Ds. R. Kattenberg - Zondag 20

De Heilige Geest

Zijn Goddelijk bestaan
Zijn heerlijk werk
Zijn troostvol blijven
Aan deze preek zijn vragen toegevoegd n.a.v. de preek.
 

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Bedezang v.d. predikatie
Lezen : Johannes 16: 1-15
Zingen : Psalm 118: 12, 14
Zingen : Psalm 119: 9
Zingen : Gebed des Heeren: 3
Zingen : Avondzang: 7

Wij willen aandacht besteden aan Zondag 20 van de Heidelbergse Catechismus, vraag 53 met het antwoord. Wij lezen daar als volgt:

 

Vraag 53: Wat gelooft gij van de Heilige Geest?

Antwoord: Eerstelijk, dat Hij tezamen met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God is. Ten andere, dat Hij ook mij gegeven is, opdat Hij mij door een waar geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig make, mij trooste en bij mij eeuwiglijk blijve.

 

Het gaat in deze Zondag over: De Heilige Geest.

 

Drie aandachtspunten:

1. Zijn Goddelijk bestaan

2. Zijn heerlijk werk

3. Zijn troostvol blijven

 

1. Zijn Goddelijk bestaan

 

Het is opvallend hoe onbevangen en tegelijk heel sober de catechismus vanuit het open Woord van God over de Heilige Geest spreekt. De kinderen kunnen de woorden van het antwoord op vraag 53 wel tellen. Maar als we deze paar woorden over de Heilige Geest werkelijk belijden en waarachtig geloven, dan hebben we er heel veel van ontdekt.

 

We stellen vandaag de vraag: hoe kijkt u nu aan tegen de Persoon en het werk van de Heilige Geest? Jongeren, ik wil jullie niet onderschatten, maar misschien is het in je jonge leven heel moeilijk om op die vraag antwoord te geven. De Heilige Geest, wat moet ik daarmee?

Wij mogen wel dankbaar zijn dat we in de catechismus zo’n geweldige handreiking gekregen hebben. We moeten wel van erg goeden huize komen om het korter,  duidelijker en helderder te verwoorden dan het onderwijs dat vanuit Zondag 20 tot ons komt.

 

Wat geloven we van de Heilige Geest? Heel nadrukkelijk moeten we een streepje zetten onder dat woordje ‘geloven’. Juist in deze tijd. Mensen spreken nogal eens van ‘wat voel je ervan, wat ervaar je ervan?’ Binnen de ervaringstheologie en de zogenaamde ‘oecumene van het hart’, en noemt u maar op, gaat het vooral om het gevoelsmatige: wat bespeur je van de Heilige Geest? Maar onze belijdenis zegt, in aansluiting op wat we zojuist gehoord hebben: ‘Nee, ik gelóóf in de Heilige Geest!’

Spreekt het woord ‘ervaring’ dan niet meer aan dan het woord ‘geloof’? Dat kan heel goed waar zijn. Maar het gaat er niet om wat ons meer aanspreekt; het gaat er om of we ons in het spoor van het Woord van God bevinden.

 

In de catechismus worden het geloof en de ervaring, de bevinding van het geloof, heel dicht bij elkaar gehouden. Wat er ten diepste van de Heilige Geest gezegd wordt, is niet zomaar een constatering, maar het wordt heel nadrukkelijk aan het hart van de mens gelegd. Geloof en bevinding van het geloof; zij horen bij elkaar. Een mens gelooft de dingen die van God zijn en de dingen die van de Geest van God zijn, omdat hij erdoor geraakt is, omdat het iets met hem of haar gedaan heeft.

En om nu te verstaan wat het betekent dat het Woord iets met u doet, moet het u worden uitgelegd. Dan zult u zich onder het Woord moeten begeven, om daaruit de rechte regel van de bediening van de Heilige Geest te vernemen; Wie de Heilige Geest is en wat de Heilige Geest doet.

 

Meisjes en jongens, gelukkig dat jullie vragen hebben. Er zijn zoveel mensen die geen vragen hebben; die alles maar zo gemakkelijk accepteren.

