Ds. C. Harinck - Psalmen 16 : 11

De hemel

Psalmen 16
Waar is de hemel?
Wat is de hemel?
Wat doen ze in de hemel?
Hoe kom ik in de hemel?

Psalmen 16 : 11

Psalmen 16
11
Gij zult mij het pad des levens bekend maken; verzadiging der vreugde is bij Uw aangezicht; liefelijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 42: 7
Lezen : Psalm 16: 5-11
Lezen : Mattheüs 7: 13-29
Zingen : Psalm 16: 3, 5, 6
Zingen : Psalm 45: 7
Zingen : Psalm 27: 7

Gemeente, ik zou met u in gedachten naar een andere wereld willen gaan. Een wereld waar we allen naar op weg zijn en waarvandaan geen terugkeer mogelijk is. De eeuwige wereld van hemel en hel. Die wereld is een werkelijkheid. U en ik zullen daar eens zijn. Maar ik wil vooral stilstaan bij wat de hemel is en hoe wij daar kunnen binnengaan.

Onze tekst kunt u vinden in Psalm 16 vers 11:

 

Gij zult mij het pad van het leven bekendmaken; verzadiging van vreugde is bij Uw aangezicht; lieflijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk.

 

Het gaat in onze tekst over: De hemel.

 

Laten wij enkele vragen hierover stellen:

1. Waar is de hemel?

2. Wat is de hemel?

3. Wat doen ze in de hemel?

4. Hoe kom ik in de hemel?

 

1. Waar is de hemel?

 

In de Bijbel wordt 550 keer over de hemel gesproken. De hemel is Gods woning, Gods huis. De Heere is overal; Hij vervult de hemel en de aarde met Zijn tegenwoordigheid. Zijn woning echter is de hemel. Daar staat Zijn troon; daar openbaart God Zijn volle heerlijkheid. Hij zit daar op de troon, omringd door de duizend maal duizenden die Hem dienen en de tienduizend maal tienduizenden die voor Hem staan.

In de hemel zijn de heilige engelen. Daar zijn de zielen van de gestorven heiligen. In de hemel is vooral gelukzaligheid. David zegt in Psalm 16: Lieflijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk. Dat wil zeggen: een vreugde die geen mens kan bevatten.

 

De Bijbel zegt dat de kinderen van God op weg zijn naar de hemel. Dit lezen we zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. De gelovigen weten waarheen ze op weg zijn. Zij zijn geen mensen die zomaar op reis gaan zonder te weten wat het reisdoel is. De patriarchen verwachtten de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Kunstenaar en Bouwmeester is. Jakob zegt op zijn sterfbed: Op Uw zaligheid wacht ik, Heere (Gen.49:18). En Asaf zegt: Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen (Ps.73:24).

Het Nieuwe Testament zegt niets anders. Paulus zegt: Hebbende begeerte om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste (Fil.1:23). Petrus schrijft: Wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont (2 Petr.3:13). De apostel Paulus vat de verwachting van Gods kinderen samen in zijn brief aan Titus met de woorden: In de hoop des eeuwigen levens, welke God Die niet liegen kan, ons beloofd heeft (Tit.1:2).

 

De hemel is een plaats, een andere werkelijkheid dan die wij nu kennen. Het is geen plaats die op de kaart is aan te wijzen, zoals Europa. De hemel is echter wel een zekere plaats. De woonplaats van God. De woonplaats van de engelen en van de geesten van de ontslapen gelovigen. Het is de plaats waar de kinderen van God heengaan na hun sterven.

De apostel Paulus zegt: Want wij weten dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen (2 Kor.5:1). Het is vooral ook de plaats waar Jezus is heen gegaan, toen Hij ten hemel voer.

 

Waar is de hemel? Volgens het Oude en Nieuwe Testament in de hoogte. Gij zijt opgevaren in de hoogte, staat in Psalm 68 vers 19. In Efeze lezen wij: Die nedergedaald is, is Dezelfde ook Die opgevaren is (Ef.4:10). Bij de hemelvaart zeggen de engelen tot de discipelen: Wat staat gij en ziet op naar de hemel? (Hand.1:11)

Steeds weer wordt de gedachte gewekt, dat de hemel een plaats is in de hoogte. Paulus schrijft in één van zijn brieven ‘opgetrokken te zijn tot in de derde hemel’. Bij de wederkomst zullen de gelovigen die nog op aarde zijn, samen met degenen die in Christus gestorven zijn, opgenomen worden in de wolken, de Heere tegemoet in de lucht (1 Thess.4:17).

Er wordt in de Bijbel altijd over de hemel gesproken als een plaats in de hoogte. Daartegenover wordt over de hel gesproken als een plaats in de diepte, in de duisternis.

De hemel is een plaats in Gods universum, in Gods schepping. Het is een plaats die door Jezus aangeduid wordt met ‘de hemelen’. Hij sprak herhaaldelijk over Zijn Vader Die in de hemelen is.

