Ds. A.T. Vergunst - Johannes 13 : 34 - 35

Het kenmerk van de Koningskinderen

Het is een nieuw kenmerk
Het is een actie-kenmerk
Het is een getuigend kenmerk

Johannes 13 : 34 - 35

Johannes 13
34
Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt.
35
Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 89: 1, 3
Lezen : Johannes 13: 21-38
Zingen : Psalm 146: 1, 5, 6, 8
Zingen : Psalm 81: 1, 2
Zingen : Psalm 36: 2, 3

Als u de naam ‘Jezus’ hoort, wat is dan eigenlijk het meest kenmerkende woord dat u aan die naam zou willen verbinden? Bij mij komt dan het woord ‘liefde’ naar boven. Of ‘genade’. Ben ik abuis dat u ook aan dit woord dacht? In Johannes 13 zien we dat de Heere Jezus liefgehad heeft tot het uiterste. Tot het einde. Toen Hij gereed was met Zijn werk van voetwassen maakte Hij Zelf de toepassing. Daarover gaan we nu samen nadenken.

Onze tekst vindt u in vers 34 en 35. Laten we deze woorden lezen. Zij gaan over één van de meest overtreden geboden:

 

Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt. Hieraan zullen allen bekennen (of: weten, zien, ervaren) dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.

 

Het meest treffende woord waardoor Jezus hier gekenmerkt wordt is: liefde. Maar Hij zegt ook: ‘Wat jullie – Mijn discipelen, die Mijn Naam belijden, die bij Mij behoren – moet kenmerken is: liefde tot elkander!’ En Hij zegt in vers 15: Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik gedaan heb, gijlieden ook doet.

 

In de kerkgeschiedenis zijn veel voorbeelden te vinden van mensen die liefhadden zoals de Heere Jezus het hier gebiedt. Wellicht hebben we wel eens van de naam Jan Hus gehoord. Hij was een van de eerste voorlopers van de Reformatie. Zijn volgelingen werden de Moravische broeders genoemd. In 1700 waren zij het, die voor het eerst serieus het wereldwijde zendingswerk ter hand namen.

In gedachten zie ik twee van die broeders in Zuid-Afrika aankomen. Daar hadden ze melaatsenkoloniën, omheind door een muur. De twee broeders keken over de muur heen en zagen twee melaatsen die hun akker aan het bezaaien waren. De één had geen benen, de ander geen armen. Degene die benen had, droeg die ander die armen had en zo zaaiden ze. Die twee broeders zagen dat en ze zijn over die muur geklommen. Ze zijn er ook nooit meer uitgekomen. Zij brachten in praktijk: ‘Hebt elkander lief zoals Ik u liefgehad heb!’

Twee anderen gingen naar Indonesië. Ze kwamen in een plantage terecht waar de slaven hard moesten werken voor hun landeigenaar. Ze vroegen die landeigenaar: ‘Mogen wij uw slaven het Goede Nieuws vertellen?’ De landeigenaar antwoordde: ‘Ja, dat mag, maar dan moet u wel slaaf worden in mijn dienst.’ Ze deden het. De rest van hun leven waren ze slaaf, terwijl ze ook als evangelist werkten.

 

Kijk, gemeente, dat is christen-zijn! Dat vraagt de Heere Jezus misschien niet van iedereen, maar Hij zegt wel tegen Zijn kerk: Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad hebt, dat ook gij elkander liefhebt.

‘Wat hebt u er voor over?’ Dit is de vraag die ik vandaag eens ga stellen. Wat hebben wij er voor over? Zonder de liefdedienst verliest Gods koninkrijk het sterkste wapen dat God Zijn kinderen gegeven heeft. Hij heeft ons geen geweer gegeven, geen bommen, maar Hij heeft een bevel gegeven: ‘Hebt elkander lief!’ Als dat werkt, als dat leeft, heeft de kerk een krachtig wapen in deze liefdeloze wereld!

