Ds. W. Visscher - Jesaja 15 : 1 - 9 en 16 : 1 - 14

Afspelen

De last van Moab

Jesaja 15
13-4-2016
Een aangrijpend oordeel (15 vs. 1 - 4)
Een opmerkelijk verdriet (15 vs. 5 - 9)
Een hartelijke nodiging (16 vs. 1 - 5)
Een schokkende afwijzing (16 vs. 6 - 12)
Een krachtige onderstreping (16 vs. 13 - 14)

Jesaja 15 : 1 - 9 en 16 : 1 - 14

1 DE last van Moab. Zekerlijk, in den nacht is Ar-Moabs verwoest, zij is uitgeroeid; zekerlijk, in den nacht is Kir-Moabs verwoest, zij is uitgeroeid. 2 Hij gaat op naar Baïth en Dibon en naar Bamoth om te wenen; over Nebo en over Médeba zal Moab huilen; op al haar hoofden is kaalheid, aller baard is afgesneden. 3 Op haar wijken hebben zij zakken aangegord; op haar daken en op haar straten huilen zij altemaal, afgaande met geween. 4 Zo Hesbon als Eleále schreeuwt, hun stem wordt gehoord tot Jahaz toe; daarom maken de toegerusten van Moab een geschrei, eens iegelijks ziel in hem is kwalijk gesteld. 5 Mijn hart schreeuwt over Moab, haar grendels zijn naar Zoar toe, de driejarige vaars; want hij gaat op met geween naar den opgang van Luhith, want op den weg naar Horonáïm verwekken zij een jammergeschrei. 6 Want de wateren van Nimrim zullen enkel verwoesting wezen, want het gras is verdord, het tedere gras is vergaan, er is geen groente . 7 Daarom zullen zij den overvloed dien zij vergaderd hebben, en hetgeen dat zij weggelegd hebben, aan de beek der wilgen voeren. 8 Want dat geschreeuw zal omgaan door de landpale van Moab, haar gehuil tot Eglaïm toe, ja, tot Beër-Elim toe zal haar gehuil zijn. 9 Want de wateren van Dimon zijn vol bloed, want Ik zal Dimon nog meer toeschikken: te weten leeuwen over de ontkomenen van Moab, mitsgaders over het overblijfsel des lands. Hoofdstuk 16: 1 ZENDTde lammeren van den heerser des lands van Sela af naar de woestijn heen, tot den berg der dochter Sions. 2 Anderszins zal het geschieden dat de dochteren van Moab aan de veren van de Arnon zullen zijn, als een zwervende vogel, uit het nest gedreven zijnde. 3 Brengt een raad aan, houd gericht, maak uw schaduw op het midden van den middag gelijk den nacht; verberg de verdrevenen en meld den omzwervende niet. 4 Laat Mijn verdrevenen onder u verkeren, o Moab, wees gij hun een schuilplaats voor het aangezicht des verstoorders; want de onderdrukker heeft een einde, de verstoring is tenietgeworden, de vertreders zijn van de aarde verdaan . 5 Want er zal een troon bevestigd worden in goedertierenheid, en op denzelven zal bestendiglijk Een zitten in de tente Davids, Een Die oordeelt en het recht zoekt, en vaardig is ter gerechtigheid. 6 Wij hebben gehoord de hovaardij van Moab, hij is zeer hovaardig; zijn hoogmoed en zijn hovaardij en zijn verbolgenheid zijn alzo zijn grendels niet. 7 Daarom zal Moab over Moab huilen, altemaal zullen zij huilen; over de fundamenten van Kir-Haréseth zult gijlieden zuchten, gewisselijk, zij zijn gebroken. 8 Want de velden van Hesbon zijn verflauwd, ook de wijnstok van Sibma, de heren der heidenen hebben zijn uitgelezen planten verpletterd; zij reiken tot Jáëzer toe, zij dwalen door de woestijn; zijn scheuten zijn uitgespreid, zij zijn gegaan over zee. 9 Daarom beween ik, in de wening over Jáëzer, den wijnstok van Sibma, ik maak u doornat met mijn tranen, o Hesbon en Eleále; want het vreugdegeschrei over uw zomervruchten en over uw oogst is gevallen; 10 Alzo dat de blijdschap en vrolijkheid weggenomen is van het vruchtbare veld, en in de wijngaarden wordt niet gezongen noch enig gejuich gemaakt; de druiven treder treedt geen wijn uit in de wijnbakken; Ik heb het vreugdegeschrei doen ophouden. 11 Daarom rommelt mijn ingewand over Moab, als een harp, en mijn binnenste over Kir-Héres. 12 En het zal geschieden als men zien zal, dat Moab vermoeid is geworden op de hoogte, dan zal hij in zijn heiligdom gaan om te aanbidden, maar hij zal niet vermogen. 13 Dit is het woord dat de HEERE tegen Moab gesproken heeft, van toen af. 14 Maar nu spreekt de HEERE, zeggende: Binnen drie jaren (als de jaren eens huurlings), dan zal de eer van Moab verachtzaam gemaakt worden, met al die grote menigte; en het overblijfsel zal klein, weinig, onmachtig wezen.

Delen & Download

Download preek