 

Het woord ‘hemel’ heeft in de Bijbel verschillende betekenissen. Er wordt gesproken over de hemel als de wolkenhemel. In Jesaja 55 spreekt God over ‘de regen en de sneeuw die van de hemel nederdaalt’. Het woord ‘hemel’ is hier de wolkenhemel.

De Bijbel spreekt ook over een hemel die boven de wolkenhemel is, namelijk de sterrenhemel. David zegt in Psalm 8 vers 4: Als ik Uw hemel aanzie, het werk Uwer vingeren, de maan en de sterren… Het firmament wordt dus ook aangeduid met het woord ‘hemel’.

De Bijbel kent daarnaast de uitdrukking ‘hemel der hemelen’. Het is de zogeheten ‘derde hemel’, waarvan Paulus zegt ‘opgetrokken te zijn tot in de derde hemel’. In deze derde hemel zijn God en de engelen. Hier zijn ook de zielen van de gezaligden. Hier is Jezus heen gegaan en vandaar zal Hij komen om te oordelen de levenden en de doden.

Onze schepping, ons universum is onmetelijk. Afstanden drukken astronomen in lichtjaren uit. Een lichtjaar is de afstand die het licht in één jaar aflegt. Wanneer we bedenken dat het licht in één seconde 300.000 kilometer aflegt, wat legt dan het licht niet voor afstand af in een jaar?

Onze sterrenhemel staat 51 miljoen lichtjaren bij de aarde vandaan. En achter de sterrenhemel zijn nog meer sterrenstelsels verborgen. Steeds weer ontdekken de astronomen nieuwe stelsels, die nog verder van de aarde af staan. Het zijn onmetelijke afstanden. De echte hemel, waar Gods troon staat, moeten we zoeken in dit onmetelijke heelal.  

 

Nu blijft nog een andere belangrijke vraag over, namelijk:

 

2. Wat is de hemel?

 

Wij willen bij ons sterven allemaal naar de hemel gaan. Maar weten we wel wat de hemel is? Wat denken we daar te vinden? Wat hopen we daar aan te treffen? Iedereen heeft daar zo zijn eigen gedachten over. Soms zijn dat heel aardse gedachten: lekker eten en drinken, nooit meer hoeven te werken… Vooral de moslims hebben daarover vleselijke gedachten. Als de martelaren naar de hemel gaan, wachten zeven maagden op hen.

Wat maakt de hemel tot hemel? Wat maakt de hemel tot een andere plaats dan de hel? Wat maakt de hemel tot een andere plaats dan onze wereld? Het zijn deze vragen, die we zouden willen beantwoorden.

 

Wat de hemel zo anders maakt dan alle andere plaatsen in Gods schepping is de volle genieting van God. Gods tegenwoordigheid maakt de hemel tot hemel. In de hemel is de hoogste blijdschap, namelijk: verzadiging der vreugde, omdat daar de hoogste genieting is van God. De hoogste genieting van Gods kinderen is Gods tegenwoordigheid. Gods nabijheid te ervaren en Zijn liefde en gemeenschap te smaken, brengt hun de hoogste vreugde. Zij zingen reeds op aarde: Wien heb ik nevens U in de hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde (Ps.73:25).

De eerste smart van de nieuwgeborene is de smart over het missen van Gods genadige tegenwoordigheid. Van God gescheiden te zijn door de zonden is voor een vernieuwd gemoed het grootste gemis. Het verwekt in de ziel een droefheid naar God, die een onberouwelijke bekering tot de zaligheid werkt. Het is de wedergeboren mens om God te doen. In plaats van hemelzoekers zijn zij Godzoekers.

Gods gemeenschap is de grootste vreugde van het vernieuwde hart. De Heere te ontmoeten in de kerk, onder de prediking, in het persoonlijk gebed in de eenzaamheid, in het Bijbellezen, in het sacrament van het Heilig Avondmaal. Daarvan zeggen Gods kinderen met Hizkia: Bij deze dingen leeft men, en in dit alles is het leven van mijn geest (Jes.38:16).

 

God alleen maakt de hemel tot hemel. In de profetie van Ezechiël lezen we in de laatste hoofdstukken over de hemelse tempel. De profeet zegt van deze nieuwe tempel veel opzienbarende dingen. Zaken die de aardse tempel ver te boven gaan. De profetie beëindigt de beschrijving van die tempel op wonderlijke wijze. Het hoogtepunt van de profetie vormen de laatste woorden: De Heere is aldaar (Ez.48:35). Dat maakt de hemel tot hemel. De Heere is aldaar! Gods tegenwoordigheid is voor Gods kinderen de hemel. Zoals David zegt in onze tekst: Verzadiging van vreugde is bij Uw aangezicht; lieflijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk.