 

De Heere Jezus heeft voorspeld dat aan het einde van de tijd de liefde zal verkoelen. Let op hoe het er staat: verkoelen. Hoe komt het dat de wereld zo verkoelt in de liefde? Dat komt omdat de kerk kouder wordt. Het is de enige plaats waar, door het werk van Gods Geest, ware liefde wordt gevonden. Maar als het koud wordt in de kerk, wordt het érg koud in de wereld.

 

We gaan nu luisteren naar het Woord van de Koning van de liefde. Hij spreekt over: Het kenmerk van de Koningskinderen. 

 

We letten op drie gedachten:

1. Het is een nieuw kenmerk. De Heere Jezus zei immers: ‘Het is een nieuw gebod.’  

2. Het is een actie-kenmerk. Jezus vraagt elkaar lief te hebben, zoals Hij u liefgehad heeft.  

3. Het is een getuigend kenmerk. Hieraan zullen zij allen bekennen dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.

 

We letten nu ten eerste op:

 

1. Het is een nieuw kenmerk

 

Met de woorden van onze tekst geeft Jezus aan Zijn Koningskinderen een nieuw gebod. Een nieuw kenmerk, noem ik het.

Wat is een kenmerk, jongens? Een kenmerk is iets waaraan je elkaar kunt herkennen. In het leger kun je zien of iemand een vriend of een vijand is aan zijn uniform. Of aan de vlag of aan een merkteken van een land op iemands arm. Zo kun je hem herkennen. Aan een kenmerk.

De Heere Jezus geeft Zijn kerk een kenmerk waaraan zij kan worden herkend: de liefde. Waarom noemt de Heere Jezus dat nu een nieuw gebod? In het Oude Testament staat toch al dat je elkaar moet liefhebben? Hoe kan het dan een nieuw gebod zijn?

Inderdaad, het is niet een totaal nieuw gebod, maar het is wel nieuw in een bepaald opzicht. In het Oude Testament staat er: ‘Hebt elkander lief zoals je jezelf lief hebt.’

Het is trouwens nog maar de vraag of Israël in die dagen bekendstond om deze liefde tot de naaste. Het lijkt wel alsof de Joden om andere zaken bekendstonden. Je kon zien dat iemand een Jood was. Dat zag je aan zijn kleding. Je kon zien dat ze anders waren. Ze hadden een hele andere eredienst. Ze behandelden hun doden anders. Ze verbrandden ze niet, maar begroeven ze. De Joodse gemeenschap had vrijsteden. Dat was ongewoon in die tijd. Kortom, er waren allerlei kenmerken waar de Joodse samenleving in die tijd om bekendstond.  

Maar in onze tekst zegt de Heere Jezus: ‘Ik wil dat Mijn kinderen bekendstaan door hun liefde!’ Dat is nieuw. ‘Van nu af aan wil Ik dat jullie, Mijn discipelen, zich kenmerken door de liefde tot elkaar. Niet door liefde tot een gebouw, niet door liefde tot weelde, zelfs niet hoe je je kleedt of hoe je praat, maar door liefde. Door de wijze waarop je elkaar behandelt, hoe je met elkaar omgaat, in wat je voor elkaar doet. Liefde! Liefde die zichtbaar wordt als je het beste zoekt voor elkaar, als je elkaar vergeeft, als je elkaar opzoekt, zelfs als één van jullie in de zonde valt!’

 

Het tweede van het nieuwe is dat de Koning zegt: ‘Hebt elkaar lief zoals Ik dat gedaan heb.’ Hij geeft niet alleen het liefdesbevel, maar geeft ook aan hoe ver die liefde moet gaan. In het Oude Testament staat: ‘Hebt uw naaste lief zoals u uzelf liefhebt.’ ‘Maar nu gaan we een stapje verder’, zegt de Heere Jezus. ‘Ik wil dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad!’

Dat gaat oneindig veel verder. Want wat heeft de Heere Jezus er veel voor over gehad om mensenkinderen lief te hebben. De hemel verlaten, geleden, Zichzelf vernederd, slaaf geworden… Als Middelaar gezwoegd onder de last van de zonden. Als zondaar aangemerkt, en uiteindelijk verworpen en verlaten door God en mensen. ‘Maar nu wil Ik dat jullie elkaar gaan liefhebben, zoals Ik jullie heb liefgehad.’

