Ds. J.S. van der Net - Handelingen 7 : 51m

Hoe weerstaan wij de Heilige Geest?

Door de zonde lief te hebben
Door het Woord te verwerpen
Door Christus te verachten

Handelingen 7 : 51m

Gij wederstaat altijd de Heilige Geest.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 84: 1
Lezen : Handelingen 7: 44-60
Zingen : Psalm 25: 2, 3
Zingen : Psalm 32: 4
Zingen : Psalm 32: 5
Zingen : Psalm 43: 3

Gemeente, de tekst voor de preek vindt u in Handelingen 7 vers 51, het middelste gedeelte:

 

Gij wederstaat altijd de Heilige Geest.

 

Boven de preek zetten we de vraag: Hoe weerstaan wij de Heilige Geest?

 

Wij willen deze vraag aan de hand van drie hoofdpunten beantwoorden. Wij kunnen de Geest weerstaan:

1. Door de zonde lief te hebben

2. Door het Woord te verwerpen

3. Door Christus te verachten

 

Gemeente, meisjes en jongens, wij belijden dat de Heilige Geest onwederstandelijk – dat betekent:  onweerstaanbaar – werkt. De Heilige Geest is zo sterk dat Hij niet tegen is te houden. We lezen dat in de Bijbel.

Op de pinksterdag werd de Heilige Geest uitgestort onder het geluid van een geweldige, gedreven wind. Tegen deze orkaankracht is niets bestand.

Als de Geest werkt, wie zal Hem dan keren? Niemand! De grootste vijand zal dan vallen; de grootste zondaar overwonnen worden.

 

Wat is het een wonder dat de Heilige Geest onweerstaanbaar werkt. Daardoor kunnen u en jij nog zalig worden. Want er is immers niet één mens die met de Heere meewerkt. We werken van nature allemaal tegen!

De bruid uit het Hooglied zegt: Trek mij (Hoogl.1:4). Trekken moet je aan iets dat weerstand biedt of tegenwerkt. Want aan iets dat meewerkt hoef je niet te trekken.

Wij werken in ons zondaarsbestaan van nature alleen maar tegen. Het is daarom een wonder dat de Heilige Geest onweerstaanbaar werkt. Want nogmaals, zo kunnen wij zalig worden.

 

Er zit nu vast wel iemand in de kerk die denkt: ‘Maar hoe zit het dan eigenlijk? Stefanus zegt toch in de tekst: Gij wederstaat altijd de Heilige Geest. Je werkt de Geest dus altijd tegen. Hierin ligt toch een tegenstrijdigheid? Dat klopt toch niet? U hebt zojuist gezegd dat we belijden dat de Heilige Geest onweerstaanbaar werkt. En nu zegt Stefanus: Gij wederstaat altijd de Heilige Geest.

Gemeente, let er wel op dat Stefanus dit zegt tegen het vijandige Sanhedrin. In het woord ‘wederstaan’ dat hier gebruikt wordt, ligt in de oorspronkelijke betekenis iets van ‘zich verzetten’. In het woord ‘wederstaan’ ligt opgesloten dat ze dat bewust doen. Actief ertegen ingaan.

Meisjes en jongens, wanneer er een geweldig harde wind staat, moeten we er tegen  optornen, want die storm dreigt ons weg te blazen. Wat doe je dan? Je gooit jezelf tegen de wind in om toch vooruit te komen. Welnu, dat woord wordt hier door Stefanus gebruikt. Je er tegenin gooien. Tegen de Heilige Geest in.

‘Ja maar’, zegt u, ‘is dat geen tegenstrijdigheid? U hebt zelf gezegd dat de Geest onweerstaanbaar werkt. Kan de Heilige Geest dan, zoals er in de tekst staat, toch weerstaan of tegengewerkt worden?’  

 

Gemeente, de Heilige Geest kan inderdaad weerstaan worden! Want wij moeten verschil maken tussen het zaligmakende en het algemene werk van de Heilige Geest.

Het zaligmakende werk van de Heilige Geest in de harten van Gods kinderen is onweerstaanbaar. Maar in de harten van onbekeerden zijn er wel de algemene werkingen van de Geest. Deze invloeden kunnen wél weerstaan worden.

Wij kunnen vanuit de Heilige Schrift zeggen dat de Heilige Geest met mensen bezig is. Hij twist met zondaren. Wanneer het gaat over die algemene werkingen van de Geest mag u dus niet zeggen dat het máár algemene werkingen zijn. Ik zeg het nog een keer: waar het Woord gepredikt wordt, houdt de Heilige Geest Zich met mensen bezig; dan laat Hij Zich met zondaren in.

