uit het geloof van Jezus is. Nu kan God rechtvaardig blijven en de zondaar  rechtvaardigen die uit het geloof van Jezus is.

Met deze woorden omschrijft de apostel de personen die dit heil ten deel valt. Het is de mens die uit het geloof van Jezus is. De apostel kiest zijn woorden met zorg. Hij kiest de woorden uit het geloof en van Jezus om ons duidelijk te maken wie de personen zijn die door God gerechtvaardigd, dat is: vrijgesproken worden.

Deze rechtvaardiging geschiedt uit het geloof. Dit zegt de apostel om aan te tonen dat het niet uit de werken is dat de mens wordt gerechtvaardigd door God. Hij spreekt over het geloof van Jezus om aan te geven welk geloof ons rechtvaardig maakt voor God, namelijk een geloof dat aan Jezus verbindt.

 

Meestal spreekt de apostel in zijn brieven over geloven in Jezus. Hier heeft hij het over het geloof van Jezus. In de brief aan de Filippenzen spreekt hij ook over het geloof van Jezus. Hij zegt daar: En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheid die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is (Filipp.3:9). Hij gebruikt daar de uitdrukking geloof van Jezus in verbinding met de rechtvaardigheid die door in Jezus te geloven wordt verkregen, in onderscheid van de rechtvaardigheid die verkregen wordt uit de werken van de wet.

Met dezelfde bedoeling heeft hij het nu hier ook over uit het geloof van Jezus. Hij beklemtoont dat het gaat om een geloof dat zijn rechtvaardigheid in Jezus vindt. Dit soort geloof hebben wij nodig. Een geloof dat zijn gehele zaligheid bij Jezus zoekt. Het gaat om mensen die niet meer leven vanuit de wet der werken, maar die leven vanuit het geloof dat van Jezus is.

 

De apostel eindigt dan ook met te zeggen in vers 27: Waar is dan de roem? En het antwoord is: Hij is uitgesloten. Wanneer God op die manier mensen met zichzelf verzoent,  waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. En toch roemt het geloof, maar niet in iets van zichzelf. Het roemt in het kruis van onze Heere Jezus Christus.

 

Laten we nu eerst zingen Psalm 69 vers 13:

 

Dat zal de Heer’ veel aangenamer zijn
Dan os of var, die hunne klauw verdelen.  
De blijdschap zal het hart der vromen strelen,
Als zij mij zien, verlost van smart en pijn.
Gij, die God zoekt in al uw zielsverdriet,
Houdt aan, grijpt moed, uw hart zal vrolijk leven;
Nooddruftigen veracht Zijn goedheid niet;

Nooit zal Hij Zijn gevangenen begeven.

 

Welken God voorgesteld heeft tot een Verzoening door het geloof in Zijn bloed. Dit geschiedt in de prediking van het evangelie. Christus wordt dan openlijk tentoongesteld. Voorgesteld, dat is: publiekelijk getoond, tot een Verzoening door het geloof in Zijn bloed.

Gelijk Mozes de koperen slang op een hoge stang zette, zichtbaar voor ieder, zo wordt Christus in de prediking opgeheven als het enige redmiddel tegen zonde, vloek en dood. Zoals de gebeten Israëlieten genezen werden enkel en alleen door op de koperen slang te zien, zo is er nu leven voor doodschuldige zondaren door een blik op de gekruisigde Jezus.

En wanneer u zegt: ‘Ja maar, mijn zonden dan?’ of: ‘En Gods rechtvaardigheid dan? God kan toch mijn zonden niet over het hoofd zien? Hij kan ze toch niet ongestraft laten?’, dan zegt het evangelie dat Gods rechtvaardigheid reeds voldaan is door Christus. Gods rechtvaardigheid is niet meer de vijand van uw behoudenis, zoals u dat denkt. Gods rechtvaardigheid eist nu dat ieder die in de gekruisigde Jezus gelooft niet zal verderven, maar het eeuwige leven zal hebben. De weg is geëffend. Gods rechtvaardigheid is voldaan. God kan nu met behoud van Zijn rechtvaardigheid de schuldige zondaar vergeven.

 

Wat staat er dan in de weg? Dat u niet buigen wilt. Dat u de strijd niet wilt opgeven. Dat u met het kwaad van de zonde niet wilt breken. Dat u zo laag niet bukken wilt als het evangelie eist. Want het is uw hoogmoed die zegt: ‘Zo laag wil ik niet bukken. En op die manier wil ik niet zalig worden. Ik wil niet naast de tollenaar gaan staan en naast de zondares gaan zitten.’

Maar o, wat ik u bidden mag: laat uw koopgeld toch thuis! Geef de strijd op. En buig als een schuldige aan de voet van Golgotha’s kruis. Wat zal het dan meevallen!

Dan zal de Heilige Geest u laten zien dat in Christus God rechtvaardig kan blijven en tegelijk een zondaar kan vergeven. Is dat geen groot wonder? Het is de onnaspeurlijke rijkdom en verborgenheid van het evangelie. God kan en mag blijven wat Hij is, namelijk een God Die de zonden haat en straft. En Hij kan en wil nu de zondaar vergeven omdat Zijn rechtvaardigheid alrede in Christus is voldaan.

 

De apostel heeft gezegd dat God Christus voorgesteld heeft tot een Verzoening, dat is: tot een verzoendeksel voor de zonde. Het bloed van Christus is een verzoendeksel. Daarop ziende zegt de apostel niet: ‘Blijf maar zover mogelijk bij God vandaan’, maar daarop ziende zegt hij: Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd (Hebr.4:16).

 

De preken uit de Romeinenbrief zijn moeilijk. Toch heeft Paulus deze brief geschreven aan mensen die nog maar kortgeleden tot het geloof in Christus waren gekomen. Paulus wilde dat zij een goed inzicht zouden hebben in Gods heilsplan om zondaren door de dood van Christus te verlossen. Het gaat dan ook in de brief aan de Romeinen over wat ik en u en alle mensen nodig hebben, namelijk een rechtvaardigheid waarmee wij God zonder verschrikken kunnen ontmoeten.

Veel predikers en ook veel hoorders denken dat je in de kerk komt om elkaar aangenaam bezig te houden. Je moet aan de kerkdienst een goed gevoel overhouden.

Maar in de kerk is de bediening der verzoening. In de kerk gaat het als het goed is over de diepste levensvragen. Hoe kan ik, een zondaar, een rechtvaardig God ontmoeten?  Daarom wordt Christus u in de prediking voorgesteld als een volkomen, gewillige en voor u gepaste Zaligmaker en wordt u gebeden: Laat u met God verzoenen! (2 Kor.5:20)

In de kerk horen we niet alleen vrolijke dingen. We horen er de waarheid, namelijk dat God buiten Christus ontmoeten verschrikkelijk zal zijn. En hoe eerder u dit gelooft, hoe beter het voor u is. Het zal u het evangelie uit de Romeinenbrief doen waarderen. Het zal u brengen tot het geloof dat van Jezus is en u met Jezus verbindt.

 

Amen.

 

 

Slotzang: Psalm 79:7

 

Zo zullen wij, de schapen Uwer weiden,
In eeuwigheid Uw lof, Uw eer verbreiden,
En zingen van geslachten tot geslachten
Uw trouw, Uw roem, Uw onverwinb’re krachten.