Ds. D.W. Tuinier - Hebreeën 7 : 24 - 25

De hemelse Hogepriester

Hij is een eeuwige Hogepriester
Hij is een volkomen Hogepriester

Hebree├źn 7 : 24 - 25

Hebreeën 7
24
Maar Deze, omdat Hij in der eeuwigheid blijft, heeft een onvergankelijk Priesterschap.
25
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 111: 3
Lezen : Hebreeën 7: 11-28
Zingen : Psalm 145: 4
Zingen : Psalm 85: 1, 4
Zingen : Psalm 72: 2

Gemeente, wij hebben samen een gedeelte uit het zevende hoofdstuk van de brief aan de Hebreeën gelezen. Onze tekst vindt u in de verzen 24 en 25. Wij lezen daar Gods Woord:

 

Maar Deze, omdat Hij in der eeuwigheid blijft, heeft een onvergankelijk priesterschap; waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.

 

We schrijven onder de tekst en boven de preek: De hemelse Hogepriester.

 

We letten op twee gedachten:

1. Hij is een eeuwige Hogepriester. Want in vers 24 lezen we: Maar Deze, omdat Hij in der eeuwigheid blijft, heeft een onvergankelijk priesterschap.

2. Hij is een volkomen Hogepriester. In vers 25 lezen we namelijk: Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.

                                                                                                                                             

1. Hij is een eeuwige Hogepriester

 

Gemeente, onze tekst begint met de woorden: Maar Deze….

Ik wens van harte dat de Heere die twee woorden op uw hart bindt.

 

Maar Deze… Om Hem gaat het. Daarmee zijn we direct bij de kern. De Hebreeënbrief handelt over de eeuwige en volkomen Hogepriester, de gezegende Persoon, de Heere Jezus Christus, en over het werk van deze Middelaar Gods en der mensen.

Maar Deze… Heel de Bijbel staat vol van Hem. In het Oude Testament licht Hij symbolisch op in de schaduwdienst. Alles is een zichtbare preek van Hem, Die in het Nieuwe Testament verschijnt als de grote Vervuller van alle beloften in de profetieën en ceremoniën.

Maar Deze… Buiten Hem kunnen wij niet voor God bestaan. Buiten Hem is de Heere voor u, voor mij en voor jou een verterend vuur en een eeuwige gloed, bij Wie niemand wonen kan. Buiten Hem kunnen we niet getroost leven en zonder verschrikken voor God verschijnen. En wie weet hoe spoedig dat kan zijn!

 

Maar Deze… Hij is het, Die het land rondging, goeddoende en genezende alle kwalen en alle zieken. Hij is het, Die wonderen deed, Die het evangelie gepredikt heeft en Die in een weg van lijden en sterven op Golgotha de zaligheid voor verloren zondaren heeft aangebracht.

Maar Deze... Toen Hij de storm op zee stilde, riepen Zijn jongeren vol verwondering en aanbidding uit: Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn? (Mark.4:41).

Wie is toch Deze? De farizeeën en de schriftgeleerden hebben in hun geestelijke blindheid, briesend van vijandschap, geërgerd van Hem gezegd: Deze ontvangt de zondaars en eet met hen (Luk.15:2).

 

Maar Deze… De moordenaar aan het kruis roept uit: Maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan (Luk.23:41). Jezus Christus, de Zaligmaker van zondaren, wordt hier bedoeld.

Maar Deze… Als op de paasmorgen de vrouwen met hun specerijen komen om het dode lichaam van hun lieve Meester te verzorgen en te balsemen, zeggen de engelen: ‘Deze Jezus, Die jullie zoeken, is hier niet. Hij is opgestaan. Hij leeft!’

Deze Jezus… Het is de boodschap van de engelen op Hemelvaartsdag aan de discipelen. Zij zien op naar de hemel. Hun Meester is zojuist heengegaan. Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heenvaren (Hand.1:11).

Maar Deze… Ziet u de lijn?

 

Maar Deze… In het gedeelte dat we hebben gelezen, laat de apostel ons eerst iets zien van de bediening van de oudtestamentische hogepriester. Maar hoe groot, hoe schoon, hoe dierbaar hij ook was, hij stond in de oudtestamentische bedeling. De schrijver van de Hebreeënbrief wijst op de overeenkomst van de hogepriester onder het Oude Testament en Jezus Christus, de Borg van het nieuwe verbond.

Maar Deze… Het is als het ware een steeds terugkerend refrein.

Ziet u het ook in de verzen die aan onze tekst voorafgaan? Van een zoveel beter verbond is Jezus Borg geworden.

Maar Deze… De apostel kan eigenlijk geen woorden vinden om ons de heerlijkheid, de waarde, de grootheid en de rijkdom van deze grote en enige Hogepriester van het Nieuwe Testament, Jezus Christus, voor ogen te schilderen. Hij is de grote Aäron. Hij is meer dan de voornaamste oudtestamentische priester.

 

In vers 23 staat dat er heel veel priesters onder het Oude Testament geweest zijn. Maar hoewel zij een hoog ambt bekleedden, waren zij mensen zoals wij allen. Zij zijn daarom ook de weg van alle vlees gegaan. Deze priesters waren aards, vergankelijk, nietig en broos. Zij zijn niet meer dan schaduwen geweest van de grote en eeuwige Hogepriester.

Maar Deze… Hij is van eeuwigheid tot in der eeuwigheid. Daarom is Zijn priesterschap onvergankelijk. Wij kunnen geen woorden vinden voor wat dat inhoudt, of ons er een voorstelling van maken.

Jezus Christus, de Hogepriester van het Nieuwe Testament, is van eeuwigheid tot in der eeuwigheid.

Gemeente, weest u toch verlegen om door Gods Geest bewerkte levende indrukken daarvan, opdat u buigen zult voor deze eeuwige Hogepriester. Opdat u Hem nodig krijgt, en zonder en buiten Hem niet meer leven kunt. Want deze Hogepriester is van eeuwigheid. Hij heeft een onvergankelijk priesterschap.

 

Maar Deze… Hij is dood geweest, maar Hij is niet in de dood gebleven. Hij is opgewekt en opgestaan. Hij leeft! Hij is de eeuwiglevende. Veertig dagen na Zijn opstanding is Hij heengegaan, voor de ogen van Zijn discipelen; de toekomstige apostelen en vertegenwoordigers van de nieuwtestamentische gemeente. Op Hemelvaartsdag is Hij ingegaan in de hemel, om te verschijnen voor het aangezicht van Zijn Vader. Daar doet Hij, op grond van Zijn borgwerk, verzoening voor de schuld en zonden van al de Zijnen. Hij zit daar als de verheerlijkte en verhoogde Koning aan de rechterhand van Zijn Vader.  

 

De apostel zegt: ‘Kinderen van God, Hij is uw Hogepriester, uw hemelse Hogepriester. Hij is daar, u ten goede. Hij leeft om altijd voor u te bidden. Dat doet Hij als uw eeuwige Hogepriester. Hij is gisteren en heden en tot in eeuwigheid Dezelfde.’

David heeft reeds van Hem gezongen in Psalm 110 vers 4 en de schrijver van de Hebreeënbrief citeert hem:  De Heere heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in der eeuwigheid, naar de ordening van Melchizédek (Hebr.7:21).

Aäron en Melchizédek waren hogepriester voor een bepaalde tijd. Daarna stierven zij. Hun sterven was eeuwig erven. Hun dood was geen betaling voor hun zonden, maar een doorgang tot het eeuwige leven. Zij waren sterfelijk, maar Jezus Christus, de Hogepriester van het nieuwe verbond, leeft in eeuwigheid. Hij is de eeuwige Hogepriester.

 

Jongens en meisjes, wil je de rijkdom van de tekst goed begrijpen, dan moet je wel iets meer weten over een hogepriester. Wat was zijn taak onder het Oude Testament?

De hogepriester stond tussen God en het volk. Hij vertegenwoordigde het volk bij de Heere. De hogepriester van het Oude Testament droeg als het ware het volk Israël voor het heilig aangezicht van de Heere.

Misschien kun je, als je thuiskomt, eens in een platenbijbel of kinderbijbel een afbeelding opzoeken van de hogepriester. Wat een prachtige kleding heeft hij aan! Je ziet dat hij op zijn borst de borstlap draagt met twaalf stenen erop. Op zijn schouders draagt hij de sardonixstenen. Op elk van die stenen staan zes namen van de stammen van Israël. Zo draagt de hogepriester onder de oude bedeling het volk op zijn hart en op zijn schouders.