God de Vader zoekt uw en jouw behoud. Daarom gaf Hij Zijn lieve Zoon.

De Heere Jezus Christus zoekt uw en jouw behoud. Want in de prediking weent Hij over onbekeerde zondaren.

Maar ook de Heilige Geest zoekt uw en jouw behoud. Hij is er op uit om zondaren te brengen aan de voeten van de Zaligmaker. Zo is de Geest, waar het Woord verkondigd wordt, met mensen bezig. Daarom mag u niet zeggen dat het maar algemene werkingen betreft.

Zie toe dat u de Geest niet weerstaat. Stefanus zegt het in onze tekst: Gij  wederstaat altijd de Heilige Geest.

 

Het weerstaan van de Heilige Geest moet u overigens goed onderscheiden van de zonde tegen de Heilige Geest. Dit is de enige zonde waarvoor geen vergeving is. Maar het weerstaan van de Heilige Geest kan wel leiden tot de zonde tegen de Heilige Geest. 

Het weerstaan van de Heilige Geest is ook wat anders dan het bedroeven van de Heilige Geest, zoals Paulus dat beschrijft in de brief aan de Efeziërs: En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Welke gij verzegeld zijt (Ef.4:30).

Het gaat hier over mensen die verzegeld zijn met de Heilige Geest, over kinderen van God. Het woord ‘bedroeven’ dat Paulus gebruikt, veronderstelt een liefdesrelatie. We spreken immers over de liefde van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Hoe groot is toch de liefde van de Heilige Geest dat Hij zondaarsharten, die als onbewoonbaar verklaarde woningen zijn, tot Zijn woning en tot Zijn tempel maakt. Hoewel het wat anders is dan het weerstaan van de Geest kan een kind van God Hem bedroeven door een werelds en slordig leven.

 

Het weerstaan van de Heilige Geest waarover Stefanus spreekt is ook wat anders dan het uitblussen van de Heilige Geest, waarover Paulus in 1 Thessalonicenzen 5 spreekt: Blust de Geest niet uit (1 Thess.5:19). Ook nu richt Paulus zich tot kinderen van God. Maar de Heilige Geest verlaat een kind van God nooit voorgoed. Wél kan Hij Zich terugtrekken – zegt onze geloofsbelijdenis – zodat de genade niet meer gevoeld wordt. Dat bedoelt Paulus met het uitblussen van de Geest van God.  

In onze tekstwoorden wordt echter gesproken het over een weerstaan van de Heilige Geest. Wat wordt met dit woord bedoeld, dat Stefanus gebruikt als hij voor het vijandige Sanhedrin staat?

 

Wanneer wij aan Stefanus denken, dan valt vaak als eerste zijn ontroerende sterven op. Meisjes en jongens, hij werd gestenigd; doodgegooid met grote stenen. Ze gooiden net zo lang stenen tegen hem aan, tot hij bloedend en stervend in elkaar zakte. Dat is toch vreselijk, als je zo moet sterven?

Maar wat wonderlijk! Over het sterven van Stefanus staat in de Bijbel dat hij ontsliep. Als je zo verwond wordt door stenen en dan sterft, en als er dan toch staat dat hij ontsliep… Een woord waarin niets verschrikkelijks zit. Hoe kan dat?

Gemeente, het sterven van een kind van God is een inslapen. Als een kind van God op zijn sterfbed kalm en zacht de laatste adem uitblaast, dan mag je zeggen dat hij of zij ingeslapen is.

Maar kun je dat nu ook zeggen van iemand die onder het geweld van stenen bloedend in elkaar zakt?

Ja, dan geldt het ook! Stefanus ontsliep. En waarom is dat een ontslapen? Omdat hij stervende op Jezus zag. Dat lezen we duidelijk in het verband van onze tekst. Hij zag de heerlijkheid Gods, en Jezus staande ter rechterhand Gods.

Stefanus zag Jezus! Dat is een zalig sterven. Als iemand in zijn sterven door het geloof op Jezus ziet, dan heeft de dood helemaal niets verschrikkelijks meer, echt niet! Al zak je bloedend in elkaar onder grote stenen.

Stefanus zag Jezus! Hij zag Jezus staande. Nee, niet zittende, Hij stond als het ware op Stefanus te wachten. Iedere steen die Stefanus raakte, bracht hem dichter bij Jezus, op Wie hij door het geloof mocht zien.