 

Zie je, gemeente, dat is het nieuwe! Jezus’ bevel gaat hier wel heel diep, vindt u niet? ‘Zoals Ik u liefgehad heb.’ Ik denk dat die Moravische broeders dat wel hebben begrepen, toen ze over de muur van die melaatsenkolonie klommen. En die twee zendelingen die in Indonesië slaaf werden in die plantage zullen ook hebben gedacht aan het ‘Hebt elkander lief zoals Ik u liefgehad heb’.

U voelt wel aan hoe vérstrekkend dit gebod is. Maar de Heere vraagt het van Zijn kinderen! We moeten maar veel denken aan de woorden: ‘Zoals Ik u liefgehad heb.’ Laten we er elke morgen mee beginnen: ‘Heere, wat hebt U veel gedaan voor mij, opdat wij die liefde ook laten zien!’ U moet er niet elke week mee beginnen, maar elke dag! Kijk, dat is het geheim van een godzalig leven: door het geloof in wat Hij heeft gedaan! De Heere Jezus zegt iets later: ‘Zonder Mij kunt gij niets doen. Blijf in Mij en Ik in u. Ik ben de Wijnstok en gij de ranken. Blijf in Mij!’

Blijven… in wat? ‘Blijf in Mijn liefde! Blijf erover denken! Blijf erover mediteren! Denk aan wat Ik gedaan heb in Mijn liefde en hebt elkander dan lief op de wijze waarop Ik u liefgehad heb.’

 

De eerste christenen hebben dit bevel wel heel letterlijk nageleefd. We kunnen er over lezen in Handelingen 2 en 4. Die mensen zijn ver gegaan in hun liefde. Misschien is dat de zwakheid vandaag wel in een samenleving die niet van God wil weten. Het is een donkere tijd waarin we leven. Een moeilijke tijd. ‘Onze buurman wil niet luisteren. Hij heeft geen zin om onze preek te horen. Hoe moet ik hem dan bereiken? Hoe kan ik hem iets laten zien?’ Kijk, daar hebt u het! U moet hem liefde laten zien! Die liefde laten voelen! Die eerste christelijke gemeente had zo’n enorme aantrekkingskracht. Daarom wil ik u oproepen om eens serieus te onderzoeken wat nu het kenmerk is waar uw kerk om bekendstaat in uw woonplaats. Is dat de liefde?

 

De tweede gedachte:

 

2. Het is een actie-kenmerk

 

Wat bedoel ik daarmee? De Heere Jezus zegt: ‘Ik geef u een gebod dat gehoorzaamd moet worden, dat gedaan moet worden.’ Het is dus niet iets waar we alleen maar over moeten nadenken. Het moet nageleefd worden. ‘Ik geef u een nieuw gebod: dat gij elkander liefhebt.’

De Heere Jezus heeft niet liefgehad met woorden, maar met de daad. Hij heeft alles gedaan wat Zijn Vader Hem opdroeg en liet met Zijn daden zien wat liefde is. Is het u wel eens opgevallen in de Bijbel dat de Heere Jezus eigenlijk de tollenaren en zondaren niet Zelf opzocht? Hij ging echt niet naar hen op zoek, maar ze zochten Hem! Voelt u het aan? Er was iets in Zijn leven, in Zijn wijze van doen, in Zijn houding, in Zijn woorden, en in Zijn boodschap, dat de tollenaren en zondaren opviel. Dat gebruikte de Heilige Geest om hen tot Jezus te trekken. Het was de liefde die hen overwon! Het gaf hen moed! Het gaf hen vrijmoedigheid om tot die heilige en tot die grote Heere Jezus te komen! Daarom mag ik het u voorleggen. Het is een gebod dat moet worden verkondigd! Het moet worden gedaan! Het is een actie, het is een kenmerk dat in-der-daad wordt opgemerkt.