Toen de Heilige Geest uitgestort werd met Pinksteren, kwamen er mensen met vragen. Er waren er ook met antwoorden: ‘O, die mensen zijn dronken; ze zijn vol zoete wijn.’ Gemeente, gelukkig als we vragen hebben, net zoals op de dag van Pinksteren. Maar niemand blijkt te weten wat er precies gebeurd is: een geluid als van een geweldige gedreven wind, en de aanblik van gedeelde tongen als van vuur. De ervaring was overweldigend. Iedereen was er vol van.

Petrus gaat daarom in heldere bewoordingen uiteenzetten wat er eigenlijk aan de hand is. Hij zegt: ‘Wat u ziet, mensen, en wat u hoort, is de vervulling van de belofte van God. Pinksteren is de slotzang op het Kerstfeest: God heeft gedacht aan Zijn genade, Hij heeft Zijn trouw aan Israël niet gekrenkt. Dat kun je hier zien. Het komt van boven, het komt uit de troonzaal van de hemel. Het is uit God.’

Gemeente, wanneer u Petrus dan zo in uw  gedachten ziet staan, op die eerste Pinksterdag, als hij het Woord van de Heere spreekt, sluit dat nauw aan bij wat we hier in de catechismus vinden. De toonhoogte is eigenlijk dezelfde. Wat gelooft gij van de Heilige Geest?

 

Ten eerste, dat Hij met de Vader en de Zoon waarachtig God is.

Als wij spreken over de Heilige Geest, brengen we Hem nogal eens snel in verband met onszelf. Dan denken we aan de bekering van een mens, het werk van de Heilige Geest in die mens, aan het geloof van een mens, aan wedergeboorte, aan heiliging, aan heerlijkmaking. We denken aan de kinderen van God, aan de kerk des Heeren, we denken aan de gemeenschap der heiligen… Ja, het hoort er allemaal bij. Alleen, de catechismus zet Hem, door allereerst naar boven te wijzen, heel terecht op Zijn eigen plaats. Wil je wat zeggen over de Heilige Geest? Over Wie gaat het dan? Dan gaat het over God! Het gaat allereerst over de eer van God.

Het is eigenlijk zo onmogelijk, gemeente, om er iets over te zeggen. Want kunt u nu precies zeggen Wie God is? We zeggen van God dat Hij enig en almachtig is, rechtvaardig, heilig en hoog verheven. Van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God (Ps.90:2).

 

De Heilige Geest is God. In de wereld van vandaag zeggen moderne theologen en allerlei mensen die zich in sektarisch water bewegen, u dat niet na. Die zien in de Heilige Geest veel meer een ‘iets’. De Heilige Geest is niet een Persoon, maar iets onbepaalds: een soort kracht of - en nog gevaarlijker misschien - een soort gevoel.

Maar, zegt Jeremia, gevoel is bedrieglijk en ons hart is arglistig. Dodelijk is het, vol venijn, meer dan enig ding! Dus... ga wel in het spoor van het Woord van God. De Heilige Geest is geen kracht die van God uitgaat en Hij is geen gevoel dat van de Heere uitgaat. Ménsen zien dat wel zo, maar als je dat doet verlaag je de Heilige Geest. Dan ga je Hem met een kleine letter schrijven. De Heilige Geest als een geest, maar geen Persoon.

Maar als we de Bijbel openen en het Woord laten spreken, komen we tot deze belijdenis: De Heilige Geest is, tezamen met de Vader en de Zoon, waarachtig (dat is: echt) en eeuwig God. De Heilige Geest is almachtig. Hij is Iemand Die spreekt in het hart van Gods kinderen en Hij spreekt dóór Gods kinderen.

 

Van alle kanten bent u hier naar de kerk gekomen. En de een ziet onderweg meer van de natuur dan de ander. Maar dit werk van de Heilige Geest is er al zoveel duizenden jaren. Toen de wereld geschapen werd, zweefde de Heilige Geest over de wateren; bij de schepping broedde de Geest als het ware op de wateren. En nadat de schepping gereed was, is de Heilige Geest blijven werken, tot op de dag van vandaag.

