Ds. R. Kattenberg - Zondag 17

Pasen

Pasen neemt de schuld van de zonde weg
Pasen neemt de smet van de zonde weg
Pasen neemt de ellende van de zonde weg

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 57: 5, 6
Lezen : 1 Korinthe 15: 1-20
Zingen : Psalm 56: 5, 6
Zingen : Psalm 72: 7
Zingen : Psalm 85: 1
Zingen : Psalm 71: 10

Wij willen uw aandacht vragen voor Zondag 17 van onze Heidelbergse Catechismus en lezen samen vraag en antwoord 45:

 

Vraag 45: Wat nut ons de opstanding van Christus?

Antwoord: Ten eerste heeft Hij door Zijn opstanding de dood overwonnen, opdat Hij ons de gerechtigheid die Hij door Zijn dood ons verworven had, kon deelachtig maken. Ten andere worden wij ook door Zijn kracht opgewekt tot een nieuw leven en ten derde is ons de opstanding van Christus een zeker pand van onze zalige opstanding.

 

Het thema van de preek bestaat uit één woord: Pasen.

 

Ik noem u drie aandachtspunten:

1. Pasen neemt de schuld van de zonde weg

2. Pasen neemt de smet van de zonde weg

3. Pasen neemt de ellende van de zonde weg

 

1. Pasen neemt de schuld van de zonde weg   

 

Veel christenen in het oosten hebben de gewoonte elkaar op Paasmorgen te begroeten met het Bijbelwoord uit Lukas 24: De Heere is waarlijk opgestaan (Luk.24:34). Dat is nog eens iets anders dan ons ‘goedemorgen’. Op deze laatste groet is weliswaar niets tegen, maar op Pasen mag toch wel nadrukkelijk klinken: De Heere is waarlijk opgestaan! Het is een geloofsbelijdenis! Wat is het geweldig om dat in een groet uit te spreken: ‘Jezus leeft!’ Want de opstanding van Jezus Christus uit de doden is werkelijkheid. De Heere is waarlijk opgestaan.

 

Pasen is van oude tijden af aan het belangrijkste feest in de christelijke kerk geweest. In de oosters-orthodoxe kerken is dat nog het geval. Bij ons is dat in de loop van de tijd veranderd. Langzaam maar zeker is het Kerstfeest op de eerste plaats terechtgekomen. Maar we mogen ons vandaag de dag wel afvragen wat er van Kerstfeest is overgebleven.

In het algemeen kun je stellen dat het feest sterk geromantiseerd is en erg commercieel is geworden. Wat klinkt er nog van de christelijke betekenis van het Kerstfeest door?

Maar vandaag gaat het in onze catechismuszondag om Pasen. Want met de opstanding van Jezus Christus uit de dood staat of valt uiteindelijk alles.

 

Kinderen, ik wil het voor jullie met een voorbeeld wat duidelijker maken. Stel: je bent met blokken aan het spelen en je bouwt een toren. Plotseling wil je kleine broertje of zusje het onderste blok weghalen. Nou, dan weet jij wel wat er gebeurt. Als je het onderste blok weghaalt uit een blokkentoren, dan stort het hele zaakje in elkaar. Duidelijk, toch?

Zo is het ook als we de opstanding van de Heere Jezus Christus ‘weghalen’. Als het geloof in de opstanding niet meer beleden wordt, dan valt alles als een kaartenhuis ineen.

 

Gemeente, we moeten goed letten op de verhouding tussen het Kerstfeest en Pasen. Denkt u maar aan wat Paulus zegt over de opstanding van de Heere Jezus. Aan de gemeente van Rome schrijft hij: Christus is het Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is. Die ook ter rechterhand Gods is (Rom.8:34). In deze ten dode opgeschreven wereld klinkt ook vandaag het woord: Hij is hier niet, want Hij is opgestaan (Matth.28:6).

Ja, dat is de taal van het geloof!

 

Hij is wáárlijk opgestaan…  Misschien loopt u wel eens zomaar op een begraafplaats. Er zijn ook grote begraafplaatsen waar omgekomen soldaten uit de oorlog begraven liggen. Misschien kent u de Canadese begraafplaats van Holten, of die in Margraten wel. Meisjes, jongens, zijn jullie daar wel eens geweest? Je moet dat zeker eens doen. Niet alleen maar om die graven eens te bekijken, maar ook om eens te lezen wat er zoal op die grafstenen staat.

Je zegt: ‘Maar ik ken toch niemand van die mannen, die daar begraven liggen?’

Nee, maar daar gaat het me ook niet om.

Belijd eens op zo’n begraafplaats: De Heere is waarlijk opgestaan (Luk.24:34). Let ook eens op de opschriften. Soms staat er op een grafsteen: ‘Onbekend bij mensen, bekend bij God.’ Je leest daar ook teksten waaruit het christelijk geloof blijkt: ‘We hopen elkaar weer te zien voor de troon van God’, of iets van dien aard. De Heere is waarlijk opgestaan. Daar sta je dan te midden van al die doden. En toch… Te midden van die zee van graven mogen we weten dat de Heere echt opgestaan is! Dat is nu het ‘nochtans’ van het geloof. Het richt de blik omhoog.

 

Wat zou het winst opleveren om meer te denken aan het graf. Wat zijn we toch veel bezig met dingen waarvan je in het aangezicht van de dood moet zeggen:  ‘Ach, is dit nu werkelijk zo belangrijk?’ Laten we de dood niet wegstoppen en meer letten op wat Paulus schreef aan de Korinthiërs: Maar nu, Christus ís opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van degenen die ontslapen zijn (1 Kor.15:20).

 

Het feit van Pasen vindt u in de catechismus niet terug. Wel in de evangeliën. Wat is daar de reden van? Wel, toen de catechismus opgesteld werd, leefde de vraag of Christus wel werkelijk opgestaan in het geheel niet.

Het feit van de opstanding was in de tijd dat de catechismus werd opgesteld een algemeen aanvaarde zaak. Daarom wordt er in Zondag 17 direct gevraagd naar de toepassing: ‘Wat nút ons de opstanding van Christus?’

Vandaag de dag zouden we Zondag 17 wel wat langer maken. Er zijn de laatste tijd nogal wat theologen geweest die de opstanding van Christus Jezus uit de doden in twijfel trekken of zelfs loochenen. Wat een armoede komt daarmee openbaar!

Helaas hebben ze ook sterke invloed op degenen aan wie ze hun denkbeelden doorgeven.

 

Heel subtiel verwoordt één van hen zijn opvatting over de opstanding van Christus als een geestelijk gebeuren als volgt: ‘De opstanding van Christus is wel wáár, maar niet echt gebeurd.’

Wat bedoelt hij daar eigenlijk mee? ‘Wel wáár, maar niet echt gebeurd’?

Wel, hij maakt geen bezwaar tegen de idee van de opstanding, maar je moet dit natuurlijk niet letterlijk nemen. Wanneer je de engel op Paasmorgen in Jozefs hof hoort zeggen: ‘Hij is hier niet, want Hij is opgestaan’, dan is dat echt niet zo gebeurd. Nee, maar Jezus leeft voort in de gedachten van de discipelen en zo heeft de opstanding in de loop van de tijd een plaats gekregen in hun denken. Maar het is geen historisch feit.

 

De Bijbel laat ons evenwel niet in het ongewisse als het gaat om de opstanding. We lazen zo-even uit 1 Korinthe 15 dat ook in de gemeente van Korinthe afwijkende gedachten over de opstanding leefden. Nadat Paulus deze opvattingen op een rijtje heeft gezet zegt hij echter heel kernachtig in vers 20: Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden. Hier zien we iets van de verhevenheid en het gezag van de apostel. Hij veegt alle tegenargumenten van tafel en zegt: Maar nu!

Hier klinkt de taal van het geloof.

Paulus beroept zich eenvoudig op de feiten.

 

We komen nu bij de vraag: ‘Wat nut ons de opstanding van Christus?’ Als we deze vraag tot ons door laten dringen, is het goed om te bedenken in welke tijd de catechismus is opgesteld. Het was de tijd van de brandstapels. Een tijd van verdrukking, nood en doodsgevaren.

De vraag: ‘Wat heb je nu eigenlijk aan de opstanding van Christus uit de doden?’, werd gesteld aan mensen die ergens in het geheim samenkwamen. Aan mensen die om hun geloof vervolgd werden, en gevangengezet.  

Maar dezelfde vraag moet ook vandaag worden gesteld: ‘Wat nut óns de opstanding van Christus?’

Welke rijkdommen van heil vinden wíj daar nu in?

Wat betekent de opstandig voor u persoonlijk?

 

Gemeente, het is heel triest om vast te moeten stellen dat er veel mensen zijn, ook kerkmensen, voor wie het eigenlijk geen verschil maakt of Jezus dood of levend is.

Daar kunt u uw eigen leven aan toetsen. Maakt het voor u verschil of Jezus is opgestaan uit de doden of dat Hij in het graf gebleven zou zijn?

Er zijn mensen die het vreselijk vinden wanneer de opstanding van Christus uit de doden in twijfel wordt getrokken, of als die opstanding geloochend wordt. Mensen die grote moeite hebben met de moderne theologie, maar tegelijk nog nooit zelf hun heil en zaligheid in de opgestane Levensvorst hebben gevonden.

 

Christus Jezus is opgestaan uit de doden. Zeker.

Maar dit geloof in de opstanding werkt ook als een boemerang; deze belijdenis komt bij uzelf terug: wat betekent het nu voor u?

De Heere wil dit vandaag toespitsen naar ons eigen hart. Opdat u kennis zult krijgen van de ontmoeting met de levende Heere. Met Hem, Die opgestaan is uit de doden.

 

Om te leven uit dit geloof is er bekering nodig. Want pas dan kunnen we de kracht ervaren  van het antwoord op onze catechismusvraag: ‘Ten eerste heeft Hij door Zijn opstanding de dood overwonnen.’

Ja, dit is een gelóófsbelijdenis. Door Zijn opstanding heeft Hij de dood overwonnen! Dit in geloof te belijden in een wereld van rouw, verdriet, moeite, zorg en tranen… Nee, dit is geen doekje voor het bloeden, maar het is heil voor het hart en niet anders. Hij heeft de dood overwonnen!

 

De dood heeft altijd iets aangrijpends. Wie leeft er die de slaap des doods niet eens zal slapen? Allemaal moeten we eens sterven. We kunnen wel zeggen: ‘De dood is overwonnen, Gode zij dank’, maar daarmee zijn we er niet. Je laat dan de helft weg; je gaat eraan voorbij dat de dood niet bij het leven hoort.

Hoe komt het dat de dood er is? Op deze vraag moeten we eerst antwoord geven. Anders kunnen we die vreugdezang vanuit de catechismus niet begrijpen. Laten we ook vandaag maar weer in de spiegel van het Woord van God kijken. De dood is niet slechts een natuurlijke aangelegenheid.

Tegenwoordig wordt nogal eens gezegd: ‘De dood hoort bij het leven. Je wordt een keer geboren en je gaat een keer dood.’

Dit is weliswaar in een paar woorden het leven van een mens geschetst, maar het is niet Bijbels. De dood hoort helemaal niet bij het leven. De Bijbel zegt dat de dood het loon op de zonde is. Omdat we gezondigd hebben moeten we sterven.

Is dit voor u doorleefde werkelijkheid?

Sterven is God ontmoeten.

Voor de rechterstoel van God zal alles tekortschieten wat niet van Christus is.

U moet in Hem geborgen zijn en uit Hem leven.

Wanneer dat leven er niet is, dan wacht u de eeuwige dood.

