Ds. D.W. Tuinier - Johannes 3 : 34

De van God Gezondene

De van God Gezondene spreekt de woorden Gods
De van God Gezondene werkt door de Geest Gods
Deze preek heeft ds. D.W. Tuinier gehouden bij zijn intrede in de Gereformeerde Gemeente te Waarde op 4 december 2013.

Johannes 3 : 34

Johannes 3
34
Want Dien God gezonden heeft, Die spreekt de woorden Gods; want God geeft Hem den Geest niet met mate.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Geliefde gemeente, met Gods hulp wil ik mij in deze dienst aan u verbinden door uw aandacht te vragen voor een gedeelte uit Gods Woord. U vindt het in het Johannesevangelie, het derde hoofdstuk, vers 34. Daar lezen we Gods Woord:

 

Want Dien God gezonden heeft, Die spreekt de woorden Gods; want God geeft Hem de Geest niet met mate.

 

We schrijven onder de tekst en boven de preek: De van God Gezondene.

 

Twee aandachtspunten:

 

1. De van God Gezondene spreekt de woorden Gods

2. De van God Gezondene werkt door de Geest Gods

 

1. De van God Gezondene spreekt de woorden Gods

 

Geliefden, de woorden van onze tekst beginnen met het woordje ‘want’. Dat is een redengevend woord. Dat wil zeggen: er gaat iets aan de tekst vooraf. Wat gaat er aan onze tekstwoorden vooraf? Over Wie gaat het? Wie is de Hoofdpersoon? Wie staat er in het middelpunt? De van God gezondene. Hij, Die van de Vader gezonden is.

U ziet het aanwijzend voornaamwoord ‘Dien’ met een hoofdletter staan. Want Dien God gezonden heeft… Alle nadruk valt op de van God Gezondene. Trouwens, heel ons teksthoofdstuk gaat over Hem. Heel de Bijbel staat vol van Hem, Die gezegd heeft: Onderzoekt de Schriften (…), die zijn het die van Mij getuigen (Joh.5:39).

Op elke bladzijde van Gods Woord  wordt van Hem gesproken. Elk vers uit de Heilige Schrift wijst heen naar de Christus der Schriften. Als u maar diep genoeg graaft en verlegen bent en blijft om ontdekkend licht. Dan ervaart u dat Gods Woord een goudmijn is, waarin nieuwe en oude schatten verborgen liggen.

 

Zo is het ook in Johannes 3. Heel het hoofdstuk getuigt van de gezegende komst, het werk en de persoon van de Gezondene van de Vader. Nicodemus zegt in het begin van ons teksthoofdstuk: Rabbi, wij weten dat Gij zijt een Leraar van God gekomen. Johannes noemt zichzelf ‘de vriend van de Bruidegom’. Hij zegt: Die van boven komt, is boven allen. Die uit de aarde is voortgekomen, die is uit de aarde en spreekt uit de aarde. Die uit de hemel komt, is boven allen.

Hij, Die van God gezonden is, komt dus van boven. Geliefden, ons past ootmoed en diep ontzag. Eerbied moet ons aller hart vervullen. Wie zijn wij? De van God Gezondene komt uit de hemel. U, jij en ik, wij zijn van beneden, uit de aarde aards, vlees. Jezus Zelf zegt daarvan: Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit de Geest geboren is, dat is geest. Daar hebt u het: wij zijn vlees. Daar is ons beeld in getekend.

De van God Gezondene is van boven. Hij kwam van boven. Hij is neergedaald. Johannes, de evangelist, schrijft: En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (Joh.1:14). Hij is gezonden van Zijn Vader. Niemand heeft om Hem gevraagd. Hij was niet welkom. Er was voor Hem zelfs geen plaats in de herberg in Bethlehem. Niemand zoekt Hem uit en van zichzelf. Niemand is er die om Hem verlegen is. Toch is Hij gekomen. Hij is gezonden.

De oorsprong, het begin van Hem, van Zijn zending, ligt in de eeuwigheid. Zelf zegt Hij daarvan in Zijn gesprek met Nicodemus: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden (Joh. 3:16-17).