 

De volkomen afwezigheid van zonde, maakt de hemel tot hemel. De zonde is een kwaad waarmee wij vergroeid zijn. Het kleeft ons aan in denken, willen, begeren, spreken en doen. We kunnen ons geen leven voorstellen waarin geen zonde is.

In de hemel zal de zonde er niet zijn. Daar zullen Gods kinderen vrij zijn van iedere zonde. Dat maakt de hemel ook tot hemel. In de hemel kunnen alleen mensen zijn die reeds op aarde hebben gewenst dat alle zonde in hen dood was. De zonde is voor Gods kinderen een last en een oorzaak van smart. De zonde maakt steeds scheiding tussen God en hun hart, brengt duisternis in hun zielen en berooft hen van de vrede met God. Daarom is een wereld zonder zonde voor hen de hemel.

 

In de hemel zullen geen vijanden meer zijn. De hemel is een plaats van volmaakte rust en  vrede. Er is geen strijd meer met de wereld, met het zondige vlees en met de duivel. In de hemel is de strijd gestreden. Daar is geen vijand meer te vrezen. Daar hoeven wij geen zondig vlees meer te kruisigen. Daar houdt de stok van de drijver op. Zonden en verzoeking zijn daar voor altoos buiten gesloten.

De hemel brengt Gods kinderen daarom verlossing! Nadat zij door de poort van de hemel zijn ingegaan, kan geen vijand of zonde hen meer volgen. Het is het einde van de heilige oorlog. De hemel is als het ingaan in de rust, na een reis vol strijd en moeiten. Het is het bereiken van Kanaän, na een zware reis door de woestijn. De Gode vijandige wereld, de zonde en satan zullen voor eeuwig buitengesloten zijn.

 

In de hemel wacht Gods kinderen de overwinning. Zij die nu een kruis dragen, zullen straks een kroon dragen. Zij die nu door de woestijn trekken, zullen straks ingaan in het eeuwige Kanaän. De hemel is een plaats van volmaakte vreugde. De Bijbel noemt het een ‘ingaan in de vreugde des Heeren’. Daar zal geen ziekte zijn, geen droefheid, geen eenzaamheid. Geen gevaren, geen bestrijdingen. Geen dood, geen rouw en geen graf.

Hier op aarde groeien de doornen en distels van Adams val. Het is de bittere beker die ieder gevallen mensenkind drinken moet. ‘Doornen en distels zal het u voortbrengen’, zo sprak God van ons verblijf op aarde.

Hier op aarde zijn onze lichamen onderworpen aan pijn, verval en ziekten. Hier zijn we omringd door zorgen, problemen en kruisen. Hier worden we door de dood gescheiden van wie we lief hadden. Om der zonden wil zijn we hier aan allerhande ellendigheid onderworpen.

 

In de hemel zal vreugde zijn; want daar zal God alle tranen van de ogen afwissen. En zoals God reeds in de oude tempel geen priester wilde zien die verdrietig was, zo wil God in Zijn hemelse tempel geen verdrietige zondaren meer zien. Daar is eeuwige vreugde. Daar is eeuwige blijdschap. Geen dood zal er meer zijn. Geen rouw en geen oorlogen zullen er meer zijn. Want de eerste dingen zijn weggegaan (Openb.21:4).

Er is geen smart van de aarde, die in de hemel niet geheeld zal worden. Brakel zegt dan ook: ’Enkele minuten in de hemel zal genezing brengen van alle wonden die ons het leven op aarde hebben aangebracht.’

Zoals er geen vreugde is in de hel, zo is er geen verdriet in de hemel. Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd wezen (Jes.51:11).

 

We gaan naar de derde vraag:

 

3. Wat doen ze in de hemel?

 

In de hemel is geen eeuwig, ijdel nietsdoen. De hemel is geen plaats van ledigheid. De hemel is een plaats van eredienst. Een plaats van verering van God. In de hemel wordt gezongen. In de hemel wordt God lof toegebracht. Men raakt daar niet uitgewonderd over God!

In de hemel worden offers gebracht. Het boek Openbaring aan Johannes spreekt over ‘het reukwerk van de gebeden der heiligen’. Er wordt ook gesproken over altaren en zelfs over de ark van het verbond. 

Mozes moest de tabernakel maken naar het voorbeeld dat God hem op de berg getoond had. En welk voorbeeld was dit? Het was het voorbeeld van de hemelse tabernakel. In Hebreeën 8 wordt gezegd dat de tempel op aarde een kopie was van de tempel in de hemel. De apostel zegt: Welke het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen dienen, gelijk Mozes door Goddelijke aanspraak vermaand was, als hij de tabernakel maken zou: Want zie, zegt Hij, dat gij het alles maakt naar de afbeelding die u op de berg getoond is (Hebr.8:5).

In de aardse tabernakel werden offers gebracht, gezongen en gebeden. Dit zal ook in de hemelse tempel zo zijn. Daar wordt God gediend met lofzang, aanbidding en dankoffers.

 

God vereren is het grote doel van de hemel. Het zal alles uitlopen op een eeuwige eredienst, waarin God zal worden geëerd en geprezen. Het is het grote doel dat God voor ogen stond met het plan van verlossing van gevallen zondaren. God wil Zijn hemel vullen met verloren zondaren, die Hem eeuwig zullen verheerlijken.

 

Het eerste hoofdstuk van Paulus’ brief aan de gemeente te Efeze bevat een lijst van zegeningen die God aan Zijn gemeente heeft gegeven. Het gaat over ‘gezegend zijn met geestelijke zegening in de hemel’. Er wordt gesproken over: uitverkoren in Hem, vóór de grondlegging der wereld; aanneming tot kinderen door Jezus Christus; verlossing door Zijn bloed; vergeving der misdaden; alles tot één te vergaderen in Christus…

Waarom doet God dit alles? Waarom heeft God zondaren tot de zaligheid uitverkoren? Waarom neemt Hij gevallen mensen aan tot Zijn kinderen? Waarom verlost Hij hen door het bloed van Christus en waarom vergeeft Hij hen hun misdaden? Waarom herstelt Hij de gevallen wereld en vergadert Hij in Christus een nieuwe mensheid?

De apostel besluit met te zeggen: Opdat wij zouden zijn tot prijs zijner heerlijkheid (Ef.1:12). God wil dat mensen Zijn heerlijkheid zullen kennen en prijzen. Gods grote doel is een nieuwe mensheid van geredde zondaren, die Hem eeuwig zullen prijzen.

 

De hemel is dus vooral een plaats van eredienst. In de hemel is het altijd kerk. De gezaligden doen niet anders dan zingen, bidden, dankoffers brengen en God verheerlijken. Zij beleven de hoogste vreugde in de gemeenschap met God, de engelen en  andere gezaligden. Zij worden vooral nooit moe om God te prijzen en te loven.

 

Om te weten wat de inhoud is van de eeuwige lofprijzing van Gods kinderen in de hemel, moeten we naar het boek van de Openbaring aan Johannes. Daarin lezen we dat God om verschillenden oorzaken vereerd wordt.

 

In de hemel wordt God geprezen om Zijn scheppingswerk. In Openbaring 4 lezen we over vierentwintig ouderlingen, de vertegenwoordigers van de kerk uit het Oude en Nieuwe Testament, die neervallen voor God Die op Zijn troon zit, en Hem aanbidden. En wat is de reden van hun aanbidding? Wat vervult hen zo met verwondering? Zij werpen de kronen neer voor Gods troon, zeggende: Gij, Heere, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid en de eer en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, en zijn zij geschapen (Openb.4:11). Zij aanbidden God voor de schepping van alle dingen.

Eigenlijk moest die lofzang er nu reeds zijn. Bij het zien van alles wat God geschapen heeft, moesten wij met verbazing zijn vervuld. Want: De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk (Ps.19:2). Ons hart zou God moeten prijzen om Zijn wijsheid, macht en heerlijkheid, die zichtbaar wordt in de schepping.

Maar de zonde heeft ons blind gemaakt voor Gods heerlijkheid in de schepping. We zien God er niet meer in. Als we nog eens verbaasd staan bij een bloem of vergezicht, wijten we dit aan de natuur en schrijven alles toe aan bepaalde toevalligheden en ontwikkelingen van de evolutie. Maar in de hemel wordt God geprezen om Zijn schepping van alle dingen. De gezaligden in de hemel zien in de dingen die God geschapen heeft Zijn macht, wijsheid en intellect. Zij zien daarin een weerspiegeling van Zijn heerlijkheid.

Wat zijn wij daar blind voor! We zijn omringd van de bewijzen van Gods heerlijkheid en leven er zomaar aan voorbij. In de hemel echter wordt God geloofd en geprezen om Zijn scheppingswerk.

 

God wordt in de hemel ook geprezen vanwege het werk van de verlossing. Het middelpunt van de verlossing is het Lam, de Heere Jezus Christus. Het zal in de hemel nooit vergeten worden dat de Zoon van God eens het Lam is geweest Dat de zonde van de wereld heeft weggenomen.

In Openbaring 7 wordt ons verteld over een schare die niemand tellen kan, uit alle naties, geslachten en volken, staande voor Gods troon, gekleed in witte kleding en met palmtakken in hun handen. Zij roepen met een grote stem: De zaligheid zij onze God, Die op de troon zit, en het Lam (Openb.7:10).

Johannes hoorde zelfs hoe de gehele schepping in één grote lofzang God eer en heerlijkheid gaf vanwege de verlossing van zondaren door het lijden en sterven van Christus. En alle schepsel dat in de hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en die in de zee zijn, en alles wat in dezelve is, hoorde ik zeggen: Hem, Die op de troon zit, en het Lam, zij de dankzegging, en de eer, en de heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid. (Openb.5:13).