Wat dat betekent kunnen we ons nauwelijks indenken. Ik hoop dat u het ook nooit zult weten. De eeuwige dood is het deel van degenen die zich niet bekeerd hebben onder het evangelie van de genade van God. Voor altijd van God gescheiden. Tegen die achtergrond staat de rijke nodiging van de catechismus.

 

Christus Jezus heeft de dood overwonnen. Christus is Borg, dat wil zeggen: in de plaats van anderen heeft Hij de dood overwonnen. Hij heeft de strijd met de dood en met de machten van de dood aangebonden. Het had er alle schijn van dat de machten van de dood gewonnen hadden. Alles leek daarop te wijzen toen de Heere Jezus werd begraven.

Wie koesterde op Goede Vrijdag nog de verwachting van de overwinning op de dood? Hij was toch immers bedolven onder het stof des doods? In Psalm 41 staat toch: Hij die neerligt zal niet weer opstaan (Ps.41:9)? De duivel leek het voor goed te hebben gewonnen.

Maar satan, zo zegt Luther, die domme satan, had er geen erg in dat Jezus, Die het ééuwige leven is, nooit door de dood gehouden kon worden. Daarom is Hij op de derde dag opgestaan.

Hij heeft de banden van de dood verbroken en de overwinning geproclameerd.

Uit Zijn overwinning ontvangen al Zijn kinderen de zege.

Is dat geen zalige verwachting voor allen die in Christus zijn?

Hij heeft de dood overwonnen!

 

Kinderen, jullie weten wel dat Stefanus gestenigd werd. Misschien denk je: ‘Arme Stefanus, dat hij zo’n gruwelijke dood moest sterven.’ Maar zelf heeft hij zoiets niet gezegd. Hij zei iets heel anders, luister maar: Ziet, ik zie de hemelen geopend, en de Zoon des mensen, staande ter rechterhand Gods (Hand.7:56). Het was alsof de Heere Jezus sprak: ‘Stefanus, nog één stap en dan ben je voor altijd thuis.’

Maar wat een vreselijke toekomst wacht degenen die buiten Christus zijn. Die Hem niet erkennen als de Koning van hun leven. Op de dag van Zijn wederkomst zal Hij Zijn koninklijke macht bewijzen en zeggen: Doch deze mijn vijanden, die niet hebben gewild, dat ik over hen koning zou zijn, brengt ze hier, en slaat ze hier voor mij dood (Luk.19:27).

 

In de wereld van vandaag, waarin de dood haar triomfen viert, is Christus Jezus Overwinnaar. Omdat Hij leeft, bestaan er voor Hem geen hopeloze gevallen. Misschien vreest u dat u zo’n hopeloos geval bent. Dat is begrijpelijk, en heel menselijk. Misschien zegt u: ‘Voor mij is er geen verwachting, geen hoop, want…’, vult u het voor uzelf maar verder in.

U zou gelijk hebben, als het geen Pasen geweest zou zijn. Als er geen opstanding van Christus Jezus was.

De catechismus zegt daarom: ‘Hij heeft door Zijn opstanding de dood overwonnen.’

Daarom mogen we zeggen met de discipelen: ‘Tot wie zullen we heengaan? Heere, tot wie anders, dan tot U, de Levende?’

Hij wacht om genadig te zijn.

Want, gemeente, er volgt in het antwoord: ‘Opdat Hij ons de gerechtigheid die Hij door Zijn dood verworven had, kon deelachtig maken.’

 

Dit laatste sluit aan op wat we willen zingen uit Psalm 72, het zevende vers:

 

               Nooddruftigen wil Hij verschonen;

               Aan armen, uit genâ

               Zijn hulpe ter verlossing tonen;

               Hij slaat hun zielen gâ.

               Als hen geweld of list bestrijden,

               Al gaat het nog zo hoog.

               Hun bloed, hun tranen en hun lijden,

               Zijn dierbaar in Zijn oog.