 

Gemeente, je hoeft natuurlijk niet jaloers te zijn op de gewelddadige wijze waarop Stefanus sterft. Maar je mag wel jaloers zijn op het sterven van Stefanus met zijn oog geslagen op Jezus. Omdat hij Hem zag, heeft hij ook zo ontroerend gebeden voor zijn vijanden. Want wat waren de laatste woorden van Stefanus? Heere, reken hun deze zonde niet toe! Nee, hij heeft niet gezegd: ‘Heere, laat een vuur van de hemel komen om al die vijanden te verbranden’, maar: Reken hun deze zonde niet toe.

Dat kon hij zeggen omdat hij Jezus zag. Want de Heere Jezus had Zelf aan het kruis ook gebeden: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen (Luk.23:34). Zo mocht Stefanus de voetstappen van Christus drukken.

 

Je zou zeggen: wat was die Stefanus een zachtmoedig mens! Dit waren zijn laatste woorden. Als je zo moet sterven en dan nog een gebed voor de vijanden… dat moet de ware zachtmoedigheid zijn. Dat is de zachtmoedigheid van het geloof. Een zachtmoedigheid die de Heilige Geest werkt.

Het is waar dat de ware zachtmoedigheid voortvloeit uit het zien op Jezus. Maar aan de andere kant zien we in ons tekstwoord dat Stefanus ook vlijmscherp kan zijn. De liefde is immers wel zachtmoedig, maar niet zoetsappig.

Want Stefanus heeft tijdens zijn rede het Sanhedrin in staat van beschuldiging gesteld. Hij heeft de zonde van het Sanhedrin onverbloemd aangewezen. Ook daarvan geldt dat hij dat alleen kon doen omdat hij Jezus zag. Want de Heere Jezus kon ook vlijmscherp zijn. Hij zei tegen de farizeeën: ‘Jullie zijn witgepleisterde graven!’ Aan de buitenkant lijkt het nog wel wat, maar van binnen is het vol dorre doodsbeenderen. Vlijmscherp!

 

Vlijmscherp is ook Petrus op de pinksterdag, als hij vervuld met de Heilige Geest de schare in staat van beschuldiging stelt, en zegt: ‘Jullie hebben Hem gekruisigd!’ Zo is het ook met Stefanus in onze tekst. Eerlijk, oprecht, maar vlijmscherp zegt hij tegen het Sanhedrin: Gij hardnekkigen!

Daar zitten ze dan, die deftige en rechtzinnige leden van het Sanhedrin. Ze moeten het aanhoren: Gij hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oren, gij wederstaat altijd de Heilige Geest. Wat een vlijmscherpe boodschap! Maar zo staat het in de Bijbel. Ook dit vlijmscherpe woord heeft een plaats in de raad van God, die verkondigd moet worden. Daarom klinken ook nu de woorden die Stefanus tot het Sanhedrin sprak tot ons: Gij wederstaat altijd de Heilige Geest.

 

Boven de preek hebben we de vraag gezet hoe dat mogelijk is. We komen nu bij ons eerste punt; maar we zingen eerst Psalm 32 vers 4:

 

               Gij zijt mij, Heer’, ter schuilplaats in gevaren;

               Gij zult mij voor benauwdheid trouw bewaren;

               G’ omringt me, daar Gij mij in ruimte stelt,

               Met blij gezang, dat mijn verlossing meldt.

               Mijn leer zal u, o mens, naar ‘t recht doen hand’len,

               En wijzen u de weg die gij zult wand’len;

               Ik zal u trouw verzellen met mijn raad,

               Terwijl mijn oog op u gevestigd staat.

 

Gemeente, hoe weerstaan wij de Heilige Geest? In de eerste plaats kan dat:

 

1. Door de zonde lief te hebben

 

Gij wederstaat altijd de Heilige Geest. Zo klinkt het vanuit de Schrift tot u en tot jou.

Hoe is dat mogelijk?

Wel, dat werkt Stefanus uit in wat op onze tekst volgt. In vers 53 zegt hij namelijk: Gij die de wet ontvangen hebt door bestellingen der engelen en hebt ze niet gehouden. Hij zegt hier dat de engelen ook betrokken waren bij de wetgeving.

