Ds. D.W. Tuinier - 1 Petrus 4 : 7

Een apostolische vermaning om te waken

Waarom moeten we waken?
Hoe moeten we waken?

1 Petrus 4 : 7

1 Petrus 4
7
En het einde aller dingen is nabij; zijt dan nuchteren, en waakt in de gebeden.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 98: 4
Lezen : 1 Petrus 4: 1-11
Zingen : Psalm 65: 1, 3
Zingen : Psalm 89: 19
Zingen : Psalm 103: 8, 9

Gemeente, voor de laatste keer in dit jaar komt God met Zijn Woord tot ons. Onze tekst kunt u vinden in 1 Petrus 4 vers 7:

 

En het einde van alle dingen is nabij; zijt dan nuchter en waakt in de gebeden.

 

Wij schrijven onder de tekst: Een apostolische vermaning om te waken.

 

We gaan op twee vragen antwoord geven:

1. Waarom moeten we waken?

2. Hoe moeten we waken?

 

Ziet u de antwoorden op deze vraag terugkomen in de tekst? Waken, waarom? Omdat het einde van alle dingen nabij is. Hoe moeten we waken? Nuchter zijn en waken in de gebeden.

 

1. Waarom moeten we waken?

 

Nog een paar uur en dit jaar is geschiedenis. We staan op de drempel van een nieuw jaar. Op deze avond wordt de waarheid van Gods Woord opnieuw bevestigd: Wij vliegen daarheen (Ps.90:10). Dat bent u toch wel met mij eens? Wat gaat de tijd snel. Het lijkt nog maar zo kort geleden dat wij in een oudejaarsdienst bij elkaar geweest zijn. En nu is het wéér oudejaarsavond.

Maar de vraag is: wáár vliegt u heen? Wat is ons reisdoel? Waarheen gaat uw reis? Hoe zal ons levenseinde zijn?

 

Die vraag, de belangrijkste levensvraag, moeten we elkaar stellen. Er zijn maar twee wegen: de brede en de smalle weg. Er zijn maar twee soorten mensen  in de kerk. Er is   één eindbestemming. Het is of-of. Eeuwig wel of eeuwig wee. Beseft u dat? Het is nodig dat we daar levende, door Gods Geest gewerkte indrukken van hebben.

Als het gaat om het afgelopen jaar, dan kunnen we toch niet zeggen dat we niet gewaarschuwd zijn. Wat heeft de Heere u vaak geroepen! Wat heeft Hij aan uw levensboom geschud! Wat heeft God ons ernstig vermaand! Wat heeft Hij liefelijk genodigd en gelokt! En dat doet Hij vandaag, op deze oudejaarsdag, nog.

 

Petrus roept als tolk van de hemel, als ambassadeur van het hemelse hof, ons op om te waken. U moet wakker zijn. Eigenlijk staat er: we moeten verwachten. U proeft in de woorden van de apostel bewogenheid. Hij is een echte herder; hij lijkt op Zijn Meester. Petrus vertoont hierin het beeld van zijn Koning. Gods eer is op zijn hart gebonden. De zielen wegen.

 

Hij is vol van de liefde van de Heere Jezus Christus. Petrus dringt achter de kudde aan. Hij roept hen op om te waken. Waarom? Omdat het einde van alle dingen nabij is!

U zegt: ‘Wat betekent dat: het einde van alle dingen is nabij?’ Het betekent voor ons persoonlijk in de eerste plaats dat ons levenseinde dichtbij kan zijn. Dat kan! Wij weten immers niet of we met elkaar het nieuwe jaar mogen meemaken. Wij weten niet of we elkaar in de nieuwjaarsdienst nog ontmoeten zullen. Beseften we dat maar eens meer. Er is maar één schrede tussen ons en de dood.  

Dat is voor verschillenden onder ons binnen de familie- of vriendenkring waar geworden.  Het werd onverwacht en ongedacht eeuwigheid. Het is waar geworden: het leven is een damp, de dood wenkt ieder uur.

