Ds. D.W. Tuinier - Deuteronomium 30 : 19 - 20

Mozes neemt afscheid van het volk

Zijn afscheid is ernstig
Zijn afscheid is vermanend
Zijn afscheid is liefdevol nodigend
Deze preek heeft ds. D.W. Tuinier gehouden ter gelegenheid van zijn afscheid van de Gereformeerde Gemeente te Aagtekerke op 20 november 2013.

Deuteronomium 30 : 19 - 20

Deuteronomium 30
19
Ik neem heden tegen ulieden tot getuigen den hemel en de aarde; het leven en den dood heb ik u voorgesteld, den zegen en den vloek! Kiest dan het leven, opdat gij levet, gij en uw zaad;
20
Liefhebbende den HEERE, uw God, Zijner stem gehoorzaam zijnde, en Hem aanhangende; want Hij is uw leven en de lengte uwer dagen; opdat gij blijft in het land, dat de HEERE uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft hun te zullen geven.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 78: 1
Lezen : Deuteronomium 30
Zingen : Psalm 103: 4, 5
Zingen : Psalm 105: 24

Geliefde gemeente, met de hulp van de Heere wil ik voor de laatste keer als uw herder en leraar Gods Woord in uw midden verkondigen, door uw aandacht te vragen voor een gedeelte dat u vindt in Deuteronomium 30, de verzen 19 en 20. Daar lezen we Gods Woord:

 

Ik neem heden tegen ulieden tot getuigen de hemel en de aarde; het leven en de dood heb ik u voorgesteld, de zegen en de vloek. Kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw zaad; liefhebbende de Heere uw God, Zijner stem gehoorzaam zijnde en Hem aanhangende, want Hij is uw Leven en de Lengte uwer dagen; opdat gij blijft in het land, dat de Heere uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft hun te zullen geven.

 

We schrijven onder de tekst en boven de preek: Mozes neemt afscheid van het volk.

 

Zijn afscheid is:

1. Ernstig (vers 19a)

2. Vermanend (vers 19b)

3. Liefdevol nodigend (vers 19c en 20)

 

1. Mozes’ afscheid is ernstig

 

Daar staat Mozes, de man Gods, de knecht des Heeren, de leider van het volk, de middelaar van het Oude Testament, 120 jaar oud, aan de oever van de Jordaan. Een veelbewogen leven ligt achter hem. Een leven waarin de eenzijdige trouw en eeuwige liefde van de Verbondsjehova schittert tegenover zijn zonde, schuld en ontrouw.

In gedachten verzonken dwalen zijn ogen over het Jordaanwater in de verte. Daar ligt Kanaän, het beloofde land, vloeiend van melk en honing. Hij zal daar nooit komen, en dat is zijn eigen schuld. Dat doet pijn in zijn ziel. Hij heeft gezondigd. Hij heeft op de rots geslagen terwijl God hem anders had bevolen. Hij is ongehoorzaam geweest. Zijn eigen zin en wil gingen voor Gods wil. Daarom mag hij het beloofde land niet in.

Het doet pijn. De zonden doen altijd pijn, als Gods liefde in je hart wordt uitgestort. Dan ga je de zonde zien als zonde. Dan wordt de schuld als schuld voor God beleefd. Dat geeft een droefheid naar God. Nee, Gods kinderen zondigen niet goedkoop. Elke zonde wordt geëigend, beleden en beweend voor Gods heilig aangezicht. Elke zonde verootmoedigt en vernedert.

Ondanks dat is Mozes toch gelukkig. Nog even en dan zal de Heere, zijn God, hem wegnemen. Dan mag hij ingaan in de vreugde zijns Heeren. Dan hoeft hij nooit meer te zondigen. Dan gaat zijn geloof over in aanschouwen. Dan mag hij voor eeuwig zijn Koning zien in Zijn schoonheid, Hem grootmaken en zingen van Zijn goedertierenheên.

