Ds. J. Driessen - Johannes 18 : 19-21 en 25

Jezus in het huis van de hogepriester

Johannes 18 :19-21 en 25
Jezus gevraagd van Zijn volgelingen
Jezus verwijzend naar Zijn volgelingen
Jezus verloochend door Zijn volgelingen
Deze preek is eerder gepubliceerd in de prekenserie 'Een zaaier ging uit...' (deel 24)

Johannes 18 : 19-21 en 25

Johannes 18
19
De hogepriester dan vraagde Jezus van Zijn discipelen, en van Zijn leer.
20
Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld; Ik heb allen tijd geleerd in de synagoge en in den tempel, waar de Joden van alle plaatsen samenkomen; en in het verborgen heb Ik niets gesproken.
21
Wat ondervraagt gij Mij? Ondervraag degenen, die het gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb.
22
En als Hij dit zeide, gaf een van de dienaren, die daarbij stond, Jezus een kinnebakslag, zeggende: Antwoordt Gij alzo den hogepriester?
23
Jezus antwoordde hem: Indien Ik kwalijk gesproken heb, betuig van het kwade; en indien wel, waarom slaat gij Mij?
24
(Annas dan had Hem gebonden gezonden tot Kajafas, den hogepriester.)
25
En Simon Petrus stond en warmde zich. Zij zeiden dan tot hem: Zijt gij ook niet uit Zijn discipelen? Hij loochende het, en zeide: Ik ben niet.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst