Ds. R. Kattenberg - Zondag 25

De Heilige Geest en het geloof

De Heilige Geest werkt het geloof
De Heilige Geest versterkt het geloof
Aan deze preek zijn vragen toegevoegd n.a.v. de preek.
 

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 65: 1, 2
Lezen : Romeinen 10
Zingen : Psalm 12: 1, 6, 7
Zingen : Geb. des Heeren: 3
Zingen : Psalm 57: 2
Zingen : Psalm 100: 4

Gemeente, wij vragen uw aandacht voor Zondag 25 van de Heidelbergse Catechismus. Wij lezen u de vragen en antwoorden 65 tot en met 68:

 

Vraag 65: Aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt zulk geloof?

Antwoord: Van de Heilige Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilig evangelie en het sterkt door het gebruik van de sacramenten.

 

Vraag 66: Wat zijn sacramenten?

Antwoord: De sacramenten zijn heilige, zichtbare waartekenen en zegelen, van God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte van het evangelie des te beter te verstaan geve en verzegele; namelijk dat Hij ons vanwege het enige slachtoffer van Christus, aan het kruis volbracht, vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt.

 

Vraag 67: Zijn dan beide, het Woord en de sacramenten, daarheen gericht, of daartoe verordend, dat zij ons geloof op de offerande van Jezus Christus aan het kruis, als op de enige grond van onze zaligheid wijzen?

Antwoord: Ja zij toch; want de Heilige Geest leert ons in het evangelie, en verzekert ons door de sacramenten, dat onze volkomen zaligheid in de enige offerande van Christus staat, die voor ons aan het kruis geschied is.

 

Vraag 68: Hoeveel sacramenten heeft Christus in het Nieuwe Verbond of Testament ingezet?

Antwoord: Twee, namelijk de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal.

 

Zondag 25 handelt over: De Heilige Geest en het geloof.

 

We letten op twee gedachten:

1. De Heilige Geest werkt het geloof

2. De Heilige Geest versterkt het geloof

 

1. De Heilige Geest werkt het geloof

 

Voordat we de inhoud van Zondag 25 overdenken is het goed nog eens om te zien. Zoals u na een lange wandeling ook wel eens doet; even omzien en terugkijken, in verwondering over die rijke en heerlijke dingen die de catechismus tot nu toe heeft behandeld.  

Denkt u maar aan de belijdenis in de Twaalf Artikelen van het Geloof: Ik geloof in God de Vader, ik geloof in God de Zoon, ik geloof in God de Heilige Geest.

Het zijn maar een paar regeltjes, maar duizelt het u niet als het om de inhoud gaat? Zegt u dan niet: ‘Wat een wonder dat het onuitsprekelijke toch in het geloof uitgesproken mag worden! Ik geloof in God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest’? Wat een rust!

 

Maar wat een rumoer daarentegen in deze wereld! Oorlog, hongersnood, allerlei ellende, gestrande huwelijken en jongeren die volledig vastlopen. In het maatschappelijk leven stapelen de zonden zich op. Wat in het Woord van God als goed wordt beschouwd, noemen we tegenwoordig kwaad en omgekeerd, en gaat u zo maar door.

Maar ondanks dit alles zegt een oprecht christen: ‘Ik gelóóf!’  

Gemeente, die belijdenis overstijgt dat alles, zelfs de zonden van het hart en een heel leven vol van ongerechtigheid. Want door het geloof, zo belijdt een christen, door het geloof in Christus ben ik rechtvaardig voor God en een erfgenaam van het eeuwige leven.

Al komt er nog zoveel kwaad op me af, het zal me uiteindelijk niet kunnen deren. Al wordt me nog zoveel goeds onthouden, het zal uiteindelijk niet voorkómen dat mij het goede ten deel zal vallen.

 

Daar is nogal wat mee gezegd, vindt u niet? Sterker nog, gemeente, daar is álles mee gezegd!

Maar nu de praktijk. Want ik hoor iemand zeggen: ‘Ja, u zingt het lied van het geloof wel op een hoge toon.’ Maar luister eens naar vraag en antwoord 65: ‘Maar aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt zo’n geloof?’ Het geloof zingt dus het hoogste lied. Maar uw vraag is: ‘Hoe kóm je aan dat geloof?’

 

Het antwoord dat de catechismus geeft is heel opvallend. Want hoor: de catechismus komt niet aan met een dogmatische waarheid – natuurlijk wil ik dogmatiek niet afschrijven – maar het leerboek  geeft een heel pastorale handreiking.

Als iemand vraagt: ‘Hoe kom ik aan het geloof?’, dan klinkt het kort en bondig: ‘Dat werkt de Heilige Geest.’

 

Let erop, gemeente, dat het antwoord van onze catechismus geen diepzinnige redeneringen of ingewikkelde beschouwingen bevat, maar wel een overweldigende belijdenis.

De Heilige Geest werkt het geloof in onze harten. Wat blijft er dan een afhankelijk, klein en verootmoedigd mens over, als die met heel zijn hebben en houden aan de kant wordt gezet. De Heilige Geest plaatst u er met al uw indrukwekkende woorden en hoge gedachten totaal buiten.

Niets kunnen we beginnen, als Hij het geloof niet geeft. Thuis niet, op de catechisatie niet, op de zondagschool en in de kerk niet. Met folderen begin je niets, ook niet met het uitreiken van Bijbels in welke taal dan ook. Al bent u nog zo bewogen met mensen van buiten, u kunt niemand het geloof geven.

Als ouders zou je het geloof zo graag aan je kind willen geven. Je zou het door te evangeliseren willen geven aan al die mensen met wie je in aanraking komt. De werkers van de vakantiebijbelclub kunnen het niet geven aan de kinderen, hoe graag je het ook zou willen. Met al de krachten die je hebt kun je je inspannen, maar het geloof kun je niet geven.

 

Dat is verootmoedigend, maar tegelijkertijd is het ook bemoedigend.

Ja, dat lijkt tegenstrijdig. Tegelijk verootmoedigend en bemoedigend, maar dat is het toch niet. Het is verootmoedigend als er van ons niets in aanmerking komt, maar bemoedigend als we eens van de gedachte uitgaan dat u het toch zou moeten doen.

Vader en moeders, stel dat u uw kind tot bekering zou moeten brengen. Kinderen, stel dat de juf of meester het zou moeten doen, al die kinderen tot geloof en bekering brengen…  

Gemeente, als het van ons zou afhangen, dan zou de hemel leeg blijven. Geen verloste zondaar zou er komen. Daarom is het zo bemoedigend dat we het niet zélf hoeven te doen. We kunnen het niet, maar we hoeven het ook niet te doen. Het geloofsoog slaat hier het oog naar boven.

 

Vanwaar komt zulk geloof? Van de Heilige Geest Die het geloof in ons hart werkt.

Gemeente, je zou dit antwoord kunnen illustreren door met je vinger naar boven te wijzen. Dan kunnen zelfs de kleintjes de preek onthouden.

Waar komt het geloof vandaan? De Heilige Geest werkt het. Het komt van boven.

Verootmoedigend is dan dat alles wat van ons is, door een zijdeur wordt afgevoerd.

Bemoedigend is dat het Gods eigen werk is. God doet het door Zijn Heilige Geest. Er is geen winkel waar je het geloof kopen kunt. Er is wel een God bij Wie je het geloof krijgen kunt. Daartoe roept God tot bekering. Bekeert u, bekeert u, en gelooft het evangelie!

 

Als we belijden dat de Heilige Geest het geloof werkt, betekent dat niet dat je dus met de armen over elkaar mag gaan zitten en zeggen: ‘Nou ja, dan gebeurt het misschien een keer in mijn leven; ik wacht het maar af.’

Nee, dat zeker niet!

Vanuit het antwoord van de catechismus worden we onderwezen: het geloof komt van de Heilige Geest, Die het in onze harten werkt door de verkondiging van het heilig evangelie.

Gemeente, als je dat laatste – de verkondiging – weglaat, kom je op een verkeerde gedachte uit. Maar omdat de catechismus de Heilige Geest en de bediening van het evangelie zo prachtig koppelt, wordt ons duidelijk dat de Geest gebruik maakt van het Woord. Die twee, Woord en Geest, gaan samen. Die gedachte is heel wezenlijk voor de vraag hoe een mens aan het geloof komt.

Er zijn mensen die zeggen: ‘Je hebt aan het Woord genoeg. Als je het Woord maar hebt, dan is de Heilige Geest eigenlijk niet nodig.’

U voelt wel aan dat dan de diepgang ontbreekt. Soms kun je dat ook horen als dergelijke mensen spreken over de dingen van het koninkrijk van God. Dan zit er geen geest en leven in. Dan is het zo horizontaal als het maar zijn kan. Woorden zonder diepgang. Ze komen niet uit het hart.

Maar als je zegt dat het geloof alleen maar een zaak van de Heilige Geest is en dat je het Woord daarbij niet nodig hebt, dat het Woord maar bijzaak is, verval je tot geestdrijverij. ‘De Geest moet het doen!’ Krachtige kreten die misschien wel indrukwekkend klinken, maar gepaard gaan met een terzijdeschuiven van het Woord van God.

Nee, het Woord en de Geest – en de Geest en het Woord gaan samen! ‘Heer’, ai, maak mij Uwe wegen, door Uw Woord en Geest bekend.’

 

Vanwaar komt zulk geloof? Van de Heilige Geest. Je zou kunnen zeggen dat de Geest het geloof blaast waarheen Hij wil.

U mag er natuurlijk niet van maken dat de Heilige Geest in het wilde weg werkt, of dat Hij willekeurig zou werken. Want wie zegt dat de Heilige Geest het geloof werkt, zegt daarmee tegelijk dat het Woord onmisbaar is als middel tot het heil. De Heilige Geest bedient Zich van de verkondiging van het heilig evangelie.

Dus de bediening van het Woord is middel in de hand van de Heilige Geest. Want je kunt niet iemand verwijzen naar de Heilige Geest, zonder dat je tegelijkertijd het Woord van de Heere openslaat. Die twee zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

De Heilige Geest zaligt zondaren. Hij doet dat door de prediking van het evangelie. Dat  Woord, dat evangelie, zo zegt de catechismus, moet verkondigd worden. U voelt nu wel aan dat dit ons brengt bij de kerk, of nog beter gezegd: dat brengt ons ín de kerk.

 

De kerk is de werkplaats van de Heilige Geest. De meeste mensen zijn in de kerk tot bekering gekomen. Ook vandaag is onze verwachting dat er juist in het huis van God mensen tot bekering zullen komen.  

Meisjes en jongens, gelukkig dat je hier bent! We hebben samen gelezen uit Romeinen 10 dat het geloof uit het gehoor is en het gehoor door het Woord van God. Dus je mag niet zeggen: ’Ach, God kan me overal wel bekeren.’ Dat kán God wel, ik wil daar niets op afdingen. Maar hier, in het Woord, staat dat het gewone middel van het heilshandelen van de Heilige Geest, de verkondiging van het evangelie is.

Fijn dat er jongeren hier zijn in de kerk, en dat de ouderen en ouden er ook zijn. De Heilige Geest, Die het geloof in onze harten werkt, roept ons allen op tot geloof. Hoort u wel?

 

Zijn we in deze verwachting opgekomen? Natuurlijk, als we om ons heen zien en als we onszelf zien in de spiegel van het Woord, wie zou enige verwachting durven koesteren?

Want wat gebeurt er niet allemaal in ons vaderland, of in onze directe omgeving… Wat blijft er over van het gezag van het Woord van God en wat blijft er over van de dag van God? En vult u maar aan…

Wat is het dan een voorrecht te mogen verkeren onder de bediening van het Woord, onder de verkondiging van het heilig evangelie, dat de Heilige Geest gebruiken wil. Onze belijdenis is daar immers op geënt?

 

Kennen we trouwens onze belijdenis? Vaders, moeders, als het gaat om het onderwijs vanuit de belijdenis op de catechisatie aan uw kinderen, leven we dan mee? Laten we er toch voor waken dat we niet van het belijden af groeien.

Wilt u dat uw kinderen die belijdenis kennen met hun hart, dan is het nodig dat we die zelf ook kennen met ons hart. Gaan we zo met onze kinderen om? Het gaat om troost in leven en sterven. Sturen we onze kinderen zo naar school?

 

We zeiden zo-even: verootmoedigend enerzijds, bemoedigend anderzijds. Want in de belijdenis staat – en die is op het Woord van God gegrond – dat Jezus een Koning is Die niet zonder onderdanen zal kunnen zijn.

Als Koning zal Hij dus in Zijn rijk altijd dienaren hebben. Deze belofte in het Woord van God zou dan eigenlijk boven elke preek geschreven kunnen worden. Zelfs als het gaat om de grootste der zondaren.