 

Ons tweede aandachtspunt is:

 

2. Pasen neemt de smet van de zonde weg

 

Het thema van Zondag 17 is ‘Pasen’. De eerste gedachte was dat Pasen de schuld van de zonde wegneemt. We hebben er iets over gezegd, maar nog niet alles. De zin loopt door. Luister maar:  ‘Christus heeft door Zijn opstanding de dood overwonnen, opdat Hij ons de gerechtigheid die Hij door Zijn dood ons verworven had, kon deelachtig maken.’

Zoals in de natuur zich nieuw leven en vrucht openbaart, draagt ook de opstanding van Christus Jezus vrucht.  

 

Christus heeft gerechtigheid verworven. Wat bedoelen we daarmee?

Gemeente, om daar iets van te verstaan, moeten we terug naar het paradijs. Dat is een gang die de Heilige Geest ons altijd maar weer laat maken. We moeten het leven van het geloof terugbrengen naar het paradijs. Want in het paradijs bezaten we gerechtigheid; gerechtigheid van God.

Gerechtigheid wil zeggen: rechtuit, rechtaan. In het paradijs leefden wij in overeenstemming met de wet van God. Alles klopte in ons leven. Totdat we afscheid van God namen. Sindsdien is het niet meer recht in ons leven. Het is niet meer goed tussen God en de mens. Wij bezitten geen gerechtigheid meer!

 

Om het met een voorbeeld duidelijk te maken: wij wandelden in het paradijs net als kinderen aan de hand van vader of moeder. Wij gaven onze Vader de hand. Maar zoals een kind de hand wel eens loswringt uit die van vader of moeder, zo hebben wij ons in het paradijs losgerukt, losgewrongen uit de hand van God onze Vader, en wat is er van ons geworden? Moord en doodslag, oorlog en ellende. De eer van God is weg.

Wij zijn mensen geworden die geen weet meer hebben van gerechtigheid. We zijn vervallen tot óngerechtigheid, tot eigengerechtigheid. En als u Christus’ gerechtigheid mist, komt u met al uw vermeende gerechtigheden uiteindelijk om.

 

Let daarom op het wonder dat vanuit de catechismus oplicht: ‘Christus heeft de dood overwonnen, opdat Hij ons de gerechtigheid die Hij door Zijn dood ons verworven had ook kon deelachtig maken.’

God heeft Zijn Zoon gegeven in deze verloren wereld. God heeft de kloof overbrugd met Gethsémané, Gabbatha en Golgotha. En dat allemaal omdat dat Hij de gerechtigheid heeft aangebracht, want kijkt u maar naar het heilig leven van Zijn Zoon.

Kinderen, het is als twee lijnen die evenwijdig aan elkaar lopen. Aan de ene kant is er de eis van de wet van God en het Woord van God. Aan de andere kant is daar het leven van de Heere Jezus: Hij heeft nooit zonde gedaan. Hij is rechtvaardig voor God. Hij heeft de gerechtigheid verdiend.

 

Maar kan een dode Jezus iets wat Hij verdiend heeft doorgeven aan een ander? Nee, maar door Zijn opstanding kan Hij die gerechtigheid die Hij verworven heeft, ook aan ons toepassen. Zodat de mens een antwoord kan geven op de vraag: ‘Heere, wanneer is het weer goed tussen U en mij?’ Wanneer?  Alleen in Christus is het weer goed tussen de Heere en een zondaar.

 

Ook Luther worstelde met deze vraag. Hij laat ons keer op keer een blik slaan in zijn hart. Hij stelde de vraag: ‘Heere God, wanneer is het nu weer goed tussen ons? Wanneer is er geen scheiding meer?’ En wat was het antwoord op zijn bange vraag? In Christus is het voor altijd weer goed! Door Hem wordt de verhouding hersteld. Hij heeft genoegdoening gegeven aan de gerechtigheid van God. En de Vader heeft het werk van de Heere Jezus aangenomen.

 

Kinderen, laat ik het maar weer met een voorbeeld voor jullie duidelijk maken. De juf op school kijkt het werk na dat jullie gemaakt hebben. Als je bijvoorbeeld je sommen goed gemaakt hebt, dan zet de juf er een krul onder. Met andere woorden gezegd: het is akkoord.