 

Meer dan ooit voelt hij zich nu tot in het diepst van zijn ziel gedrongen om zijn volk, de kinderen van Israël, nog eens bij elkaar te roepen. De duizenden komen samen bij de Jordaan. Daar houdt hun leider hun met grote ernst en pastorale bewogenheid en liefde Gods heilzame geboden voor. Deuteronomium betekent: herhaling van de wet. Ook vertelt hij het opkomende geslacht, dat klaar staat om het beloofde land in te gaan, Gods grote wonderdaden en trouwe zorg in het verleden.

Dit alles sluit Mozes af met een ontroerende afscheidspreek. De kern van zijn preek lezen we in vers 16: Want ik gebied u heden de Heere uw God lief te hebben, in Zijn wegen te wandelen en te houden Zijn geboden en Zijn inzettingen en Zijn rechten, opdat gij leeft en vermenigvuldigt, en de Heere uw God u zegene in het land, waar gij naar toegaat om dat te erven.

Mozes preekt voor de laatste keer dood en leven, zonde en genade, vloek en zegen, wet en evangelie. Nog een keer benadrukt hij het eeuwig wel voor de rechtvaardigen, maar ook het ‘wee u, wee u, goddelozen, het zal u eeuwig kwalijk gaan in de dag van het gericht’ (vers 17 en 18).

 

Wat een ernstige woorden! Woorden van gewicht. Gods eer is op Mozes’ hart gebonden. De liefde van Christus dringt hem. De zielen, aan zijn zorgen toevertrouwd, wegen. Hij weet het, hij doorleeft het: hun bloed zal van zijn hand worden geëist. Wie zou niet vrezen en beven voor Gods heilig aangezicht?

Mozes is zo doordrongen van de ernst van de zaak dat hij zegt: Ik neem heden tegen ulieden tot getuigen de hemel en de aarde. Hij roept de heilige, almachtige, rechtvaardige, vlekkeloos reine Majesteit in de hemel tot Getuige. Ook de hemelse troongeesten worden aangeroepen om getuigen te zijn. Maar ook al de inwoners van de aarde worden als getuigen aangeroepen door Mozes. ‘Volk van Israël, niemand uitgezonderd, de hemel en de aarde zijn heden getuigen…’

 

Wat een hoogst ernstige woorden! Getuigen zijn betekent dat je er bij geweest bent. Getuigen zijn wil zeggen dat je gehoord hebt wat er is gezegd. Je hebt van dichtbij gezien wat er gebeurd is. Je bent er getuige van. Je bent er bij betrokken geweest. Je weet wat er is gedaan, níet gedaan, gesproken, verzwegen, gezondigd, misdreven…

Eigenlijk doet Mozes hier een eed. In zijn afscheidspreek roept hij hemel en aarde tot getuigen als het gaat om zijn persoonlijk leven, zijn ambtelijke leiding, zijn spreken, zijn zwijgen, zijn handel en wandel.

Geliefden, nogmaals: wie zou niet vrezen en beven? Moeten wij niet naast Simon Petrus neerzinken aan de voeten van de Meester en belijden: Ga uit van mij, want ik ben een zondig mens (Luk.5:8)? Is het niet gepast om met de dichter in te stemmen: Ga niet in het gericht met Uw knecht; want niemand die leeft zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn (Ps.143:2)? Dat geldt voor Mozes, voor het volk, maar dat geldt ook ons…

Daarom is het ook zo stil onder het volk. De mensen hangen aan Mozes’ lippen. Ze proeven de ernst van dit ogenblik. Ze ervaren het gewicht van dit moment. Gods eer is in het geding. Het gaat over eeuwigheidszaken. Het gaat over hun zielenheil.

