Ds. H. Hofman jr. - Johannes 1 : 37 - 40

Jezus' eerste dicipelen

Hoe Jezus wacht
Hoe Jezus nodigt
Hoe Jezus gevonden wordt

Johannes 1 : 37 - 40

Johannes 1
37
En die twee discipelen hoorden hem dat spreken, en zij volgden Jezus.
38
En Jezus Zich omkerende, en ziende hen volgen, zeide tot hen:
39
Wat zoekt gij? En zij zeiden tot Hem: Rabbi! (hetwelk is te zeggen, overgezet zijnde, Meester) waar woont Gij?
40
Hij zeide tot hen: Komt en ziet! Zij kwamen en zagen, waar Hij woonde, en bleven dien dag bij Hem. En het was omtrent de tiende ure.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 84: 5 en 6
Lezen : Johannes 1: 29 - 40
Zingen : Psalm 25: 6 en 7
Zingen : Psalm 15: 1 en 2
Zingen : Psalm 87: 4 en 5

Gemeente, het is vanmorgen een uur van voorbereiding op de bediening van het Heilig Avondmaal, dat, zo de Heere wil, volgende week zal bediend worden in het midden van de gemeente.

 

Vanwege het gewicht, de heiligheid van de tafel, maar ook vanwege de majesteit en glorie van de Koning van de Kerk past het ons om voorbereiding te houden. Het is niet zomaar een maaltijd. Christus heeft dit sacrament ingesteld, zeggende: Doet dat tot Mijn gedachtenis (Luk. 22:19). Geve de Heere dat in deze week die gedachtenis reeds gevierd moge worden. Het gaat niet om de eer of het aanzien van de gelovige, om het kind van God in de eerste plaats. Maar het gaat om de eer en de heerlijkheid van Christus. Er staat in de Schrift: Deze ontvangt de zondaars en eet met hen (Luk. 15:2). Door het geloof komen Gods kinderen aan de tafel. En het is in de zalige gemeenschap met Christus dat ervaren wordt wat dát is. Daarom willen we vanmorgen voorbereiding houden.

 

En weet u wat ik hoop? Dat er vanmorgen herkenning mag zijn vanuit het Woord. Vanuit de werkingen van de Geest, Die overal op de wereld hetzelfde zijn. Waar de Heere Zijn genade ook verheerlijkt, in Zuid-Amerika, in Amerika of in Nederland, daar is de eenheid van het geloof. De Heere geve dat de eenheid ervaren mag worden, zowel in de voorbereiding als in de bediening. Laten we samen letten op de werkwijze van de Heere Jezus. We dachten vanmorgen met u te overdenken de verzen 37 tot en met 40 van het eerste hoofdstuk van Johannes:

 

En die twee discipelen hoorden hem dat spreken, en zij volgden Jezus.

En Jezus Zich omkerende en ziende hen volgen, zeide tot hen: Wat zoekt gij? En zij zeiden tot Hem: Rabbi! (hetwelk is te zeggen, overgezet zijnde, Meester) waar woont Gij? Hij zeide tot hen: Komt en ziet! Zij kwamen en zagen, waar Hij woonde, en bleven dien dag bij Hem. En het was omtrent de tiende ure.

 

We staan stil bij :

 

Jezus’ eerste discipelen

  1. Hoe Jezus wacht.
  2. Hoe Jezus nodigt.
  3. Hoe Jezus gevonden wordt.

 

Gemeente, het Evangelie van Johannes is zo onuitsprekelijk rijk, zo geladen eigenlijk en zo rijk van inhoud. We moeten ons beperken en dan wil ik me graag beperken tot een samenvatting van waar het over gaat in dit hoofdstuk. Gemeente, wat zou u kiezen uit de verzen 1 tot en met 40? Waar gaat het om in de week van voorbereiding? Waar gaat het om in de bediening van het sacrament? Johannes vat het in één zin samen: Het grote doel is Christus’ komst in de wereld. Leest u maar mee in vers 29: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!