Zo is het in alle eerbied gesproken ook bij de Heere. De Vader heeft het werk van de Zoon nagekeken.

Op Pasen heeft de Vader gezegd: ‘Akkoord, het is helemaal goed, Mijn Zoon.’

De Heere Jezus heeft het uitgeroepen: Het is volbracht! (Joh.19:30) En het werk ís ook volbracht.

De gerechtigheid is door Christus metterdaad verworven.

In die gerechtigheid ligt alles wat een zondig mens nodig heeft:

Vergeving van zonden.

Vrede met God.

Blijdschap in God.

En een recht op het eeuwige leven.

           

Christus is opgestaan om de gerechtigheid die Hij aangebracht heeft ook toe te passen. Die gerechtigheid moet ook van u worden; u moet deel krijgen aan die gerechtigheid.  

Als een kind voor een etalage staat en zegt: ‘Dat stuk speelgoed vind ik mooi, of die taart is lekker’, dan heeft het dat speelgoed of die taart nog niet in handen. De ruit van de winkel zit er nog tussen. Je moet naar binnen gaan en er moet daar iemand zijn die het speelgoed aan je geeft. Pas dan heb je het in bezit.

Zo is het geestelijk ook. De Heilige Geest is Degene Die het ons schenkt. Hij is ook Degene Die de verdienste van Christus toepast in een zondaarshart. En zo zie je dat Pinksteren aan Pasen gekoppeld is.   

De etalage ligt vol met de heilsgoederen van het verbond van God.

Dat die goederen voorhanden zijn is op zich al een grote zaak en is iets om God dankbaar voor te zijn. Maar u moet er wel deel aan hebben. Het moet wel uw persoonlijk eigendom worden. U kunt niet zeggen: ‘Ik ben behouden, omdat ik weet dat er genade is.’ U moet óók weten dat er genade voor ú is en vervolgens moet u weten dat u in die genade deelt. Want alleen dan staan we voor God met de gerechtigheid van het Lam van God.

 

En nu het wonder!

Zo-even blikte u in de spiegel van uw eigengerechtigheid en moest u zeggen: ‘O God, het kan niet.’  Of u kwam terecht bij uw óngerechtigheid en u moest ook zeggen: ‘Dan kan het niet.’

Hoe moet het dan?

Gemeente, er is sprake van bórggerechtigheid!

De gerechtigheid van een Ander.

In plaats van te verzinken in het oordeel van de dood, is daar de Heere Jezus Christus Die in het gericht van God zegt: ‘Vader, hier is Míjn gerechtigheid.’

 

Staat u zo voor God?

Heeft u niets om aan te brengen en niets om uw schuld te betalen?

Alles naakt en geopend voor het aangezicht van God?

Dan betekent dan uw dood!

Maar dan komt Hij tussenbeide en zegt: ‘Hier is het kleed van Mijn gerechtigheid. Ik heb de dood overwonnen en Ik breng de gerechtigheid aan.’

 

Hij is overgeleverd om onze zonden, schrijft de apostel, maar ook opgewekt om onze rechtvaardigmaking. Maar wat kan dat voor het aangezicht van God strijd en aanvechting geven.

Zegt u: ‘Heere, ik heb geen gerechtigheid’?

Wel, ze wordt u vanuit het Woord aangeboden.

Ze wordt u vanuit het Woord gepredikt.

Luther zegt erover: ‘Hier hebt u haar, in het Woord van het evangelie. Laat ons gebed zijn dat we onze verslagen en bezwaarde harten hoe langer hoe meer aan Hem mogen overgeven.’

 

Gemeente, u wordt een levende Zaligmaker verkondigd!

Een dode Zaligmaker kan u toch niet tot enig nut zijn? Een dode Zaligmaker kan u toch niet helpen? Een dode ziet niets. Zal hij zijn handen naar u uitstrekken?

Maar hier is een levende Zaligmaker! Hij zegt: ‘Mijn zoon, Mijn dochter, heb goede moed, vrees niet, het ís volbracht.’