Er staat in de Bijbel dat de Heere het gelaat van het aardrijk, het gezicht van de aarde, vernieuwt. De aarde heeft een gezicht en elk voorjaar zien we dat weer nieuw worden.

Maar van Wie komt dat? Van de Heilige Geest. Dat is toch heel indrukwekkend? Er staat in de Bijbel dat Hij de herten jongen doet werpen. Dus dat is werk van de Heilige Geest. En het nieuwe leven uit de moederschoot is van de Heilige Geest.

We zien Zijn werk ook in het kunstzinnig bezig zijn in de tabernakel door Bezaleël en Aholiab. We denken aan de Heilige Geest als we David op de harp zien spelen.

De Heilige Geest daalde neer op de Heere Jezus bij Zijn doop in de Jordaan. Door die Geest kon de Heere Jezus aan Zijn apostelen bevel geven om heen te gaan en te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

 

Als je ontkent dat de Heilige Geest samen met de Vader en de Zoon één eeuwig en waarachtig God is, dan ben je van het christelijk geloof vervallen. Athanasius begint zijn belijdenis met het noodzakelijk geloof in de heilige drievuldigheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. De Heilige Geest als Persoon, Die het geheim van de Vader schrijft in de harten van zondige mensen.

Het is de Heilige Geest, gemeente, Die het aan zondaren leert om de enige naam tot zaligheid lief te hebben. Dat is de belijdenis van de kerk der eeuwen. Een belijdenis die zich één weet met de kerk van alle eeuwen en de christenheid zoals die zich wereldwijd openbaart. En vanuit dit belijden gaat de catechismus naar het persoonlijke: ‘Ik geloof!’

 

Die persoonlijke toepassing naar eigen hart en leven is voluit Bijbels, geheel en al gereformeerd en reformatorisch. Want, zo staat er vervolgens in het antwoord op vraag 53: ‘Hij is ook mij gegeven, opdat Hij mij door een waar geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig make.’ Dat brengt ons bij het tweede aandachtspunt. We zingen eerst Psalm 119 vers 9:

 

Doe bij Uw knecht weldadigheid, o Heer’,
Opdat ik leev’, Uw woorden moog’ bewaren,
En dat Uw Geest mij ware wijsheid leer’,
Mijn oog verlicht’, de nevels op doe klaren;
Dat mijne ziel de wond’ren zie en eer’,
Die in Uw wet alom zich openbaren.

 

2. Zijn heerlijk werk

 

De catechismus spreekt vervolgens over het zaligmakende werk van de Heilige Geest in de harten van zondige mensen. De Heilige Geest wil werken in harten van mensen zoals wij zijn. Deze Persoon wordt nu in de catechismus zo trefzeker getekend.

Het ligt in het welbehagen van de Vader om zondaren zalig te maken. Dat welbehagen van de Vader waaiert uit over de volken van de wereld. In Handelingen 2 wordt een aantal volkeren genoemd: Parthers en Meders, Edomieten en inwoners van Mesopotamië... En als Johannes op Patmos staat en hij een blik mag slaan in de hoge hemel, schrijft hij: ze komen uit alle volken, uit alle geslachten, uit alle talen, uit alle natiën. Gemeente, het welbehagen van de Vader en Zijn verkiezende liefde vallen samen.

 

Nu dus het tweede gedeelte van het antwoord op de vraag van de catechismus. Hierin staat: ‘Ten andere, dat Hij ook mij gegeven is, opdat Hij mij door een waar geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig make, mij trooste en bij mij eeuwiglijk blijve.’

Het gaat hier over de Zoon. De Zoon Die alle gerechtigheid heeft aangebracht en de zaligheid voor Zijn kinderen daadwerkelijk heeft verworven. Nu heeft Hij die zaligheid niet alleen verdiend, maar die moet ook worden toegepast door de Heilige Geest.

De rijke en overvloedige genade van God ís er. Maar het gaat erom dat u weet daarin te delen. Niet alleen moet u weten wat Christus voor zondaren gedaan heeft, maar het gaat er ook om dat dit wordt toegepast in uw hart. Door het werk van de Heilige Geest kunnen we zeggen: ‘Die genade is ook mijn genade.’