Juist onder de verkondiging van het evangelie brengt de Heilige Geest tot schuldbelijdenis. Daarop is elke preek gericht! ‘Ik bekende, o Heere, aan U oprecht mijn zonden…’ U denkt toch niet, gemeente, dat u zonder schuld te belijden zalig wordt?

Maar het kan wel een worsteling zijn om tot die belijdenis te komen. Door de verkondiging van het evangelie werkt de Heere dat smeken om genade.

 

Zonder te roepen om genade zal niemand zalig worden. Maar de zaligheid is niet gelegen in de belijdenis van de zonde alleen. Hier in de kerk, onder de bediening van het evangelie, overweldigt de Heilige Geest zondaren door de liefde van God in Jezus Christus. Hier leert de Heilige Geest mensen, zóndige mensen, God recht en gerechtigheid toe te schrijven. Hier leert de Heilige Geest de dood te schrijven op al uw werken, op al uw goede hoedanigheden, op al uw vermeende gerechtigheden, op alles wat u denkt te hebben voor God. Weg ermee! Hier leert de Heilige Geest, door de bediening van het Woord van God, alleen verwachting te koesteren van het werk van Christus, waarvan Hij op Golgotha heeft uitgeroepen: Het is volbracht (Joh.19:30).

 

Natuurlijk betekent de verkondiging van het evangelie meer dan alleen de preek in de kerk. Het koninkrijk der hemelen is natuurlijk niet toegesloten voor degenen die niet in staat zijn naar de kerk te komen.

Maar de catechismus gaat niet uit van uitzonderingen, maar van de gewone wijze van werken van de Heilige Geest.

De Heilige Geest werkt allereerst in de kerk, maar ook daarbuiten. Daarom nemen we onder de inwachting van de zegen van God het evangelisatiewerk ter hand. Bijvoorbeeld  door eenvoudig op de markt het Woord van God door te geven.

God trekt zondaren uit de duisternis tot Zijn licht. Hij doet dat door de verkondiging van het evangelie in de kerk. Hij doet dat door al het werk dat in Zijn koninkrijk verricht wordt, bijvoorbeeld door middel van de catechese en de verenigingen. En, meisjes en jongens, door de vertelling op school krijgen jullie ook het nodige mee.

Maar, gemeente, het gaat nooit buiten Zijn Woord om. Het Woord van de Heere is in alles bepalend en richtinggevend. Laten wij daarvan zingen uit de berijming van het Gebed des Heeren, en wel het derde vers:

 

Uw koninkrijk koom’ toch, o Heer’!
Ai, werp de troon des satans neer;

Regeer ons door Uw Geest en Woord;

Uw lof word’ eens alom gehoord,

En d’ aarde met Uw vrees vervuld,

Totdat G’ Uw rijk volmaken zult. 

 

Zondag 25 gaat over de Heilige Geest en het geloof. De Heilige Geest werkt het geloof; dat was het eerste punt. Nu het tweede punt:

 

2. De Heilige Geest versterkt het geloof

 

Over de versterking van het geloof handelt vraag en antwoord 66, althans een stukje daarvan. We lezen het nog eens. De vraag is: ‘Wat zijn sacramenten?’ Het antwoord luidt: ‘Sacramenten zijn heilige en zichtbare waartekenen en zegelen, door God ingezet.’

We zouden dit antwoord onbewogen en afstandelijk kunnen opvatten als iets statisch. Zoals kinderen op school tafels uit hun hoofd moeten leren, of formules in het voortgezet onderwijs.

Maar wanneer we deze vraag zo afstandelijk opvatten, zit er geen reliëf in. Dan hoor je niet het sprankelende van de geloofsbelijdenis dat in deze vraag en in dit antwoord ligt opgesloten. Eigenlijk ligt het antwoord in het verlengde van Zondag 1, over de enige troost beide in leven en sterven. Het gaat hier dus niet om een schoolse aangelegenheid die je uit je hoofd leert en zo eigen kunt maken. Maar het gaat om de werkelijkheid van het geloof. In dit antwoord vind je de doorstraling van de Heilige Geest.

De koppeling naar Zondag 1 is niet zo moeilijk te maken, omdat ook in het antwoord op vraag 66 sprake is van het enige offer van Christus. We horen immers in beide Zondagen over het onmisbaar en dierbaar bloed van de Heere Jezus Christus. Want daarin ligt de vergeving van zonde en het recht op het eeuwige leven.

 

Gemeente, wat is het toch nodig dat het geloof van Gods heiligen bevestigd wordt.

Het geloof, zegt Luther, is een onrustig ding. Het is nooit werkeloos en altijd maar in beweging. Het geloof, zegt Comrie, is een genade die aangevochten wordt. Het geloof ligt altijd in de vuurlinie. In het schootveld van de vorst der duisternis. Het ligt altijd onder vuur. Het zit altijd in het hoekje waar slagen vallen.

Zeker, in de wereld zult gij verdrukking hebben, maar heb goede moed, Ik heb de wereld overwonnen (Joh.16:33). Maar dat wil niet zeggen dat het in het leven van het geloof altijd gemakkelijk is. Integendeel!

Paulus schrijft aan Timotheüs: Allen die godzaliglijk willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden (2 Tim.3:12). Dit is onlosmakelijk verbonden aan het kindschap van God. Daarom kunnen we zeggen dat geloven en gerustheid twee woorden zijn die elkaar uitsluiten. Een geloof dat niet wordt aangevochten is in ieder geval geen levend geloof. Een kind van God verkeert hier op aarde in het strijdperk van dit leven. Het geloof is daarom onderhevig aan allerhande invloeden.

 

Geloof kan verdiept worden. Ik zou dat met een kinderlijk voorbeeld duidelijk willen maken. Jongens, in de vakantie graaf je wel eens een kuil en iemand zegt tegen je dat je hem nog wel een beetje dieper kunt maken.

Nou, dat kan met het geloof ook.

Geloof kan ook ingezonken raken, ingedut zijn, of hoe u het maar zou willen omschrijven. Een kind van God kan dicht bij de Heere Jezus leven; het kan ook van Hem afdwalen. Er kan sprake zijn van een komende Jezus, maar ook van een gaande Jezus.

Door al die verwikkelingen kan het geloof het zwaar te verduren hebben. Het geloof kan sterk zijn, maar het geloof kan ook verzwakken. De twijfel kan toeslaan. En de zonde kan je overweldigen.

 

Kinderen, jullie weten vast wel van Noach en van de ark die hij getimmerd heeft in opdracht van de Heere. Wat heeft hij er lang aan gewerkt; honderdtwintig jaar. Je kunt het je nauwelijks voorstellen. En dan toch zo gehoorzaam aan God zijn en zo blijven luisteren naar Hem… Noach wordt ‘prediker der gerechtigheid’ genoemd. Had jij nou gedacht dat hij later dronken in zijn tent zou liggen?

Een kind van God en de zonde. Dat zijn twee begrippen die elkaar helaas niet uitsluiten. Er is van zoveel kinderen van God wel iets te zeggen. Laten we maar niet met de vinger  wijzen,  maar er klein onder blijven. Denk toch niet dat u de zonde te boven bent.

Zo ziet u dat het geloof en alles wat ermee samenhangt een aangelegenheid van strijd is. Zoals enkele dichtregels van Guido Gezelle het uitdrukken:  

 

Het leven is: geen vreed’ alhier,

geen wapenstilstand vragen.

Het leven is: de kruisbanier

tot in Gods handen dragen.

 

De weg achter het Lam aan is een weg van strijd. Strijden is vermoeiend. Daarom heeft het geloof versterkende middelen nodig. Als u dan vraagt of die er zijn, dan mogen wij zeggen: ‘Jazeker! Allereerst is dat het Woord van God, en vervolgens de sacramenten.’

 

Het woord ‘sacrament’ is afgeleid van een Latijns woord, dat ‘eed van trouw’ betekent.

In vroeger tijden werd de krijgseed afgelegd; daaronder werden de woorden verstaan die een soldaat uitsprak onder het vaandel van zijn koning. Zo’n soldaat spreekt dan de eedsformule uit en zweert zo trouw aan zijn heer.

Zo wordt er ook in onze sacramenten een belofte afgelegd.

Om welke belofte gaat het dan eigenlijk?

Dit betreft geen belofte van ons aan God, maar in het sacrament doet God een belofte aan ons!