Toch bedoelt de apostel in onze tekst: deze wéreld gaat voorbij. Het duurt niet lang meer, of het einde van de wereld is er. De Heere Jezus zal spoedig terugkomen op de wolken van de hemel. Het einde van alle dingen is nabij.

 

De brief van de apostel Petrus - u leest dat in de eerste verzen van het eerste     hoofdstuk - is gericht aan Gods kinderen. Aan hen die door de opstanding van Jezus Christus uit de doden, wedergeboren zijn tot een levende hoop. De brief is gericht aan Gods kerk in de verstrooiing, her en der verspreid. Ze is wedergeboren, door het wonder van Gods genade. Dat schrijft Gods knecht er met een bedoeling bij. Waarom?  

Omdat in en door het werk van de Heere Jezus Christus, de grote Vervuller van alle dingen, het einde van alle dingen nabij is. De Heere Jezus is de Vervuller van alles. Hij heeft voor vervulling gezorgd, omdat Hij op Golgotha heeft uitgeroepen: Het is volbracht! (Joh.19:30)

Hij is evenwel niet in de dood gebleven; Hij is opgestaan. Door Zijn borgwerk gaat alles naar het einde, naar een einddoel. Eigenlijk staat er: het einddoel van alle dingen is nabij.

 

Het woordje ‘einde’ wijst op het doel. Wat is dan het doel? Wel, de eer en de glorie van de drie-enige God. Het doel is de komst van Zijn heerlijk koninkrijk; de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarop gerechtigheid wonen zal.

Dat wil de apostel Petrus Gods kerk in de verstrooiing onder de aandacht brengen. Petrus zegt: ‘Broeders en zusters in Jezus Christus, zoals het nu is, kan het niet blijven.’ Want: Het einde van alle dingen is nabij. Alles hier op aarde is maar voor een bepaalde tijd. Alles is vergankelijk. Het is betrekkelijk. Het doel is niet dat u altijd op deze aarde zult blijven. Het grote doel is dat straks de grote dag van de verlossing aanbreekt. Dan begint de bruiloft. Dan mag u zitten aan de ronde tafel van de bruiloft van het Lam. Dan zal in vervulling gaan: En zij begonnen vrolijk te zijn (Luk.15:24).

 

U die wederom geboren bent tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus: hier beneden is het niet! Daarom moet u waken! U moet wakker worden. U moet ontwaken uit uw slaap, waarin u weggezonken bent. Het einde van alle dingen is nabij!

 

Onze vaderen belijden en bidden zo treffend en pastoraal in het formulier om het Heilig Avondmaal te houden: ‘Verleen ons Uw genade, dat wij getroost ons kruis op ons nemen, onszelf verloochenen, onze Heiland belijden, en in alle droefenis met opgeheven hoofd onze Heere Jezus Christus uit de hemel verwachten. Waar Hij onze sterfelijke lichamen aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijk maken en ons tot Zich nemen zal in eeuwigheid.’

Dat bedoelt de apostel Petrus nu hier. U moet wakker zijn, u moet waken en verwachten. Calvijn schrijft: ‘Christus zal haast komen, Hij Die aan alle dingen een eind zal maken.’

 

Christus’ eerste komst wordt gevolgd door Zijn tweede komst. Hij zal komen op de wolken van de hemel. Wanneer zal dat zijn? Dat is onbekend. Dat weet ook de apostel Petrus niet. Wij weten het uur van de wederkomst niet. Wel weten we dat Hij onverwachts komt. Hij zal komen als een dief in de nacht. Daarom zegt Petrus des te nadrukkelijker: ‘We moeten wakker zijn.’ De bestemming van alle dingen is vlakbij. De wereldgeschiedenis is bijna voltooid. 