 

We hebben het samen gelezen uit Johannes 16: Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen (Joh.16:14). De Heilige Geest zal Christus verheerlijken. Dat wil zeggen: Christus zal roem krijgen. De Heilige Geest maakt Christus en al Zijn weldaden deelachtig.

De Heilige Geest eist daarbij voor Zichzelf geen grote plaats op. De Heilige Geest is heel bescheiden, lezen we in het Woord van de Heere. Hij blijft op de achtergrond en wijst altijd heen naar de Heere Jezus Christus. Verloren mensen aan de voeten van de Heere Jezus brengen, is zo typerend voor de Heilige Geest. De Heilige Geest doet niets liever dan gebroken mensen te laten delen in de heling van de Zaligmaker van zondaren. Hij Zelf blijft daarbij bescheiden op de achtergrond.

Luther heeft het werk van de Heilige Geest eens in een paar woorden heel treffend aangegeven. Als u wat van Luther gelezen hebt, herkent u hem er wel in. Luther zegt: ‘Ach, die arme Heilige Geest…’ Wat bedoelt hij daarmee? Wel, dat de Heilige Geest nu altijd voor een Ander doende is. Hij komt Zelf nooit in het middelpunt te staan. ‘Die arme Heilige Geest…’ Hij kan niet anders dan Christus verheerlijken. Hij werkt het geloof dat de kerk des Heeren uitdrijft naar de Heere Jezus Christus. Hij is de Werkmeester van het geloofsleven in de harten van Gods kinderen.

 

Hoe werkt de Heilige Geest dit? Daar kun je allerhande woorden aan wijden. Zijn werk is heel gevarieerd. Het gaat ons niet aan de Heilige Geest in een keurslijf te dringen. Als Brakel schrijft over de bekering, geeft hij verschillende manieren aan waarop de Heilige Geest werkt. En hij schrijft zelfs: ‘Als ik nu niet genoemd heb zoals het bij u is gegaan, dan moet u zich geen zorgen maken, want het werk van de Heilige Geest is nog veelkleuriger dan ik onder woorden kan brengen.’

 

Als we onze gedachten over het werk van de Heilige Geest wat willen laten gaan, denk ik dat we dit met een voorbeeld wel iets duidelijker kunnen maken.

Kinderen, jullie hebben vast wel eens een bouwvallig huis gezien. In de stad bijvoorbeeld. Je zegt dan: ‘Tjonge, wat staan hier een oude huizen; zouden er mensen in wonen?’ Stel nu dat papa en mama zo’n oud huis zouden kopen. Dan zeg je: ‘Nou, maar daar ga ik niet in wonen.’ ‘Nee’, zegt papa, ‘we gaan het huis eerst opknappen. We gaan dingen wegbreken en weghalen, en daarna gaan we vernieuwen. Voordat we erin gaan wonen, gaan we er heel veel aan doen.’

Het is maar een zwak voorbeeld, gemeente. Maar als je nu eens het werk van de Heilige Geest ernaast zet? De Heilige Geest gaat werken aan de zondaar. Breekwerk. Want uw levenshuis is een vervallen huis. Wat deugt er eigenlijk aan? In de grond van de zaak: helemaal niets. Daarom laat de Heilige Geest bergen van schuld en van zonde zien. Hij laat ons de diepte peilen van ons ongeloof.

Wie zit er op de troon in uw levenshuis? Kijk eens goed… Uzelf! Maar de Heilige Geest haalt u van die troon af.

‘Maar’, zegt u, ‘waar is dan mijn plaats?’

Met eerbied gezegd: ‘Kijk eens naar die bank.’

‘Ja, maar dat is een zondaarsbank.’

‘Zou u daar niet in passen...?’

 

Gemeente, de Heilige Geest brengt ons van onze troon af, en plaats ons in de zondaarsbank. En daar zit je ook nog eens je leven lang. Maar er volgt wel iets op, namelijk om steeds weer en steeds meer te gaan leven uit genade. Om uit genade te leven moet je in de zondaarsbank zitten. Als de Heilige Geest aan uw levenshuis werkt, let er dan eens op dat Hij alles in uw leven afbreekt. Zelfs tot en met de fundamenten.