 

Dien God gezonden heeft… Voordat Hij werd gezonden, zijn er dienstknechten gezonden; de patriarchen, de oudtestamentische eredienst, de profeten en de priesters. Alles zag heen naar de komende Messias, de Beloofde van de vaderen.

Ons troost- en leerboek belijdt zo treffend, als het gaat over het evangelie van de Middelaar Gods en der mensen: ‘Hetwelk God Zelf eerstelijk in het paradijs heeft geopenbaard, en daarna door de heilige patriarchen en profeten laten verkondigen, en door de offeranden en andere ceremoniën der wet laten voorbeelden, en ten laatste door Zijn eniggeboren Zoon vervuld.’ (Heidelbergse Catechismus, Zondag 6, vraag 19).

 

De vraag is: met welk doel heeft God Hem gezonden? U leest het in de tekst: Want Dien God gezonden heeft, Die spreekt de woorden Gods. Alle woorden, alle beloften en profetieën, de ceremoniële eredienst onder de oude bedeling, vinden hun hoogtepunt en vervulling in Hem, de hoogste Profeet en Leraar ter gerechtigheid.

Hij spreekt de woorden Gods. Hij Zelf is het vleesgeworden Woord. Hij is gezonden, gekomen om Gods heilgeheimen en verborgenheden bekend te maken. Hij komt om Gods raad en wil te openbaren. Weet u wat de raad en de wil van Zijn Vader is? Leest u maar mee in vers 36: Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op Hem. Dat is Gods wil!

 

Jezus Christus, de van God Gezondene, spreekt de woorden Gods als Hij als twaalfjarige jongen in het huis van Zijn Vader, in het midden van geleerde farizeeën en schriftgeleerden, onderwijs geeft.

De Gezondene van de Vader spreekt de woorden Gods als Hij Zijn openbaar optreden begint. We lezen in de Schrift dat hij het evangelie van het koninkrijk Gods predikte, zeggende: De tijd is vervuld en het koninkrijk Gods nabijgekomen; bekeert u en gelooft het evangelie (Mark.1:15).

Hij spreekt de woorden Gods als Hij vanaf de berg der zaligsprekingen Zijn indringende preek, de bergrede uitspreekt. Hij spreekt de woorden Gods op het tempelplein te Jeruzalem. Dat doet Hij aan de zee van Tiberias, als Hij spreekt door gelijkenissen. Hij spreekt de woorden Gods als Hij de kinderen omvangt in Zijn armen en Zijn zegenende handen op hun hoofden legt. Hij spreekt de woorden Gods met macht, met volmacht.

 

Op onze tekst volgt: De Vader heeft de Zoon lief, en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven. Heel Zijn leven sprak Hij de woorden Gods. Hij heeft niet anders gedaan. Van Hem geldt ten volle: de ijver van Gods huis heeft Hem verteerd. Het was Zijn spijze te doen de wil van Zijn Vader. Tot aan het kruis, tot in de dood spreekt Hij de woorden Gods.

 

De woorden Gods… Let op: het zijn geen mensenwoorden. Daar hebt u niets aan. Daarop kunt u niet vertrouwen. De dichter zingt:

 

Vest op prinsen geen betrouwen,

Waar men nimmer heil bij vindt.

 

Waarom niet? Omdat een mens, zelfs een prins, niet te vertrouwen is. We hebben een leugenachtig en bedrieglijk hart. We zijn de vader der leugenen, de duivel, toegevallen. Daar hebt u ons beeld. Beschamend en ontdekkend!

Maar de Gezondene van de Vader spreekt de woorden Gods. Deze zijn waarachtig en betrouwbaar. Daar kunt u van op aan. Paulus schrijft aan zijn geestelijke zoon Timotheüs dat Gods Woord getrouw is en aller aanneming waardig (1 Tim.1:15). En de apostel Petrus schrijft in zijn algemene zendbrief: Wij hebben het profetische Woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte en de Morgenster opga in uw harten (2 Petr.1:19).