 

Het gaat om het Lam! Dat Lam van God is onmisbaar met betrekking tot de zaligheid. Het bloed van dat Lam wast en reinigt van alle zonden. Niemand kan dit Lam missen. Dat heeft Johannes gepredikt. Hij heeft inmiddels al mensen gedoopt daar bij de Jordaan. Daar hebben scherpe woorden geklonken. Er zijn mensen gesteld voor de scherpte van Gods heilige wet. Gemeente, Johannes sprak over de bijl gelegd aan de wortel van de boom. Hij sprak mensen aan met adderengebroedsel. Hij spaarde geen woorden en geen mensen. Er zijn mensen weggegaan en er zijn er gebleven. Waarom bleven ze? Waarom trok de prediking van Johannes de Doper hen zo? Het waren niet de eerste de besten die bleven, tussen twee haakjes. Zelfs Romeinse soldaten zijn gekomen: ‘Wat moeten wij doen?’ Je proeft iets van een onuitsprekelijke diepe nood. Door Goddelijke ontdekking zijn ze daar hun zonden gaan belijden. Die prediking van Johannes sloeg in, de boodschap bleef hangen. Het is telkens opnieuw nodig, ook na ontvangen genade, dat de zaken van de eeuwigheid blijven haken. Dat gebeurt als de Geest van Christus het hart gaat innemen. Van de Heilige Geest lezen we ook: Op Welken gij den Geest zult zien nederdalen, en op Hem blijven (Luk. 1: 33).

 

Gemeente, Johannes heeft gepredikt bij de Jordaan. Dezelfde boodschap wordt twee keer genoemd, namelijk in vers 29 en in vers 36. Dat is ook wat. Het Lam van God dat de zonde der wereld wegneemt, hét Lam. Waren mensen bekend met het beeld van het lam? Jazeker! Misschien wel net zo bekend als wij met Oudjaar denken aan oliebollen en dan niet verder denken. Of met Pasen denken aan een paasei. Welnu, dat gaat niet erg diep. Maar helaas gaat het vaak zo. Kinderen, jonge mensen en ouderen zagen dagelijks lammeren geofferd worden. Ze waren er helemaal aan gewend. Met de geschiedenis van Abraham en Izak en het offer waren ze ook bekend.

En nu preekt Johannes en zegt: Zie, het Lam, het Lam van Gód. Wat? Het Lam van God? Zo vaak hebben de mensen over een lam gehoord, maar nooit verder gedacht. Daar heeft Johannes gesproken over het Lam. En telkens weer opnieuw, des anderen daags, wederom.

 

De eerste keer lezen we deze boodschap in vers 29 en niemand die het hoorde. Hoe vaak gebeurt dat niet in de kerk gemeente! En áls de mensen gaan luisteren, dan wordt er vaak gezegd: ‘De dominee is anders gaan preken.’ Dat zou best kunnen. En toch denk ik van niet. De dominee gaat niet anders preken, maar u gaat horen wat u nog nooit gehoord hebt. Misschien een kerkbank versleten en nog nooit gehoord wat tot uw vrede is dienende.

 

Johannes heeft getrouw het Woord van God gebracht en ook in vers 35 staat dezelfde boodschap: des anderen daags wederom. Het is overigens wel een wonder dat de Heere de boodschap opnieuw wil brengen en het niet bij één keer gelaten heeft. Hoe lang zitten we al in de kerk, misschien al wel 60 jaar? Hoe vaak heeft u al de boodschap gehoord? Zou je het willen optellen of al lang de tel kwijtgeraakt? Het Lam van God dat de zonde der wereld wegneemt, dat is de kern van de boodschap. Of kreeg u door Goddelijke genade dat Godslam reeds in het geloofsoog? Mocht u er iets van horen wat verder ging dan het oor? Deze boodschap sloot aan bij een stuk nood wat geen mens kon oplossen.