Gemeente, voelt u dat ook? Het gaat over eeuwig wel en eeuwig wee. Een derde weg is er niet. Ik durf me niet met Mozes te vergelijken, maar ik maak zijn woorden tot de mijne: Ik neem heden tegen ulieden tot getuigen de hemel en de aarde…

 

2. Mozes’ afscheid is vermanend

 

De man Gods gaat verder: Het leven en de dood heb ik u voorgesteld, de zegen en de vloek. Het is net alsof hij zegt: ‘Ik heb al die jaren met twee woorden gesproken, de twee wegen heb ik u voorgehouden: leven en dood, zegen en vloek. God weet het, u weet het. Altijd heb ik u voorgehouden dat u dood bent in zonden en misdaden. Gedurig heb ik u aangezegd dat u verloren ligt in zonde en schuld. Ik verkondigde u de noodzaak en de mogelijkheid van zalig worden door het eenzijdige wonder van Gods genade in uw hart en leven. Ik onderwees u in de weg van heil en verlossing, bij God vandaan, in het offer van Zijn Zoon. Leven en dood, zegen en vloek heb ik u voorgesteld.’

 

Voorgesteld. Eigenlijk staat er: voorgespiegeld, voor de ogen geschilderd. Steeds weer liet ik u in de spiegel kijken. Wat heeft het uitgewerkt? Waar heeft het u gebracht? Bent u er achter gekomen, door het ontdekkende licht van de Heilige Geest, dat u vuil, geestelijk onrein bent?

Ik heb u de dood voorgesteld, die wij zelf in ons leven hebben gehaald, omdat we hebben gezondigd. De bezoldiging der zonde is immers de dood? Ik stelde u ook het leven voor, het eeuwige zalige leven, buiten de mens, in Hem Die dood geweest is en Die leeft tot in eeuwigheid.

Daarvan heeft de Heere Jezus gezegd, in een van Zijn preken: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De ure komt en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods, en die ze gehoord hebben, zullen leven (Joh.5:25).

Jezus Christus is de Weg tot God. Hij is de énige Weg tot God. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven. Hij bidt in Zijn hogepriesterlijk gebed: En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt (Joh.17:3).

 

Leven en dood, zegen en vloek. Door de zonde liggen we onder de toorn, onder de vloek van God. Maar Jezus Christus wilde een vloek worden opdat zij die de vloek hebben verdiend, met Zijn zegeningen zullen worden vervuld. Leven en dood, zegen en vloek…

‘Mensen’, zegt Mozes, ‘ik heb niet anders dan achter u aangedrongen, gelijk een herder betaamt. Ik ben als een wachter op Sions muren geweest. Ik heb u gewaarschuwd, ernstig vermaand, lieflijk genodigd, klaagliederen gezongen, op de fluit van het evangelie gespeeld. Als een gezant van Christus’ wege heb ik u de twee wegen voorgesteld: leven en dood, zegen en vloek.’

 

Geliefden, ik durf niet in de schaduw van Mozes te gaan staan. Toch zeg ik met hem: het leven en de dood heb ik u voorgesteld, de zegen en de vloek. God weet het. Al is er altijd veel, heel veel tekort en gebrek van mijn kant. De Heere doe genadig verzoening over persoonlijke zonde en schuld, maar ook over de ambtelijke zonden.

Toch heb ik geen andere begeerte gehad, zes en een half jaar, dan zielen te winnen voor Koning Jezus. Het is mijn liefste werk om bruidswerver zijn voor de Bruidegom. Niet anders begeerde ik dan Jezus Christus, de Gekruisigde, te prediken, als een volkomen, een algenoegzame en gewillige Zaligmaker, Die het verlorene opzoekt en zalig maakt. Wat is de vrucht, geliefden?

 

Ziet u Mozes daar staan bij de Jordaan? Nog een keer richt hij zich op. Zijn hart brandt van heilige ernst. Priesterlijk bewogen en met aandrang roept hij: Kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw zaad!

 

3. Mozes’ afscheid is liefdevol nodigend

 

Kies dan. Eigenlijk staat er: kies toch! Voelt u de aandrang in deze woorden? Beseft u uw verantwoordelijkheid? Ervaart u de klem in de afscheidspreek van Mozes? ‘Kies dan, mensen, ik heb maar één verlangen en dat is dat u kiest voor het leven, een leven met de Heere. Ik heb maar één begeerte en dat is dat u Hem gehoorzaam bent, Zijn geboden en rechten bewaart en doet. Opdat u leeft, eeuwig leeft!’