 

De woorden Gods. Woorden van welbehagen, van zaligheid, woorden van gerechtigheid, van vrede en eeuwige, eenzijdige zondaarsliefde. Woorden van eeuwig leven. Petrus belijdt: Heere, tot Wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens (Joh.6:68).

De woorden Gods. Dat zijn ook woorden van dood zijn in Adam, geestelijk dood in de zonden en misdaden. Onbekwaam zijn we tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Gods Woord is daar duidelijk in en tekent ons zoals we geworden zijn in onze diepe val in het paradijs.

Het zijn ook woorden Gods die spreken van vlees, zoals Paulus klaagt dat hij vleselijk is,  verkocht onder de zonde. Woorden Gods, zoals Petrus neerzinkt aan de voeten van zijn Meester: Ga uit van mij, want ik ben een zondig mens (Luk.5:8). Verstaat u het? Woorden van vloek en toorn, van veroordeling…

 

Die woorden verbreken, door de kracht van Gods Geest, uw hart. Deze woorden verootmoedigen, vernieuwen, herscheppen u naar Gods beeld. Deze woorden zijn levend en krachtig, een zaad van wedergeboorte en een kracht Gods tot zaligheid een ieder die gelooft. Van dit woord lezen we: Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods (Rom.10:17).

Op Zijn woord wordt Levi uit zijn tolhuis geroepen en Zacheüs uit de boom. Op Zijn woord wordt de Samaritaanse vrouw ontdekt aan haar zonden en schuld. Het woord uit Jezus’ mond geeft haar het ware geluk en de echte blijdschap. Door Zijn woord wordt Saulus van Tarsen stilgezet op de weg. Onder de pinksterpreek van Petrus worden er, door Woord en Geest, drieduizend krachtdadig tot God bekeerd. Hier ziet u wat een geweldige uitwerking deze gesproken woorden hebben, woorden gesproken door de Gezondene van de Vader.

 

Geliefden, dat zijn toch de eerste tekenen van het nieuwe leven van Gods genade in uw ziel. Als Gods Geest u van dood levend maakt, krijgt u een verborgen liefdesbetrekking op Gods Woord. U krijgt honger naar het Woord. Ook als het u veroordeelt en aanklaagt, als het u verwondt, maar ook als het spreekt van de ene naam tot zaligheid gegeven. Dan stemt u in met de dichter:

 

Hoe zoet zijn mij Uw redenen geweest!

Geen honing kon ’t gehemelt’ beter smaken.

 

Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.

 

Uw Woord kan mij, ofschoon ik alles mis,

Door zijne smaak, én hart én zinnen strelen.

 

De Gezondene van de Vader spreekt de woorden Gods. Hij Zelf is het Woord. Hij bevestigt Zijn Woord. Zijn woorden zijn daden. Hij, de Zoon des mensen, is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was. Hij is de volkomen Zaligmaker. Hij zal volkomen zalig maken degenen die door Hem tot God gaan. Hij is de Koning van Zijn kerk, Die door Zijn Woord en door Zijn Geest Zich een gemeente vergadert tot het eeuwige leven.

Dat doet Hij vandaag nog. Daarbij schakelt Hij kleine, nietige, broze mensjes in. Calvijn zegt: mensjes uit het stof ontsproten. Zwak van moed en klein van krachten…

 

Gemeente van Waarde, vandaag ontvangt u opnieuw een onderherder. Hij is ook door God gezonden. Van hem geldt: Dien God gezonden heeft, spreekt de woorden Gods. Nu moet het woordje ‘dien’ met een kleine letter…

De woorden Gods spreken… Daar hebt u mijn hoofdtaak. Dat is mijn mandaat. Dit is mijn eerste opdracht. Mijn Zender stuurt me naar u om de woorden Gods te spreken. Niets meer en niets minder. De woorden Gods, zondag aan zondag in Gods huis. De woorden Gods, als de sacramenten worden bediend. Op jullie trouwdag, jongelui. Doordeweeks in de huizen, in de pastorale gesprekken en ontmoetingen, bij de ziekbedden, de sterfbedden, aan de graven, tijdens de catechisatielessen, de verenigingsavonden, in blijde omstandigheden en in verdrietige momenten.