 

Er gebeuren gewichtige dingen daar bij de Jordaan. Johannes de Doper heeft zijn volgelingen gekregen. Daar zijn ze bearbeid door Gods Geest. Wat gingen er een dingen om in hun hart. Dat kunnen we ook in een voorbereidingsdienst niet allemaal uitstallen, maar misschien is er herkenning in uw leven. Mensen zijn gedoopt door Johannes in de Jordaan belijdende hun zonden. We zeiden het al, het Woord kreeg kracht. Waar de Heilige Geest in het hart werkt, gaat het altijd door de kracht van het Woord. Johannes heeft daar gestaan; ook met die volgelingen. In vers 29 lezen we dat er niets gebeurt. En toch denk ik, dat ik die spanning bij Johannes de Doper wel kan plaatsen. Ik denk dat ik er iets van herken. De volgende dag moet hij opnieuw dezelfde boodschap brengen. Zou het nu de tijd zijn dat ze zullen luisteren? Zal er nu de gewenste vrucht zijn? Johannes dramt niet, maar hij dringt wel aan met dezelfde boodschap. Het is het goede zaad, waar vrucht op mag te verwachten zijn, naar Gods belofte zoals verwoord in Mattheus 13.

 

Johannes heeft het Lam Gods gepreekt en aangewezen. Dat is zo’n wonderlijk werk, om als dienaar van het Woord te schuilen achter Hem en achter het Woord. Denk erom dat Johannes het in de gaten heeft gehouden. Wat zich bij de Jordaan afspeelt in het verband van onze tekst laat zich in zekere zin beter aanvoelen dan beschrijven. Dacht u dat het geen spanning geeft, als de bijl aan de wortel van de boom wordt gelegd? Dacht u dat het geen spanning geeft bij Johannes als de ploegschaar van Gods heilige wet diepe voren trekt? Als in de prediking valse gronden worden afgenomen, waar mensen denken op te kunnen bouwen, zou dat geen boosheid verwekken? Dat is wat als je alles buiten Christus wordt afgenomen, waar je misschien jaren op gebouwd hebt. Als je je godsdienst moet gaan verliezen en je bekering wordt afgenomen. Op grond van je bekering ben je naar het Avondmaal gegaan, en dat moest veranderen. Omdat in je hart en leven is blijven haken: Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Ach gemeente, als dat Lam wordt voorgesteld, gepredikt in Zijn beminnelijkheid maar ook in Zijn noodzakelijkheid, dacht u dat er van binnen dan niets verandert? Niet in hoedanigheden en gevoelens, dat zijn geen gronden voor de Avondmaalsgang, om ons daartoe maar even te beperken. Het ligt veel dieper.

 

Des anderen daags, en ziende op Jezus, daar wandelende. Voelt u wat daar gebeurt?  Jezus, daar wandelende. Johannes is daar niet voor niets met Andreas en Johannes, de schrijver van het Evangelie. Johannes is daar niet voor niets en de Heere Jezus loopt daar ook niet voor niets! Beter gezegd, Jezus loopt daar heen en weer. Zullen we letten op Zijn werkwijze in onze eerste gedachte.

 

  1. Hoe Jezus wacht

Hij snelt hen niet voorbij. Hij loopt daar. Des anderen daags wederom stond Johannes, en twee uit zijn discipelen. Het is een wachtend wandelen. Opvallend, Hij snelt hen niet voorbij. Hij komt ook niet op hen af. Hij wacht en loopt heen en weer. Maar niet zonder doel. Hij loopt niet direct op die mannen af en zegt: ‘Ik ben Jezus.’ Dan spreekt Johannes diezelfde boodschap uit: Ziet, het Lam Gods.

Hoort u het, horen jullie het mannenbroeders? Zo zal het toch wel in Johannes’ hart zijn geweest. Hij kent zijn hoorders wel en weet wat er in hun harten leeft en wat er in hun harten omgaat. Johannes blijft staren op het Godslam dat daar wachtend wandelt. O, dat gezicht op dat Lam van God Dat daar heen en weder loopt.