 

Zijn belangrijkste werk deed hij op de Grote Verzoendag. Hij ging dan het heilige der heiligen binnen. Hij schoof het voorhangsel voorzichtig opzij en betrad het heiligdom, met in zijn handen een ronde schaal, gevuld met vers en nog warm bloed van een zojuist geslacht dier.

Buiten in de voorhof waren zojuist de offers gebracht. De priesters hadden het bloed opgevangen in die ronde schaal, en het reukwerk van het reukaltaar steeg omhoog. De hogepriester ging vervolgens het heilige der heiligen binnen om het bloed te sprenkelen op het deksel van de ark van het verbond.

Terwijl het volk in de voorhof biddend op hem wachtte, deed hij in het binnenste heiligdom verzoening voor de zonde van het volk en voor zijn eigen zonden. Dat volk was immers strafwaardig; het had het oordeel verdiend vanwege hun zonden.

Daarom gaat de hogepriester met het bloed het heilige der heiligen binnen om verzoening te doen. Want alleen door een bloedig offer en het aanbrengen van bloed op het deksel van de ark, is er een geopende toegang tot de troon van Gods genade.

Buiten het bloed, buiten de grote Hogepriester en Zijn werk, zonder Zijn voorbede en tussentreding, kan niemand tot God naderen. Het voorhangsel blijft dan gesloten. Buiten die Hogepriester en Zijn werk kan niemand voor God bestaan. Dan moet Gods heiligheid en Gods rechtvaardigheid ons verteren.

 

Maar op de Grote Verzoendag wordt de oudtestamentische hogepriester niet verteerd!

Waarom niet?

Omdat hij bloed bij zich heeft! Het bloed der verzoening.

Op grond van het bloed, op grond van dat offerbloed wil de Verbondsjehova onder het zondige, onheilige, strafwaardige en oordeelwaardige volk wonen en werken, en Zijn genade verheerlijken. Dat probeert de apostel in de Hebreeënbrief duidelijk te maken.

Alles op de Grote Verzoendag, alles in het Oude Testament, is een zichtbare prediking van die komende Zaligmaker.  

Jezus Christus is de grote Hogepriester, de Beloofde van de Vader, de beloofde Messias. Hij is in de volheid van de tijd gekomen om Zelf het grote Offerlam te zijn. Hij heeft op Goede Vrijdag, de grote dag der verzoening van het Nieuwe Testament, Zijn offerbloed vergoten tot een volkomen verzoening van de zonden van Zijn kerk.

 

Maar Deze... In deze woorden heeft de apostel het grote Offerlam op het oog. Hij wil niemand anders dan Hem prediken, aanwijzen en aanprijzen. Op Goede Vrijdag heeft Hij Zijn lichaam verbroken, Zijn bloed vergoten en Zijn leven afgelegd.

Hij riep uit: Het is volbracht (Joh.19:30). Daardoor is Hij de Middelaar Gods en der mensen. Hij is Middelaar van verdienste.

Maar Hij is niet in de dood gebleven, Hij is opgestaan en Hij is opgevaren. Nu is Hij de verheerlijkte en verhoogde Middelaar, zittend aan de rechterhand van Zijn Vader. Na Zijn opstanding en hemelvaart is Hij de Middelaar van toepassing.

Op Hemelvaartsdag is Hij de hemel ingegaan als de enige Hogepriester, als het grote Offerlam, niet met het bloed van stieren of van bokken, maar met Zijn eigen bloed. Hij is verschenen voor het aangezicht van Zijn Vader om verzoening te doen voor de schuld van al Zijn kinderen, die Hem van eeuwigheid door Zijn Vader gegeven zijn. Zij die in Hem verkoren zijn, ontvangt Hij van Zijn Vader, als loon op Zijn middelaarsarbeid.

 

Deze Hogepriester is een eeuwige Hogepriester. Hij draagt Zijn volk op Zijn hart. Hij draagt Zijn volk op Zijn schouders, als de goede Herder Die Zijn leven stelde voor Zijn schapen. Deze dierbare Bloedbruidegom brengt Zijn in zichzelf zondige bruidskerk, gewassen en gereinigd in Zijn bloed en door Zijn Geest, terug bij Zijn Vader. Hij is de eeuwige Hogepriester, Zijn kerk ten goede.

Hij is als het Hoofd van Zijn kerk en van Zijn lidmaten in de hemel. Hij is de grote Tussentreder. Hij is hun Voorspraak, de hemelse Advocaat.

 

Gemeente, het gaat er om of deze Hogepriester waarde voor u heeft verkregen.

Hebt u Hem lief?

Jongens en meisjes, hebben jullie de Heere Jezus lief?

Jonge mensen, hebben jullie Hem nodig?

Ouderen, u kunt niet zonder Hem. Heeft Gods Geest uw oog geopend voor uw zonde en voor uw schuld?

Als de Hogepriester waarde voor u krijgt, alle waarde, dan zit u als een doodschuldig mens in de kerk. U verstaat dan de moordenaar aan het kruis, die zichzelf als een strafwaardige leert kennen en die buigt voor de straf en het oordeel: Wij toch rechtvaardiglijk, want wij ontvangen straf, waardig hetgeen wij gedaan hebben. Maar hij zegt ook: Maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan (Luk.23:41).

De Heilige Geest opent zijn ogen voor: Maar Deze…  Vanuit zijn grote nood en verlorenheid roept hij tot God!

De zalige vrucht is dat hij in Jezus zijn zaligheid zoeken en vinden mag. Want deze Hogepriester gaat voor hem de dood in. Daarom klinkt er uit Zijn mond: Voorwaar zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn (Luk.23:43).

 

Deze Hogepriester zal in het koninkrijk der hemelen bij Zijn Vader verzoening doen voor de zonden van deze moordenaar.

Waarom?

In onze tekst volgen de woorden: Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.

 

We gaan nu eerst samen zingen, en wel Psalm 85 vers 1 en 4:

                       

Gij hebt Uw land, o Heer’, die gunst betoond,

Dat Jakobs zaad opnieuw in vrijheid woont.

De schuld Uws volks hebt G’ uit Uw boek gedaan;

Ook ziet Gij geen van hunne zonden aan;

Gij vindt in gunst, en niet in wraak, Uw lust;

De hitte van Uw gramschap is geblust.

O heilrijk God, weer verder ons verdriet,

Keer af Uw wraak, en doe Uw toorn te niet.

                       

Dan wordt genâ van waarheid blij ontmoet,

De vrede met een kus van ‘t recht gegroet;

Dan spruit de trouw uit d’ aarde blij omhoog,

Gerechtigheid ziet neer van ‘s hemels boog;

Dan zal de Heer’ ons ‘t goede weer doen zien;

Dan zal ons ‘t land zijn volle garven bien.

Gerechtigheid gaat voor Zijn aangezicht,

Hij zet z’ alom, waar Hij Zijn treden richt.

 

2. Hij is een volkomen Hogepriester

 

In vers 25 lezen we: Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen die door Hem tot God gaan. En dan vervolgt de apostel: Alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.

Gemeente, waar zullen we beginnen en waar zullen we eindigen, om de dierbaarheid, de grootheid en de heerlijkheid van deze Hogepriester uit te spreken?

Gods kinderen hebben een eeuwigheid nodig om dat wonder uit te wonderen. Om Hem te aanschouwen in Zijn schoonheid en in Zijn dierbaarheid. Nooit zullen zij er genoeg van krijgen Hem te bewonderen, Hem te zien, Hem te aanschouwen, Hem alle eer te geven die Hij waard is.

  

Hij is een eeuwige Hogepriester, maar ook een volkomen Hogepriester. We hebben zojuist gezongen wat de verhoogde en verheerlijkte Middelaar doet in de hemel. De apostel heeft in vers 24 gezegd dat Hij in der eeuwigheid blijft en een onvergankelijk priesterschap bekleedt. Hoewel Hij in de hemel is, belooft Hij Zijn kerk dat Hij haar met Zijn Godheid, majesteit, genade en Geest nooit meer zal verlaten.

Daarom, zegt de apostel in vers 25, kan Hij degenen die door hem tot God gaan, volkomen zalig maken.

 

Zalig maken…  Dat is verlossen van het grootste kwaad, dat is de zonde, en brengen tot het hoogste goed, dat is terugbrengen in de gunst en gemeenschap van Zijn Vader.

Is de zonde het grootste kwaad in uw leven? Gaat u gebukt onder de last van uw schuld? Is het uw levensworsteling: ‘Mijn ziel, doorziet gij uw lot? Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?’ Dan is hier een Zaligmaker, een Middelaar. Hij kan en wil u volkomen zalig maken!

Hij verlost van het grootste kwaad en brengt tot het hoogste goed.

Waar gaat het u om? Wat weegt het zwaarst? Waar ziet u naar uit?

Om hersteld te worden in Gods gunst en gemeenschap? Dat u weer in een verzoende betrekking komt met Hem, een heilig en rechtvaardig God, Die u straffen moet vanwege uw zonden?

Hij is een volkómen Zaligmaker!

 

Er staat in onze tekst dat Hij ook volkomen kán zalig maken.

Vraagt u: ‘Zou het voor mij nog kunnen? Ik ben al zo oud, en ik heb zo lang gezondigd. Ik heb zoveel op mijn geweten en mijn hart is zo boos en verdorven. Zou ik nog zalig kunnen worden? Zou God mij willen ontvangen?’

Ik antwoord: ‘Schep moed uit Gods Woord. Deze hemelse Hogepriester kán volkomen zalig maken. Daarom kan het ook voor u, want Zijn werk is volkomen. Zijn werk is af. Zijn werk is zo volkomen, dat waar Hij werkt en waar Hij zalig maakt, geen zonden meer zijn.’

 

Ik denk ook aan de kostelijke belijdenis in Zondag 11 van ons troost- en leerboek. ‘Waarom wordt de Zoon van God Jezus, dat is Zaligmaker genoemd?’ Het antwoord luidt: ‘Omdat Hij ons zalig maakt en van al onze zonden verlost.’ Van ál onze zonden. Bij niemand anders is er enige zaligheid te vinden. De tekst zegt: Waarom Hij ook volkomen kan zalig maken.

U hoeft niet te wanhopen. Ga met deze woorden naar uw bidvertrek, buig uw knieën en leg uw vinger bij dit woord en smeek: ‘Heere, U kunt mij rechtvaardig voorbijgaan. Maar wilt U, door Uw genade, Uw Woord persoonlijk in mijn hart en leven toepassen? Leert U mij de belijdenis van de moordenaar aan het kruis. Wilt U toch het tollenaarsgebed in mijn ziel verheerlijken? U kunt en wilt toch volkomen zalig maken?’

Ja, de hemelse Hogepriester kán het niet alleen, maar Hij zál het ook. Het welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan (Jes.53:10). Hij is de Weg tot God.

 

Leeft u onder een gesloten hemel? Leert Gods Geest u: ‘Ik moet om eigen schuld onder een gesloten hemel omkomen, dat heb ik verdiend, daar heb ik het naar gemaakt’?

Wat is het dan een wonder wanneer Hij Zich openbaart, wanneer Hij Zich als de volkomen Hogepriester verklaart en verheerlijkt.

Hij verlost volkomen. Hij herstelt de breuk. Hij is de Redder. En wel omdat Hij op de Grote Verzoendag van het Nieuwe Testament alles heeft aangebracht. Het heeft God Zijn Zoon gekost en het heeft de Zoon Zijn bloed, Zijn leven gekost. Op grond van Zijn offer ziet een heilig en rechtvaardig God geen zonde meer in Zijn Jakob en geen overtreding in Zijn Israël.

 

Hij is een volkomen Hogepriester. En dat voor Galilese mannen…

Zo werden Zijn discipelen genoemd: mannen uit Galilea. En daar is alles mee gezegd. Dat leert de Heere Zijn kinderen. Veel verder brengen ze het niet.

Maar voor hen is Hij een volkomen Hogepriester. Voor de moordenaar aan het kruis. Voor Saulus van Tarsen die in zijn eigengerechtigheid brieste van vijandschap tegen het bloed van Jezus Christus. Voor de goddeloze Manasse. Voor doodschuldige zondaren.

 

Maar Deze… Omdat Hij een volkomen Hogepriester is, kan Hij zondaren volkomen zalig maken. Zijn kinderen zijn arme en verloren zondaars, die het leven in eigen hand niet meer houden kunnen. Maar Hij maakt ze volkomen zalig! Zij, die midden in de dood liggen en die de dood van binnen ervaren, leren: uit mij geen vrucht meer in der eeuwigheid!

Hij maakt ze volkomen zalig. Op grond van Zijn bloed en begrepen in Zijn gezegende voorbede, mogen zij tot God gaan.

 

Hij is niet alleen hun Hogepriester om verzoening te doen voor hun zonden. De apostel zegt ook: Hij leeft altijd om voor hen te bidden. Hij is hun Voorbidder.