 

God wordt in de hemel vereerd als de Regeerder over alle dingen. Staande aan de glazen zee - het beeld van de volkerenzee - stonden de overwinnaars van de antichrist: En zij zongen het gezang van Mozes (…) en het gezang van het Lam (Openb.15:3).

Zij gaven God de eer en zongen het verlossingslied dat Mozes gedicht had na de doortocht door de Rode Zee en de verdelging van Farao en zijn leger. En zij zongen het lied van het Lam. Het lied van Christus Die hen verlost heeft van de macht van satan, dood en graf.

Met een oudtestamentisch en een nieuwtestamentisch overwinningslied wordt God in de hemel, door de verloste kerk uit Jood en heiden, geloofd voor Zijn verlossing uit de machten van zonde en satan.

 

In de hemel aanbidt men de Godsregering over alle dingen en in het bijzonder Zijn leiding met Zijn gemeente en ieder gelovige in het bijzonder. In de hemel wordt Gods weg volmaakt verstaan. Ieder van de gezaligden zal volmaakt verstaan waarom God zo’n weg met hem of haar heeft gehouden.

Het zal hen doen uitbarsten in aanbidding en verheerlijking van deze Godsregering. Johannes hoorde hen roepen: Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere, Gij almachtige God, rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Gij Koning der heiligen! Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw naam niet verheerlijken? (Openb.15:3-4)

 

In de hemel wordt God vereerd en verheerlijkt als Rechter over de goddeloze wereld. Men aanbidt Zijn oordeel over de grote hoer Babel. Babel herinnert ons aan de toren van Babel, aan de wereld die zelf god wil zijn. Deze wereld heeft vanaf de eerste martelaar Abel de gelovigen gehaat en vervolgd. Deze wereld heeft miljoenen zielen verleid tot zonde en onreinheid.

In Openbaring 19 hoorde Johannes een grote stem, als van een grote schare, die riep: Halleluja, de zaligheid, en de heerlijkheid, en de eer, en de kracht zij de Heere, onze God.

Want Zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig; dewijl Hij de grote hoer geoordeeld heeft, die de aarde verdorven heeft met haar hoererij, en Hij het bloed Zijner dienaren van haar hand gewroken heeft (Openb.19:1-2).

Zo ontmoeten we in het boek Openbaring een viervoudige verheerlijking van God, als Schepper, als Verlosser, als Regeerder over alle dingen en als Rechter over de wereldmacht Babel.

 

De gezaligden zullen in de hemel ambten bekleden. We lezen in Openbaring 5: En Gij hebt ons onze God gemaakt tot koningen en priesters; en wij zullen als koningen heersen op de aarde (Openb.5:10). Hier worden twee ambten genoemd: koning en priester. Zij zullen als koningen regeren en als priesters dienen. Waar? Op de aarde.

Hoe God dit woord vervullen zal weten we niet. We weten wel dat er een vernieuwde aarde komt, maar hoe dit heersen van de gezaligden er uit zal zien is ons niet zo duidelijk geopenbaard. Het houdt in dat God de verlosten verantwoordelijkheden zal geven om in Zijn naam over de aarde te regeren. God gaf Adam en Eva verantwoordelijkheid. Hij gaf  hun de aarde met de lusthof, om die te bebouwen en te bewaren. God gebood zelfs haar te onderwerpen. Dit betekent dat hun het koningschap over de aarde werd gegeven. Maar Adam en Eva faalden in hun koningschap. Zij waren niet tevreden om koning onder God te zijn.

God zal Zijn verlosten het koningschap teruggeven. Zij ontvangen het koningschap over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

 

Er zal wel verschil zijn in het koningschap van de gezaligden. De Heere zal ze verschillende verantwoordelijkheden toevertrouwen. Jezus leert ons in de gelijkenis van de talenten dat de één groter machtsgebied zal ontvangen dan de ander. Zij zullen in het koninkrijk van God niet allen dezelfde heerlijkheid bezitten. Jezus sprak over de minste en de meeste in het koninkrijk van Zijn Vader. Wie op aarde het meest heeft toegebracht aan het koninkrijk van God, zal de grootste heerlijkheid ontvangen.

De nadruk ligt in de Schrift daarbij niet op de hoeveelheid werk en de voornaamheid van het werk, maar hóe het werk is gedaan. De nadruk ligt op getrouwheid! Jezus sprak over de man met minder talenten dan anderen, die echter getrouw was geweest: Over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal Ik u zetten (Matth.25:21). Van de getrouwe leraars wordt gezegd: De leraars nu zullen blinken, als de glans des uitspansels, en die er velen rechtvaardigen, gelijk de sterren, altoos en eeuwig (Dan.12:3).