De leden van het Sanhedrin sloegen zichzelf echter op de borst en zeiden: ‘Wij zijn de mensen die de wet kennen, en wij zijn het die de wet houden.’ Ze keken daarmee neer op de schare die de wet niet kende. Maar dan zegt Stefanus: Gij wederstaat altijd de Heilige Geest. Gij die wet ontvangen hebt door bestellingen van de engelen en hebt ze niet gehouden.

 

Gemeente, nu hebben we al een deel van het antwoord op de vraag hoe wij de Heilige Geest kunnen weerstaan: door de zonde lief te hebben, door de wet niet te houden.

Het Sanhedrin beroemde zich erop de wet te kennen, maar ze hielden haar niet. Ze zondigden tegen de wet.

Meisjes en jongens, weten jullie wat de hoofdsom van de wet is? Wat is de samenvatting ervan? Hoe vat je precies het belangrijkste van de wet samen? Weten jullie dat?

Luister eens; wat de wet van ons vraagt kun je met één woord zeggen. Weten jullie met welk woord? Met het woord ‘liefde’.

De wet vraagt liefde. De liefde van ons hart. God liefhebben boven alles en de naaste als onszelf. Het Sanhedrin, dat zich erop beroemde de wet te kennen, had dat nooit begrepen.

 

Weten jullie nog een voorbeeld uit de Bijbel, meisjes en jongens?

‘De rijke jongeling’, zeg je.

Ja, op een zeker ogenblik bleek het zonneklaar dat hij zijn geld liever had dan Jezus. Met al zijn rechtzinnige vroomheid was hij een echte farizeeër die de wet wel hield, maar toch zijn geld liever had dan Jezus.

We lezen van hem dat hij bedroefd van Jezus wegging. Heeft u er wel eens over nagedacht wat daarvan de reden was?

Die man heeft gevoeld in zijn hart dat Jezus gelijk had. Maar hij wilde er niet aan. Hij wilde zijn geld niet loslaten waar hij zo aan gehecht was. Zijn geld waar hij zijn afgod van maakte. En daarom ging hij uiteindelijk bedroefd heen. Diep vanbinnen heeft die man gevoeld dat Jezus gelijk had.

 

Gemeente, daar zit het op vast; diep vanbinnen voelen dat het verkeerd zit, maar er niet aan willen. Je bewust ertegen verzetten.  

Daar heb je nu wat Stefanus allereerst bedoelt. Gij wederstaat altijd de Heilige Geest.

Ik zal proberen het nog wat duidelijker te maken. Meisjes en jongens, ieder mens heeft – ik gebruik nu even een moeilijk woord – een consciëntie. Dat is eigenlijk je geweten. Dat is dat stemmetje vanbinnen dat je waarschuwt als je iets doet wat verkeerd is. Je doet iets wat fout is, en dan is het net alsof er een stem fluistert dat het niet klopt. Maar toch… je doet het.

Gemeente, uw consciëntie, die stem vanbinnen, die spreekt wel eens. Zeker als we onder het Woord van God leven. Uw geweten spreekt dan. In verband met onze tekst zou ik willen zeggen dat daarin de Heilige Geest bezig is om je af te houden van de zonde. 

Iedereen heeft een geweten waardoor we gewaarschuwd worden. Zeker als we opgevoed zijn onder het Woord van God. De Heilige Geest gebruikt dat geweten om bezig te zijn met de mens. Om je te weerhouden van de zonde.

Wat is dan het weerstaan van de Heilige Geest? Wel, dat je jezelf daartegen verzet. Toch doorgaan, tegen uw geweten in. Hierover gaat het in onze tekst ten diepste. U hebt Gods wet niet onderhouden. Als uw geweten dan spreekt, is Gods Geest met u werkzaam. Maar je hebt de zonde zo lief, dat je dwars tegen je geweten in gaat. Dat is het weerstaan van de Heilige Geest.

 

Jongens, meisjes, ouderen, als je over de stem van je geweten heen leeft, weersta je de Heilige Geest. Leeft u daar voortdurend overheen, dan heeft dat gevolgen. Die stem, het geweten, spreekt dan al minder en minder. De Heilige Geest, Die met u werkzaam was, trekt Zich geleidelijk aan terug.

Aanvankelijk letten we nog op de waarschuwing tegen de zonde, maar je gaat er al meer aan gewend raken. Dat is levensgevaarlijk. De drempel van de zonde wordt al lager en op den duur ga je het nog goed praten ook. Als je op die weg verder gaat – ik moet het vanuit het Woord van God eerlijk tegen u zeggen – dan gaat het aan op de eeuwige ondergang!