 

De woorden Gods spreken… Eigenlijk staat er: verkondigen, proclameren. Dat klinkt koninklijk. Dat is het ook. Het is geen mensenwoord. Anderzijds: van mijn kant is het maar stamelen, nazeggen wat de grote Meester zegt. Het gebed van Samuël is mijn gebed: Spreek, want Uw knecht hoort (1 Sam.3:10).

U vraagt: ‘Is dat moeilijk?’ Ja, dat is van mijn kant onmogelijk. Maar als God roept, is Hij getrouw. Hij maakt dan ook bekwaam. En als Hij er in meekomt, gaat het vanzelf.

De woorden Gods spreken, gemeente, dat is mijn taak. Dat is mijn begeerte, mijn uitzien en verlangen, in alle ernst, in alle bewogenheid en liefde.

De apostel Paulus, wetend de schrik des Heeren, beweegt de mensen tot het geloof. En anderzijds: de liefde van Christus dringt hem!

 

Weet u wat ik nodig heb? Weet u wat mijn gezin nodig heeft? Dat u bidt. Dat u ons opdraagt aan de troon van Gods genade. Zijn er Aärons en Hurs in ons midden? Paulus opwekking is de mijne: Biddende meteen ook voor ons, dat God ons de deur des Woords openen, om te spreken de verborgenheid van Christus (Kol.4:3). Zodat Gods Woord voor u zijn zal een zaad van wedergeboorte en een reuke des levens ten leven. Opdat er getrokken mogen worden uit de duisternis van hun zondaarsbestaan en gebracht tot Gods wonderbaar en heerlijk licht. Dat er nieuwelingen in Sion geboren mogen worden en Gods kinderen gesterkt en bemoedigd en onderwezen in het strijdperk van dit moeitevolle leven. Opdat zij mogen opwassen in de kennis en de genade van Hem, Wiens werk volkomen is.

 

De woorden Gods…

Geliefden, deze woorden zijn al zo vele jaren tot u gesproken. Altijd dezelfde woorden, in allerlei toonaarden. Er zijn klaagliederen gezongen en er is lieflijk op de fluit van het evangelie gespeeld. Waar heeft het u gebracht? Wat is de vrucht? Want al deze woorden, tot u gericht, vragen om een antwoord. U zit niet vrijblijvend onder de prediking.

Vanmiddag hebben we beleden uit het formulier voor de bevestiging van predikanten: ‘Geliefde christenen, ontvangt deze uw dienaar in de Heere met alle blijdschap, en houdt de zodanige in grote waarde. Gedenkt dat God Zelf u door hem aanspreekt en bidt. Neemt dan het woord aan, hetwelk hij u volgens de Heilige Schrift zal verkondigen, niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord.’

 

‘Ja maar’, zegt u,’ een mens is toch geestelijk dood? Ik kan vanuit mezelf toch niets? Zalig worden is toch een eenzijdig Godswerk?’

Dat is waar. U hebt gelijk. Van u en mij is ook geen enkel goeds te zeggen of te verwachten. Daarom gaat onze tekst ook verder. De van God Gezondene spreekt de woorden Gods, maar werkt ook door de Geest Gods.

 

2. De van God Gezondene werkt door de Geest Gods

 

De tekst besluit: Want God geeft Hem de Geest niet met mate. Want… Dat wil zeggen: Hij spreekt de woorden niet voor niets. Er is verwachting. Er is hoop, als Hij de woorden Gods spreekt. Want… God heeft Hem de Geest gegeven, niet met mate.

Gods knechten, de profeten onder het Oude Testament, hebben geprofeteerd door de bediening van de Heilige Geest. Dat is nog zo. Al Gods dienaren worden geleid en verlicht door Gods Geest. Dat moet altijd, dagelijks, onze verzuchting blijven. Maar zij ontvangen de Geest altijd met mate, beperkt. En niet alleen Gods knechten, al Gods kinderen bezitten de gaven van de Geest, naar de mate van het geloof.