God wil niet dat u verloren gaat, maar dat u zich bekeert en leeft. Hij wil dat u behouden wordt. Kies dan het leven, opdat gij leeft. Hier hebt de welmenende, liefdevolle nodiging, die de man Gods als tolk van de hemel het volk meegeeft, als afscheidsgroet.

 

Opdat gij leeft… Gij! Persoonlijker kan het niet. Gij en uw zaad. Ja, Mozes heeft ook oog voor het nageslacht. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. In hen ligt de toekomst van de kerk. Ouders, grootouders, besef uw verantwoordelijkheid! Weet waar u mee bezig bent. Goed voorbeeld doet goed volgen. Woorden wekken, maar goede voorbeelden trekken. Andersom ook. Maar Mozes zegt het hier in positieve zin: Kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw zaad. Als u voor het leven kiest, kiest u ook voor uw nageslacht.

 

Kies dan het leven. Het leven! We komen dat drie keer tegen in ons teksthoofdstuk. In vers 6, vers 16 en in de woorden van onze tekst. Leest u het maar na. Dit leven heeft alles te maken met de inhoud van vers 20. U kunt de verzen 19 en 20 niet los zien van elkaar. In vers 20 gaat het over het ware leven. Het is een leven door God, met God en tot eer van God. Ja, Hij wordt daar het Leven en de Lengte uwer dagen genoemd.

Het leven… Het tegenovergestelde is de dood, de drievoudige dood, die we allen, door onze zonde, zijn onderworpen. Daar weet Mozes van. Hij doorleeft het. Hij beseft het maar al te goed. Dat heeft Gods Geest hem geleerd: een leven zonder God is de dood, een gestadige dood. Daarom dringt hij aan: Kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw zaad.

Anders gezegd: jullie moeten bekeerd worden, door het krachtdadige werk van de Heilige Geest. In vers 6 zegt hij dat hun hart besneden moet worden en in vers 10 benadrukt hij de waarachtige bekering tot de Heere, hun God, met hun ganse hart en met hun ganse ziel.

 

In de woorden van onze tekst zegt hij met enkele kernwoorden wat deze hartelijke, door Gods Geest gewerkte en versterkte keuze inhoudt. We lezen: Liefhebbende de Heere uw God, Zijner stem gehoorzaam zijnde en Hem aanhangende…

Drie zaken dus, die nodig zijn: de Heere liefhebben, Hem gehoorzamen en Hem aanhangen. Ze zijn volop Bijbels. Je komt ze tegen in de belijdenisgeschriften van onze vaderen, in onze liturgische geschriften en het is naar de bevinding van Gods kinderen. Hier hebt u de praktijk der godzaligheid, het leven met de Heere van elke dag: Hem liefhebben, Hem gehoorzamen en Hem aanhangen. Dat is het rijkste leven dat er is. Dat is de enige troost, beide in het leven en in het sterven.

Deze woorden staan in de oorspronkelijke taal in een werkwoordsvorm die ziet op een gedurige activiteit. Dit houdt nooit meer op. Hier doe je een leven lang over. Je raakt er nooit in uitgeleerd. Dat is Gods werk in het hart. En hoe verder Hij je leidt, leert en bekeert, des te meer kom je er achter dat je midden in de dood ligt. Met Paulus ervaar je dat je vleselijk bent, verkocht onder de zonde.

Maar in die weg van ontdekking, waarin je het leven in eigen hand niet meer houden kunt, ga je je leven en zaligheid buiten jezelf zoeken, in Hem Die Zijn Vader in alles volkomen heeft liefgehad, Zijn stem gehoorzaam is geweest en altijd Zijn eer heeft bedoeld: de Heere Jezus Christus, van Wie de apostel Paulus schrijft in zijn brief aan Timotheüs: Die de dood heeft tenietgedaan, en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht door het evangelie (2 Tim. 1:10).

 

Geliefde gemeente, opnieuw wordt u voor de keus gesteld. Kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw zaad. Hem liefhebbende, Zijn stem gehoorzamende en Hem aanhangende.

Wat een heerlijke belofte geeft Mozes er bij: Opdat gij blijft in het land dat de Heere uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft hun te zullen geven. Terwijl zij en wij in het paradijs een dodelijke keus hebben gedaan, heel bewust. Maar God was de mens en de duivel een eeuwigheid voor.

God de Vader heeft in de stilte van de eeuwigheid, in Zichzelf bewogen, gekozen vóór het leven en tégen de dood. Hij heeft uit het verloren Adamsgeslacht zondaren uitgekozen tot de zaligheid. Hij heeft de weg tot het eeuwige leven uitgedacht, gebaand en geopend, door Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus, te verordineren, dat is: uit te kiezen en bekwaam te maken, om Borg voor Zijn Kerk te kunnen zijn.

God de Zoon heeft Zichzelf gegeven om in de volheid van de tijd de weg te gaan van lijden en sterven, van kribbe tot kruis. Zijn keus is een borgtochtelijke keus. Hij ging de dood in voor doodschuldigen. Hij werd een vloek. Zie Hem daar hangen aan het kruis op Golgotha! Hemel en aarde zijn getuigen. De hemel die Hem niet ontvangen kón en de aarde die Hem niet ontvangen wílde.

Zie Hem daar hangen, bloedend en lijdend in Zijn wonden! Onze vaderen zeggen zo treffend in het formulier om het Heilig Avondmaal te houden: ‘Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.’ Dat doet Hij om het leven, het eeuwige zalige leven voor zondaren aan te brengen.

Jesaja profeteert: Doch het behaagde de Heere Hem te verbrijzelen; Hij heeft Hem krank gemaakt; als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan (Jes.53:10).

Hij de dood, Zijn volk het leven. Hoor eens, op Goede Vrijdag… Onder het kruis belijdt de hoofdman over honderd, God verheerlijkende: Waarlijk, deze Mens was rechtvaardig (Luk.23:47). Hij mag de hartelijke keus doen voor het leven, voor Hem, Die zijn Leven is en de Lengte van zijn dagen.

Ruth mocht die keus doen en Mozes zelf ook, dagelijks: Verkiezende liever met het volk Gods kwalijk behandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben; achtende de versmaadheid van Christus meerdere rijkdom te zijn dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons (Hebr.11:25-26).

 

Wat is uw keus? Wat is jouw keus, jongelui? Mag u voor het eerst of opnieuw een genadige keus doen?

 

Gemeente, ik neem in alle bescheidenheid de afscheidswoorden van Mozes in mijn mond:

 

Ik neem heden tegen ulieden tot getuigen de hemel en de aarde; het leven en de dood heb ik u voorgesteld, de zegen en de vloek. Kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw zaad; liefhebbende de Heere uw God, Zijner stem gehoorzaam zijnde en Hem aanhangende, want Hij is uw Leven en de Lengte uwer dagen; opdat gij blijft in het land, dat de Heere uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft hun te zullen geven.

 

Mozes, wat ben je rijk en gelukkig! Al mag hij dan het aardse Kanaän niet in, het duurt niet lang meer of hij mag het hemelse Kanaän binnengaan. Want God neemt Zijn kind en knecht weg, om eeuwig Hem te loven. ‘Mijn God, U zal ik eeuwig loven, omdat Gij het hebt gedaan!’

 

Amen.

 

 

Toespraak:

 

Gemeente, nog een enkel persoonlijk woord tot u gericht. Geliefde gemeente, broeders van de kerkenraad, allen met wie ik in de achterliggende jaren heb mogen samenwerken, de kosters, organisten, alle commissies, onze basisschool, allen met wie ik heb mogen dienen… Al het goede was van de Heere. Al het verkeerde en zondige was van ons. De Heere doe genadig verzoening in het alles reinigende bloed des Lams.