 

Wanneer u nu zelf eens in de brieven van de apostelen gaat lezen, kunt u in bijna elke brief een herhaling vinden van dit gebod. Het is net of de Heilige Geest in elke brief in het Nieuwe Testament benadrukt en erop hamert: ‘Liefde is het kenmerkende dat Ik wil zien in het leven van Mijn kinderen! Waarom? Omdat het Mijn beeld is!’

Kinderen van God, de Heere zegt: Laat uw licht alzo schijnen (Matth.5:16).

Wat zou dat licht nu zijn? Wat denkt u? Heiligheid? Een heilig leven? Netjes leven?

Licht heeft iets liefelijks en aantrekkelijks. Hebt u wel eens in het donker gelopen? In het stikdonker? Gedwaald, tegen een boom aangelopen, tegen een rots? Keer op keer gevallen? In het aardedonker?

Dan zie je ineens daar in de verte een lichtje! Dat is lieflijk! Dan is er hoop! Zo, zegt de Heere, wil Ik dat Mijn kind, Mijn kerk, die in het midden van deze donkere wereld leeft, licht geeft. Het licht van de liefde! Liefde tot God. Liefde onder elkaar. Liefde jegens anderen. Het is de liefde die als een licht moet schijnen! Daarom zegt de Heere Jezus: Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt, zoals Ik u liefgehad heb.

 

Maar nu Johannes. U weet dat hij dit evangelie heeft geschreven en later ook enkele brieven. Hij schrijft de eerste Johannesbrief over het thema ‘liefde’. Johannes is scherp in die brief, heel scherp, heel doorzoekend. Ik zal u één tekst voorlezen uit deze brief:  Indien iemand zegt: Ik heb God lief, en hij haat zijn broeder, die is een leugenaar (1 Joh.4:20-21). Denkt u daar eens over na. Misschien zegt u wel: ‘Ik heb God lief. Maar… er is een broeder in de gemeente die ik eigenlijk niet zo lief heb. Die vind ik niet zo aardig. Ik houd hem liever maar op een afstandje. Ik loop met een boogje om hem heen. Ik doe net of hij niet bestaat.’

Dat is al haat jegens uw broeder, hoewel het een zwakke manier van haten is. Johannes zegt: ‘Als u zegt dat u God lief hebt en uw broeder haat, dan bent u een leugenaar. Want wie zijn broeder niet liefheeft, die heeft niet gezien. Die heeft niet de God gezien die hij belijdt.’

Voelt u het aan? Als wij de Heere Jezus kennen zoals Johannes Hem kende, als u de liefde hebt geproefd die zó diep boog voor een zondaar zoals u, en die zóveel gaf voor een zondaar als u, als u dat echt mag geloven, is het dan echt zo moeilijk om die vervelende man ook lief te hebben? Zo niet, dan is Johannes scherp! Dan zegt hij: ‘U bent een leugenaar. Er klopt iets niet in uw belijdenis! U moet het nog maar eens nakijken!’ Daarom is het gebod waarover de Heere Jezus hier spreekt, zo’n ontdekkend gebod!

 

Ik ga nu de vraag stellen: wat verwacht de Heere nu praktisch van mij? Wat verwacht de Heere in de praktijk als Hij het gebod geeft: ‘Hebt elkander lief, zoals Ik u heb liefgehad’?

Ik heb een aantal gedachten over wat het praktisch betekent om elkaar lief te hebben, die ik met u wil delen. Maar we gaan eerst zingen, Psalm 81 vers 1 en 2:

 

Zingt nu blij te moê

‘t Machtig Opperwezen

Enen lofzang toe;

Om ons heilgenot

Worde Jakobs God

Met gejuich geprezen.

 

Zingt een psalm, en geeft

Trommels aan de reien;

Wat in Isrel leeft,

Roep’ Zijn grootheid uit;

Harp en zachte luit

Moet Zijn roem verbreien.