Maar de Gezondene van de Vader heeft de Geest Gods onbeperkt ontvangen! Met andere woorden: Hij heeft de Geest Gods in overvloed. Hij is de Bron, Die nooit opdroogt. Op Hem rust de Geest des Heeren, de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest des raads en der sterkte, de Geest der kennis en der vreze des Heeren.

Hier hebt u in zes eigenschappen, in zes deugden, de Geest van de Gezondene van de Vader in Zijn volheid. Daarom lezen we in de Schrift dat de Heere Jezus in Zijn kinderjaren gesterkt werd in de geest en vervuld met wijsheid en de genade Gods was over Hem. Als bevestiging daarvan daalt de Heilige Geest in de gedaante van een duif op Hem neer, als Hij door Johannes de Doper gedoopt wordt in de Jordaan. De Vader heeft Hem de Geest gegeven, niet met mate.

 

Met welk doel? Calvijn schrijft in zijn verklaring: ‘Johannes verkondigt hier niet alleen de uitnemendheid van Christus, maar wijst ook op het doel en het nut van de overvloed waarmee Hij begiftigd is, namelijk opdat Hij als de door de Vader aangestelde Uitdeler aan ieder geve zoals het Hem goeddunkt.’

Dus de van de Vader Gezondene is door Zijn Vader aangesteld als Uitdeler! Neemt u dat mee? Wilt u dat goed onthouden? Hij is de Uitdeler. In Hem wordt vervuld wat David profeteerde: Gij zijt opgevaren in de hoogte, Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd, Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen, o Heere God! (Ps.68:19).

Geliefden, Hij is de Zafnath-Paäneah, de Meerdere van Jozef, de Behouder des levens, de Uitdeler. Zijn voorraadschuren raken nooit leeg. In Hem liggen zoveel schatten, weldaden en zegeningen verborgen. Het is de Geest van Christus, Die ze openbaart en verklaart en verheerlijkt in het hart.

 

Gemeente, daar zien we naar uit. Het is ons gebed of de Geest van de Gezondene van de Vader onder ons wonen en werken zal. De Geest van Christus is de Geest Die Heere is en levend maakt. Van Zijn Geest heeft Hij gezegd: Die, gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel (Joh.16:8). Zodat er zielen gewonnen worden voor Christus en Gods volk van alles afgebracht wordt wat geen God en Christus is, om in Zijn volbrachte werk alles te zoeken en te vinden wat tot hun zaligheid nodig is.

Christus heeft van Zijn Geest gezegd: Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles wat Ik u gezegd heb (Joh.14:26). Die zal Mij verheerlijken (Joh.16:14). Hij is de Trooster, Die troostelozen troost.

 

Geliefde gemeente, bid voor uw onderherder, dat de Geest van de Gezondene van de Vader hem leegmaakt van alles wat van de mens is en vol maakt van Jezus Christus en Zijn heerlijkheid, Zijn dierbaarheid en grootheid, zodat hij Zijn beeld vertonen zal. Zodat hij een uitdeler zijn mag van Zijn menigerlei genade, een rover van de hel en een bouwer van Zijn koninkrijk.

Nee, verwacht het niet van mij. Dan komt u teleurgesteld uit. Verwacht het van Hem, van Wie u hebt gehoord: Want Dien God gezonden heeft, Die spreekt de woorden Gods; want God geeft Hem de Geest niet met mate.

Van Hem profeteert Jesaja: Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, Hij zal de dagen verlengen; en het welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan (Jes.53:10).

 

Tenslotte: wanneer maakt Hij u vol? Als u leeg bent en leeg blijft. Hongerigen vervult Hij met Zijn heilsgoederen. Rijken zendt Hij leeg weg. Dan komt God drie-enig aan Zijn eer en u aan de zaligheid. Dan zal het zijn: Wie roemt, roeme in de Heere!

 

Amen.