‘Maar waarom doet Hij dat?’, vraagt u.  ‘Want ik wil graag houden wat ik bezit. Dat is toch niet verkeerd?’

Zo kunnen we dwarsliggen, gemeente. Waarom maakt de Heilige Geest alles zo leeg?

Wel, om vol te maken. Om ons vol te maken met het werk en de Persoon van de Heere Jezus Christus, in de weg van het geloof.

Dus de Heilige Geest laat u niet aan uw lot over, zo in de trant van: ‘Nu moet u het zelf maar uitzoeken. Ik heb u leeggemaakt en nu moet u maar zien hoe u weer vol wordt.’ Nee, de Heilige Geest maakt leeg om vol te maken. Dat is een geweldig werk. Dat is eigenlijk geen restauratie, nee, dat is vernieuwing. Dat is een werk waarvan onze belijdenis zegt dat het de schepping van hemel en aarde te boven gaat. We kunnen dat lezen in de Dordtse Leerregels.

Hoe zit dat dan, meisjes en jongens? Waaróm dan gaat dat werk van de Heilige Geest er bovenuit?

Wel, toen God de hemel en de aarde schiep, ondervond de Heilige Geest geen tegenstand. Er waren geen tegenkrachten. Maar als God door Zijn Heilige Geest mensen herschept, als iemand wederom geboren wordt, daar verzet een mens zich tegen! Alles komt dan in opstand.

Er is dus heel wat voor nodig om een mens klein te krijgen. En nu moet u goed begrijpen hoe ik dat bedoel, maar ik zeg het wel: je bent niet zomaar één-twee-drie bekeerd.

Voor sommige mensen is het een handomdraai, als het omslaan van een pagina van je levensboek, om het zo maar eens te zeggen. We mogen de Heilige Geest geen termijn voorschrijven. Maar ik hoop wel dat u iets weet van de diepgang van Zijn werk. Want omdat een mens zoveel tegenstand biedt, wordt het zo’n wonder in de Heilige Schrift te lezen dat het werk van de Heilige Geest onwederstandelijk is. Onwederstandelijk! Dat wil zeggen dat de Heilige Geest uiteindelijk overal doorheen breekt. Tot in de binnenste delen van de mens. En weer onze belijdenis: ‘Hij opent wat gesloten is en Hij maakt week wat hard is.’ Dat doet u niet zelf. Nee, dat doet Hij, de Heilige Geest.

Welnu, mag u nu zo de catechismus nazeggen ‘dat Hij ook mij gegeven is’?

 

Waar werkt de Heilige Geest dit nu veelal? Waar is de eigenlijke werkplaats van de Heilige Geest? Die is in de kerk! Onder het Woord van God. De kerk is immers het huis van God, de gemeente van God?

Smytegelt, een oudvader uit de zeventiende eeuw, heeft eens als voorbeeld gebruikt: ‘Als je nat wilt worden, dan moet je in de regen gaan lopen. En als je zalig wilt worden, dan moet je in de kerk komen.’

Ik las in dat verband het voorbeeld van een stuk ijzer. Dat duidt op de hardheid van de mens. Dat ijzer moet omgebogen worden. Dat doet nu de Heilige Geest. De tegenstand die Hij ontmoet, doorbreekt Hij in Zijn werkplaats; in het huis des Heeren, waar Zijn Woord verkondigd wordt. Daar opent de Heilige Geest voor zondaars de schatkamers van de verdiensten van de Heere Jezus Christus.

In de prediking zet God als het ware de deur van de genade wijd open. ‘Kijk eens’, zegt God, ‘wat er bij Mij allemaal te vinden en te krijgen is.’ Gemeente, verbindt dat u aan Gods troon? ‘O God, wilt U Uw belofte vervullen ook in mijn leven?’

Daar, in Zijn huis, geeft Hij aan een verslagen zondaar de belofte van het evangelie, tot de heerlijkheid van Zijn naam. Dan mogen mensen de beloften van het evangelie omhelzen. Daar, aan Gods troon, onderhoudt de Heere het leven van het geloof.