Dat is het evangelie.

Wie met veel vrees voor de heiligheid van God staat, mag zijn toevlucht nemen tot deze Zaligmaker.

 

Voelt u de heiligheid van God wel eens? Jesaja heeft daar kennis meegemaakt in zijn roepingsvisioen. Hij riep uit: Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben en woon te midden van een volk dat onrein van lippen is (Jes.6:5).

Dan nadert een engel met een kool van het altaar om de lippen van Jesaja aan te raken en hij zegt: ‘Uw zonde is van u weggenomen.’ In dit visioen ligt een beeld van het offer van Christus. Een beeld van de gerechtigheid die Hij heeft aangebracht.

Die gerechtigheid is te vinden en om niet te ontvangen.

Als de duivel u tart en aanvalt en u toevoegt dat er voor u geen gerechtigheid is, en u voelt voor het aangezicht van God niet te kunnen bestaan, dan mag dit uw toevlucht zijn!

Als de boze u beschuldigt, mag dit de sterkte van het hart zijn.

Hier is het nochtans van het geloof.

U hééft ook geen verweer in uzelf, en u zúlt het ook nooit hebben.

Het hoeft, Gode zij dank, ook niet.

Want Christus heeft alle gerechtigheid volbracht.

Op grond van Zijn verdienste zingt het geloof daarover in Psalm 85. 

 

We zingen het eerste vers van deze Psalm:

 

               Gij hebt Uw land, o Heer’, die gunst betoond,

               Dat Jakobs zaad opnieuw in vrijheid woont;

               De schuld Uws volks hebt G’ uit Uw boek gedaan;

               Ook ziet Gij geen van hunne zonden aan;

               Gij vindt in gunst en niet in wraak uw lust.

               De hitte van Uw gramschap is geblust.

               O heilrijk God, weer verder ons verdriet,

               Keer af Uw wraak en doe Uw toorn teniet.

 

Gemeente, wij zagen dat Pasen de schuld en de smet van de zonde wegneemt. Ons derde aandachtpunt is:

 

3. Pasen neemt de ellende van de zonde weg

 

Door de kracht van Christus worden wij  opgewekt tot een nieuw leven. Als de Heere door de kracht van Zijn Heilige Geest in een zondaarsleven komt, gebeurt er een groot wonder. Onze belijdenis zegt over deze genade dat het een levendmaking is, een wedergeboorte, een opwekking uit de doden. Het zijn woorden die rechtstreeks wijzen naar het machtige wonder van de genade van God. De mens die dood was voor het oog van God staat op uit zijn doodsstaat. Ontwaakt, gij die slaapt, en staat op uit de doden! (Ef.5:14) Het paaslicht valt over het zondegraf.

De apostel Paulus schrijft aan de Korinthiërs dat Christus ons is geworden tot een levendmakende Geest. De eerste Adam is geworden tot een levende ziel en door zijn zonde kwam de dood in de wereld. Maar de laatste Adam is de Heere uit de hemel en Hij is de fontein van leven. Hij is de fontein van een vernieuwd leven dat zich richt op God.

In onze catechismuszondag staat het er zo rijk: ‘Door Zijn kracht worden we opgewekt tot een nieuw leven.’ 

Het is nieuw! Dan laat je het oude achter. Je doet het oude pak uit, de oude mantel uit, en doet een nieuwe aan. Nieuw voor het aangezicht van God.

In de opstanding van Christus Jezus uit de doden ligt de belofte: Ik leef, en gij zult leven (Joh.14:19). Hier op aarde al wil Christus een gemeente waarin Zijn leven klopt en Zijn beeld terug is te vinden.

 

Lijkt u op Jezus? Lijkt u op Hem in liefde, en in betrokkenheid tot anderen?

Als u op de ene wang geslagen wordt, zegt u dan ook: ‘Ik heb er nog een’? Lijkt u daarin ook op de Heere Jezus? Als u gevraagd wordt één mijl te gaan, antwoordt u dan: ‘Ik wil er wel twee met u gaan’? Want zo leert de Geest van Christus het in het nieuwe leven.  