Altijd! Ook als u niet bidden kunt. Ook als u niet bidden wilt. Als u niet weet te bidden zoals het behoort. Wanneer u van alle kanten aangevochten en bestreden wordt. Het kan immers in het hart van degenen die God liefhebben zo benauwd en donker zijn. Zij gaan vaak zo bedrukt over de wereld.

U roept misschien met Jakob uit: Al deze dingen zijn tegen mij! (Gen.42:36). Maar dan is daar de Hogepriester in de hemel Die voor hem bidt. Hij behartigt daar zijn belangen. Hij is zijn Voorspreker.

David, die achtervolgd wordt door Saul, heeft het benauwd. Op een gegeven ogenblik zegt hij: ‘Een dezer dagen val ik nog in de handen van die helse Saul!’

‘Maar David, je hoeft niet om te komen. Je hebt een Koning Die voor je bidt! Hij bewaart en beschermt in de strijd. In Hem ben je meer dan overwinnaar!’

 

Denk ook eens aan Simon Petrus. Wanneer hij in de zaal van Kajafas wankelt, en Zijn Meester vloekend en zwerend verloochent, ligt hij op de zeef van satan. Maar zijn Meester heeft gezegd: Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude (Luk.22:32). Hij is de eeuwige en volkomen Hogepriester, Die ook voor Zijn wankelend kind bidt.

Hij bidt ook voor Elia die moedeloos onder de jeneverstruik zit en geen uitzicht meer heeft en vraagt: ‘Heere, neem mij weg, laat me maar sterven…’

‘Nee, Elia, er is een eeuwige en volkomen Hogepriester. Zijn werk is nog niet af. Hij bidt ook voor jou, Elia. Sta op, eet en drink. Ik geef je nieuwe kracht en moed. Ik zal je versterken.’

 

Zie Saulus van Tarsen liggen in zijn binnenkamer, in de straat De Rechte in Damaskus. Hij had zich voorgenomen Gods kinderen te gaan vervolgen. Maar hij is heel anders in Damaskus aangekomen dan hij had verwacht.

Wat was er gebeurd?

Jezus is hem verschenen op de weg!

Door het ontdekkende werk van Zijn Geest is hij blind, arm en ongelukkig geworden. Als een arme zondaar ligt hij daar in het verborgene vanuit de nood van zijn ziel te worstelen en te bidden.

De Heere zegt van hem: Want zie, hij bidt (Hand.9:11). Hij bidt niet omdat hij zo goed bidden kan. O nee, hij bidt omdat zijn gebed een zalige vrucht is van de zegeningen, schatten en gaven, die de eeuwige en volkomen Hogepriester heeft verdiend. Saulus bidt omdat de biddende Hogepriester met Zijn volkomen werk voor hem bidt en hem bedient uit Zijn volheid.

Dat bidden wil Hij ook u leren. Bent u er verlegen om?

 

Ook de apostel Johannes had die eeuwige en volkomen Hogepriester in het oog, toen hij in zijn brief optekende: Mijn kinderkens (…), indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld (1 Joh.2:1-2). Daarop wijst ook onze tekst waarin staat: Alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.

Wat is de inhoud van Zijn gebed?

Dat leest u in het hogepriesterlijk gebed In Johannes 17, het gebed dat de Heere Jezus tot Zijn Vader doet.

Wij horen Hem daar bidden om de verzoening voor Zijn kerk.

Hij bidt of Zijn Vader hen bewaren wil.

Hij bidt of de Vader Zijn kinderen heiligen wil.

Hij bidt ook of Zijn kinderen spoedig bij Hem mogen komen: Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt (Joh.17:24).

 

Hij is een eeuwige Hogepriester, maar ook een volkomen Hogepriester. Luister maar naar wat de apostel zegt in het vers dat op onze tekst volgt: Zo’n Hogepriester betaamt ons!

De apostel wijst ons op de heiligheid en de algenoegzaamheid, de dierbaarheid en de beminnelijkheid, maar ook op de noodzakelijkheid van deze eeuwige en volkomen Hogepriester.

Omdat Hij een volkomen Hogepriester is, wordt zalig worden zo ruim. Van onze zijde onmogelijk, maar van Gods zijde wél mogelijk. Van de mens kan er niets bij. Alles van u en van mij is waardeloos voor God. Goed doet geen nut ten dage der verbolgenheid. (Spr.11:4). Alleen het werk van deze Hogepriester is volkomen en algenoegzaam. Alleen Zijn gerechtigheid redt van de dood. Het betekent dat er van de mens niets bij kan, niets bij mag, maar ook niets bij hoeft.