De catechismus belijdt met betrekking tot het geloof dat een sacrament een plechtige verklaring is, die God aflegt aan ons! God bevestigt daarin dat Hij Zijn Zoon gezonden heeft voor zondige mensenkinderen. In de bediening van het sacrament verklaart de Heere dat Hij het werk van Zijn Zoon als volkomen volbracht beschouwt. Dat zweert God. Door de dienst van de sacramenten verklaart Hij dit plechtig.

 

De catechismus benadrukt dat de sacramenten door Gód zijn ingezet, opdat Hij door het gebruik daarvan, ons de belofte van het evangelie beter doet verstaan.

Gemeente, God doet iets. Zeker, het sacrament leidt tot versterking van het geloof van Gods heiligen, maar het gaat van God uit!

De Heere geeft in de sacramenten aanschouwelijk onderwijs. Hij zegt als het ware tot Zijn kinderen: ‘U zou aan Mijn Woord genoeg moeten hebben. Maar Ik ken uw zwakheid. Ik ken de zwakheid van uw geloof. Daarom voeg Ik er iets aan toe.’

 

Gemeente, let erop: God geeft niet iets bovenop Zijn Woord. U mag niet zeggen dat de sacramenten méér zijn dan het Woord van God. Nee, God geeft iets náást Zijn Woord.

Aan een kanselbijbel zitten meestal twee sloten. Ze hangen aan het Woord van God. Dus niet erboven, maar je zou kunnen zeggen: in het verlengde ervan. Wat God zegt, wat je in Zijn Woord hoort, mag u in de sacramenten zien! Dat mag u in het Heilig Avondmaal en bij de Heilige Doop proeven en zien.

Bij de Heilige Doop ziet u water dat op het voorhoofd van het kindje gesprenkeld wordt. God zweert daarmee dat er in het bloed van het Lam kracht is tot verzoening van al onze zonden. Bij het Heilig Avondmaal ziet u brood en wijn op de avondmaalstafel en er wordt dan gezegd: ‘Neemt, eet, gedenkt en gelooft.’

 

Let er vooral op dat het gebruik van de sacramenten niet allereerst een openbaring van het geloof van de méns is.

Nee, gemeente, God! Het begint altijd weer bij God. Het sacrament is een bevestiging van de waarachtige en de betrouwbare belofte van God. Hij laat in de tekenen van brood en wijn zien dat Hij de Waarachtige is.

 

De sacramenten hebben een verzegelend karakter. Zij betuigen: het is waarachtig. Het verzegelt niet de echtheid van uw geloof. ‘Nu ben ik aan het avondmaal geweest, en nu heb ik ook iets bevestigd.’ U ontvangt geen zegel op de waarachtigheid van uw geloof.

Nee, Gods belofte is goed en waarachtig! Hij zegt: ‘Ik zweer het, Mijn Woord is waarachtig en Ik ben en Ik blijf getrouw.’

 

‘Maar’, zegt iemand, ‘het geloof moet toch versterkt worden, als het goed is?’

Dat is zeker zo. Maar de vraag is wel: hoe doet de Heere dat?

We lezen in onze catechismuszondag dat de Heere dat doet door het gebruik van de sacramenten. Door het gebruik van de sacramenten versterkt de Heilige Geest het geloof.

Wat is dat nodig! Want wat God aan Zijn kinderen belooft, lijkt soms zo ontzettend ver.

Is dat ook uw ervaring? Het is alles zo hoog en zo verheven dat het je begrip te boven gaat. Meer dan eens kan de vraag oprijzen: is het nu ook voor mij? Of ben ik op een verkeerde manier bezig met deze dingen? Heb ik alles niet naar mezelf toegehaald?

Gemeente, dan kom je niet ver met je bevinding of met je bekering of wat dan ook.

Maar nu komt God Zijn volk tegemoet met tekenen en zegelen. Wat in het Woord wordt betuigd, dat wordt in de sacramenten herhaald. Zo wil de Heere overreden. Zo wil de Heere ons overtuigen.

Het gaat niet om úw gang naar het doopvont, úw bijwonen van de kerkdienst en úw avondmaalsgang. Het is niet vanuit ons, maar vanuit God! Het is wel verootmoedigend; er blijft niets van je over. Maar tegelijk bemoedigend; want wat God belooft, doet Hij ook!