 

Dank voor alles wat u voor ons gezin hebt mogen betekenen. Veel liefde hebben we van u ontvangen, gemeente. De eeuwigheid zal openbaren wat de vrucht van ons werk in uw midden geweest is. Ik mag geloven dat we niet voor niets in Aagtekerke zijn geweest. Het is van de Heere, de grote Herder der schapen, Die Zijn gemeente nooit begeven en verlaten zal, hoewel daar van onze kant redenen te over voor zijn. Als u Hem nog niet vreest, zoek Hem dan terwijl Hij te vinden is en roep Hem aan terwijl Hij nabij is. U die Hem kinderlijk vreest, zoek Hem meer en meer te kennen, zodat u uit Zijn volheid mag ontvangen, genade voor genade.

 

Gemeente, weet u nog van de preek over het meel in de kruik en de olie in de fles? Het meel in de kruik werd niet verteerd en de olie in de fles ontbrak niet (1 Kon.17:16). Houdt u het vast? God zorgt!

 

Gemeente, allen die gekomen zijn vanuit de classis, de broeders uit Waarde, u die meeluistert vanuit Eben-Haëzer, Simnia, de Waterwel en thuis, de God nu des vredes Zelf geve u vrede te allen tijd, in allerlei wijze. Amen.

 

Broeders predikanten, dank voor jullie komst en betrokkenheid en broederlijke samenwerking en raad waarmee jullie mij/ons hebben terzijde gestaan, in het bijzonder ook in de periode die achter ligt. Vriendelijk bedankt daarvoor. De grote Ambtsdrager in de hemel zegene jullie persoonlijk en ambtelijk.

 

Edelachtbare heer burgemeester Van der Zwaag en wethouder Melse, uw aanwezigheid als vertegenwoordigers van onze gemeenteraad en het college van B en W, stellen we zeer op prijs. Dank voor de contacten die er mochten zijn. Ik wens u voor de toekomst de onmisbare zegen van de Heere toe op al uw werk. U bent dienaresse van de allerhoogste God, de grootste Gezagdrager. Zijn Woord en Zijn wet dienen het uitgangspunt te zijn in uw beleid. Naar mijn diepste overtuiging is dat de enige basis voor het werkelijke welzijn van Veere.

 

De vertegenwoordigers van de plaatselijke kerken, fijn dat u aanwezig bent. De Heere zegene u persoonlijk en stelle uw werk in het midden van de gemeenten tot eeuwige zegen.

 

Tenslotte richt ik me tot mijn gezin. Ik denk aan mijn oude, 92-jarige schoonvader, die vanuit Salem in Ridderkerk biddend en in gedachten meeleeft. De Heere zij u goed en nabij.

Lieve vrouw, kinderen en Liv, samen zijn we getuige geweest van het lieflijke onderwijs dat de Heere heeft gegeven, waardoor Hij ons riep om uit Aagtekerke te vertrekken naar Waarde. De jaren in Aagtekerke zullen we nooit vergeten. De gemeente is goed, heel goed voor ons geweest. Dat is de trouw van de Heere.

Lieve Marije en Robert, met jullie Liv, Waarde is gelukkig niet zo heel ver… Trouwens, er is een kamer voor jullie drieën ingericht.

Al valt het afscheid ons moeilijk, de Heere geve jullie, vrouw en kinderen, bij alle veranderingen op Hem te zien, waarvan de dichter zingt: Gij evenwel, Gij blijft dezelfde, o Heere!

 

Slotzang: Psalm 105:24

 

Die gunst heeft God Zijn volk bewezen,
Opdat het altoos Hem zou vrezen,
Zijn wet betrachten, en voortaan
Volstandig op Zijn wegen gaan.
Men roem’ dan d’ Oppermajesteit
Om zoveel gunst, in eeuwigheid.