 

Gemeente, wat een ernstige en indringende waarschuwing, die de apostel aan uw hart legt. Er staat niet dat het einde van alle dingen nabij kómt of kómende is. Nee, het einde ís nabij! De vraag dringt zich op of wij bereid zijn om te sterven. Kunnen wij de Heere ontmoeten? Kunt u voor God verschijnen?

Het einde van ons leven kan zo dichtbij zijn. En als het sterven wordt, als het eeuwigheid wordt, zult u dan de Heere kunnen ontmoeten? Ons tijdelijk leven is dan voorbij, de toegang tot de genademiddelen en de dienst van de verzoening zijn voorbij. Uw gezinsleven is voorbij. Het kerkelijk leven is er niet meer. U hoeft uw goddelijk beroep dan niet meer uit te oefenen. Aan het maatschappelijk leven komt een einde. Het politieke leven is dan voorbij. Het einde van alle dingen…

 

Gemeente, wees eens eerlijk: Wie houdt er vanavond in de kerk rekening mee, dat het einde er plotseling kan zijn? Wij zijn eigenlijk mensen die het wel vaak aanhoren, maar toch doorleven… Alsof we van gedachten zijn hier altijd te kunnen blijven, en er geen eeuwigheid aanstaande is. We doen net alsof het Woord van de Heere, door de mond van Petrus, niet waar is. Ten diepste geloven we het niet.

Zo was het ook in de dagen van Noach. Aangrijpend! Noach preekte niet alleen,  maar ging ook door met het bouwen van de ark. Noach waarschuwde: ‘Mensen, u moet in de ark zijn! Vliedt de toekomende toorn. Mensen, u moet geborgen zijn in de ark van behoudenis! Bekeert u tot God. Er is een weg van heil en van zaligheid!’ De mensen hebben Noach destijds maar laten preken. Ze lachten hem uit. Ze hebben hem bespot...

Maar doen wij anders? Wij zijn ook zo onboetvaardig en zeggen: ‘Laat ons eten, drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven wij.’ Voor het woord ‘vrolijk’ kunnen we ook ‘godsdienstig’ invullen. We willen wel godsdienstig of vroom zijn, maar ons bekeren tot God doen we niet. Ten diepste zitten wij vol ongeloof. 

 

De zondvloed is gekómen! De eerste, onboetvaardige wereld is omgekomen. Daarom zegt Petrus in alle ernst: ‘Word nu wakker!’ Christus, de Beloofde van God de Vader is gekomen. Hij heeft Zijn werk volbracht. De Heilige Geest is op Pinksteren uitgestort. En daarom leven wij in de laatste dagen.

Als u goed uw oren en ogen open zet, dan ziet u dat in de tekenen van de tijd. We leven in het laatste van de dagen. Jezus’ voetstappen worden gehoord. Het einde van alle dingen is nabij. Dan zullen de hemelen en de aarde met een gedruis voorbijgaan. De zon, de maan, de sterren, de wolkenhemelen zullen voorbijgaan. Dan zullen de elementen hier op aarde brandend vergaan. Die dag zal vreselijk zijn, als we onbekeerd en onverzoend, zonder hoop, zonder de Heere Jezus, voor God moeten verschijnen.

 

Vreselijk zal het zijn om te vallen in de handen van de levende God. Kon ik dat maar op uw hart binden. Alle knie zal zich buigen voor Koning Jezus. Het is zo nodig dat u dat vandaag doet. Vandáág moet u zich bekeren. Heden moet u zich voor God verootmoedigen.

Voelt u de aandrang in deze tekst? Beseft u het gewicht van dit woord? Voelt u de klem?  Wij hebben hier geen blijvende stad. Het is ons mensen gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel. Bedenk toch wat tot uw vrede dient. Nog gaat de nodiging uit! Zoekt de Heere, terwijl Hij te vinden is. Terwijl het genadetijd is. Roept Hem aan, terwijl Hij nabij is (Jes.55:6).

 

Het einde van alle dingen is nabij. Maar Christus is ook vandaag nabij. Hij wil u vandaag ontvangen! Hij wacht om genadig te zijn. Wie komt er tot Hem? Wie buigt er voor Hem? Wie bekeert zich vanavond tot Hem?