 

De verlosten zullen priester zijn. Priesters bekleedden in het Oude Testament een unieke functie. Zij stonden het dichtst bij God. Ze mochten ingaan in het heiligdom. Zij brachten de offers. Zij naderden tot de tafel van de toonbroden. En de hogepriester mocht ingaan in het heilige der heiligen en bloed op de ark - de troon van God - sprenkelen.

De priesters hadden een bijzondere en intieme relatie met God. Tot zo’n innige relatie met God zullen de verlosten in de hemel toegelaten worden. Openbaring 22 zegt: En zijn dienstknechten zullen Hem dienen (Openb.22:3). En wat zal het karakteristieke zijn van hun dienen? En zij zullen Zijn aangezicht zien (Openb.22:4). Mozes zag slechts de achterste delen van God. Maar de verlosten in de hemel zullen Gods aangezicht, Gods gelaat zien.

 

Wanneer we zo enkele mededelingen uit de Bijbel over de hemel hebben nagespeurd, moeten we zeggen: wat een heerlijke plaats is de hemel!

We spreken weinig over de hemel. Er wordt ook weinig over gepreekt. We denken er weinig aan. We leven er zo ver vandaan. We zijn zo uit de aarde aards. Maar de hemel, het nieuwe paradijs, is een heerlijke plaats. Waarlijk: Verzadiging van vreugde is bij Uw aangezicht, lieflijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk.

 

Laten we daar samen van zingen uit Psalm 45 het zevende vers:

 

Straks leidt men haar in statie, uit haar woning,

In kleding, rijk gestikt, tot haren Koning;

Zo treedt zij voort met al de maagdenstoet,

Die haar verzelt, U vrolijk tegemoet.

Zij zullen blij, geleid met lofgezangen,

De vreugde voên, die afstraalt van haar wangen,

Tot zij, daar elk gewaagt van hare lof,

Ter bruiloft treên in ‘t koninklijke hof.

 

De laatste vraag is:

 

4. Hoe kom ik in de hemel?

 

Welke weg leidt naar de hemel? Dat is de grote vraag. Er worden verschillende antwoorden op deze vraag gegeven.

Sommigen zeggen: ‘Wanneer je netjes leeft en iedereen het zijne geeft, kom je vanzelf in de hemel. God zal zulke mensen echt niet de toegang tot de hemel weigeren.’

Anderen zeggen: ‘Daar is echt nog wat meer voor nodig. Je moet je ver van de wereld houden, je moet Gods geboden houden, een ernstig en ingetogen leven leiden, je moet berouw hebben over je zonden en je diep vernederen voor God. Pas als dat er allemaal is, kom je bij je sterven in de hemel.’

Zo zijn er allerlei gedachten hoe een mens in de hemel kan komen. Maar welke weg leidt nu echt naar de hemel?

 

De antwoorden die mensen op die vraag geven, vallen in het niet bij het antwoord van Jezus. Hij alleen kon zeggen: Hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der waarheid getuigenis geven zou (Joh.18:37).

Aan het einde van de bekende Bergrede spoort Jezus de mensen aan: Gaat in door de enge poort. Want wijd is poort en breed is de weg die tot het verderf leidt, en velen zijn er die door dezelve in gaan. Want de poort is eng en de weg is nauw die tot het leven leidt, en weinigen zijn er die dezelve vinden (Matth.7:13-14).

Jezus sprak over twee opties, twee wegen, twee poorten en twee eindbestemmingen. Er is een weg naar de hel en een weg naar de hemel. Hij maakte duidelijk dat de weg naar de hemel leidt door een enge poort en dat die weg smal is.

 

Voordat we struikelen over de begrippen ‘eng’ en ‘nauw’, moeten we ons er over verwonderen dát er een poort en een weg is naar het hemelse koninkrijk! Er is een poort waardoor gevallen mensen de hemel kunnen ingaan. Er is een weg waarlangs zondaren de hemel kunnen bereiken.

De engheid en nauwheid zit aan onze kant. Als de zondaar zich maar bekeert en in Christus gelooft, is er aan Gods kant een overvloedige ruimte. Het bewijs zien we op de Pinksterdag. Op één dag gingen er drieduizend mensen door de enge poort het koninkrijk van God binnen.

Toch spreekt Jezus met opzet over het ingaan in het Godsrijk als over het gaan door een enge poort en het betreden van een smalle weg. Jezus wil daarmee zeggen dat het geen gemakkelijke weg is. Het is een weg van strijd en verdrukking. Men komt niet in de hemel zonder strijd.