 

Op deze wijze overreedt en overtuigt de Heere, en daarom mag het antwoord op die waarachtige belofte van God zijn wat we samen gaan zingen uit Psalm 57 vers 2:

 

Ik roep tot God, de Koning van ‘t heelal;
Tot God, die ‘t werk aan mij voleinden zal,
Die van omhoog mij redt uit mijn ellenden,
En hoe men woed’, mijn vijand brengt ten val;
God zal Zijn gunst en waarheid nederzenden. 

 

Gemeente, sacramenten zijn ‘heilige en zichtbare waartekenen en zegelen, door God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte van het evangelie des te beter te verstaan geve en verzegele; namelijk dat Hij ons vanwege het enige slachtoffer van Christus, aan het kruis volbracht, vergeving van de zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt.’ Zo spreekt onze catechismus.

Dus mocht er nog iets van uw daden of uw deugden overgebleven zijn, dan doen die laatste woorden de deur wel helemaal dicht. Hij schenkt alles alleen uit genade!

 

Wat is de Heere er veel aan gelegen dat we die belofte van het evangelie aannemen! De Heere laat Zijn genade daarin horen, zelfs aan de grootste van de zondaren. De schrijver van de Hebreeënbrief zegt daarover: Hoe zullen wij ontvlieden – ontkomen, ontvluchten – indien wij op zo grote zaligheid geen acht geven? (Hebr.2:4). Indien wij het bloed van Christus onrein achten, doen wij de Geest der genade smaadheid aan.

 

Misschien zegt u: ‘Ja, maar de sacramenten zijn toch heilig?’ Ja, dat is zo. Maar ze zijn niet heiliger dan het Woord. We hebben zo-even gehoord dat het gaat om het héilig evangelie. Hier op de kansel, en bij u in de bank, ligt het héilig Woord van God. En u bent zomaar de kerk binnengekomen? Als het om heiligheid gaat, wilt u dan het ene heiliger laten zijn dan het andere? Wel de heilige sacramenten, wel het Heilig Avondmaal, maar niet het heilige Woord van God? Als het gaat om de inhoud is er geen verschil. Sacramenten liggen niet op het Woord, maar hangen aan het Woord. Er is geen verschil in heiligheid!

 

Wij kunnen zo uiteenrafelen wat de Heere ons als één geheel aanreikt. Als het in deze dienst gaat om het Woord van God, het heilig Evangelie, dan spreekt de Heere: Zie, het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt (Joh.1:29).

Kunt u daar dan maar zo makkelijk onder zitten? Heel genoeglijk, snoepje erbij, en nog nooit om genade geroepen? En dat onder het heilig Woord van God?

Weet u, gemeente, dat is een gerustheid van de hel, een list van de duivel: rustig onder het heilig Woord van God zitten.

Iemand zegt: ‘Ja, maar het Heilig Avondmaal is wat anders. En de Heilige Doop, nou ja, die zetten we er een beetje tussenin.’

Maar het is een Héilige Doop. Dat zeggen niet zoveel mensen. Men zegt nogal eens: ‘Het Heilig Avondmaal wordt bediend, en volgende week is het dopen.’ Laten we toch vooral op onze woordkeus letten in dit verband.

 

Onze catechismus houdt Woord en sacrament heel dicht bij elkaar, want in vraag 68 wordt gevraagd: ‘Zijn dan beide, het Woord en de sacramenten, daarheen gericht, of daartoe verordend, dat zij ons geloof op de offerande van Jezus Christus aan het kruis, als op de enige grond van onze zaligheid wijzen?’

Wat zijn de opstellers van de catechismus toch onvermoeibaar in het aanwijzen van de enige grond, en trefzeker in hun antwoord. Want het snijdt toch altijd maar weer in ons eigen vlees.

Tot roem van Gods genade! Want steeds staat de enige offerande van Christus voorop. En de rest, zegt Paulus, is rijp voor het vuilnis, voor de schroothoop. Ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere (Filipp.3:8). Geef het toch uit handen, want het kan voor God niet bestaan.  

Opdat uiteindelijk alleen het offer van Christus overblijft.

 

Gemeente, de enige grond van de zaligheid ligt niet in de mens, en is geen werk van de mens, maar ligt in het offer van het Lam alleen.

Als je de grond in jezelf zoekt, kun je hoogstens een vroom mens worden in eigen oog. Een mens die het aardig met zichzelf getroffen heeft.

Maar de Heilige Geest leert het voor het eerst en steeds weer opnieuw: Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid (Matth.21:19).