 

Hier op aarde kan de stem van het geweten tot zwijgen worden gebracht, maar – de Heere verhoede het – als u daarmee verloren zou gaan, zal in het verderf uw geweten weer gaan spreken en u eeuwig aanklagen. Die stem, zegt de Heere Jezus zo indringend in het evangelie, zal zijn als een worm die niet sterft, als een vuur waarvan de vlam niet zal worden uitgeblust.

Gemeente, met al de liefde van mijn hart dring ik er bij u op aan: leef er toch niet overheen! Vraag toch: ‘Heere, bewaar me er voor dat ik mijn geweten het zwijgen op zal leggen.’ Denk toch, jongeren en ouderen, als je geweten spreekt, als je vanbinnen die waarschuwing hoort, dan is de Heilige Geest met je bezig. Echt waar!

 

Gemeente, hoe weerstaan we de Heilige Geest? Door de zonde lief te hebben, door je geweten tot zwijgen te brengen. Maar ook, en dat overdenken we vervolgens met ons tweede punt:

 

2. Door het Woord te verwerpen

 

Gij wederstaat altijd de Heilige Geest. Stefanus zegt dan vervolgens in vers 51 en 52: Gelijk uw vaders alzo ook gij. Wien van de profeten hebben uw vaders niet vervolgd? En zij hebben gedood degenen die tevoren verkondigd hebben de komst van de Rechtvaardige.

Dit is een beschuldiging die eerder al uit de mond van Jezus heeft geklonken: Gij, die de profeten doodt en stenigt die tot u gezonden zijn (Matth.23:37).

Meisjes en jongens, het volk Israël heeft onder het Oude Testament echt profeten gedood. Denk maar aan Manasse, die de profeet Jesaja aan stukken heeft laten zagen. Ook Zacharia, de zoon van Berechja, werd gedood.

‘Uw vaderen’, spreekt de Heere Jezus, ‘hebben de profeten gedood en gestenigd.’ En jullie, leden van het Sanhedrin, zijn niet beter, horen we Stefanus zeggen.

 

Vraagt u waarom zij de profeten hebben gedood?

Wel, uit verzet tegen het woord dat de profeten brachten. Ze wilden dat woord niet langer horen. Ze hebben, door Zijn profeten te doden, de sprekende God monddood willen maken. Welnu, zegt Stefanus tegen het Sanhedrin, zo zijn jullie ook! Precies hetzelfde.

Dus, gemeente, hoe kunnen we de Heilige Geest ook weerstaan?

Dat staat in ons tekstgedeelte. Door het Woord van God te verwerpen.

Ouderen en jongeren, ik zou in alle ernst willen zeggen dat dit iets is waar we wel diep over na mogen denken. Want de Heere komt tot ons door Zijn Woord. Ook vandaag!

Waarderen we dat nog?

Of vinden we het maar heel gewoon dat we iedere zondag in de kerk mogen zitten?

Bent u slordig in uw kerkgang? Laat u wel eens verstek gaan als het u zo uitkomt? Denkt u er dan aan dat zoiets hoort bij het weerstaan van de Heilige Geest?

Als je in de kerk zit, jongeren, dan zit je in de werkplaats van de Heilige Geest. Gemeente, als u onder de prediking van het Woord zit, is de Heilige Geest echt met u bezig. Ik ben er van overtuigd dat de meesten van u wel aanvoelen wat ik bedoel.

 

Meisjes en jongens, heeft het Woord van God wel eens indruk op je gemaakt? Ik denk dat de meeste van jullie daar wel ‘ja’ op moeten zeggen. Ik hoor dat ook wel eens uit de mond van jonge mensen.

Maar dan vraag ik jullie: ‘Wat heb je ermee gedaan, toen het Woord niet langs je heen ging?’

Als het indruk maakt vanbinnen, is de Heilige Geest werkzaam. Als u of jij daar overheen leeft, sta je die indrukken tegen, en leg je ze naast je neer. Zo weersta je de Heilige Geest. Dan ben je in zekere zin bezig om – Stefanus zegt het tegen het Sanhedrin – de profeten, die het Woord van God verkondigen, te doden. Je maakt het Woord van God monddood! En nogmaals zeg ik: dat is zo verschrikkelijk gevaarlijk! Want wat gebeurt er als je de indrukken van het Woord van God en de preek steeds van je wegduwt? Dan worden die indrukken steeds minder.

 

Meisjes, jongens, vroeger gebruikte men wel het voorbeeld van een smederij. Daar was vaak wel een hond. Als die hond voor het eerst in die smederij kwam, en de smid sloeg op het hete ijzer, dan spatten de vonken overal heen. Die hond was dat nog niet gewend en vloog dan jankend in een hoek, zo bang was hij. Maar als die hond wat langer in die smederij was, liep hij op den duur helemaal niet meer weg voor die vonken. Hij was er helemaal aan gewend.

Zo kan het ook gaan onder de prediking van het evangelie. Er kunnen aanvankelijk diepe indrukken zijn; laten we maar zeggen dat vonken van het Woord om je heen spatten. Maar alles went; zelfs de prediking went. Je gaat het zo gewoon vinden. Je wordt er op den duur niet koud of warm van.

Gemeente, zó gevaarlijk is het als we de indrukken van het Woord altijd naast ons neerleggen. U wederstaat daarmee de Heilige Geest, die onder de prediking van het evangelie met u en met jou bezig is.

 

Gij wederstaat altijd de Heilige Geest. Ik heb mensen bezocht aan hun  ziekbed, die diepe indrukken hadden van het Woord van God, zodat je heel goed je woorden bij hen kwijt kon. Dan was je blij. Maar als je ze dan een paar jaar later tegenkwam was het soms allemaal voorbij. 

Wat is het aangrijpend als een mens over die indrukken heen leeft; zo weersta je de Heilige Geest. En daarom, laat het tot u, laat het tot jou doordringen wat hier staat: Gij wederstaat altijd de Heilige Geest. Hem weerstaan is levensgevaarlijk; u wandelt dan op een weg die leidt tot de ondergang.

Maar nu komt vandaag het Woord nog tot u en jou. Met liefelijke nodigingen, met vermaningen en waarschuwingen.

Nee, de Heere zoekt uw ondergang niet. De drie-enige God zoekt uw behoud!

De Heilige Geest is nog werkzaam onder het Woord.

Maar het houdt een keer op!

Wanneer we altijd maar weer het Woord naast ons neerleggen en de Heilige Geest  weerstaan, zal het eens tegen ons getuigen.

 

Met het Woord te verwerpen, veracht u tenslotte ook Christus. Voor wij daarover spreken zingen we eerst Psalm 32 vers 5:

 

               Wil toch niet stug, gelijk een paard, weerstreven,

               Of als een muil, door domheid voortgedreven;

               Gebit en toom, door ‘s mensen hand bestierd,

               Beteug’len ‘t woest en redeloos gediert’;

               Laat zulk een dwang voor u niet nodig wezen;

               Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen;

               Maar wie op Hem vertrouwt, op Hem alleen,

               Ziet zich omringd met Zijn weldadigheên.

 

Hoe weerstaan wij de Heilige Geest?

Door de zonde lief te hebben, door je geweten het zwijgen op te leggen, door het Woord te verwerpen, door over de indrukken van de prediking heen te leven, maar ook:  

 

3. Door Christus te verachten

 

Christus te verachten is het allerergste waarin het Sanhedrin de Heilige Geest heeft weerstaan. Stefanus zegt dit tegen hen: Wien van de profeten hebben uw vaders niet vervolgd? En zij hebben gedood degenen die tevoren verkondigd hebben de komst des Rechtvaardigen, van Welken gijlieden nu verraders en moordenaars geworden zijt.

‘Jullie zijn’, zegt Stefanus vlijmscherp, ‘verraders en moordenaars geworden van de Rechtvaardige, van Christus Jezus. Jullie hebben Christus verraden. Jullie hebben Christus gedood. Jullie hebben Christus veracht. Gij wederstaat altijd de Heilige Geest.’ Dat was het allerergste.

 

Gemeente, eigenlijk zit hierin dezelfde beschuldiging die Petrus uitsprak op de pinkersterdag. Toen wees hij de mensen erop: ‘Gij hebt Hem gekruisigd. En daarin heeft u de Heilige Geest weerstaan.’ Want er is namelijk een nauw verband tussen Christus en de Heilige Geest.

De Heilige Geest heeft de menselijke natuur van Christus toebereid. De Heilige Geest rustte op Christus zonder mate. Zijn werk is Christus te verheerlijken en om zondaren te leiden tot Hem. De Heilige Geest gebruikt daar het Woord voor. Er is  zo’n nauwe band tussen Christus en de Heilige Geest, dat Hij in de Heilige Schrift ook de Geest van Christus wordt genoemd. Daarom, wie Christus veracht – en dat kan op velerlei manieren – die weerstaat de Geest van Christus.

 

Kom, gemeente, Christus wordt u vandaag gepredikt in Zijn gepastheid.

Dat is een wat ouderwets woord, meisjes en jongens. Maar dat betekent dat die Christus Die je wordt verkondigd, zo goed past bij jouw geval!

Hoe zondig en schuldig je ook bent; Hij is zo uitermate gepast.

Alles wat we nodig hebben om voor God te bestaan is bij Hem te vinden.

De Heere Jezus wordt vandaag ook gepredikt in Zijn noodzakelijkheid. Hoe vaak heeft u, heb jij het al gehoord, dat er buiten Jezus geen leven is en dat Hij de enige Weg tot God is?

Kom, gemeente, de Heere Jezus wordt u gepreekt in Zijn gewilligheid. Hij is gewillig om zondaren zalig te maken. Want u leeft onder de bediening van de verzoening. Daarin klinkt door: Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen (2 Kor.5:20).

Wij preken u Christus in Zijn algenoegzaamheid, want het werk van Christus is zo algenoegzaam. Al waren er duizend werelden, die alle zouden gewassen kunnen worden in het bloed van Jezus.

 

Gemeente, is dit niet meer dan genoeg? Meisjes, jongens, zou er dan niet genoeg bloed voor jullie zijn? Al bent u de slechtste van de slechtste, zou er dan in deze Zaligmaker voor u enig tekort zijn? U wordt vandaag in het evangelie tot Jezus geroepen. U wordt tot Christus genodigd!

Christus Jezus wordt u en jou verkondigd.

Wendt u naar Mij toe, wordt behouden (Jes.45:22).

 

Gemeente, wat hebt u ermee gedaan? Heeft u er overheen geleefd? Bent u er altijd aan voorbij gegaan? Misschien wel op een heel zondige manier, door aan de zonde vast te houden. Misschien wel op een vijandige manier; mogelijk zit u vol vijandschap tegen Christus.

Of laat het u gewoon onverschillig? Iedere zondag in de kerk, de dominee heeft wel of niet goed gepreekt… maar het raakt u niet, het gaat aan u voorbij. U leeft gewoon uw eigen leventje. Maar u weerstaat daarmee de Heilige Geest. Dan staat u, dan sta jij als het ware naast het Sanhedrin.

Wat had de Heere meer kunnen geven dan Zijn eigen Zoon? Dat is een onbegrijpelijk wonder, dat de Vader Zijn eigen Zoon gegeven heeft in een wereld verloren in zonde en schuld. De Vader wijst Hem nog aan. Ook in deze dienst wijst Hij op de Heere Jezus. Deze is mijn geliefde Zoon, in Dewelke Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem! (Matth.17:5)

 

En nu? Denkt u nu: ‘Dit woord is toch wel ernstig’?

Gemeente, dat is het ook!

Maar gaat u er weer aan voorbij, op welke manier dan ook?

Gaat u uw eigen weg?

Dan weerstaat u de Heilige Geest.

O, wat een aangrijpend woord!

 

Gij wederstaat altijd de Heilige Geest. Door de zonde lief te hebben, door het Woord te verwerpen, door Christus te verachten. Het is de zekere weg naar het eeuwige verderf.

Gemeente, het ligt niet aan de Heere. Echt niet! Wat had Hij méér kunnen geven dan deze Jezus?

Het ligt niet aan Christus. Wat had Hij méér kunnen geven dan Zijn eigen bloed, dat reinigt van alle zonde?

Het ligt niet aan de Heilige Geest. Hij is onder het Woord ook met u en met jou bezig. Het is eigen schuld, uw eigen schuld.

Gij wederstaat altijd de Heilige Geest. Hebt u goed gelezen wat er staat? U weerstaat altijd de Heilige Geest. Altijd!

Zeg dan niet: ‘Dat geldt het Sanhedrin. Ik ben toch wel een beetje anders, ik ben een beetje beter.’ Nee, gemeente, zo ben ik en zo bent u. Wij weerstaan altijd de Heilige Geest. Dat is de richting van ons zondaarsbestaan. We zijn allemaal van dezelfde soort. U jij en ik.

We zijn allemaal van de soort van Adam. Wij volgen allen dezelfde richting in ons zondaarsbestaan. En daarom geldt het voor ons allemaal.: Gij wederstaat altijd de Heilige Geest.

 

Gemeente, ik dring met al de liefde van mijn hart aan: neem het toch ter harte! Ook jullie, jongeren.