 

Jezus dwingt en dramt en schreeuwt niet. Hij verheft Zijn stem niet. Waarom niet? Hij is het Lam! Leest u maar in Jesaja 42 over het Lam : Zie, Mijn Knecht, Dien Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Denwelken Mijn ziel een welbehagen heeft. Ik heb Mijn Geest op Hem gegeven; Hij zal het recht den heidenen voortbrengen. Hij zal niet schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straat horen laten. En ook dit: Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek, die zal Hij niet uitblussen (Jes. 42:1-3).

Hij is het Lam, geen beer, geen leeuw, maar een gewillige Knecht. En vooral in de omgang met gekrookte rieten, vooral in de omgang met hen die door schuld zijn verslagen, is Hij zo teer. Het gekrookte riet en de rokende vlaswiek. Wat een wonder, volk, Hij loopt niet weg. Dezulken laat Hij niet aan hun lot over:

Ik zal u trouw verzellen met mijn raad,

Terwijl mijn oog op u gevestigd staat.

 

Nee, de Heere Jezus dramt niet, want de dienst des Heeren is geen slavendienst, het is een goede dienst. O, dat wonder…des anderen daags…. Hij is er weer. Het is een wonder als de Heere weer terugkomt met dezelfde boodschap. Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord. Ja, gespannen wachten, denk erom dat dat een hoopvolle verwachting is. Want: als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien (Jes. 53: 10). Daar ligt de grond. Daar ligt de rede dat er zullen zijn die Hem verwachten.

 

Dan lezen we: en die twee discipelen hoorden Johannes dat spreken en ze volgden Jezus. Wat een kostelijke vrucht. De spanning is niet voor niets bij Johannes. Er zou ook gestaan kunnen hebben: En die twee discipelen hoorden Johannes zo mooi preken dat ze Johannes bleven volgen. Als je maar achter een dienaar van het Woord blijft aanlopen dan is er verkeerd gepreekt. Het gebeurt vandaag de dag ook. Maar in onze tekst lezen we het anders. En die twee discipelen hoorden hem dat spreken en ze volgden Jezus. Dat is de vrucht, ook al heeft de Heere Jezus Zélf nog geen woord gezegd. Het Woord krijgt kracht en dan wordt Jezus gevolgd. Neem dat eens mee in de week van voorbereiding, alstublieft. Is dat Woord kracht gaan doen? Weet u wat er gebeurd is? Het hart van die twee is geheel voor Hem ingenomen. Dwars door alles heen. En we lezen ook niet dat ze Christus aanspreken als ze Hem gaan volgen. Nee, het hart is ingewonnen en ze volgen Hem. Wat betekent dat? Alles loslaten en eigen wil verzaken. Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij (Joh. 10:27).

 

Gemeente, we merken op dat het een zwijgend volgen is. Er wordt geen woord gezegd en toch achter Hem aankomen. Het is een buigend volgen. Het drukt iets van een stille hoop, een stille verwachting uit. Maar ook dat ze Johannes gaan verlaten, en dat Johannes ze laat gaan! Gemeente, de discipelen lopen niet voorop, ze lopen niet vooruit, ze lopen de Heere Jezus niet voor de voeten, maar het is een van ver volgen. Een bepaalde heilige schuchterheid die meekomt in die onwederstandelijke trekkingen. Dat is toch een waarachtig kenmerk van genade. Enerzijds liefde die beeft, anderzijds is het geen sidderen van slaafse angst. Dat is nu die trekkende liefde. En waar die liefde trekt is er een bepaalde vrijmoedigheid te midden van die bepaalde verlegenheid, omdat de liefde Gods is uitgestort in het hart. Weet u waarom er ook een bepaalde schuchterheid is? Vanwege geheiligde zelfkennis. Een weinig beseffen wat er van binnen leeft, een klein beetje beseffen wat er toen bij de Jordaan is gebeurd. Dat begrijpen van binnen:

‘t Is niet alleen dit kwaad, dat roept om straf;

Neen, 'k ben in ongerechtigheid geboren.