 

Als de Heere vraagt: ‘Wat hebt u nodig? Is het alles niet bij Mij aanwezig?’, dan luidt het antwoord: ‘Ja!’ Gemeente, het ís er, om uitgedeeld te worden. Dan wordt het waar wat we van die mensen op de Pinksterdag lezen. Zij verkregen uit die volheid; zij waren volhardend in de leer van de apostelen, in de gemeenschap, in de breking van het brood. Alles komt voort uit de volheid die er is in het werk van Christus. Laten we niet te klein van God denken en niet karig van het werk van de Heilige Geest. Mag het temeer tot het gebed brengen: ‘Wilt U ook onder ons zijn?’

 

Gemeente, wat een stemmen zijn er niet in deze wereld die getuigen van onheilige geesten. Je struikelt er bij wijze van spreken over. Er zijn er velen die zich verzetten tegen het werk van de Heilige Geest. Sommige mensen, ook in onze regering, zijn allergisch voor alles wat met het christendom te maken heeft.

Maar laten we terugkeren naar het begin: ‘Ik geloof, ik gelóóf in de Heilige Geest!’ Kijken we naar onze kinderen en kleinkinderen (als de Heere ons die gegeven heeft), dan kan de schrik ons om het hart slaan. Tóch, gemeente, het ligt gelukkig niet in onze handen, maar in de handen van Hem, Die met doorboorde handen is opgevaren naar het Vaderhuis met de vele woningen. En Hij heeft uitgestort wat u nu ziet en hoort: de Heilige Geest, tot aan de einden van de aarde.

Is het dan geen tijd om biddend te zingen: ‘Uw koninkrijk koom’ toch, o Heer’? Wij gaan dat doen, uit het Gebed des Heeren, het derde vers:

 

Uw koninkrijk koom’ toch, o Heer’!

Ai, werp de troon des satans neer;

Regeer ons door Uw Geest en Woord;

Uw lof word’ eens alom gehoord,

En d’ aarde met Uw vrees vervuld,

Totdat G’ Uw rijk volmaken zult.

 

De Heilige Geest in Zijn Goddelijk bestaan was ons eerste aandachtspunt. Zijn heerlijk werk het tweede. Maar nu ons derde punt:

 

3. Zijn troostvol blijven

 

Want we lezen van de Heilige Geest, dat Hij ‘mij trooste en bij mij eeuwiglijk blijve’. Waar de Heilige Geest eens Zijn intrek heeft genomen, daar blijft Hij en daar gaat Hij nooit meer weg. De Schrift geeft ons er diverse voorbeelden van en we zien dit bij uitstek in het leven van David en Petrus. Maar laten we de lijn doortrekken naar eigen hart en leven, en vragen: heeft Hij nu al intrek genomen in uw leven, in jouw leven?

 

Hoe kun je dat nu weten? Aan verschillende dingen. Ik noem er iets van. Als de Heilige Geest in je komt wonen, dan krijg je inwoning. In de Tweede Wereldoorlog kon het zomaar gebeuren dat je een stel soldaten in huis op moest nemen. Of dat er onverwachts mensen bij je binnengebracht werden die onderdak moesten hebben.

Inwoning... Ja, dat kon botsen. Ik denk ook aan de tijd direct na de Tweede Wereldoorlog. Als je ging trouwen, was er zomaar geen huis, dan was je al blij als je ergens kon inwonen. Dat kon goed gaan, maar dat ging ook nogal eens verkeerd en gaf dan problemen.

Welnu, als de Heilige Geest komt wonen in je hart, dan heb je - zoals we dat tegenwoordig soms zeggen - een probleem. Want waar de Heilige Geest komt, daar ontstaat strijd.

Tussen wie en wie? Tussen de Heilige Geest en je eigen vlees. Paulus schrijft dat in Galaten 5 vers 17: De Geest begeert tegen het vlees. Dus de Heilige Geest wil iets anders dan ons vlees. En: Het vlees begeert tegen de Geest. Het vlees wil iets anders dan de Geest. Zo ontstaat nu die botsing.