‘Maar’, zegt er nu iemand, ‘hoe moet je dit woord ter harte nemen? Hoe moet het zo worden in mijn leven dat het weerstaan van de Heilige Geest ophoudt?’

Is dat je nood? Is dat de vraag die u bezighoudt? Luister dan.

Zoek het nu eens niet bij jezelf, want als je het daar zoekt kom je er nooit. Zoek het bij  God. God Die gezegd heeft: Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vervullen (Ps.81:11).

Hoe moet mijn leven van richting veranderen? Zoek het bij Hem. Leg uw nood voor Hem neer.

Ik mag u zeggen: iedereen die met de nood van zijn leven tot Hem vlucht, zal ervaren dat Hij nog nooit iemand heeft afgewezen die in zijn of haar nood tot Hem ging.

Zo iemand zal ervaren dat het waar is:

 

   Opent uwen mond;

   Eist van Mij vrijmoedig,

   Op Mijn trouwverbond;

   Al wat u ontbreekt,

Schenk Ik, zo gij ‘t smeekt,

               Mild en overvloedig.

 

Zoek het daarom bij God. We doen dat veel te weinig. Hij belooft en Hij verzegelt het!

 

Gemeente, ik eindig met dat waarmee ik de preek begonnen ben. Waar de Geest zaligmakend werkt, daar werkt Hij onweerstaanbaar.

Wanneer de Heilige Geest zaligmakend werkt, dan gaat mijn eigen ik helemaal ten onder. Al mijn verzet, al mijn weerstand zal worden verbroken.

Waar gebeurt dat? Allereerst onder het Woord, in de kerk, de werkplaats van de Heilige Geest. Het Woord van God overwint je, je komt er niet meer onderuit, je moet er voor vallen.

Dan komt er een droefheid in het hart dat je altijd de Heilige Geest hebt weerstaan. Dan moet je zeggen: ‘O God, de richting van mijn leven is altijd verkeerd geweest. Dat is mijn schuld.’

 

Waar de Heilige Geest zaligmakend werkt, ontstaat een droefheid over de zonde, maar er komt dan ook een heimwee naar God. Hij wordt dan al de liefde van je hart waard. Op Gods tijd komt er dan ook een hongeren en een dorsten naar Jezus. Dan wordt Hij zo onuitsprekelijk dierbaar, dat er momenten zijn dat je onder de prediking onweerstaanbaar tot Jezus getrokken wordt. Dan wordt het wonder zo groot dat die Geest onweerstaanbaar werkt. Want dan zal de grootste vijand moeten capituleren en de meest hardleerse zondaar zal het verliezen.

Gemeente, in de wereld zegt men: verlies wil je niet, maar je wilt winst. In het geestelijke is dat helaas soms ook zo: we willen winst. En daarom weerstaan we de Heilige Geest. Maar waar die Geest onweerstaanbaar werkt, ga je het verliezen.

 

Gelukkig is degene die het van God en van Christus verliezen mag. Maar die zijn leven  wil behouden – dat willen u en ik alsmaar – die zal zijn leven verliezen. Maar, zegt Jezus, die zijn leven om Mijnentwil verliest, die zal het vinden. Dan mag je overwonnen worden door die Geest. Buigend aan Zijn voeten en hopend op Zijn genade.

Gemeente, dat kan omdat de Heilige Geest onweerstaanbaar werkt.

Hoe kom ik nu op die plaats?

Zoek het bij God, zoek het bij Jezus.

Zoek het op je knieën.

Zoek het onder Zijn Woord.

Zoek het in de werkplaats van de Heilige Geest.

Smeek om de bediening van de Heilige Geest, ook in uw hart. Hij werkt nog.

Wat zou het een wonder zijn als u het vandaag eens verliezen mocht voor God en Zijn Woord!

 

Weet u wat Gods kinderen uiteindelijk allemaal tot hun zalige verwondering zullen zeggen? ‘De Heere heeft alles gedaan. Ik heb alleen maar tegengewerkt.’

Daarom zij God al de eer!

In het nieuwe Jeruzalem zullen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest daarom eeuwig grootgemaakt worden.

 

Amen.

 

 

Slotzang: Psalm 43:3

 

Zend, Heer’, Uw licht en waarheid neder,
En breng mij, door die glans geleid,
Tot Uw gewijde tente weder;
Dan klimt mijn bange ziel gereder
Ten berge van Uw heiligheid,
Daar mij Uw gunst verbeidt.