 

‘Hebt elkander lief, zoals Ik u liefgehad heb.’ U weet nog wel wat de Heere deed, toen Hij u voor het eerst opzocht. U wees Zijn liefde af. U wilde er niet van weten. U beledigde de Heere met uw ongeloof. We hebben Hem verstoten, misschien wel jaren en jaren. Hij klopte in liefde op de deur van ons hart, maar wij schoven de grendel ervoor. Maar Hij ging u niet voorbij. Hij gaf niet op! ‘Zoals Ik u liefgehad heb…’

 

Er staat iets heel bijzonders in dit hoofdstuk. Op een gegeven moment zegt de Heere Jezus: ‘Eén van jullie gaat Mij verraden.’ En weet u wat er gebeurt? De discipelen zeggen  niet: ‘Dat zal Judas wel zijn.’ Nee! Ze hebben totaal geen idee wie het zal zijn.

Wat betekent dat? Het betekent dat Degene Die alles wist nooit heeft laten blijken wat Hij wist, maar dat Hij Judas Iskariot met dezelfde liefde behandelde als de anderen. Voelt u het aan? ‘Hebt elkander lief, zoals Ik u liefgehad heb!’

Jezus verzweeg de waarheid niet, maar Hij sprak wel de waarheid in liefde. Op een manier die trok en overwon.

 

Denkt u eens even na. Is er misschien iemand die u liever voorbijloopt? Zou Jezus hem voorbijgelopen hebben? En u, kind van God? U bent geroepen om de Heere Jezus uit te beelden; want vormt u niet samen met alle gelovigen Zijn lichaam? ‘Hebt elkander lief, zoals Ik liefgehad heb!’

De Heere Jezus heeft heel veel beledigingen ondergaan in het bewijzen van Zijn liefde. Ze gaven Hem allerlei namen. Ze noemden Hem een vraat en een wijnzuiper. Ze noemden Hem een vriend van tollenaren en zondaren. Hij was niet bang dat door Zijn liefdebetoon aan allerlei zondaren zijn reputatie zou worden geschaad. Wij zijn soms veel te bang voor wat de mensen van ons denken. Maar de liefde ziet een zondaar. Een verloren zondaar. Liefde ziet iemand die op weg is naar de eeuwigheid. Wat de mensen er dan ook maar van denken, je gaat die man opzoeken! Die ontwijk je niet! Dat deed de Heere Jezus ook niet. Hebben wij onze naam er voor over? Is onze naam belangrijker dan degenen die verloren zijn en verloren gaan?

 

‘Hebt elkander lief, zoals Ik u liefgehad heb.’ Hij was gewillig Zich diep te vernederen tot de laagste vorm van dienen. Hij omgordde Zich met een doek, deed water in een bekken en begon de voeten van de discipelen te wassen. Hierover zegt Hij later: Gij noemt Mij Meester en Heere, en gij zegt wel, want Ik ben het. Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig elkanders voeten te wassen (Joh.13:13).

Geldt dat letterlijk? Nee, niet letterlijk, maar wel geldt dat we alles moeten doen om die liefde handen en voeten te geven. Dan is er niets wat te nederig is.

‘Zoals Ik u liefgehad heb.’ Is dat het beeld dat de wereld heeft van een kerkmens? Is dat hoe ze u kennen? U, die de naam van Jezus belijdt? Bent u dienstbaar? Gewillig? Wilt u de laagste en de minste zijn? Dat is liefde! Jezelf wegcijferen in de dienst aan Hem, die grote Koning! Die Koning Die het zo waard is om je leven voor af te leggen! Hij deed het! Uit liefde! ‘Zoals Ik u liefgehad heb…’

Jezus wist dat velen Hem gewoon misbruikten. Dat wist Hij. Ze kwamen naar Hem toe voor genezing. Ze hadden helemaal geen interesse in Zijn onderwijs. Maar zegt Hij dan: ‘Nee, jij niet’?

Nee! ‘Zoals Ik u liefgehad heb…’ Hij was gewillig de dorst te lessen van degenen die tot Hem kwamen. Waarom? Om ze voor Zich in te winnen! Om als het ware gloeiende kolen op hun hoofd te stapelen. Om het kwade met het goede te overwinnen. Dat is het wapen dat God Zijn kerk gegeven heeft. We zingen zo vaak dat psalmversje: ‘Hij overlaadt ons dag aan dag met Zijne gunstbewijzen.’ Dat doet Hij niet alleen aan goede mensen. Er is niemand die goed is! ‘Zoals Ik u liefgehad heb, hebt elkander lief.’