 

Vaak kom je in die leidingen twee dingen tegen. Het besef van eigen onwaardigheid vanwege de zonde, kan zo zwaar wegen. Soms weegt het nog veel zwaarder dan de liefde die in het hart is uitgestort. Dat leidt tot dat verfoeien in stof en as. Tot dat hartelijke, maar ook dat gulle bekendmaken van de zonde aan de Heere tegen Wie ik gezondigd heb. Terwijl er toch op de bodem van het hart dingen liggen die ik er zelf niet gelegd heb, maar die de Heere gewerkt heeft. En dat brengt een bepaalde verlegenheid met zich mee, maar geen vrijpostigheid. Hoe meer de Heere Jezus met die verbroken zondaren te doen krijgt, des te meer waarde krijgt het Lam van God. Johannes kent zijn hoorders. Daarom zegt Johannes precies hetzelfde als de dag ervoor: Zie, het Lam van God.

 

Zijn er hier van die volgelingen? Is dit geen vreemde taal voor u? Zijn er hier die er iets van mogen kennen? Aangesproken, meegevoerd, meegelokt? Soms zonder dat ze het zelf merken, eten en drinken ze mee. Ze worden zo vaak aangesproken in de prediking. Ze weten er iets van dat de grond niet ligt in hun gestalte. Als daar de grond zou liggen is het de ene dag waar en de andere dag is het niet waar. Dan zou het bij het ene Avondmaal waar zijn omdat ik het voelde en dan is het bij het andere Avondmaal niet waar omdat ik het niet voelde. Wat is het nodig om door de Heilige Geest telkens weer op dat Lam geworpen te worden. Johannes brengt dezelfde boodschap opnieuw. En die twee discipelen hoorden hem dat spreken, en ze volgden Jezus. En Jezus Zich omkerende en ziende hen volgen zeide tot hen: Wat zoekt gij?

  1. Hoe Jezus nodigt

Laten we in onze tweede gedachte op drie zaken letten: in de eerste plaats de Heere Jezus merkt op wie Hem volgt. Laat dat vanmorgen een troost zijn. Juist voor die mensen die we zojuist hebben geprobeerd te beschrijven. Jezus Zich omkerende en ziende hen volgen.

Gemeente, in de week van voorbereiding kan de zelfbeproeving soms zo enorm gericht zijn op onszelf. Op zich is dat noodzakelijk, maar hier zien we dat de Heere Jezus hen ziet volgen. Hij heeft hen opgemerkt. Dat mag u ook gerust zo vragen: ‘Weet U ervan, Heere. Hebt Gij die zielennood gezien, al kan ik zelf soms zo moeilijk onder woorden kan brengen. Ik ben mezelf vaak meer een raadsel dan een oplossing. Heere, weet U werkelijk waar het bij mij om te doen is geworden?’ Dit is een eerlijke vraag. Het is een vraag van een oprecht hart. Die nood, die gang, dat leven van die enkeling heeft Zijn aandacht.

 

Hij is nabij de ziel, die tot Hem zucht;

Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht;

Dat ongeveinsd, in 't midden der ellenden,

Zich naar Gods troon met zijn gebeên blijft wenden;

Hij geeft den wens van allen, die Hem vrezen;

Hun bede heeft Hij nimmer afgewezen.

 

De Heere kent degenen, die Zijnen zijn (2 Tim. 2:19). Hij kent van verre hun gedachten, Hij kent ze in hun wandel. Hij ziet ze in hun falen. Hij merkt op. Hij keert Zich om en Hij spreekt ze aan. Dat is nu het wonder. Niet dat een mens Jezus aanspreekt, maar dat Jezus die mens aanspreekt. Wat is dat nodig. Ik ben bang dat er in onze dagen velen zijn die naar het Avondmaal gaan omdat ze Jezus hebben aangesproken. Maar de grond ligt precies andersom gemeente. De grond ligt juist in het spreken Gods, in Christus. Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord. En in de aanspraak zoals we het lezen in onze tekst klinkt nu niet de minste verwijt door. Want weet u, op die heilige schuchterheid, op die verlegenheid en terughoudendheid, daar trapt God nu nooit op. O nee, Jezus trapt nooit op een zondaar die Hem verwacht. Nooit. En weet u waarom Hij hen zo liefdevol aanspreekt ook in de week van voorbereiding? Goed onthouden, hoor! Omdat ze schuilen achter het Lam. Ze zijn achter Hem gekomen. Abraham Hellenbroek schrijft in een preek over Amos 4:12 dat de natuurschrijvers beweren dat de geweldige boosheid van een olifant onmiddellijk bedaart op het zien van een lam. Letterlijk schrijft Hellenbroek: ‘Zo is er dan geen beter middel om onder God’s vertoornde ogen te komen dan met dat onbestraffelijke Lam.’ Ze mogen schuilen achter dat Lam. Vraag het eens aan het volk wat door Gods Geest geleid wordt. Weet u wanneer ze er wat over kunnen zeggen? Als dat Lam zich openbaart, voor het eerst of opnieuw. Ja dan, als dat Lam Zich opnieuw bekend maakt, dan valt er wat te zeggen.

 

Er wordt wat gepraat over hetgeen eigenlijk niets met dat Lam te maken heeft. En weet u waar we allemaal in deze week eens over na moeten denken? Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk (Hoogl.5:16). Wie is Hij? Beschrijf er eens iets van in het verborgene voor God.

Een belangrijke vraag in de week van voorbereiding is: Wat zoekt gij? En dan ligt het niet in de hoeveelheid van woorden van deze discipelen. Maar wel in de zaken die ze vragen! Ze geven een eerlijk antwoord. Wat zoekt gij? Wist de Heere Jezus dat dan niet? Natuurlijk wel! Maar er ligt onderwijs in om het zelf eens te mogen zeggen, om hen vrijmoedig te maken. Vrijmoedigheid ook te geven om ze aan het spreken te brengen.

 

Ik heb wel eens gehoord dat een oude predikant diende in een gemeente waar een man woonde die niet gemakkelijk over zijn geestelijk leven sprak. Dat kan zo zijn. De broeders van de kerkenraad kregen die man niet aan de praat. Ze konden niets uit hem krijgen. Toen ging dominee Van Dam ernaar toe en die man ging spreken. Ze zeiden later tegen hem: ‘Hoe is dat nu toch gelukt?’ ‘Ja, broertje’ zei hij, ’je moet ook onderaan de ladder beginnen.’ Ach, wat een pastorale wijsheid. Ik wenste dat ik er wat van had. Wat zoekt gij? ‘Kan Ik iets voor u doen? Leg het eens uit? Als Ik dan het Lam ben, wat zijn de motieven dat ge Mij volgt? Als ik dan het Lam van God ben, wat wilt u van Mij? Is er iets wat u in Mij zoekt?’ Kom, zeg het eens, ook vanmorgen.  

 

Gemeente, ik stel die vraag vanmorgen ook. Wat zoekt u en wat zoek ik? Wat zoek ik in de week van voorbereiding? Wat zoek ik aan de tafel? Wat zoek ik in mijn leven? De Heere Jezus keerde Zich om en dan staan ze oog in oog met Hem. O dat gezegende gezicht op  die Welbeminde, op dat Lam van God. Kan ik dan nog zeggen wat ik zoek? Maar het zijn ook de ogen van het Lam die Andreas en Johannes aanzien. Toon Mij uw gedaante. Zeg maar eerlijk waar het om en over gaat in uw leven. Kom maar met uw vragen en zieleraadselen die geen mens voor u kunnen oplossen. Stort ulieder hart maar uit.

 

Gemeente, die vraag heeft een gevolg: Rabbi, meester. Weet u wie dat zeggen? Dat zeggen mensen die onderwijs nodig hebben. Zich tot Hem wenden is niet genoeg. Ze willen met Hem verkeren, in Zijn nabijheid verblijven. Waar woont Gij?