Komt dat zo in ons leven openbaar?

Meisjes en jongens, het nieuwe leven schuilt eerst in de stilte. Het manifesteert zich niet met slaande trom en trompetgeschal. Nee, het openbaart zich eerst aan de binnenkant van je leven. In de stilte voor het aangezicht van God. Tussen God en je hart.

 

Het nieuwe leven openbaart zich in het zoeken van de Heere en de gemeenschap met de Levende. Dat gaat niet onopgemerkt aan je voorbij.

Dingen die je vroeger graag deed ga je nu nalaten. En omgekeerd ga je graag doen wat je vroeger tegenstond. Wat een lust was, wordt een last en wat een last was wordt een lust. Kortom: je leven wordt op een ander spoor gezet.

Kinderen, jullie hebben misschien wel eens gezien dat treinen van spoor wisselden. Op het ene moment op het ene spoor, het volgende op een ander. Hoe komt dat nou? De wissel is omgezet. Zo’n trein gaat dan verder op een ander spoor. Zo is het nu ook bij bekeerde mensen. Dan is een wissel omgezet. Dan ga je op een ander spoor verder. Het spoor dat de Heere in Zijn Woord aanwijst.

 

Vervolgens staat er in Zondag 17: ‘Ten andere worden ook wij door Zijn kracht opgewekt.’

Er staat er niet ‘werden’. Nee, wij worden vandaag, morgen en overmorgen, ja, alle dagen van ons leven, opgewekt tot een nieuw leven.

Mag ik u vragen: ‘Als Christus vanavond komen zou, zou dan dat nieuwe leven ook bij u te zien zijn? Openbaart zich in uw leven de verbondenheid met Christus?’

Laten we bijvoorbeeld eens letten op roddelen, verdachtmakingen, hoogmoed, geld en goed, modezucht, onze ik-gerichtheid en eigengerechtigheid. Als Christus door uw huis loopt, kunt u Hem dan in elke kamer ontmoeten? Overal binnenlaten? Of zijn er plekken  waarvan u zegt: ‘Nee, hier niet’?

Kan Hij uw slaapkamer betreden? Kan Hij binnenkomen in uw kelder?

Meisjes en jongens, kan de Heere Jezus jullie kamertje binnenkomen?

 

Gemeente, we spreken over een vernieuwing die het hele leven doortrekt. Maar er staat gelukkig bij: door Zijn kracht! Want anders zou het een hopeloze zaak zijn; niemand van ons kan dit zelf bewerkstelligen.  

Maar ook in deze onmogelijkheid openbaart God Zijn genade.

Paulus schrijft in één van zijn brieven dat Christus ons niet alleen gegeven is tot rechtvaardiging, maar ook tot heiliging. Hij is onze heiliging voor het aangezicht van God.

Dat wil niet zeggen dat u er dan bént.

Nee, juist wie dat beseft, staat naar het nieuwe leven, elke dag opnieuw.

 

Tenslotte ontvouwt zich in onze zondagsafdeling een uitzicht!

We lezen: ‘Ten derde is ons de opstanding van Christus een zeker pand van onze zalige opstanding.’

Veel dingen in ons leven zijn onzeker.

Maar één ding niet: wij moeten allen sterven!

Daar valt niet aan te ontkomen.

Tegen graf en dood is niets en niemand opgewassen.

Daarom zegt God bij monde van de psalmdichter: ‘Zo gij Zijn stem dan heden hoort, verhardt u niet, maar laat u leiden.’

Opdat uw opstanding een zalige opstanding zal zijn.

De opstanding van Christus is daarvan een waarborg.

 

Amen.

 

Slotzang: Psalm 71:10

 

Mijn hart zal steeds op U vertrouwen,

Mijn mond vindt tot Uw lof

Gedurig ruimer stof.

En zal Uw recht en heil ontvouwen;

Schoon ik de reeks dier schatten

Kan tellen noch bevatten.