 

Velen zeggen dat de weg naar de hemel gemakkelijk is. De poort is wijd. Je hoeft slechts nu en dan een kerk te bezoeken, af en toe in de Bijbel te lezen en nu en dan eens te bidden. Je moet wat berouw hebben over je misstappen en geloven dat Jezus voor alle mensen is gestorven, en dan kom je in de hemel. De weg erheen is ook helemaal niet smal. Je kunt voluit van de wereld genieten, meedoen met haar feesten, zondags best het strand bezoeken en met je vrienden uitgaan. God wil immers dat je blij zult zijn en dat je geniet van het leven.

Maar dat is niet het christendom dat Jezus en de apostelen predikten. Het is niet de poort waardoor patriarchen en martelaars zijn gegaan en niet de weg die Gods kinderen al de eeuwen gegaan zijn. Het ware christendom is altijd de weg geweest van de enge poort en de smalle weg.

Jezus bedoelde dat het strijd kost om in de hemel te komen. Door een enge poort kun je niet alles meenemen wat je wenst mee te nemen. Ingaan door de enge poort vereist een breuk met de zonde en met de wereld. Het vereist het afleggen van alle hoogmoed en vertrouwen op het vlees.

Het is een lage doorgang die tot het koninkrijk van God toegang geeft. Alleen een arme zondaar kan daardoor ingaan. Alle eigengerechtigheid, vroomheid en verdienstelijkheid moet worden afgelegd, om daarna als een arme en verloren zondaar, door het geloof in Christus het koninkrijk in te gaan.

 

Zo werd de toegang tot het koninkrijk voor de boetvaardige moordenaar geopend, toen hij tot Jezus riep: Gedenk mijner, wanneer Gij in Uw koninkrijk zult gekomen zijn (Luk.23:42).

Voor een boeteling die zich met zijn nood en dood tot de gekruisigde Jezus wendt, opent de Heere Zijn koninkrijk. Dan ondervinden we dat de poort wijd genoeg is om ons binnen te laten. De boetvaardige zondaar vindt aan de poort een Zaligmaker, Die de naakten kleedt, de hongerigen voedt en de gebondenen vrijheid geeft.    

 

Wat volgt er op het ingaan door de enge poort? Dan volgt de smalle weg. Het is de weg van de evangelische heiligmaking. De weg van de levensheiliging, van het kruisigen van het zondige vlees. De Schrift zegt immers in de Hebreeënbrief dat zonder heiligmaking  niemand de Heere zal zien.

Jezus sprak erover dat de weg die tot het leven leidt, nauw is. Een smalle weg is ook zo anders dan een brede weg. Je kunt daar niet met een brede, comfortabele auto over rijden, maar slechts te voet reizen.

Door die weg te gaan worden we anders dan de menigte die God niet dient en slechts leeft voor het hier en het nu. Het is een weg tegen de stroom in. Het is de weg van Gods geboden, van het verloochenen van jezelf en het volgen van Jezus.

Hoeveel strijd er op die weg ook mag zijn, hoe de vijand ook woeden mag en de gelovige wankelen, het is een weg die tenslotte eindigen zal in de eeuwige heerlijkheid. 

 

Hopelijk ziet u de poort. Hopelijk ziet u ook de weg.  

Het is een enge poort.

Het doorgaan ervan vereist bukken en vernedering.

Het is een smalle weg.

Het vereist het verlaten van de brede en gemakkelijke weg waar de menigte op wandelt.

 

Op welke weg bent u? Door welke poort gaat u?

Het einddoel is verbonden met de poort die u nu doorgaat en de weg die u nu bewandelt.

 

We hopen allemaal bij ons sterven naar de hemel te gaan. Maar je mag je best eens afvragen: zou ik daar wel gelukkig zijn? Beseffen we wel wat de hemel is, wat ze daar doen? Zouden wij ons er wel thuisvoelen? Er is in de hemel alleen maar heiligheid, nabijheid van God, aanbidding van het Lam, gezelschap van de engelen en van de heiligen. Je moet je afvragen: zou ik daar wel gelukkig zijn?

Hoe kun je in de hemel met God leven, als je op aarde niet met God wil leven?

Hoe kun je in de hemel het Lam aanbidden, als Jezus hier geen gedaante noch heerlijkheid voor je heeft?

Hoe kun je gelukkig zijn in het midden van enkel heiligheid, als je op aarde de onreinheid en de zonden bemint?

 

Tenslotte: waar is onze hoop om de hemel binnen te gaan op gebaseerd? Wanneer er geen bekering is, geen verlaten van de brede weg, dan is er geen hemel. Wie nooit met berouw zijn boze wegen verlaat, die kan de hemel niet binnengaan.

Wanneer er geen geloof is in Christus, dan is er geen hemel.

Wie nooit arm, schuldig en boetvaardig bij het kruis van Golgotha neerknielde, die kan de hemel niet binnengaan.