 

Dat is afbraak, vandaag, en morgen, en al de dagen van uw leven, tot de fundamenten toe. Maar als het goed is, is het tegelijk opbouw…

De afbraak van eigen werk mondt uit in de opbouw van het werk van Christus Jezus.

En de vrucht? Ja, die is er! Maar, zegt de Heere Jezus, die vrucht is uit Mij gevonden.

Dan word je al armer, tot je niets meer hebt om te betalen.

Volkomen aangewezen op de genade van God.

Gode zij dank! Alles ligt buiten je!

In de weg van afbraak wil de Heilige Geest het zicht geven op het volkomen en blijvende borgwerk van Christus Jezus.

Het enige fundament is gelegd in Zijn volbrachte werk.

Omdat Hij heeft uitgeroepen: Het is volbracht (Joh.19:30).

En dat is genoeg.

 

Amen.

 

 

 

Slotzang: Psalm 100: 4

 

Want goedertieren is de Heer’;

Zijn goedheid eindigt nimmermeer;

Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht

Tot in het laatste nageslacht.

 

De Heilige Geest en het geloof

 

            1. De Heilige Geest werkt het geloof

            2. De Heilige Geest versterkt het geloof

 

Gespreksvragen Heidelbergse Catechismus (=HC)

Je kunt enkele of alle vragen nemen als uitgangspunt om de preek te overdenken of te bespreken.
 

1.   Het geloof zingt het hoogste lied. Wat wordt daarmee bedoeld?

2.   De Heilige Geest werkt het geloof. Dat is verootmoedigend, maar ook bemoedigend. Hoezo dan? Wat betekent dat voor jou?

3.   Wat is het gevolg als je zegt: je hebt aan het Woord genoeg.

4.   Wat is het gevolg als je zegt: je hebt aan de Geest genoeg.

5.   De kerk is de werkplaats van de Heilige Geest. Wat betekent dat? Werkt de Heilige Geest minder in onze tijd met beperkingen vanwege de Coronapandemie?

6.   In de preek werd gezegd: ‘Wilt u dat uw kinderen de belijdenis kennen met hun hart, dan is het nodig dat we die zelf ook kennen met ons hart.’ Wat betekent dit voor ouders en kinderen?

7.   Wat betekent: ‘De Heilige Geest leert mensen God recht en gerechtigheid toe te schrijven.’

8.   Waarom is de koppeling van vraag en antwoord 66 naar Zondag 1 niet moeilijk te maken?

9.   Luther zegt: ‘Het geloof is een onrustig ding.’ Wat bedoelt Luther daarmee? Is dat hetzelfde als een komende en gaande Jezus?

10. Wat vind je van de uitspraak: ‘een kind van God en de zonde zijn twee begrippen die elkaar uitsluiten’?

11. Het woord ‘sacrament’ komt uit het Latijn. Wat betekende het vroeger? Wat betekent het nu als er over sacramenten gesproken wordt?

12. Licht toe: de Heere geeft in de sacramenten aanschouwelijk onderwijs.

13. Reageer op de volgende stelling: Het gebruik van de sacramenten is allereerst een openbaring van het geloof van de mens.

14. De sacramenten hebben een verzegelend karakter. Wat betekent dat? Hoe gebeurt dat?

15. Wat is volgens antwoord 66 de belofte van het Evangelie?

16. Wat is heiliger, het Heilig Avondmaal, de Heilige Doop of het heilig Evangelie?

17. In de preek werd Filippenzen 3:8 geciteerd. Waarom?

 

Voor de kinderen

a.  Kunnen jouw papa en mama aan jou het geloof in Christus geven? En jouw juf of meester? Wat werd daarover in de preek gezegd? Je kunt het ook lezen in HC vraag en antwoord 65. Ben je daar blij mee?

b.  Als iemand niet naar de kerk kan, omdat hij ziek is, kan hij dan toch bekeerd worden?

c.  Je kent wel de geschiedenis van Noach. Wat heeft hij gemaakt? Waarom maakte hij dat? Hoelang was hij daarmee bezig? Welke zonde deed hij later? In Genesis 9:21 kun je ook het antwoord vinden. Hoe kan het dat een kind van God toch nog zonde doet?

d.  Hoeveel en welke sacramenten hebben we? Kijk maar naar HC 25 vraag en antwoord 68.