 

Iemand heeft eens gezegd: ‘Een christen is een gescheurd mens.’ Een verscheurd mens, een verdeeld mens. Want probeer je als kind van God niet te leven voor God? Heilig, oprecht en gehoorzaam, voor het aangezicht van God?

‘Als Uw lieve kinderen en erfgenamen’, zo staat er in het avondmaalsformulier. Dan probeer je weg te doen wat voor de Heere Jezus en de Heilige Geest niet kan bestaan. Dat wordt dan je levensinstelling. Je gooit het niet op een akkoordje en zegt niet: ‘Ik ga de grenzen opzoeken om te kijken wat nog wel en wat niet kan.’ Nee, dan blijf je op afstand. Niet om heiliger te zijn dan die ander, maar je wijst naar boven: de Heilige Geest, om Gods wil!

Meisjes en jongens, dat is best moeilijk. Want dan tel je niet mee in deze wereld. Dan word je aan de kant gezet. ‘Jij wilt niks. ‘Jij wilt ook nooit wat!’ O jawel, je wilt graag voor de Heere leven. Maar, als je a zegt, dan kun je niet tegelijkertijd ook b zeggen. Als je vriend van de wereld wilt zijn, dan word je als een vijand van God gesteld. En als je vijand van de wereld bent, ja, dan wil je zo graag voor de Heere leven. Paulus zegt: ‘Om aan Christus gelijkvormig te zijn en om Zijn woorden na te spreken en om Zijn weg te bewandelen.’

 

Dat valt niet altijd mee. De Heere Jezus heeft dat ook gezegd: delen in Zijn lijden. Dat wil zeggen: de weg van de Heere Jezus is niet over rozen gegaan; het leven van Gods kinderen gaat daarom ook niet langs een pad van rozen. Het kan een weg van verdrukking zijn, en van uitgeworpen worden! Maar het is wel de weg achter de Koning aan.

En de Heilige Geest vertroost hen op die weg. Hij zegt: ‘Ik laat u nooit in de steek.’ Als u dan voor koningen en overheden gesleept wordt, zal de Geest door u spreken. De Heere Jezus heeft dit beloofd.

 

Gemeente, waar dit pad, ziende op Jezus, de overste Leidsman en Voleinder van het geloof, gegaan wordt, is óók de blijdschap die Jezus gekend heeft. Want er staat geschreven dat Hij, Jezus, voor de vreugde die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen en schande veracht (Hebr.12:2). Zó is het ook in het gaan achter de Heere Jezus aan: om de vreugde ons voorgesteld, het kruis verdragen en de schande verachten.

De vraag dringt zich op: wat is eigenlijk blijvend in het leven? Als ik zo eens de wereld overzie, gemeente, eindigt alles en is alles eindig. Zelfs de tijd. Eens zal de tijd er niet meer zijn. Waarin vind je dan houvast? Alleen in het werk van de Geest!

Want, zo staat er in het antwoord, Hij blijft eeuwig bij mij. Daar heb je het geheim van de volharding der heiligen. Als je daar nog iets meer over wilt lezen, neem dan vanavond nog even het laatste hoofdstuk van de Dordtse Leerregels over de volharding door. Het geheim van de volharding ligt niet in de heiligen, in de kinderen van God, maar in de Heilige Geest. De Heilige Geest zegt: ‘Ik laat nooit meer los.’ Dat alleen leidt tot het gebed:

 

Verlaat niet wat Uw hand begon,

o Levensbron,

wil bijstand zenden.

 

Amen.

 

 

Slotzang: Avondzang:7

 

O Vader, dat Uw liefd’ ons blijk’;
O Zoon, maak ons Uw beeld gelijk;
O Geest, zend Uwe troost ons neer;
Drie-enig God, U zij al d’ eer!

 

 

De Heilige Geest

 

            1. Zijn goddelijk bestaan

            2. Zijn heerlijk werk

            3. Zijn troostvol blijven

 

Gespreksvragen Heidelbergse Catechismus (=HC)

Je kunt enkele of alle vragen nemen als uitgangspunt om de preek te overdenken of te bespreken.
 

1.   Waarom is het belangrijk dat gesproken wordt over: wat geloven we van de Heilige Geest en niet wat voelen we ervan?

2.   Hoe wordt in de HC geloof en bevinding bij elkaar gehouden?

3.   Licht toe: Pinksteren is de slotzang op het Kerstfeest.

4.   Waarom verlaag je de Geest als je zegt dat de Heilige Geest een kracht of een gevoel is?

5.   Wat is het werk van de Heilige Geest in het dagelijkse of tijdelijke leven? Wat herken je daarvan bij jezelf?

6.   In de preek werd gezegd: ‘Het ligt in het welbehagen van de Vader om zondaren zalig te maken.’ Wat betekent dat?

7.   De zaligheid is verdiend en moet toegepast worden. Wie doet dat en hoe wordt dat gedaan?

8.   Luther heeft gezegd: ‘Ach, Die arme Heilige Geest.‘ Wat wilde Luther hiermee zeggen?

9.   Wat zei W. à Brakel over het werk van de Heilige Geest in de bekering?

10. Om uit de genade te leven, moet je in de zondaarsbank zitten. Vind je dit aantrekkelijk?

11. De Heilige Geest werkt onwederstandelijk. Wat wil dat zeggen?

12. Smytegelt heeft gezegd: ’Als je nat wilt worden, dan moet je in de regen gaan lopen.’ Wat wilde hij daarmee zeggen? Hoe ervaar je dit in de situatie waarin we nu zijn vanwege de coronamaatregelen?

13. In de preek werd gevraagd: heeft de Heilige Geest intrek in jouw leven genomen? Welk antwoord geef jij op deze vraag?

14. De Heilige Geest vertroost Gods kinderen op hun levensweg. Hoe doet Hij dat?

 

Verdiepingsvraag

In de preek werd gesproken over de Geloofsbelijdenis van Athanasius. Hieronder zie je enkele paragrafen uit deze belijdenis. Er wordt beleden dat als je ontkent dat de Heilige Geest God, je niet zalig kunt worden. Hoe moeten we dan denken over het behoud van Joden, Moslims en Jehova’s getuigen? Hoe zou je het gesprek met deze mensen aangaan?

 

Geloofsbelijdenis van Athanasius

1  Zo wie wil zalig zijn, die is vóór alle dingen nodig, dat hij het algemeen geloof houdt;

2  en zo wie dit niet geheel en ongeschonden bewaart, die zal zonder twijfel eeuwig verloren gaan.

3  Het algemeen geloof is dit: dat wij de enige God in de Drieheid, en de Drieheid in de Eenheid eren;

15  Alzo is ook de Vader God, de Zoon God, de Heilige Geest God;

16  en nochtans zijn het niet drie Goden, maar het is één God;

28  Daarom, zo iemand wil zalig worden, die moet aldus van de Drievuldigheid gevoelen.

44  Dit is het algemeen geloof; hetwelk, indien iemand dit niet getrouw en vast gelooft, die zal niet kunnen zalig worden.

 

Voor de kinderen

a.  Weet jij hoe de feestdag heet waaraan we terugdenken dat de Heilige Geest op de aarde kwam?

b.  In de preek werd gezegd dat je de woorden van het antwoord op vraag 53 kunt tellen. Hoeveel woorden heeft dit antwoord? Welke woorden uit het antwoord vind je moeilijk? Je papa of mama willen je er vast wel bij helpen om ze uit te leggen.

c.  Er werd in de preek een voorbeeld gebruikt over een papa en mama die een oud huis kochten. Wat weet je er nog van? Wat zou met dit voorbeeld bedoeld worden?

d.  De Heere wil dat wij naar Zijn huis komen om Zijn Woord te horen. Vooral daar wil de Heilige Geest in de harten van mensen komen wonen. Hoe vind je het dat je nu niet altijd naar de kerk kunt?

e.  Waarmee wordt door de Heere Jezus de Heilige Geest vergeleken? Je kunt dit vinden in Johannes 3: 8. Waarom zou de Heere Jezus de Heilige Geest zo noemen?