 

Gemeente, voelt u het aan? Jezus had zo lief dat Hij Zijn leven gaf. Niets was Hem teveel. De heerlijkheid die Hij had bij Zijn Vader gaf Hij op. Hoewel Hij rijk was, werd Hij arm! Hoewel Hij moe was, diende Hij. Hoewel Hij moe was, gaf Hij, worstelde Hij in het gebed. Liefde drong Hem.

Het is zoals Paulus later zegt: ‘De liefde van Christus dringt mij.’ Dat is: Christus’ liefde tot mij leeft in mij. Als we naar Paulus zien, hoe hij leefde, hoe hij er alles voor over had, opdat zondaren Christus, die voor Paulus stierf, maar mochten leren kennen. Is het ook ons verlangen Hem te laten zien en wat Hij gaf in Zijn leven?

 

‘Hebt elkander lief.’ Zo wil de Heere het. Zijn wij bereid om persoonlijk te lijden, om de ander die andere wang toe te keren en die andere mijl te gaan, als daardoor het karakter van God de Vader en van de Zoon mag worden gezien? Heb je daar alles voor over? Heb je daar je naam voor over? Dat die naam van Christus mag schitteren in uw leven? Dat kan de wereld niet ontkennen. Ze kunnen Zijn woorden verwerpen, ze kunnen de preken verwerpen, maar als ze liefde bemerken, kunnen ze niets meer zeggen. ‘Hebt elkander lief! Daardoor zullen mensen weten dat gij Mijn discipelen bent.’

Jezus leefde de openbaring van Gods liefde: gaarne vergevend zijn! Zijn wij ook zo? Staan we klaar om te vergeven? Is er liefde voor iemand die ons beledigd heeft? Gaan we hem opzoeken en zeggen: ‘Joh, je hebt me zeer gedaan. Maar ik wil het zo niet houden. Ik wil het oplossen. We kunnen zo niet leven. De Heere Jezus wil dat we in liefde met elkaar omgaan.’

Gemeente, dit is de praktijk waarover de Heere Jezus in onze tekst spreekt: ‘Het is een nieuw gebod dat Ik u geef: dat gij elkander liefhebt, zoals Ik u liefgehad heb.’

 

Ten slotte ligt in de woorden van de Heere Jezus onze laatste gedachte. Hieraan zullen allen bekennen dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander. We overdachten eerst: een nieuw kenmerk, vervolgens: een actie-kenmerk, en nu zien we:  

 

3. Het is een getuigend kenmerk

 

Ik worstel veel met de wereld om mij heen. Ik zie mensen op weg naar de eeuwigheid, die nooit in de kerk komen. Kunnen we die zomaar laten gaan? Ze hebben toch een ziel? Voelt u zich niet gedrongen, gemeente? Maar hoe moet je hen bereiken? Ze willen niet naar het Woord luisteren. Ze hebben hun eigen plezier. Dan zegt de Heere hier: ‘Dit is Mijn antwoord. Als jullie elkaar liefhebben, zoals Ik jullie heb liefgehad, gaat iedereen wel zien dat jullie Mijn discipelen zijn.’

Het is niet de belijdenis die we vasthouden, al is dat wel belangrijk. Het zijn niet de erediensten die we bijwonen, ook heel belangrijk. Het is niet de wijze waarop we ons kleden, ook niet onbelangrijk. Het zijn niet de manieren en de goede gewoonten die we hebben. Maar… hoe we elkaar liefhebben, hoe we elkaar behandelen, en, dat is misschien ook een belangrijk punt: hoe we over elkaar praten.