Indien er geen levensheiliging is, indien er geen verlangen en begeerte is om in Gods wegen te wandelen, indien genade ons leven niet heiligt, de liefde tot de zonde in ons niet kruisigt, kunnen wij het hemelrijk niet binnengaan. De Schrift zegt: En in haar zal niet inkomen iets dat ontreinigt en gruwelijkheid doet en leugen spreekt (Openb.21:27). Jezus heeft het ons eerlijk verteld: Wijd is de poort en breed is de weg, die tot het verderf leidt (Matth.7:13).

Jezus liet het Zijn discipelen verkondigen: Die niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden (Mark.16:16). Er is immers naast de plaats van eeuwige gelukzaligheid nog een andere plaats, de hel. Wat maakt de hel tot hel? Daar is God afwezig met Zijn gunst en met Zijn oneindige goedheid. Daar brandt alleen Gods toorn tegen de zonde.

Het zal één van tweeën zijn!

Gemeente, bent u op weg naar de hemel, of bent u op weg naar de hel?

 

Kinderen, denk jullie wel eens aan de hemel, waar hopelijk jouw oma of opa is heen gegaan, waar Jezus is heen gegaan toen Hij de aarde verliet? Hoop je daar ook eens te komen? Ga dan de weg die er naartoe leidt! Het is de weg die Jezus wijst: Gaat in door de enge poort (Matth.7:13), en bewandel de smalle weg.

Jonge mensen, zie op het geluk van Gods kinderen. Vergelijk alles wat de duivel je aanbiedt en wat de wereld aan je voeten neerlegt eens met de hemelse heerlijkheid. Het is in woorden niet uit te drukken wat de hemel is. Wil je met Ezau die hemel versmaden voor een schotel linzenmoes?

 

De Schrift zegt van de hemel: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien die Hem liefhebben (1 Kor.2:9). Het is zoals David zegt: Verzadiging der vreugde is bij Uw aangezicht; lieflijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk.

Leg daar dan de wereld eens naast met al zijn bedriegerijen en zeepbellen die uiteenspatten zodra je ze aanraakt. Dat je ogen zouden opengaan, zoals de ogen van Mozes eens opengingen. Toen verkoos hij: Liever met het volk van God kwalijk behandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben; achtende de versmaadheid van Christus meerdere rijkdom te zijn dan de schatten van Egypte (Hebr.11:25-26).

 

We moeten in het algemeen zeggen dat het christendom van heden het uitzicht op de hemel verloren is. De christelijke kerk is op het hier en nu gericht. We zijn als kerk zo bezet met het organiseren van allerlei dingen, het bouwen van grote kerkgebouwen, het zuiver stellen van de leer, het letten op het uiterlijk, dat we het zicht op de hemel  verloren hebben.

En in ons persoonlijk leven zijn we zo druk met geld verdienen, naam maken, vakanties plannen en diploma’s halen, dat daar het zicht op de hemel ook ver is verdwenen.

Wat is de hemel ook bij Gods kinderen dikwijls ver uit het zicht! Wat we nodig hebben, persoonlijk en kerkelijk? Het is wat de bekende Thomas Boston zei: ‘Zo dikwijls als ik mij een warm nest wilde maken om er rustig in te gaan liggen, legde God er een handvol doornen in.’ God zij geprezen voor Zijn handvol doornen! Die handvol doornen doet ons zoeken naar de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Kunstenaar en Bouwmeester is.

 

De hemel? U zegt misschien: ‘Alles wat we daarover zeggen is gissen.’ Ik hoop dat u gehoord hebt dat het niet allemaal gissen is. Gods kinderen hebben kennis van de hemel. Zij weten wat de hemel is. Ze kennen voorsmaken van de hemel. De catechismus zegt: ‘Nademaal ik nu de beginselen van de eeuwige vreugde in mijn hart gevoel, ik hiernamaals eeuwige vreugde hebben zal.’

Kent u dat ook? Je zult er komen, als je er kunt zijn. Je komt er wanneer alles wat in de hemel is, namelijk: God en Christus, het gezelschap van Gods kinderen, een leven zonder zonde, het grootste verlangen van je hart is geworden.

 

Kinderen van God, laat deze verwachting de troost zijn op uw pelgrimsweg. Zoals de apostel Paulus dat schrijft: Want onze zeer lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat, werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid (2 Kor.4:17).

Zouden we dan de volgende woorden niet nazeggen:

 

O zaligheid, niet af te meten!

O vreugde, die alle smart verbant!

Daar is de vreemdelingschap vergeten

en wij, wij zijn in ‘t vaderland.

 

Amen.

 

 

Slotzang: Psalm 27:7

 

Zo ik niet had geloofd, dat in dit leven

Mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou,

Mijn God, waar was mijn hoop, mijn moed, gebleven?

Ik was vergaan in al mijn smart en rouw.

Wacht op de Heer’, godvruchte schaar, houd moed:

Hij is getrouw, de bron van alle goed;

Zo daalt Zijn kracht op u in zwakheid neer;

Wacht dan, ja wacht, verlaat u op de Heer’.