Het betekent, zegt de apostel Paulus, dat ik maar één Fundament en één Naam tot zaligheid preek en dat is Jezus Christus en Die gekruisigd. Zijn werk is niet alleen de grond en het fundament, maar ook de troost en de zekerheid van de zaligheid van de kerk.

 

U die de Heere mag vrezen, ik hoop dat de Pinkstergeest u afbrengt van alle gronden buiten deze ene Grond. Gods Geest overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel. Hij maakt u verlegen om Hem te kennen en vervolgen te kennen.

Dat zal altijd gaan in een weg van ontdekking en ontgronding.

In uzelf houdt u niets meer over dan de dood. Het is de Geest, Die het werk en de gezegende Persoon van de Hogepriester openbaart, verklaart en verheerlijkt. Daarvan heeft Hij Zelf gezegd: Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen (Joh.16:14). Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles wat Ik u gezegd heb (Joh.14:26).

Met andere woorden: de Pinkstergeest maakt arm om rijk te maken. De Geest vernedert om u op te beuren. De Geest doorwondt om te helen en breekt af om te bouwen en te funderen op het enige, vaste Fundament van de zaligheid, de Heere Jezus Christus en Zijn gerechtigheid.

Dat is het liefste werk van de Geest. De Geest van de toepassing, de Geest van de verzegeling, Die het uit Christus neemt, en Hem en al Zijn schatten en gaven toepast en wegschenkt in het hart. Zijn werk is toepassen en uitdelen!  

 

Gemeente, het gaat in de tekst over de Bedienaar van het heiligdom. ‘Bedienen’ betekent in het Nieuwe Testament: dienen of uitdelen. Daarom zijn Gods knechten niet anders dan uitdelers van Zijn menigerlei genade.

Wanneer u persoonlijk mag delen in de schatten, de gaven, de weldaden en de zegeningen van deze Hogepriester, dan wordt u zelf ook priester.

Jongens en meisjes, jullie hebben vast wel eens gehoord van die vier vrienden die hun verlamde vriend door het open dak voor de voeten van de Heere Jezus hebben neergelegd.

Waarom deden ze dat?

Omdat ze werden bediend door de hemelse Hogepriester. Ze hadden de Heere Jezus lief en daarom werd de nood van hun verlamde vriend ook hun nood. Die nood dreef hen uit tot Hem, Die alleen helpen en verlossen kan en wil. Er is voor hen maar één uitweg, ze weten maar één Middelaar, één Middel, één hemelse Dokter, en dat is de Heere Jezus Christus.

Ze moeten er wel moeite voor doen, maar ze leggen hun vriend aan de voeten van Hem neer. Zo zijn ze zelf priester, omdat ze vol zijn van de liefde en genade van de hemelse Hogepriester.

Denk ook maar aan de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. De Leviet en de priester laten de gewonde man liggen. Ze verstaan hun roeping niet en begrijpen niets van de liefde van de grote Hogepriester. Maar de barmhartige Samaritaan wordt bediend vanuit de grote barmhartige Samaritaan. Hij doet dit uit liefde.

 

Kinderen, er wordt op school, op het schoolplein en in de klas, soms veel geplaagd. Met een lelijk woord noem je dat pesten. Dat is heel verdrietig. Dat is niet van de Heere Jezus. Ik wil jullie daar ernstig voor waarschuwen. Doe dat niet!

Buig ‘s morgens je knieën en vraag: ‘Heere, geeft U mij liefde en genade. Mag ik op de Heere Jezus lijken? Mag ik op de barmhartige Samaritaan lijken? Mag ik die jongen of dat meisje, dat het misschien moeilijk heeft, helpen? Wilt U er voor zorgen dat er geen lelijke, verdrietige en zondige dingen in mijn hart opkomen? Bewaart U me voor de zonde?’

 

Gemeente, jongens en meisjes, bid maar mee: ‘O Zoon, maak mij Uw beeld gelijk!’

 

Amen.

 

 

Slotzang: Psalm 72:2

 

De bergen zullen vrede dragen,

De heuvels heilig recht;

Hij zal hun vrolijk op doen dagen

Het heil, hun toegezegd.

’t Ellendig volk wordt dan uit lijden

Door Zijnen arm gerukt;

Hij zal nooddruftigen bevrijden;

Verbrijz’len wie verdrukt.