Dat hoort de wereld ook, hoe we over elkaar praten! Als ze dan gaan merken dat er liefde in is, hoe we elkaar accepteren, met liefde behandelen, zelfs de wat moeilijke mensen…

‘Ik heb een zwakke knie, maar die ontzie ik nu wel.’ Zo zijn er in het lichaam van Christus zwakke gelovigen. Er zijn moeilijke mensen. Die moeten we niet negeren, maar die moeten we alle liefde geven; in de omgang met hen geduld hebben. Daarop wijst de Heere Jezus: elkaar zo liefhebben dat de mensen gaan zien dat jullie Mijn discipelen zijn. Dat is niet alleen de taak van de diakenen, de ouderlingen en van de dominee, maar dat is de taak van elk kerklid. Zeker van hen die hier in de gemeente de naam van de Heere Jezus belijden als hun enige hoop! Het is hun taak te zorgen voor mensen in de gemeente die bepaalde problemen en zorgen hebben, of die ergens mee worstelen. Ik lees dit in 1 Thessalonicenzen 5 vers 13 en 14: Wij bidden u, broeders – en dan heeft Paulus het over broeders in de gemeente – vermaant de ongeregelden, vertroost de kleinmoedigen, ondersteunt de zwakken en zijt lankmoedig jegens allen en ziet dat  niemand kwaad voor kwaad vergelde, maar jaagt alle tijd het goede na, zo jegens elkander als jegens allen. Dit is het kenmerkende, het getuigende van een christelijke gemeente: dat we elkaar liefhebben.

 

Zo wil ik de dienst besluiten. Als je in de geschiedenisboeken kruipt en ziet hoe die eerste christengemeenten bekendstonden in die totaal wereldse, Romeinse samenleving, dan is het heel treffend dat er elke keer staat: ‘Kijk eens, hoe die mensen elkaar liefhebben!’ Dat staat in oude geschiedenisboeken vermeld over de eerste christelijke kerk: ze hadden elkaar lief!

Staat onze gemeente zo bekend, als een kerk waarin men elkaar liefheeft? Voelt u het aan? Is dat het kenmerkende van onze gemeente? Ik leg u de vraag voor, of de mensen in uw woonplaats kunnen zeggen: ‘Kijk eens hoe die mensen elkaar liefhebben! Hoe ze elkaar behandelen! Hoe ze zo’n jongen opvangen die een misstap begaan heeft!’ Of zeggen ze: ‘Kijk eens hoe ze ruzie maken, hoe ze elkaar vermijden, elkaar niet aankijken, hoe verdeeld ze zijn!’

Ik denk dat dit gebod van de Heere Jezus het meest overtreden gebod is in de kerken die Zijn naam belijden. Wie de schoen past, trekke hem maar aan.

Er zullen vast en zeker voorbeelden zijn van mensen die deze liefde tot elkaar wel  mogen laten zien. We zijn er dan dankbaar voor. Maar is er dan geen ruimte voor groei en verdieping?

 

Laten we dit woord eens meenemen naar huis en er samen over nadenken. Er eens over praten als gezin. Er samen met de kinderen over praten: hoe kunnen we die liefde laten zien? Wat hebben we ervoor over?  Wat hebben we over voor Hem, Die alles ervoor over had – alles! – om voor de zonde een oplossing te vinden?

Gemeente, ik weet niet precies hoe het bij u is, maar soms zijn we veel te individualistisch, veel te gereserveerd. Wat bedoel ik daarmee? Soms zijn we veel te trots om te zeggen waarmee we worstelen. Dat willen we niet voor elkaar weten. Weet je dat dat juist zo funest is? We moeten de dingen waar we mee worstelen juist aan een ander laten weten. Weet u waarom? Dan kan die ander daarin ook liefde betuigen: ‘Kijk, ik loop net als u ook met zonde rond.’ Misschien wel met dezelfde boezemzonde waar onze naaste ook mee worstelt. Als je dan herkenning ervaart, besef je: O, worstelt hij daar ook mee? Dan ben ik niet de enige.  

Zó open met elkaar spreken, zou dat niet goed zijn? Niet nodig zijn? Niet versterkend zijn? Het kan ook echte vriendschap laten opbloeien, als we samen delen wat onze zorgen, onze strijd en onze worstelingen zijn!