Wat zoekt gij is het eerste woord uit de mond van de Heere Jezus dat we lezen aan het begin van het openbare optreden van de Middelaar op aarde. Dat is ook opmerkenswaardig. De Heere Jezus vervolgt met: Komt en ziet! Johannes heeft gepredikt: Ziet het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt. En het Lam neemt het over en zegt: Komt en ziet. Laten we er van gaan zingen:

 

Psalm 15: 1 en 2

 

Wie zal verkeren, grote God,

In Uwe tent? Wien zult Gij kronen

Met zulk een onwaardeerbaar lot,

Dat hij, bij 't heuglijkst gunstgenot

Uw heilig Sion moog' bewonen

 

Die in zijn wandel zich oprecht

En wars betoont van valse streken;

Zijn aandacht aan Uw wetten hecht;

Zich op de deugd met ijver legt,

En waarheid met zijn hart blijft spreken.

 

  1. Hoe Jezus gevonden wordt

Gemeente, Johannes de Doper heeft gezegd: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt! En Jezus zegt: Komt en ziet. Over aansluiting bij de prediking is gesproken. Zij kwamen en zagen waar Hij woonde, en bleven dien dag bij Hem. En het was omtrent de tiende ure.

Komt en ziet. Is het u/jou om Jezus te doen? Komt en ziet wie Ik ben. Ik ben de Zoon des mensen. Ik ben de Middelaar Gods en der mensen. Mijn naam is Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst (Jes.9:5). ‘Kan ik iets voor u betekenen? Waarom is het u om Mij te doen geworden?’ Komt en ziet!

‘Wat Ik doe? Ik ben de Middelaar Gods en der mensen. Ik ben de Vorst van het Heir des Heeren, Ik ben nu gekomen (Joz. 5:14). Ik ben gekomen uit het Vaderhart van God om alle deugden van Mijn Vader te verheerlijken. Ik ben gekomen om de prijs te betalen en om in de breuk te staan tussen een heilig God en een verdorven mens. Ik ben gekomen om het zoenoffer en het zondoffer te brengen, ja, een algehele verzoening aan te brengen. Ik ben alles wat een arme zondaar niet missen kan en wat een arme zondaar nodig heeft. Want Mijn vlees is waarlijk spijs, en Mijn bloed is waarlijk drank (Joh.6:55).

 

De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis; Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten; Om den treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest; (Jes.61:1-3).

Komt en ziet waar Ik woon.

De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge (Luk.9:58).

Komt en ziet wie er bij Mij horen. Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij (Matth.16:24). Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht (Matth.11:30).

 

Ja, gemeente, komt en ziet. Ook in deze week van voorbereiding. Dat Lam wordt ons verkondigd in Zijn gewilligheid, in Zijn bereidwilligheid en in Zijn gepastheid. Maar ook in Zijn noodzakelijkheid. Wat zullen deze discipelen van Jezus gehoord hebben aan Zijn voeten? Eén ding is zeker: voor het Lam zijn ze ingewonnen en overwonnen. En u en ik hebben datzelfde Lam van God nodig. Rust niet voordat u het op goede gronden mag weten: Hij is mij ontmoet! Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord. Alles buiten het Godslam mag welliswaar groot en dierbaar zijn, maar toch is het te kort. Alles ván het Lam is door God aangenomen en kan de toets van Zijn heilig recht doorstaan. Laten we dit toch ernstig overdenken.

 

En gemeente, mocht het zo zijn dat u geen grond hebt om tot de tafel te naderen, wees dan eerlijk tegenover uw onsterfelijke ziel. Ga een eerlijk antwoord niet uit de weg, maar bedenk dat u ook dit Lam wordt verkondigd als de enige grond der zaligheid. Dat citaat van Hellenbroek gaat u ook aan, ja het is een aansporing om daar in de dag der zaligheid waarin we nu nog leven gelovig gebruik van te maken. Ik weet het: dat geloof kan ik u niet geven, maar ik moet u er wel op wijzen dat het te verkrijgen is om niet. De zaligheid is in geen ander.    

 

De discipelen zijn het nooit vergeten: het was omtrent de tiende ure. Johannes, de schrijver van dit Bijbelboek, herinnert ons menigmaal aan de tijd waarin dingen gebeurde. Toen Jezus neerzat bij de Jakobsbron, was het de zesde ure. Het was de derde ure en zij kruisigden Hem. Van de zesde tot de negende ure werd er grote duisternis. Ik ga het voorzichtig vragen (want je kunt er ook misbruik van maken of het kan ook schuchtere van verre staande zielen benauwen): ‘Die tiende ure, kent u dat?’ ‘Ja, dominee, maar ik kan geen teksten onthouden. Ik vergeet het altijd weer.’ Ja, ja, u bent misschien wat ouder geworden. Ik geloof van harte dat u vergeetachtig bent. Dan heb ik toch een vraag. Die ontmoeting met Hem, zijn we dat nu weer zo gauw vergeten? Dacht u nu werkelijk dat dat zomaar een beetje vaag aan een mens voorbij gaat? En dat je je later afvraagt: ‘Wat was dat nou ook alweer? Ik kan er niet meer opkomen?’  

Of zijn we misschien in onze verwarde tijd ook wel dingen gaan verwarren? Verwarren is een voorbijgaande, voorkomende indruk voor zaligmakend houden. Of van de godsdienst mijn bekering maken of andersom.

Waar dat Lam van God Zich bekend maakt, dat is duidelijk. Dan weet ik wel, we moeten ervoor oppassen dat we niet nagaan wat de datum en de tijd was, maar toch. Weet u het nog toen Hij voor het eerst dierbaar werd? Weet u het nog, die plaats, misschien wel hier in de kerk, dat de honger gevoed werd? Dat die dorst gelaafd werd? Kun je dan precies de datum nog zeggen? Nee, maar geen leed zal het uit mijn geheugen wissen. Datum en tijd is ook niet de grond. Maar wel: Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord! Het is mogelijk aan de ark mee te bouwen zoals in de dagen van Noach, zonder er een plaats in te krijgen. Maar die Godsontmoeting door Christus, dat gevoed worden door het Woord, dat gericht worden op het Lam van God, dat is onmisbaar en noodzakelijk. Waren er die momenten van ontdekking, van berouw en van droefheid naar God? Misschien kent u wel een uur van ongekende zielenvreugd vanwege een schuld overnemend Lam.

 

Tenslotte, als Andreas, de broeder van Simon Petrus naar Hem toegaat, zullen ze niet zeggen: ‘We hebben gevonden een rabbi’, maar dan zal Andreas zeggen: We hebben gevonden de Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus (Joh.1:42) Wat en hoeveel ze daar geleerd hebben, wordt welliswaar niet gezegd, maar toch kunt u het aan de vrucht merken! Ze hebben daar geleerd. Ze zijn onderwezen in de heilgeheimen van het zalig worden. Welnu, de Heere Jezus heeft het Avondmaal ingesteld tot versterking van dat allerheiligst geloof, en Hij heeft erbij gezegd: Doet dat tot Mijn gedachtenis (1 Kor. 11:24). Dan is er toch een toename. En als Hij deze week, en ook a.s. zondag in het middelpunt mag staan dan zijn we terug bij het begin. Gemeente, zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt.

 

AMEN

Psalm 87: 4 en 5

 

God, zal ze zelf bevestigen en schragen,

En op Zijn rol, waar Hij de volken schrijft.

Hen tellen, als in Isrel ingelijfd.

En doen de naam van Sions kind’ren dragen.

 

Dan wordt mijn naam met lofgejuich geprezen.

Dan zullen daar de blijde zangers staan.

De speelliên op de harp en cimbel slaan,

En binnen u al mijn fonteinen wezen.