God buigt en daalt zo laag af tot u. Hij spreekt door middel van Zijn Woord tot u. Hij nodigt u vol liefde, vol ontferming en genade. De Heere klopt in alle ernst op de deur van uw hart. Hij betuigt en zweert: ‘Ik heb in uw ondergang, in jouw dood geen lust. Maar daarin heb Ik lust, dat je je bekeert en leeft!’ De nodiging van het evangelie gaat nog uit.

 

Het eerste gedeelte van onze tekst is een indringend en ernstig woord. Voor u die de Heere vreest klinken de woorden van onze tekst als een overwinningsjubel. Laat het u bemoedigen. Kinderen des Heeren, ondanks de strijd en de aanvechtingen, houd moed! Ondanks de vele stormen die over uw leven gaan - uw geloof is nog zo wankel, u bent nog zo onzeker - houd moed! Want: Het einde van alle dingen is nabij.

De dagen van uw verdrukking zijn geteld. De dagen van uw vreemdelingschap zijn bij God geteld. Het is maar een verdrukking van tien dagen. Dan komt u thuis! Dan komt u thuis bij God, door Jezus Christus, uw Zaligmaker. Voor Hém was er geen thuis. Voor Hem was er geen plaats. Voor Hem was er geen thuiskomst.

 

Nog even, en dan hoort u de bazuinen. Dan is de Meester daar, de grote Bruidegom. Hij neemt u tot Zich. U zult het horen: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders, beërft dat koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld (Matth.25:34). Dan zult u ingaan en aanzitten aan de ronde tafel van het Lam, in de stad waar niemand zal zeggen: ‘Ik ben ziek.’

Er is in deze gouden stad geen rouw en geen verdriet meer. De eerste dingen zijn voorbijgegaan. Zie, dan is alles nieuw geworden. Eeuwige blijdschap zal op uw voorhoofd zijn en u omringen. En God zal alle tranen van uw ogen afwissen (Openb.21:4). Hoe bemoedigend is dit voor de strijdende kerk; voor de verstrooiden en de verdrukten, die door de opstandingskracht van Christus wederom geboren zijn tot een levende hoop.

Johannes schrijft in zijn Openbaring dat ze uit de grote verdrukking komen. Maar zij zullen hun klederen wassen in het bloed van het Lam.

Het einde van alle dingen is nabij. Nog even, dan zijn de pelgrims thuis. Zij zullen thuiskomen, na een lange, vermoeiende reis. De lauwerkrans hangt voor u klaar! Het is nog even, pelgrims. Daarom moet u wakker zijn. U moet Christus verwachten. De Bruidegom komt! U mag niet in slaap vallen met de vijf dwaze maagden. U moet wakker zijn. U moet uitzien... U bent toch een adventsvolk? U bent toch een Maranatha-gemeente?

 

Wat is het ernstig met ons gesteld als wij de Heere niet kennen en liefhebben. Want: Het einde aller dingen is nabij. Zoek Hem dan! Bekeert u!

Wat een bemoediging en troostwoord voor allen die de Heere eerbiedig, eenvoudig en ootmoedig vrezen. Welgelukzalig is het volk wiens God de Heere is (Ps.144:15).

Het einde aller dingen is nabij. Dan komt alles tot zijn doel. Welk doel, volk van God? De eer en de verheerlijking van God de Vader, van God de Zoon en van God de Heilige Geest. Drie-enig God, U zij al de eer!

 

Wij zingen eerst Psalm 89 vers 19:

 

Gedenk, o Heer’, hoe zwak ik ben, hoe kort van duur.

Het leven is een damp, de dood wenkt ieder uur;

Zou ‘t mensdom dan vergeefs op aarde zijn geschapen?

Wie leeft er, die de slaap des doods niet eens zal slapen?

Wie redt zijn ziel van ‘t graf? Ai, help ons, als tevoren,

Gelijk Gij bij Uw trouw aan David hebt gezworen.

 

De tweede vraag is:

 

2. Hoe moeten we waken?

 

Nuchter en biddend, volgens de apostel. Waken met gevouwen handen en gebogen knieën.

Waar denkt u aan bij het woord ‘nuchter’? Wat is dat? Als je nuchter bent zie je de werkelijkheid onder ogen. Je houdt rekening met dat wat realistisch is.

Het heeft in onze tijd alles te maken met drankmisbruik. Petrus schrijft er over in ons teksthoofdstuk. Eerlijk houdt hij Gods kinderen voor: ‘Weten jullie wel hoe jullie hebben geleefd?’ (vers 3) De mensen aan wie Petrus schrijft, weten heel goed wat het is om niet nuchter te zijn.

Als je niet nuchter bent, dan ben je dronken. Dan verkeer je in een roes, in een schijnwereld. Dan is het net alsof je droomt. Dan zie je de dingen niet in de juiste proporties. En je laat je niet zomaar waarschuwen. Je laat je zomaar niet de les lezen. Het ergste is als je er op de oudejaarsavond mee gaat spotten. Waarom? Omdat de wérkelijkheid niet tot je doordringt. Begrijpt u het? Wees gewaarschuwd! Wees nuchter! Blijf bij de les!

 

Gods Woord komt ook tot ons. Zijn wij geen toonbeelden van Gods lankmoedigheid en verdraagzaamheid? Heeft Hij ons niet een jaar gespaard en gedragen? Maak de balans eens op. Is er niet alle reden om u te verootmoedigen? Wordt het geen tijd om uw schuld voor God te belijden en vergeving te zoeken in het bloed van Christus? 

Gemeente, blijf nuchter. Dat betekent: houdt u aan het Woord van de Heere. Blijft dicht bij de Schrift, dicht bij het Woord. Laat u zich niet beïnvloeden door allerlei theologische opvattingen, meningen, leringen en suggesties, modern of minder modern, die niet naar de Schrift zijn. Blijf dicht bij het Woord van God. Buig voor het goddelijke gezag daarvan. Laat Gods Woord  een lamp zijn voor uw voet en een licht op uw pad. Laat de Heere uw Leidsman en uw Gids zijn.

Wees nuchter. Sla niet door naar de ene kant. Sla niet door naar de andere kant. Blijf op beide benen staan. Vraag aan de Heere of Hij u wil leren Bijbels evenwichtig te denken. Smeek Hem vooral of Hij u bekeren wil, zodat Hij aan Zijn eer komt en u aan de zaligheid.

 

Nuchter zijn… Het heeft alles te maken met uw levenswandel. Petrus schrijft tot Gods kinderen, die midden in het leven staan. Dat wordt gekenmerkt door een leven van heiligmaking; dat is de praktijk van de godzaligheid.

Het gaat om het leven met de Heere. De bediening uit Jezus Christus, een leven uit de Bron. Het dienen van de Heere moet te zien zijn. Iedere dag, volgens Petrus. Wees nuchter. Met andere woorden: hoe staat het met uw levenshouding, met uw levenswandel, met uw levensinstelling?

 

Indien u een wakend leven hebt en een verborgen omgang met de Heere beoefent, dan is dat aan u te zien. Uw omgeving merkt dat op. Uw godzalige levenswandel zal anderen jaloers maken op de liefdedienst van uw Koning. Dat is toch ook uw begeerte? Dat is toch het verlangen van uw hart?

Een nuchter leven, dichtbij en vanuit het Woord, is een vruchtbaar leven, voor uzelf en voor uw naaste. U leeft dan sober en matig. U leeft het vreemdelingschap op aarde in. Uw levensreis heeft een doel, een einddoel. Een wereldse levensstijl en een materialistische inslag staan in schril contrast tot het leven van een ware christen. Als u bij het adventsvolk hoort, als u uitziet en waakt, de tweede komst van Christus verwacht, dan kan dat niet samengaan met een leven in luxe en weelde.

 

Daarom, wij moesten meer een Maranatha-gemeentelid zijn. Wij zijn hier niet thuis. Wij zijn hier gasten en vreemdelingen. Wij hebben geen blijvende stad. De rust is elders. Wanneer we dat meer zouden beseffen, zou onze levenshouding en onze levenswandel dan niet anders zijn? Meer op God gericht?

Gemeente, zou dat niet een van de grote gevaren zijn die onze gezindte bedreigen? Gods kinderen hebben het in deze wereld veel te goed. Gods kinderen voelen zich in deze wereld vaak als een vis in het water en genieten van de vreugde en de weelde van een  voorbijgaande wereld, een Gode vijandige wereld. Daar legt de apostel Petrus zijn vinger bij.

 

Nuchter zijn is dicht bij het Woord leven en een sobere levenswandel hebben. U moet Christus verwachten! Als het goed is ziet u naar Zijn komst uit. Als dat niet zo is, dan klopt er iets niet.

Jezus zei: Zoekt eerst het koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden (Matth.6:33). Wees nuchter! Kom tot de werkelijkheid…

 

Allereerst is deze tekst bedoeld voor Gods kinderen. Word wakker! Want u bent met de vijf dwaze maagden weggezonken. Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden; en Christus zal over u lichten (Ef.5:14).

Maar de tekst is ook een Woord voor u, voor jou, als je de Heere niet kent. Als je eerlijk de balans opmaakt en zegt de Heere nog niet lief te hebben, dan betekent deze tekst: kom tot bezinning!

We slapen allemaal een roes. Want in Genesis 3 staat dat wij weggezonken zijn in de geestelijke doodsslaap. Als de Heere het niet verhoedt, dan zullen wij wakker worden in de eeuwige nacht. Daarom komt nu de roepstem: kom tot bezinning! Kom tot bekering! Uw ogen moeten worden geopend.

 

Wie kwam er ook tot bezinning, jongelui? Wie zit daar zijn roes uit te slapen? Precies: de verloren zoon, in het vergelegen land. En dat ben jij!

Daar zit hij. Dat is nu de zonde. Dat deel geeft de duivel je. De duivel belooft van alles, maar als het erop aankomt laat hij je in de kou staan. Uiteindelijk komt de verloren zoon bij de varkens terecht.

Maar… dan gebeurt het. Hij wordt nuchter. En tot zichzelf gekomen zijnde… (Luk.15:17).  Hij leert zichzelf als een verloren zoon kennen. Dat is een zalige en heilige nuchterheid. Je ziet hem teruggaan naar zijn vader. Hij gaat zijn schuld eigenen, eerlijk schuld belijden.

Dat moet jij ook doen. Je mag komen zoals je bent. De vader in de gelijkenis staat op zijn zoon te wachten. God de Vader staat vanavond te wachten om jou genadig te zijn! Wat is het voor de zoon meegevallen. God maakt het waar: wie zijn zonden belijdt en laat, die zal barmhartigheid geschieden.

 

Nuchter zijn is tot bekering komen. Voor het eerst en opnieuw. Weet u wat ook een vrucht is van het nuchter zijn? Uw handen vouwen en knieën buigen. Waakt in de gebeden. Waken hoort bij het ware geloof. Het ware uitzien. Er is een liefdesbetrekking tussen God en de bruid. Hem verwachten, op Hem vertrouwen en op Hem hopen.

Deze geloofsactiviteit is vrucht van de verdiensten van Christus en de toepassing door Zijn Geest. Hem belijden, wakend bidden… U moet zich gewonnen geven. U moet capituleren! Dat betekent: het verliezen voor de Heere. Daarin ligt de eeuwige winst.

 

Jongens en meisjes, als je niet weet hoe je moet bidden, bid dan maar die twee woorden die de Kananese vrouw riep: Heere, help mij! (Matt.15:25) Meer is niet nodig. Het gaat niet om een lang verhaal. Het gaat niet om mooie woorden. De Heere ziet naar waarheid in je hart.

Als u nuchter bent, gaat u knielend het oude jaar uit en het nieuwe jaar in.

 

Weet u wie nuchter was? Bartimeüs. Hij hoorde een gerucht... Wij horen geen gerucht, maar het vólle evangelie! Dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig (1 Tim.1: 15). Het kan voor iedereen, want Christus Jezus is in de wereld gekomen om zondaren  te zoeken en zalig te maken.

Bartimeüs hoort een gerucht... Wat doet hij? Hij is nuchter en begint te roepen: ‘Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij!’ Liep het uit op een teleurstelling? Nee!

Waken en bidden… ‘Ik liet niet af mijn hand en oog, op te heffen naar omhoog.’

 

Gemeente, ouderen, hebt u wel eens aan het bed van een geliefde zieke gewaakt? Heel veel mensen weten waar ik het over heb. Wat neemt u uw plicht in zo’n geval serieus. Dan doet u er alles aan om dicht bij die zieke te zijn, ook al wordt het twee uur in de nacht. Dan probeert u wakker te blijven. Dat is uw plicht. Daar bent u voor geroepen. U doet er alles aan om de zieke met liefde te omringen. U houdt uw liefdevolle ogen op de patiënt gericht. U staat klaar om te helpen.

Dat bedoelt Petrus. En hij weet uit ervaring waar hij het over heeft. Bevindelijk heeft hij het geleerd. Hij wist heel goed waar de Heere hem vandaan had gehaald. Hij wist dat er in hem, dat is in zijn vlees, geen goed woont. Zijn Meester had immers gezegd: Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak (Matth.26: 41).

Zelf was hij ook in slaap gevallen, vooral in de zaal van Kajafas. Toen was hij niet nuchter. Wat heeft hij veel geleerd! Nog veel meer moest hij áfleren. In die tijd van afbraak en sterven mocht hij, door goddelijke genade, in Jezus Christus, zijn lieve Meester, alles overhouden.

  

Petrus zegt: ‘Wees nuchter en waak in het gebed!’

Kinderen van de Heere, zie op uw Meester in de hof van Gethsémané. Als er één geweest is die gewaakt heeft in de gebeden, dan is het uw dierbare Koning, Middelaar, Borg en Zaligmaker.

Hij heeft gewaakt. Zijn zweet werd als druppels bloed. Hij heeft de strijd gestreden. De hel is op Hem af gekomen. Hij heeft gebogen onder de toorn van God. Zijn drie discipelen konden nog geen uur met Hem waken.

Uw lieve Borg en Zaligmaker heeft voor u gebeden. Hij gaat naar Golgotha om voor u te lijden en te sterven, borgtochtelijk. Hij zal opstaan uit de dood om Zijn kerk thuis te brengen bij Zijn Vader, in Zijn gunst en gemeenschap.

Volk van God, zoek Hem te kennen. Zoek uit Hem bediend te worden. Zodat u met Asaf mag instemmen: Gij zult mij leiden door Uw raad en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen (Ps.73:24).

 

Amen.

 

 

Slotzang: Psalm 103: 8, 9

 

Gelijk het gras is ons kortstondig leven,
Gelijk een bloem, die op het veld verheven,
Wel sierlijk pronkt, maar kracht’loos is en teêr;
Wanneer de wind zich over ‘t land laat horen,
Dan knakt haar steel, haar schoonheid gaat verloren;
Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer. 


Maar ‘s Heeren gunst zal over die Hem vrezen,
In eeuwigheid altoos dezelfde wezen;
Zijn trouw rust zelfs op ‘t late nageslacht,
Dat zijn verbond niet trouweloos wil schenden,
Noch van Zijn wet afkerig d’ oren wenden,
Maar die, naar eis van Gods verbond, betracht.