 

Als we eens terugkijken op deze dienst, denk ik dat we misschien allemaal wel schuld zullen voelen. Wat doen we daar dan mee? We moeten niet naar huis gaan en zeggen: ‘Dat was best wel een scherpe preek.’ Dat was het ook wel, maar waarom gaf de Heere ons dit Woord? Als we in ons geweten aanvoelen dat er toch wel wat fout zit in ons hart, dat er zonde ligt in ons leven, dan moeten we dat gaan belijden. Dan mogen we onze handen, onze voeten, onze gedachten en onze woorden bij die Zaligmaker brengen. Hij is gewillig om al die zwarte handen en die zwarte voeten en al die zonden in ons leven af te wassen.

We zingen het zo vaak: ‘Daar is vergeving, altijd bij U geweest.’ Daar mag ik ook nu op wijzen. We mogen de zonde van onze liefdeloosheid tot Hem brengen en zeggen: ‘Heere, leer me lief te hebben, zoals U ons liefgehad hebt.’

 

Tenslotte: de meest bemoedigende tekst in de Bijbel is voor mij wat de Heere Jezus zegt in Johannes 15: Ik ben de Wijnstok en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen. Weet u waarom de Heere Jezus dat nu zegt? Om ons aan Zijn voeten te brengen! Weet u, dan mag ik mijn handen uitstrekken naar Hem en zeggen: ‘U weet wat hier vanbinnen leeft. Ik kan geen vruchten voortbrengen. U verwacht het ook niet van mij. Maar U bent de Wijnstok. U bent de Bron. Zou u het in mijn leven willen laten opbloeien, dat ik Uw naam, Uw beeld, Uw liefde mag laten zien, zodat anderen U mogen leren kennen?’

Begrijpt u het? Hij verwacht het niet van ons! Hij weet dat wij het niet zonder Hem kunnen volbrengen. Daarom zegt Hij: ‘Blijf in Mij. Blijf aan Mijn voeten! Loop niet van Mij weg! Kom weer terug, steeds weer.’ Dan wordt duidelijk dat daarin de kracht ligt om tot Gods eer te leven.

 

Mijn dierbare vrienden, er is geen rijker, geen mooier, geen dierbaarder leven dan tot Gods eer te leven.

Jonge mensen, er is veel pret in de wereld, maar het is eigenlijk geen pret. Het is totaal leeg. Weet je wat het mooiste is? Als we tot Gods eer mogen leven. Als we Hem mogen kennen, mogen weten Wie Hij is, als we zo’n Koning mogen dienen. Dat wordt nooit een teleurstelling!

Mag ik u lokken?

Misschien kent u Hem niet. Misschien heeft u nooit die heerlijkheid van Jezus mogen zien, zoals Johannes Hem zag. Nou, weet je wat je dan vandaag eens moet gaan vragen? ‘Toon mij Uw heerlijkheid!’

Beloof je het, jongens? Vraag dit vanavond eens aan de Heere Jezus: ‘Heere, laat U mij nu eens zien hoe heerlijk U bent!’

 

Amen.

 

 

Slotzang: Psalm 36: 2 en 3

 

Uw goedheid, Heer’, is hemelhoog;

Uw waarheid tot de wolkenboog;

Uw recht is als Gods bergen;

Uw oordeel grond’loos; Gij behoedt,

En zegent mens en beest, en doet

Uw hulp nooit vrucht’loos vergen.

Hoe groot is Uw goedgunstigheid!

Hoe zijn Uw vleug’len uitgebreid!

Hier wordt de rust geschonken;

Hier ‘t vette van Uw huis gesmaakt;

Een volle beek van wellust maakt

Hier elk in liefde dronken.

 

Bij U, Heer’, is de levensbron;

Uw licht doet, klaarder dan de zon,

Ons ‘t heuglijk licht aanschouwen.

Wees, die U kennen, mild en goed,

En toon d’ oprechten van gemoed

Uw recht, waar z’ op vertrouwen.

Dat mij nooit trotse voet vertrapp’,

Noch boze hand in ballingschap

Ellendig om doe zwerven.

Daar zijn de werkers van het kwaad

Gevallen in een jammerstaat,

Waarin zij hulp’loos sterven.